Tweedaags Gronings wandelfestival Tocht om de Noord, zondag 29 september 2013

We hadden goed overnacht in hotel De Boeg­schroef. Wel moesten we vroeg opstaan, maar we konden in het hotel vanaf half vijf ontbijten. Zo vroeg ontbeten wij niet, want wij wilden deze tocht bij voorkeur bij daglicht lopen. Omdat Coos de eerste dag voetproblemen had gekregen, besloot zij deze dag de 25 km route te lopen. Zonder Coos reed ik daarop met de bus naar Scheem­da. Ruim buiten het centrum van Scheem­da werden we af­ge­zet nabij het Winschoterdiep langs de Scheem­der­meer­ster­weg te Scheem­der­meer afgezet. Vandaar liepen we naar de voor­ma­li­ge Strokartonfabriek De Toe­komst. Hier ver­kre­gen we het eerste knipje op onze stem­pel­kaart. We konden het gebouw be­kij­ken en we kregen een bekertje koffie met een koekje aan­ge­bo­den.

De voormalige strokartonfabriek De Toe­komst werd door de Stichting Coöperatieve Strokartonfabriek opgericht. Eigenlijk bestond deze uit twee fabrieken, die in respectievelijk 1900 en 1908 gebouwd zijn. In 1968 werd de productie van strokarton gestaak. Het gebouw kwam toen in handen van handelaar Hennie Schoenmaker. De machines werden opgeknapt om te verkopen onder de naam Handy. Het fabriekcomplex werd niet onderhouden en in 2006 werd een van de twee fabrieken gesloopt. De huidige fabriekseigenaar is de firma Simon Benus uit Stadskanaal. Deze heeft het gebouw voor 4,5 miljoen eur laten restaureren.

We liepen de Scheem­der­meer­ster­weg helemaal af tot aan de Oosterstraat en staken hier de A7 snelweg over. We bevonden ons nu in Mid­wol­da. We liepen over de Mentemeweg langs twee grote hui­zen. Op een ervan stond Dollard's Heerd. Bij de boerderij van de Familie Brink langs de Hoofdweg te Mid­wol­da mochten we een bezoekje brengen aan de koeienstal. Bij een nagemaakt speelgoed trein­tje Olle Graitje van de Stoom­tram­weg Maat­schap­pij Oldambt liepen we verder door Mid­wol­da. Het Mid­wol­da's Eethuys werd ook gepasseerd evenals Huize De Vicarie alwaar Imca Marina woont (of woonde, want het huis stond te koop).

We kruisten het Nieuwe Kanaal. Een huis dat op een bouwval leek, was toch bewoond en was dus in slechte staat. Voor Huize Boszicht stond een steiger vanwege renovatie. Daarop werd Huize Ennemaborgh bereikt. In de tuin stonden een paar standbeelden. Evenals de voorgaande dag scheen de zon volop. Maar de zon belemmerde soms het maken van foto's. Aan een dode boom zaten opvallend grote zwammen.

De Ennemaborg is formeel gezien geen borg, omdat de landadel zich in deze streek niet kon ontwikkelen omdat de stad Groningen dit gebied al vroeg in handen kreeg. Sinds 1992 woont kunstenares Maya Wildevuur hier. Bij de Ennamabord ligt een bos van 2,5 kilometer lang en 300 meter breed, dat eigendom is van stichting Het Groninger Landschap. Aan de voorzijde van het huis ligt een gazon, dat vooral in het voorjaar een ware kleurenpracht is van stinsenplanten zoals sterhyacinten, boerenkrokussen, win­ter­a­ko­niet­jes, sneeuwklokjes en bosgeelsterren.

Vervol­gens kwamen we bij Restaurant Bed & Breakfast Boerderij Herman Dijkstra te Mid­wol­da. Het terrein ging haast naadloos over in dat van Staatsbosbeheer. We kwamen bij de Ne­der­lands Hervormde kerk te Mid­wol­da. Op de rou­te­be­schrij­ving stond dat de kerk open was en dat klopte ook. Maar omdat de kerkdienst spoedig zou beginnen mochten we alleen om het hoekje de kerk inkijken.

Even verderop was het mu­seum voor Oor­logs­his­to­rie. Ook hiervan stond op de routebeschrijving dat deze open was, maar dat bleek niet het geval te zijn. Wel stond buiten een oude bom, die we konden bewonderen en aan een muurgevel hing een bord met de tekst Mededeelingen. Er werd aangekondigd wat op 4 september 1944 zou gebeuren.

Langs de Hoofdweg te Mid­wol­da troffen we ver­schil­len­de verfte­ke­nin­gen aan. Een schuurdeur was mooi versierd met de afbeelding van een paard met veulen. Ook stond er een fiets- en wan­del­bou­le­vard met mooie afbeeldingen. We kwamen bij het Old­ambt­meer en volgden dit enige tijd. De felle zon zorgde voor zeer scherp licht. De pet op mijn hoofd bleef niet goed zitten door de harde wind. Bij de Blauwe Passage, dat zowel info centrum als een kanaal was, werd ons een flesje water aan­ge­bo­den. Toen we zeiden dat we er geen belangstelling voor hadden, werd gezegd dat het wel een heel mooi flesje was.

Midwolde werd verlaten en ingeruild voor Oost­wold. Even volgden we de Hunningaweg, maar spoedig werd deze verlaten voor een volgend traject langs het Old­ambt­meer. We zagen een zeilboot op het Old­ambt­meer. We liepen Oost­wold weer in en over de Klinkerstraat werd café De Twee Oldambten bereikt. Ook hier liepen we door het café. Hier was het beginpunt voor de 15 km lopers.

Door een fraai hekwerk met links de tekst Oost en rechts de tekst Wold liepen we over de Kerksingel naar de Hervormde kerk. Ook deze kerk was vol­gens de routebeschrijving open. Maar omdat hier de kerkdienst al was begonnen bezichtigden we deze kerk niet. Op weg naar de Noorderstraat troffen we op een groot karton een foto van schilder Jouke Anema uit Oost­wold.

Aan het eind van het Schoolpad moesten we LA slaan. Maar een informatiebriefje gaf aan dat 20 meter naar rechts een mu­se­um­pje van o.a. Ol Grait was. Na 60 voetstappen besloten we om te draaien, maar toen we terugliepen zagen we aan de overkant van de weg een man bij de ingang van het mu­seum staan. Het was hem al opgevallen dat meerder wandelaars zijn mu­seum niet hadden aangetroffen. Verderop in de Noorderstraat troffen we 3 personen in het zwart, twee heren en een dame. De dame had een hoed op in het model van een heks. Toen ik een foto van hen wilde maken pakten de twee mannen een masker en deden dat voor hun gezicht.

Iets verderop zaten aan een muur mooie tegels die tezamen een oud koopvaardijschip voorstelde. Nu kwamen we bij vliegveld Oost­wold. De meeste vliegtuigen stonden buiten, maar in een hangar stonden twee vliegtuigen, waaronder een dubbeldekker. In totaal zagen we 7 of 8 ver­schil­len­de vliegtuigjes. Het Provinciaal Jeugd Orkest Groningen had hier een optreden.

Over de Polderweg werd Oost­wold verlaten. Nu kwamen we langs en door Huize Princehoeve. Er werd een stukje worst aan­ge­bo­den omdat ze var­kens hielden in een grote losstaande stal. Verderop stond een verwijzing naar een kunst-atelier. Toen we het huis binnenliepen stak de bewoonster des huizes haar hand uit ter begroeting. Ze riep Bernard met de mededeling dat er nog een be­zoe­ker voor zijn atelier was, want je werd hier ken­ne­lijk in groepen naar zijn atelier met de naam De Graanzolder gebracht, dat zich op een bo­ven­ver­die­ping bevond. Van enige schil­der­wer­ken heb ik een foto gemaakt. Deze treft u in de fotoreportage aan.

Verderop langs de Polderweg was de eierboer. Hier konden we een eitje eten. Verder kwamen we nog bij de Christina Hoeve gebouwd in 1869 en de Marietje en Sietske Hoeve. Deze twee namen werden althans aangegeven op spandoeken. Nu kwamen we bij een wel hele grote koeienstal. Hier stonden maar liefst 400 koeien. We konden hier een kartonnetje fris met fristie- of chocomelksmaak krijgen. Allebei mocht trouwens ook en dat deden we dan ook.

Op de splitsing van de Polderdwarsweg en de Pro­vin­ci­a­le weg te Oost­wolderhamrik stond een oud elektriciteitshuisje. Verderop langs de Pro­vin­ci­a­le weg te Oost­wolderhamrik was een atelier waar mooie adelaarskoppen waren geschilderd. Nabij Wol­den­dorp zagen we nog een heel apart apparaat dat het meeste weg had van een oude fiets met voor een heel groot wiel en achter een klein wiel (niet te verwarren met de moderne step).

We kwamen bij boerderij Elfrink te Wol­den­dorp. Op een plakkaat was aangegeven wat een koe zoal doet in 24 uur en wat hij zoal eet. In Wol­den­dorp was een rustmogelijkheid. Na de rust liepen we naar links en boog de doorgaande weg naar rechts. In de bocht naar rechts was een oude hervormde kerk zichtbaar. Deze kerk stond niet vermeld in de routebeschrijving maar de kerk was wel open. In de kerk stond rechtsop een grafsteen met daarop het jaartal 1666 vermeld.

Gelegen op een kwelderwal is Wol­den­dorp in de vroege middeleeuwen als wierdedorp ontstaan. De wierde kent een radiale structuur. Bij de gevechten van eind 1945 rond de ‘Delfzijl pocket’ werd het dorp grotendeels verwoest. Na de oorlog werd het dorp herbouwd en uitgebreid langs de uitvalswegen. De Hervormde kerk (A.E. Gorterweg 11) is gelegen aan de westzijde van het dorp en is gebouwd op een afzonderlijke wierde.

De hervormde kerk, oorspronkelijk gewijd aan St. Petrus, is een eenbeukige kerk met recht gesloten koor en lage geveltoren. Het huidige gebouw is het schip van een romano-gotische kruiskerk uit het derde kwart van de dertiende eeuw. De muur wordt geleed door enkele hoge nissen met gedrukte spitsbogen, waarin smalle rond­boog­ven­sters zijn opgenomen. Het koor en het transept van de kerk zijn al voor 1700 gesloopt. In 1855 kreeg de kerk aan de westzijde een aanbouw met dakruiter. In april 1945 werd de kerk door oor­logs­han­de­lin­gen zwaar beschadigd. In 1949 werd de kerk gerestaureerd naar plannen van A.R. Wittop Koning en R. Offringa. Daarbij zijn de huidige geveltoren en de apsis-vormige uitbouw voor de preekstoel aan de oostzijde ontstaan. Het orgel werd in 1952 door M. Ruiter gebouwd.

Het interieur wordt overdekt door twee meloenvormige koepelgewelven met acht ribben. Op deze gewelven zijn bij de restauratie grondte­ke­nin­gen van schilderingen tevoorschijn gekomen. De grondte­ke­nin­gen op het westelijke gewelf dateren uit omstreeks 1350, die op het oostelijke gewelf uit omstreeks 1450. Opvallend in het interieur is de wijze waarop door middel van zuilen de nissen rond de vensters worden ondersteund. Voor de toren liggen diverse grafzerken, waarvan de oudste dateert uit 1625.


Iets verderop betraden we de Hof van Wol­den­dorp, een voormalig gereformeerde kerk. Daarna kwamen we door basisschool De Woldakkers. Hier zagen we nog een oud leesplankje van aap, noot, mies. Verder hingen hier talrijke mooie te­ke­nin­gen. Nabij het Dollard College moesten we ons ver­plaat­sen naar het jaar 1923. Hier was een Spaanse Luchtballon gecrasht. Aan de rand van Wol­den­dorp stond langs een doodlopende weg talrijke tractoren opgesteld.

De Gordon Bennett race
De ‘Coupe’ werd in 1905 voor het eerst uitgeloofd door de uitgever van de New York Herald, James Gordon Bennett (1841-1918). Hij stelde aanvankelijk drie bekers be­schik­­baar. Twee ervan, die voor au­to­mo­bi­lis­me en aviatiek werden destijds gewonnen door Frank­rijk, de derde, voor ballonsport, kwam in Belgische handen.

De eerste Gordon Bennett (lange afstands)race voor gasballons werd gehouden op 30 september 1906 in Parijs. Hieraan mochten zowel ‘vrije’ als bestuurbare ballons (luchtschepen) meedoen. Zestien vrije ballons vertrokken vanaf de Tuileriën alsmede een bestuurbare, die van Santos Dumont. De laatste viel wegens pech direct na de start al uit. Winnaar werd de Amerikaan Frank P. Lahm die, na het Kanaal te zijn overgestoken, landde in Yorkshire, een afstand van 647 kilometer.

De Gordon Bennett Race zou door de jaren heen altijd de meest prestigieuze, maar ook gevaarlijkste wedstrijd voor gasballonnen blijven. Dat laatste aspect heeft vrijwel uitsluitend te maken met de weers­om­stan­dig­he­den waarmee de bal­lon­vaar­ders onderweg te maken kunnen krijgen. Uitzonderlijk is het incident dat tijdens de editie van 1995 plaatsvond. Toen kwam de bemanning van een A­me­ri­kaan­se gasballon om het leven, omdat hun luchtvaartuig werd neergehaald door een he­li­kop­ter van het Wit-Russische leger. Het is nog nooit voorgekomen dat de Gordon Bennett-race vanwege de weers­om­stan­dig­he­den werd afgelast. Regen of sneeuw vormden geen enkel motief om de start uit te stellen, maar leidde er soms wel toe dat de organisaties dagen moest wachten alvorens er een teken van leven werd ontvangen van een team dat al bijna was opgegeven. In 1923 veranderde dat…

Op 23 september 1923 startten de deelnemers aan deze race vanuit Brussel. Deze twaalfde editie van de strijd om de Gordon Bennett-cup zou verscheidene ongelukken kennen waarvan er enkele in Nederland plaatsvonden. In totaal kwamen tijdens de race vijf bal­lon­vaar­ders om het leven en werden er ook nog eens vijf min of meer ernstig gewond. Zes ballons gingen verloren.

Over de (weers)omstandigheden waaronder de wedstrijd in 1923 werd gehouden, werd meer geschreven dan over de strijd tussen de deelnemende bal­lon­vaar­ders. Het zou mogelijk de derde Belgische overwinning hebben be­te­kend en mogelijk tevens de laatste zijn geweest want wie zou het na dat jaar, waarin immers vijf doden te be­treu­ren vielen, nog aangedurfd hebben het evenement opnieuw te organiseren?

Op het door zon overgoten Solboschplein in Brussel keken op die 23e september 1923, meer dan 100.000 toe­schou­wers naar het opblazen van de in totaal 21 ballons. Aanvankelijk stond er maar weinig, wat vlagerige wind. Tijdens de voor­be­rei­din­gen voor de start werd de lucht steeds donkerder en er naderde een fikse onweersbui. Het begon te weerlichten en al snel vielen er dikke re­gen­drup­pels, gevolgd door hagel. Drie Italiaanse teams en één uit Polen besloten niet te starten; achteraf gezien een juist beslissing.

Bij het Groningse Wol­den­dorp werd de Spaanse ballon ‘Espheria’ van E. Magdalena en Baselga tegen een hoogspanningsmast gekwakt. De beide inzittenden werden hierbij ernstig gewond.


Via Baamsum werd Termunten bereikt. Hier stonden 2 dames en een heer in klederdrachten. Zij deelden folders van Termunten uit. Ook Termunten heeft een oude kerk waaraan een bezoek werd gebracht. Dat was de Ursuskerk van Termunten. Na Termunten werd Ter­mun­ter­zijl aangedaan. We kregen hier zicht op het gemaal Rozema en het mu­se­um­ge­maal Cremer. Het mu­se­um­ge­maal viel niet echt te bewonderen want er trad een orkest in op. Door Ter­mun­ter­zijl liepen we slingerend om al het moois in ogenschouw te kunnen nemen. Het meest indrukwekkend was wel de Keersluis Mun­ter­zijl. Alleen door deze sluis kon Ter­mun­ter­zijl bereikt worden of worden verlaten.

We klommen op de zeedijk en volgden deze. Ter hoogte van Borgsweer werd de dijk verlaten en werd ook Ter­mun­ter­zijl verlaten. We kregen hier nog een folder aangereikt die bestemd was voor de deelnemers van de Tocht om de Noord op zondag 29 augustus. Die tekst was dus niet juist, want het was deze dag 29 september. Borgsweer werd bereikt en hier was op 28,5 km het kaldi -koffiewagentje. Hier dronken we lekkere Latte Macchiato. Na Borgsweer kwamen we door Lalleweer.

We staken het Ver­bin­dings­ka­naal Oos­ter­horn­ha­ven-Ter­mun­ter­zij­diep nabij Lalleweer over en volgden dit kanaal. Langs het Oosterwierum lag een zee­schip met de naam Sirius. Daarop werd de woon­plaats van Ol Grait bereikt. Eerst kwamen we door een boerderij waar een shanty groep een pre­sen­ta­tie gaf en daarna zagen we Ol Grait in levende lijve. Bij de boerderij zagen we ook de oude groen-zwarte auto van het Youtube-filmpje en een oude bus uit 1965.

Als laatste kwamen we nog door Farmsum met zijn Aeolus molen en zijn Aeolus dorps­huis. In het dorps­huis stond naast het fraaie schilderij te tekst: "wilt u niet met uw handen kijken!" Ook in Farmsum kwamen we nog door een kerk. De kerk werd van binnen gerenoveerd. Op een galerij zagen we drie beelden staan. Na de Bergsbrug staken we het Afwateringskanaal van Duurswold over en de Spuisluis Eemskanaal. Over de Dijkpromenade werd de finish bereikt.

Klik HIER voor het verslag van zaterdag 28 september 2013.

Klik HIER voor het verhaal van Olle en Grietje en het geheim van de verdwenen tram.

Henri Floor