Foto's na afloop van de tocht alle foto's in het klein van de tocht Terug naar de homepage van Henri Floor Terug naar de overzicht van alle WS78 wandeltochten Utrechtse klompenpaden tocht
Utrechtse Klompenpaden tocht

startlokatie, dorpshuis De Twee Marken Op Goede Vrijdag 10 april 2009 begonnen wij in Maarn met het opmeten van de eerste helft van de door ons uitgezette wandelroute voor WS78. Met behulp van www.afstandmeten.nl en onze kennis van de omgeving en de ingetekende routes van vijf verschillende klompenpaden (Breeschoterpad. Broe­ker­pad, Das­hors­ter­pad, Daat­se­laar­se­pad en het Oudenhorsterpad) hadden wij de route samengesteld. Ons startpunt was zoals gebruikelijk dorpshuis de Twee Marken. We verlieten de start in oostelijke richting. Over de Schapendrift liepen we langs golfterrein Anderstein. Even verderop volgden we de Meentsteeg en kwamen we langs de achterkant van een camping. We kwamen uit op de Slappedel. Deze weg loopt vlak langs de Grift.
De Woudenbergse grift is in 1483 gegraven en is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling en ontsluiting van het achterland, de afwatering van de drassige vallei en voor schoon water in de Amersfoortse grachten. De grift wordt nu gevoed door grond-, kwel- en regenwater afkomstig
We staken de N226 verkeersweg (Maarsbergen-Woudenberg) over en volgden deze even parallel zuidwaarts. We sloegen af over een fietspad en volgden deze bijna twee km. We liepen hier ten zuiden van Woudenberg en hadden op deze plaats meerdere keren fraaie uitzichten. We kwamen uit op de Rumelaarseweg, de weg die naar landgoed Rumelaer loopt. Bij boerderij Rumelaer sloegen we af over de Strubbelenburg. Utrechtse Klompenpaden tocht

oud spoorweggebouw langs de voormalige spoorlijn Amersfoort-Kesteren
Boerderij Het Hoekje of Groot Rumelaar staat bij oudere dorpsbewoners bekend als "het Hoekje", maar de oorspronkelijke naam van de deze boerderij is Groot Rumelaar of Maarsbergs Rumelaar. Rumelaar is één van de oudste erven in de Gelderse Vallei, gelegen aan de rand van een dekzandrug. De boerderij ligt net op het grondgebied van Maarsbergen.
Strubbelenburg ging over in de van rechts komende Laagerfseweg. Via de Brinkkanterweg staken we eerst de voormalige spoorlijn Amersfoort-Kesteren over.
In 1886 werd de spoorverbinding van Amersfoort naar Kesteren feestelijk in gebruik genomen. Het treinvervoer gaf landbouw en economie in de Gelderse Vallei een grote impuls. Vier jaar later werd de lijn doorgetrokken naar Keulen; een internationale spoorverbinding was een feit. Het personenvervoer over deze lijn kwam tot een abrupt einde nadat in 1944 de spoorbrug bij Rhenen door de Duitsers werd verwoest. Tot in de jaren tachtig reden er nog enkele lokale goederentreinen op het traject. Daarna raakte de oude spoorlijn in onbruik. Vandaag de dag is het spoor begroeid met planten en struiken en vormt een belangrijke ecologische verbindingszone voor flora en fauna.
Vervolgens passeerden we Hoeve De Beek. Utrechtse Klompenpaden tocht

Hoeve De Beek
Deze oude hofstede is al veel ouder dan de datum-ankers in de achtergevel ons vertellen. De naam 'De Beek' is er twee eeuwen terug pas aan gegeven. Cleijn Davelaer, werd deze hoeve genoemd in een acte van 1395. Johannes Evertsz was toen de eigenaar. Ongetwijfeld is deze hofstede afgescheiden van het goed Davelaer, wat we al kennen vanaf 1373 en wat toen wellicht meer dan 150 ha groot was.
Was het aanvankelijk een geheel van hout opgetrokken boerderij, zoals alle andere hofstede in de Gelderse Vallei, later werd ook hier de behuizing versteend. Onder de brandgevel vinden we ook nu nog oude kloostermoppen die wellicht uit de 14e of 15e eeuw stammen.
In 1830 was er 13 ha grond bij de boerderij, maar 4 jaar later bij het overlijden van Klaas van Voorthuyzen was de hofstede 24 ha en 40 roeden. Honderd jaar terug werd deze boerderij verkocht voor fl. 3.437,50. Er was toen bijna 13 ha grond bij. Twee maal is 'De Beek' afgebrand en wel in 1880 en 1884.
Het bedrijf is altijd een gemengd bedrijf geweest dus akkerbouw en veeteelt, en zo lezen we ook dat er in 1820 twee schaapshokken waren en twee koornbergen. Ook toen stond er al een bakhuis naast het met riet en stro gedekte huis, evenals nu. In die tijd bakte men immers zelf het brood van eigen rogge. Het tarwebrood zal misschien van aangekochte bloem zijn gebakken want op de arme schrale gronden hier kon geen tarwe worden verbouwd.
Nog altijd ademt deze hofstede iets van de rust van weleer. De vriendelijkheid en rust, de eenvoud van het landleven zijn schijnbaar op de verschillende eigenaars overgegaan als een erfenis.
Sinds 1983 wordt de hofstede bewoont door de huidige eigenaars, de familie Ploeg. Toen zij het bedrijf kochten was het in een verwaarloosde staat. Bovendien was toen reeds het quoteringssysteem in werking gesteld. Met heel veel moeite is het gelukt om weer een melkquotum te krijgen. Vanaf 1983 liepen er weer koeien in de wei en werden er karnemelk en scharreleieren aan huis verkocht. De veestapel werd langzamerhand uitgebreid en in 1990 werden er 16 koeien gemolken. Al deze melk werd verwerkt tot karnemelk, boter, vla, yoghurt, kwark en biogarde. Daarnaast werden er groente, aardappelen en fruit op de deel te koop aangeboden. Erg intensief maar het gaf veel voldoening.
Door ziekte is in december 2000 de zuivelboerderij opgeheven. In 2001 is de boerderij een Rijksmonument geworden. Op 12 juni 2004 is de boerderij door de Boerderijen Stichting Utrecht uitgeroepen tot de mooiste boerderij van de provincie Utrecht in het jaar 2004. Dit is een erkenning voor de huidige bewoners voor al het werk dat er altijd gedaan wordt om de boerderij zoveel mogelijk in oude staat te bewaren. Uiteraard zijn ze daar erg blij mee.
Ongemerkt zijn zij terrecht gekomen in de creatieve sector. Op de deel is een Quiltwinkel gerealiseerd met een uitgebreide collectie folklore en rozen stoffen (amish stijl) en er worden quiltcursussen gegeven.
Utrechtse Klompenpaden tocht

Valleikanaal Daarop werd het Valleikanaal bereikt.
De Gelderse Vallei vormde vroeger als het ware een grote kom waar al het water van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug zich verzamelde. Eeuwenlang had het gebied te kampen met wateroverlast. Alleen een paar kleine beekjes, zoals de Lunterse Beek en de Heiligenbergerbeek, konden het water afvoeren. De turfwinning versterkte het waterprobleem: er werd veen afgegraven en de grond zakte verder in. Pas nadat het Valleikanaal gegraven was tussen 1937 en 1948, kwam er in de Gelderse Vallei een einde aan de wateroverlast. Het overtollige water werd voortaan via de Eem afgevoerd naar het Eemmeer. Scheepvaart heeft er nooit plaats gevonden over het Valleikanaal, het fungeerde uitsluitend als afwateringskanaal.
Nu werd het echt mooi. Voor het kanaal volgden we een traject van het Oudenhorster klompenpad. Een bordje gaf aan dat het verboden was om de paarden te voeren. Aan het eind van dit 1 km lange pad staken we het Valleikanaal over. We bevonden ons nu in Scherpenzeel in de provincie Gelderland. Mogelijkerwijs zal dit gebied vanaf 1 januari 2011 ook provincie Utrecht zijn. Hoewel de individuele plaatsen Woudenberg, Renswoude en Scherpenzeel niet voor een gezamelijke fusie voelen, is de kans toch groot dat een samengaan wordt opgedrongen.
Nadat we het Valleikanaal waren overgestoken volgden we dit heel even tegengesteld aan de overzijde. Ons pad boog af en Scherpenzeel werd bereikt over een traject van het Broeker klompenpad.
De route loopt voor een deel over landgoed Scherpenzeel, een familiebezit van 1000 hectaren natuur en landbouwgrond. Diverse boscomplexen en boerderijen, zoals bijvoorbeeld Hoeve Breeschoten, maken deel uit van het landgoed. In 1793 werd Landgoed Scherpenzeel gekocht door de in Zuid-Afrika rijk geworden Amsterdamse koopman J.B. van Naamen. Zo ontstond de verervingslijn naar de familie Royaards en de huidige eigenaren. Het landgoed is gerangschikt onder de Natuurschoonwet. Mede dankzij deze Natuurschoonwet zijn bos- en natuurterreinen in stand gehouden en kan de verwevenheid van landbouw en natuur blijven bestaan.
Bij een partycentrum konden we een kopje koffie drinken. We liepen in Scherpenzeel pal voor Huis Scherpenzeel langs, het voormalige stadhuis van Scherpenzeel. Utrechtse Klompenpaden tocht

Huis Scherpenzeel
Scherpenzeel, gelegen op de grens van Gelre en het Sticht (Utrecht), was strategisch gezien een belangrijk punt. Tussen de Hertog van Gelre en de Bisschop van Utrecht waren in die tijd regelmatig strubbelingen. Scherpenzeel was door de eeuwen heen dan weer Utrechts, dan weer Gelders bezit.
Sinds 1380 was het een Gelders leen. Huis Scherpenzeel is eeuwenlang eigendom van de familie Van Scherpenzeel geweest.
In 1652 werd het kasteel aanzienlijk uitgebreid in opdracht van Aleyd, vrouwe van Scherpenzeel en haar echtgenoot.
In 1662 vererfde Scherpenzeel op het geslacht Van Westerholt, in 1783 op het geslacht Van Heeckeren.
In 1793 werd het tenslotte verkocht aan J.S. van Naamen, waarna het vererfde op de familie Royaards. In de 18e eeuw werd het kasteel verbouwd tot een landhuis in classicistische stijl.
Ook aan het begin van de 19e eeuw vindt weer een verbouwing plaats. In 1854 werd het landgoed geërfd door Benudina Maria van Naamen van Scherpenzeel, de kleindochter van Johannes Bastianus. Zij trouwde met Herman Royaards. Ze woonden in Utrecht, maar brachten in de zomer veel tijd op Huis Scherpenzeel door. Ze laten het huis verbouwen door (tuin-)architect S. A. Van Lunteren. De verbouwing van interieur en exterieur van het huis vindt plaats in neogotische stijl (de stijl wordt ook wel aangeduid als neo-Tudorstijl). Het park werd door Van Lunteren ingericht in de Engelse landschapsstijl. In 1898 erven zonen Johan en Anton en dochter Wilhelmina elk een deel van de landerijen die tot Huis Scherpenzeel behoren. De jongste zoon Anton Royaards van Scherpenzeel erft ook het huis zelf.
In 1910 trouwt Anton Royaards met jonkvrouw Margaretha Maria Backer. Hij is dan al enkele jaren burgemeester van Scherpenzeel. Het echtpaar gaat permanent in Huis Scherpenzeel wonen. Nadat Anton Royaards in 1932 overlijdt blijven zijn weduwe en dochters er wonen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog wordt het huis gevorderd en ernstig beschadigd. Na de oorlog keert Margaretha Maria Royaards - Backer weer terug, en ze restaureert huis en bijgebouwen. Ze blijft er wonen tot haar overlijden in 1956.
Via een kleine slinger werd het centrum van Scherpenzeel bereikt bij de indrukwekkend grote Nederlands Hervormde kerk. Utrechtse Klompenpaden tocht

Nederlands Hervormde kerk te Scherpenzeel
Hoewel de oudst bekende vermelding van een kerk in Scherpenzeel van 22 november 1342 dateert, is het waarschijnlijk dat er al eerder sprake is van een kerk in het dorp. De kerk stond in 1342 volgens een acte van belening op het grondgebied van de Heren van Scherpenzeel.
Het gebouw had oorspronkelijk de omvang van het huidige koor. Onderzoek door Monumentenzorg aan het begin van de 20ste eeuw schatte de bouwperiode van het koor in op de 15e eeuw, het schip en de toren 14e eeuw, het noordelijk dwarsschip 15e eeuw en het zuidelijk dwarsschip 16e eeuw. Restauraties vinden plaats in 1612 (na een torenbrand), 1758, 1776 en in de 19e eeuw.
In 1939 wordt de kerk ingrijpend gerestaureerd waarbij het hele schip vrijwel opnieuw wordt opgebouwd. De galerijen aan de noord- en zuidzijde verdwijnen, evenals de uitzichtbelemmerende kolommen die zowel de kap als de galerijen dragen. In plaats daarvan komt een kolomvrije draagconstructie over de gehele lengte van het schip. Het vlakke plafond wordt vervangen door een houten tongewelf. In het koor wordt het kruisribgewelf opnieuw opgemetseld.
De gerestaureerde situatie heeft niet lang bestaan: op 22 april 1945 wordt de toren door de Duitse bezetters opgeblazen. De toren en een groot gedeelte van het schip worden verwoest. Al snel na de Tweede Wereldoorlog wordt met de wederopbouw van de kerk begonnen. De toren wordt bij deze gelegenheid ten opzichte van de oude toren vijf meter westwaarts opgebouwd zodat er meer ruimte in het schip van de kerk ontstaat. Het kleine traptorentje dat zich oorspronkelijk aan de noordzijde van de toren bevond wordt nu aan de zuidzijde gebouwd zodat het beter zichtbaar is vanaf de straat.
In de periode 1988-2000 wordt de kerk in fases gerestaureerd, beginnend met herstelwerk aan de buitenmuren. Daarna volgt het interieur, waarbij de betongrijze muren opnieuw worden gestuct en gewit met een positief effect op de tot dan toe desastreuze akoestische situatie. Bij deze gelegenheid worden de ramen in het koor vervangen door gebrandschilderde ramen. De laatste grote restauratiewerkzaamheden aan de kerk vonden plaats aan de vieringtoren, de kapconstructie en de dakbedekking en werden afgerond in het jaar 2000.
We verlieten het centrum van Scherpenzeel weer en liepen nu achter Huis Scherpenzeel langs. We pakten hier het Broeker klompenpad weer op. We hadden hier inmiddels ook gezelschap gekregen van de geel/rode markering van het Utrechtpad. Onder de bomen zagen we een oude fundering. Deze was van een voormalige ijskelder. Utrechtse Klompenpaden tocht

De Koepel, het karakteristieke jagershuis uit 1865 dat als dienstwoning voor de jachtopziener van Huize Scherpenzeel en als theekoepel dienst deed
Links onder de bomen ziet u de restanten van de oude funderingen van een ijskelder. Vroeger trof men op buitenplaatsen vaak een ijskelder aan. Om de temperatuur zo laag mogelijk te houden, bouwde men de ijskelder in de schaduw van de bomen. In de winter werden bij strenge vorst ijsblokken gehakt of gezaagd uit de gracht (ijs oogsten). Gedurende de hele zomer konden de bewoners van huize Scherpenzeel beschikken over ijs. Dit was voor eigen gebruik (koelen van drank en voedsel) maar het werd ook wel beschikbaar gesteld aan de dokter voor bijvoorbeeld koude kompressen.
We kwamen bij een fraai wit huis, De Koepel genaamd.
Dit karakteristieke jagershuis is in 1865 gebouwd als dienstwoning voor de jachtopziener van Huize Scherpenzeel en als theekoepel. Het is in dezelfde stijl als Huize Scherpenzeel gebouwd en hoort bij de parkaanleg. Aan de kant van de Lunterse Beek is de veranda te zien waar men thee dronk met uitzicht op de beek. Bij de Koepel had de jachtopziener hondenkennels en ook werden er fazanten gefokt voor de jacht. In de periode rond 1930 was de jachtopziener samen met zijn afgerichte politiehond in de herfst vaak nachten in de weer om stropers te pakken. Met een gummistok heeft hij menig keer rake klappen uitgedeeld.
We staken achtereenvolgens de oude (meanderende) Lunterse Beek en de Nieuwe (gekanaliseerde) Luntersebeek over. Utrechtse Klompenpaden tocht

de oude Lunterse beek
De Lunterse Beek, is in de jaren vijftig recht-getrokken, zodat het water zo snel mogelijk weg kon. Een stukje van de oorspronkelijke beek is hier echter gespaard gebleven. In deze bocht lag vroeger het eerste zwembad ‘Het Schut’. Een badmeester hield toezicht, maar zwemmen kon hij niet!

Geschiedenis van zwembad 't Schut
Voor het stichten en instandhouden van een zwembad zoeken enthousiaste zwemmers rond 1920 onder de Scherpenzeelse bevolking donateurs, die maandelijks een bijdrage van één dubbeltje willen geven. Deze actie leidt tot de oprichting van zwembad ’t Schut op de plaats van het Barneveldse kolkje. De beek wordt ter plaatse wat uitgediept en verbreed. Door dwars over de Lunterse Beek geplaatste boomstammen wordt het zwembad gemarkeerd. De oevers worden met spoorbielzen verstevigd en er worden drie kleedlokalen gemaakt. Later worden aan de overkant van het bad nieuwe kleedhokjes bijgebouwd, die voor 20 gulden kunnen worden gekocht. De eigenaar krijgt een eigen sleutel. Het onderhoud kost jaarlijks één gulden. Het waterpeil wordt met een schut (stuw) geregeld. Vermoedelijk heeft het bad hieraan zijn naam te danken. Door de stroming van de beek is het water in het zwembad altijd helder. Er is ook een duikplank waarop een kokosmat tegen uitglijden is bevestigd.
Daarop kwamen we op de Broekerweg uit, die even later overging in De Groep. Deze weg was meer dan een km lang en was grotendeels een fietspad. Bij een piknikbank hielden we een rust.
We kwamen uit op de Heuvelsesteeg, een provinciale weg zonder voet- of fietspad. Dit traject is het minste in de gehele route. Na een halve km verlieten we deze weg weer en volgden nu de Groeperweg tot aan de Groeperkade. Hier volgden we een traject van het Daatselaarse klompenpad. Via een bruggetje staken we de Lunterse Beek over. Even verderop troffen we tussen de bomen boerderij De Engelaar aan.
Herenhuis en boerderij De Engelaar
Ten westen van de Groeperkade ligt tussen de bomen het oude herenhuis en boerderij Engelaar verscholen. In de 17e en 18e eeuw woonde de patriciërsfamilie Van Beeck hier. Jan Frederick van Beeck, heer van Engelaar, was o.a. raad in de vroedschap van de stad Utrecht, maar zijn drie ongetrouwde dochters stonden bekend als ‘de dronken freules van Engelaar’.
Na ruim 18 km werd de grote rustpost bereikt en het eindpunt voor ons voor deze Goede Vrijdag. Het was mooi, droog en zonnig weer geweest met een maximum temperatuur van rond de 20 graden.

Utrechtse Klompenpaden tocht

Restaurant De Dennen te Renswoude Op Stille Zaterdag 11 april 2009 vervolgden we de route. We wilden met de trein van 7:02 uur vanaf NS Driebergen-Zeist naar NS Veenendaal De Klomp rijden. We hadden treinkaartjes met datum gekocht. Toen de trein van 7:02 uur op het perron arriveerde, vroeg Coos nog aan mij, omdat ik de kaartjes had, of ik ze gestempeld had. Want we kopen normaliter kaartjes een aantal dagen eerder zonder datum. Ik was kennelijk nog niet geheel wakker, want snel haalde ik de kaartjes tevoorschijn opdat we ze nog konden stempelen. Toen we daarmee klaar waren gingen de deuren van de trein al weer dicht en konden niet meer instappen. Meteen daarna bedachten we dat we de treinkaartjes niet hadden hoeven af te stempelen, omdat we kaartjes met de datum van 11 april hadden gekocht. Nu moesten we met een volgende trein naar Ede-Wageningen om van daaruit naar Veenendaal de Klomp terug te reizen, omdat in de ochtend alleen de trein van 7:02 uur vanuit Driebergen-Zeist in Veenendaal de Klomp stopt.
Een half uur later dan gepland reden we met de bus van NS Veenendaal de Klomp naar restaurant de Dennen in Renswoude om aldaar de route te vervolgen. We vervolgden ons pad over een traject van het Daatselaarse klompenpad. Vanaf hier was het echter ook een traject van het Breeschoter klompenpad. En dat volgden we nu een tijd. Trouwens, de dijk waarover we in het begin liepen was ook een onderdeel van de Grebbelinie.
De Grebbelinie als verdedigingswerk diende om de vijand, die uit het oosten kwam, tegen te houden. Vele zullen niet weten dat er reeds in 1744 gestart is met de bouw van de Grebbelinie. De Grebbelinie ligt in het oosten van de provincie Utrecht, op de overgang van de Heuvelrug naar de Gelderse Vallei. Het is een zogenaamde waterlinie. De linie loopt van de Nederrijn bij de Grebbeberg, via Veenendaal en Amersfoort naar Spakenburg. In het landschap zijn nog veel elementen van de Grebbelinie terug te vinden. De Grebbelinie is in het verleden in militair opzicht altijd een vertragingslinie geweest, om de militairen de gelegenheid te geven de Hollandse waterlinie goed in stelling te brengen. In de Tweede Wereld oorlog werd van de Grebbelinie een hoofdverdedigingslinie gemaakt, voorzien van loopgraven en kazematten. Deze laatste voorzieningen zijn voor een groot deel aangelegd in de voormobilisatie die begon in eind augustus 1939.
Utrechtse Klompenpaden tocht

Groot Wolfswinkel Door bosgebied Groot Wolfswinkel werd nu koers gezet naar landgoed Klein Ruwinkel gevolgd door landgoed Heintjeskamp. Door het toegangshek van landgoed Heintjeskamp was het luxe hoofdgebouw duidelijk waarneembaar.
De oorspronkelijke hofstede Heintjeskamp is opgesplitst in 4 boerderijen, te weten; oud-, nieuw-, groot- en klein-Heintjeskamp. De splitsing van agrarische bedrijven maakte het mogelijk het bedrijf te verdelen over meerdere familieleden. De intensivering van de landbouw (onder andere het gebruik van kunstmest) zorgde ervoor dat de opbrengst van deze gesplitste bedrijven toch voldoende was om van te kunnen leven. Heintjeskamp is nu een modern pluimveehouderijbedrijf.
Opnieuw moesten we een trajekt van een drukkere verkeersweg volgen. Ditmaal was dat de N802 Barneveldsestraat. Er lag een apart fietspad langs de weg. Maar nu volgden we de provinciale weg bijna een km. Door een volgende bospassage werd nu een traject van het Dashorster klompenpad gevolgd. De route liep hier over landgoed Breehoef.
We kwamen weer bij het Valleikanaal. Hier verlieten we het Dashorster klompenpad. Even verderop staken we het Valleikanaal over en liepen daarop een lang traject van het Utrechtpad en tevens de NS wandeling Heiligenbergerbeek.
Voor een sluis sloegen we af. Verderop liepen we fraai over landgoed De Boom. Mooi was het traject langs de Heiligenbergerbeek, waarnaar de NS wandeling is genoemd. Utrechtse Klompenpaden tocht

sluis langs het Valleikanaal
De acht kilometer lange Heiligenbergerbeek dankt zijn naam aan Landgoed Heiligenberg, een oude buitenplaats waar de beek langs stroomt, ten zuiden van Amersfoort en de A28. De beek voert overtollig water uit de Gelderse Vallei af en voorziet de Amersfoortse stadsgrachten van schoon water. Bij de poort ‘Monnikendam’, een van de twee overgebleven stadspoorten, stroomt de beek onder de oude stadsmuur de binnenstad in.
Er worden plannen uitgewerkt waarin de Heiligenbergerbeek een ecologische verbindingszone gaat vormen tussen enkele land­ goe­de­ren en een paar natuurgebieden, zoals Den Treek. Wanneer er nevengeulen zijn gegraven en natuurlijke oevers met riet en struikgewas zijn aangelegd, zullen vissen, insecten en amfibieën zich beter thuis voelen.
We verlieten landgoed De Boom en volgden nu even een drukkere weg, de N266 van Amersfoort naar Woudenberg met de naam Geeresteinselaan.
De Boom is een statig landhuis van twee verdiepingen, gebouwd in 1878/1879 in opdracht van Arnoud Jan de Beaufort, die zijn leven lang burgemeester van Leusden geweest is. Het is geheel wit gepleisterd en in laatclassicistische stijl gebouwd. Ook het park is in die jaren aangelegd. De naam is ontleend aan een oude boom die er al stond toen het huis gebouwd werd. Aan die boom werden de officiële gemeentelijke mededelingen aangeplakt. De mensen vroegen elkaar dan: "Heb je de Boom al gelezen?". Het huis behoort tot een landgoed van ongeveer 900 hectare dat in hoofdzaak bestaat uit landbouwgrond en bos. Op het terrein staan 30 boerderijen en 40 woningen. In 1912 is het huis uitgebreid en later heeft het de nodige aanpassingen ondergaan om het geschikt te maken als kantoor. Arnoud Jan bewoonde het huis met zijn vrouw Anna Josine Charlotte van Hardenbroek. Ze hadden twee kinderen: Ernest Louis en Anna Aleida (‘Juffrouw Annie’). Anna Josine, Ernest Louis en Arnoud Jan overleden kort na elkaar, zodat Anna in 1929 alleen achterbleef op landgoed De Boom. In 1948 richtte zij de Stichting De Boom op waarin de landgoederen werden ondergebracht. Huize De Boom bleef privé eigendom van ‘Juffrouw Annie’ die het huis bleef bewonen. Na haar overlijden in 1975 werd ook het huis in de stichting opgenomen.
Enige tijd heeft er een soort kerkgenootschap in het huis gezeten, dat er eindeloos veel kamertjes in had getimmerd en overal valse muren gezet. De Stiching De Boom heeft daarna het huis helemaal in de oude vorm teruggebracht. Nu zijn de kamers weer mooi met de plafonds incluis. Er zit nu een kantoor in van Turner, een bedrijf dat ondermeer adviezen geeft aan bedrijven die in moeilijkheden zitten.
Utrechtse Klompenpaden tocht

Huize Den Treek In een enigszins onoverzichtelijke bocht van de N266 sloegen we af en vervolgden ons pad, in de richting van landgoed Den Treek-Henschoten. Bij Huize Den Treek kwamen we op de Treekerweg uit. Maar spoedig verlieten we de verharde weg weer en dwaalden nu een tijdlang door de bossen.
Op de overgang van de Gelderse Vallei en de Utrechtse Heuvelrug ligt Landgoed Den Treek-Henschoten. In 1807 kocht Willem Hendrik de Beaufort een 14e-eeuwse boerenhofstede aan die toen al de naam Den Treek droeg. Het landgoed bestond uit uitgestrekte bossen en landerijen. Hij verbouwde het landhuis en liet een tuin aanleggen met een duiventoren en verschillende vijverpartijen. In 1919 vond er een fusie plaats met Landgoed Henschoten, zodat de officiële naam veranderde in Landgoed Den Treek-Henschoten. Op het landgoed zijn in de loop der tijd enkele dienstwoningen verrezen en twee koetshuizen. Nu, twee eeuwen later, is het landgoed nog steeds in handen van de familie De Beaufort. De vele nazaten zijn tegenwoordig allemaal aandeelhouder van Landgoed Den Treek-Henschoten BV.
Nu kwamen de wat smallere bospaden aan de beurt. Weilanden zagen we ook nog wel en een fraai vennetje, hier Veenplas genaamd. Langs de oostkant van het Henschotermeer liepen we later zonder dat we het Henschotermeer zelf zagen. Als laatste kwamen we nog over landgoed Anderstein. Na nog een leuk smal bospad langs een sloot werd de finish bereikt. De totale afstand bedroeg 39,285 km.
naar de top van deze pagina

Henri Floor