|
|
|
|
|
|
Ronde van Zuid-Limburg 2006, 1e wandeldag, zaterdag 20 mei 2006 |
Rond 9.15 uur begonnen wij deze eerste wandeldag met de wandeling op zaterdag 20 mei 2006. De route voerde globaal hetzelfde als het voorgaande jaar. We verlieten startlokaal De Spuiklep op het NS-emplacement als een van de laatste. Rond kwart voor negen waren de eersten al gestart. En dat terwijl het officiële openingstoespraakje rond negen uur plaatsvond. We liepen eerst parallel aan de spoorlijn. Voor het station liepen we het spoor onderdoor en passeerden het busstation. Daarna liepen we door de wijk Schandelen en passeerden de Evangelisch Lutherse kerk en de RK kerk van het Heilige Hart van Jezus.
Vervolgens liepen we door de wijk Meezenbroek en liepen langs enige vijvers. We staken de Kasteellaan nog over. We kregen uitzicht op fabriekgebouwen behorende bij een zandgroeve. Even betraden we hier de gemeente Landgraaf, maar spoedig werd dat weer Heerlen. Daarop betraden we de Brunssummerheide.
Ruim 600 hectare van deze heide is in het bezit van de Vereniging Natuurmonumenten die hier haar Drentse Schoonebeekers schapen laat grazen, om opslag van bos tegen te gaan. De naaldbossen, in de jaren dertig van de vorige eeuw aangelegd, ten behoeve van de mijnbouw, worden geleidelijk omgevormd tot 'natuurlijk' bos met meer inheemse soorten. De heide is een sterk heuvelachtig terrein met bossen, beeklopen, vennetjes en heidevelden. Met name de heidevelden zijn uniek, omdat ze als enige in Nederland op een zandbodem voorkomen die niet uit de ijstijd stamt. Aan de rand van de Brunssummerheide wordt dan ook zilverzand gedolven, dat o.a. door de kristal- en glasindustrie gebruikt wordt. Het gebied is op een aantal plaatsen zeer nat, de Rode beek ontspringt hier. Het brongebied van de Rode Beek is zeer waardevol en daarom grotendeels een beschermd natuurgebied en niet toegankelijk. Vereniging Natuurmonumenten hoopt in dit gebied in de nabije toekomst weer de kraanvogels aan te treffen, op trektocht naar het Zuiden. Vanaf vele heuvels kunt u van mooie vergezichten genieten.
Na een lange weg door het bos werd het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten bereikt.
Bezoekerscentrum Brunssummerheide (Schrieversheide) en pannenkoekenhuis is een van de zes bezoekerscentra in Nederland van de Vereniging Natuurmonumenten. U kunt zich hier laten voorlichten over de natuur op de heide en een hapje eten of iets drinken. Ook zijn er wandelroutes van Natuurmonumenten verkrijgbaar. Het dak van het centrum fungeert als opvangbak van regenwater. Via een ondergrondse pijpleiding wordt een van de vennen in de nabijheid van het centrum met dit regenwater gevoed.
De afgelegde afstand bedroeg 6 km. We hielden hier een rust. We zaten hier binnen aan een tafeltje. Omdat we achterin waren gestart was er nu voldoende zitplaatsen binnen. Het was buiten niet al te warm. Bovendien regende het ook enigszins.
Door de wijk Ravetsmaar liepen we naar het centrum van Landgraaf. Bij bergsportzaak Hendriks-Schoenmode en Wandelsport was nog een verzorgingspost met gratis koffie, thee of limonade. Gratis om hierdoor ook nog eens een blik in de bergsportzaak te werpen. Het was inmiddels droog geworden. Daarop haalden we ons fototoestel te voorschijn en maakten hier de eerste foto’s van de dag.
Daarop bereikten we de Strijthagener watermolen. Hier was de laatste wagenrust. De afgelegde afstand bedroeg nu 23 km. Even verderop passeerden we kasteel Strijthagen op afstand (we zagen het aan de overkant van een vijver liggen). We liepen hier langs een groot Schachtwiel.
Dit schachtwiel komt van schacht II van de voormalige steenkolenmijn Staatsmijn Wilhelmina. Een schachtwiel diende om de liften naar de ondergrondse mijngangen op en neer te laten.
Verderop kwamen we nog langs de Caumermolen en de Oliemolen alvorens de finish te bereiken.
Aan de oude tak van de Caumer ligt de Caumermolen. De achterzijde van molen bestaat uit authentiek vakwerk. Het molenwerk is er niet meer, maar het was vroeger de oudste molen van Heerlen en in bezit van de landsheer. Een inbraak in de nacht van 7 op 8 december 1772 leidde tot het grootste Heerlense bokkenrijderproces ooit. Het huidige complex is grotendeels uit baksteen opgetrokken en stamt uit 1787. Het is echter een verbouwing uit dat jaar want de molen is veel ouder en wordt reeds in 1371 genoemd als "banmolen", dat wil zeggen dat de bewoners van een bepaald gebied verplicht waren daar hun graan te laten malen, tegen betaling (in natura) uiteraard. Door het bezit van dit recht valt af te leiden dat (een voorloper van) de molen zeker al in de 11e eeuw bestond. Het maalwerk werd na de tweede wereldoorlog verwijderd.
|
|
Henri Floor & Coos Verburg |