terug naar het overzicht 
van de startplaatsen 
op de alternatieve homepage van WS78 
door Henri Floor gemaakt Terug naar de alternatieve homepage van WS78 40 km WS78 wandeltocht vanuit Doetinchem op 9 december 2006

datum 9 december 2006 plaats Doetinchem
provincie Gelderland naam wandeltocht De Achterhoek tocht
starttijd 9.00 - 10.00 uur postcode start: 7001 BC
parcoursbouwer: Ger van Hattum
startadres: Zalencentrum Ketz, Houtkampstraat 64, 7001 BC Doetinchem, ( 0314-323365.
bereikbaar met de trein vanaf NS Doetinchem-Centraal.
RD stationsplein oversteken; LA op het trottoir, Terborgseweg; RA voor uitzendbureau Start, Wilhelminastraat; LA 3e straat, Holterweg; aan het eind is rechts de startgelegenheid.
bereikbaar met de auto:
Vanaf afslagnummer 3 (Doetinchem/Zeddam/Zelhem) van de A18 wordt de route naar het startbureau met borden van WS78 aangegeven.
route info vooraf route info na afloop informatie omgeving nabeschouwing verslag fotoreportage

















naar de top van deze pagina
De Achterhoek tocht, startplaats Doetinchem, datum 9 december 2006, route-informatie vooraf:

Beste wandelvrienden en -vriendinnen!
WS 78 gaat deze dag zijn grenzen verleggen. Voor de eerste keer in onze geschiedenis laten wij het peloton starten vanuit Doetinchem in de Gelderse Achterhoek. Wij voegen deze startlocatie toe aan de 107 eerdere startplaatsen. Bestuurslid Ger van Hattum presenteert hier zijn derde creatie voor WS. Eerder deed hij dat in 1990 en 1996, beide keren vanuit Apeldoorn. De Achterhoek is voor ons dus nog een open gebied maar wel één met onbegrensde mogelijkheden. Degenen onder ons die ooit het Pieterpad en/of het Graafschapspad hebben gewandeld, kunnen dit volmondig beamen. Doetinchem is dan ook niet voor niets een knooppunt van beide lange afstand wandelpaden (LAW).
De historie van Doetinchem
De naam komt voor het eerst voor op een document uit 838 onder de naam “Villa Duetinghem”. In de loop der eeuwen kwam de stad achtereenvolgens op de kaart als Duttichem, Duichingen en Deutekom. Omstreeks 1100 kreeg Doetinchem toestemming om een stadsmuur te bouwen. In die muur zaten vier openingen met slagbomen. Deze werden later vervangen door poorten, t.w. de Waterpoort, de Heezenpoort (punt 4 van de route), de Hamburgerpoort en de Grutpoort (einde punt 6).
In de Tachtigjarige oorlog is de stad in totaal twaalf keer belegerd en bezet geweest. De stadsmuur is in 1672 grotendeels afgebroken. De poorten zijn in de tweede helft van de 19e eeuw weggehaald.
Rampen zijn Doetinchem in de loop der eeuwen niet bespaard gebleven. In 1527 is de stad bijna helemaal afgebrand. De huizen van toen waren gebouwd van hout en riet. In 1580 stierf een groot deel van de bevolking aan de pest. In 1809 vernielde een overstroming de brug over de Oude IJssel. De laatste ramp voltrok zich in de Tweede Wereldoorlog toen vooral de binnenstad bij vergissing door bombardementen zwaar werd getroffen.
In de 19e eeuw is Hendrik Jacob Carel Johan baron van Heeckeren – van Enghuizen begonnen met het ontginnen van het landgoed. Waar toen heide lag, met watergaten, sloten en vennetjes, is nu grasland. Ook begon hij met het bouwen van boerderijen, die hij vernoemde naar de plaatsen waar hij een halve eeuw eerder in het Pruisische leger tegen Napoleon had gevochten. Ook de kleuren op de luiken doen herinneren aan de heldendaden van de baron. De boerderij ‘Jena’, gebouwd in 1851, is nu de poort naar de kampeerterreinen.In die tijd werd ook het kasteel voltooid, dat echter vlak na WO II afbrandde.
Het is een afwisselend bosgebied met vennen, akkers en tuinderijen. Opvallend is het monumentale pand “Het Wapen van Heeckeren” met zijn fraai geelrood beschilderde luiken, de kleuren van het landgoed Enghuizen. De boerderijherberg behoorde vroeger tot dit landgoed, wat destijds in het bezit was van de familie Van Heeckeren. Tegenover het Wapen staat een zogenaamde ‘doorrijdschuur’, waar reizigers vroeger met paard en wagen in konden rijden. De volgende morgen konden zij de schuur aan de achterzijde weer verlaten.
Na ruim zes kilometer wandelen we een goede zeshonderd meter over de Hessenweg. Stel je even voor. Al vóór de Romeinse tijd liepen hier wegen over de rivierduinen. De Hessenweg is hier de opvolger van. Langs deze wegen trokken eeuwenlang de Duitse ‘kiepkaerls’ met hun manden op de rug. In de zomermaanden probeerden zij de huisnijverheidproducten aan de man te brengen in het ‘rijke’ Holland. De naam Hessenweg ontstond pas rond 1800, omdat toen het verkeer in toenemende mate werd beheerst door de zware hessenkarren. Na 11 km wordt het tijd voor een kommetje soep in het Zelhemse buurtschap Velswijk
Na een korte pauze gaan we verder via verharde wegen door een geheel open agrarisch gebied. De enige heuvel die we tegenkomen blijkt een begroeide vuilnisbelt te zijn. We sluiten aan op een pad over de restanten van een opgeheven oude spoorlijn van Ruurlo naar Zelhem. In 1881 reed er al een stoomtram tussen Dieren en Doetinchem, welke later werd uitgebreid tot Gendringen en de Duitse plaats Anholt.
In het zalencomplex van ’t Witte Paard te Zelhem vinden we na 22 kilometer onze welverdiende rust.
Na de rust gaan we bij het Beheerscentrum Achterhoek van SBB een fraai open gebied in over zandpaden en langs ettelijke kwekerijen. In een nieuw aangelegd wandelgebied zonder paden zagen de voorlopers eind april vier reeën met opgestoken staart het hazenpad kiezen. Wij lopen over een grasweide langs een moerasgebied. Het zou hier wel eens vochtig kunnen zijn!! Dan is het niet ver meer naar de Heerlijkheid Slangenburg. Dit uitgestrekte bosgebied van 600 ha wordt beheerd door SBB. De lanen, vijvers en grachten zijn in de 17e eeuw volgens een sterk geometrisch patroon aangelegd. Helaas gaat de route niet vlak langs het kasteel, dat nu dienst doet als gastenverblijf voor de abdij van de Benedictijner monniken, die eveneens op het landgoed gevestigd zijn. Indrukwekkend zijn de drie enorme beuken die hier in de landschapstuin staan. De leeftijd van deze reuzen wordt op circa 300 jaar geschat.
De koffie en thee worden geserveerd bij de Atletiekvereniging Argo. We hebben dan 33 km afgelegd. Daarna gaan we opnieuw door het Landgoed Hagen, maar nu aan de andere kant als waar we aan het begin van de tocht doorheen zijn gegaan. Na het beklimmen van een zandheuvel komen we weer in de bewoonde wereld. Eerst nog een fruitje en dan is het nog ongeveer twee kilometer tot de finish. De totale afstand bedraagt 40.455 meter.
De start is vanuit:
Zalen centrum Ketz, Houtkampstraat 64, 7001 BC Doetinchem, tel.: 0314 – 323365

naar de top van deze pagina































naar de top van deze pagina
De Achterhoek tocht, startplaats Doetinchem, datum 9 december 2006, route-informatie na afloop:

Beste wandelvrienden en -vriendinnen!
WS 78 ging deze dag zijn grenzen verleggen. Voor de eerste keer in onze geschiedenis lieten wij het peloton starten vanuit Doetinchem in de Gelderse Achterhoek. Wij voegden deze startlocatie toe aan de 107 eerdere startplaatsen. Bestuurslid Ger van Hattum presenteerde hier zijn derde creatie voor WS. Eerder deed hij dat in 1990 en 1996, beide keren vanuit Apeldoorn. De Achterhoek was voor ons dus nog een open gebied maar wel één met onbegrensde mogelijkheden. Degenen onder ons die ooit het Pieterpad en/of het Graafschapspad hebben gewandeld, kunnen dit volmondig beamen. Doetinchem is dan ook niet voor niets een knooppunt van beide lange afstand wandelpaden (LAW).

De historie van Doetinchem
De naam komt voor het eerst voor op een document uit 838 onder de naam “Villa Duetinghem”. In de loop der eeuwen kwam de stad achtereenvolgens op de kaart als Duttichem, Duichingen en Deutekom. Omstreeks 1100 kreeg Doetinchem toestemming om een stadsmuur te bouwen.
In die muur zaten vier openingen met slagbomen. Deze werden later vervangen door poorten, t.w. de Waterpoort, de Heezenpoort (punt 4 van de route), de Hamburgerpoort en de Grutpoort (einde punt 6).
In de Tachtigjarige oorlog is de stad in totaal twaalf keer belegerd en bezet geweest. De stadsmuur is in 1672 grotendeels afgebroken. De poorten zijn in de tweede helft van de 19e eeuw weggehaald.
Rampen zijn Doetinchem in de loop der eeuwen niet bespaard gebleven. In 1527 is de stad bijna helemaal afgebrand. De huizen van toen waren gebouwd van hout en riet. In 1580 stierf een groot deel van de bevolking aan de pest. In 1809 vernielde een overstroming de brug over de Oude IJssel. De laatste ramp voltrok zich in de Tweede Wereldoorlog toen vooral de binnenstad bij vergissing door bombardementen zwaar werd getroffen.
Slechts een deel ervan is weer opgebouwd, waaronder de Catharinakerk en de Gasthuiskapel. Behalve deze kerken, de Walmolen, het Gevang en het stadsmuseum is er in de binnenstad door dit alles nog maar weinig dat aan vroeger herinnert.

De route
Vanuit het Zakencentrum Ketz vertrokken we richting centrum en kwamen langs de kerk en bij de ‘Grutpoort’ langs een kunstwerk van 12 meter hoog, dat de emoties van verschillende aard zoals angst, liefde, geluk en haat moet uitstralen. Via buitenwijken belandden we al snel in de Kruisbergse bossen, één van de soortenrijkste bossen van Nederland. Een groot gedeelte hiervan behoort tot het Landgoed Hagen, dat gedeeltelijk op rivierduinen ligt.
Deze duinen ontstonden ten oosten van de Oude IJssel. Het zijn door de overheersende westenwinden uitgeblazen stuifduinen, uit het dal van de toen verwilderde rivier de Oude IJssel. Zo’n reeks van stuifduinen is zeldzaam en komt verder in Nederland alleen voor langs de oostelijke Maasoever in Limburg. Hagen heeft behoord tot het ‘adelycke huys ende havesaete Haegen’. In het begin van de 20e eeuw werd de familie Beelaerts van Blokland eigenaar. In 1973 werd het landgoed verworven door het Geldersch Landschap, met uitzondering van de havezate en directe omgeving.
Via de bosrand kwamen we door de buurtschap Langerak. Prachtige vrijstaande boerderijen pronkten tegen ons op. Daarna betraden we het Landgoed Enghuizen.
In de 19e eeuw is Hendrik Jacob Carel Johan baron van Heeckeren – van Enghuizen begonnen met het ontginnen van het landgoed. Waar toen heide lag, met watergaten, sloten en vennetjes, is nu grasland. Ook begon hij met het bouwen van boerderijen, die hij vernoemde naar de plaatsen waar hij een halve eeuw eerder in het Pruisische leger tegen Napoleon had gevochten. Ook de kleuren op de luiken doen herinneren aan de heldendaden van de baron. De boerderij ‘Jena’, gebouwd in 1851, is nu de poort naar de kampeerterreinen. In die tijd werd ook het kasteel voltooid, dat echter vlak na WO II afbrandde.
Het was een afwisselend bosgebied met vennen, akkers en tuinderijen. Opvallend was het monumentale pand “Het Wapen van Heeckeren” met zijn fraai geelrood beschilderde luiken, de kleuren van het landgoed Enghuizen.
De boerderijherberg behoorde vroeger tot dit landgoed, wat destijds in het bezit was van de familie Van Heeckeren. Tegenover het Wapen staat een zogenaamde ‘doorrijdschuur’, waar reizigers vroeger met paard en wagen in konden rijden. De volgende morgen konden zij de schuur aan de achterzijde weer verlaten.
Na ruim zes kilometer wandelden we een goede zeshonderd meter over de Hessenweg. Stel je even voor. Al vóór de Romeinse tijd liepen hier wegen over de rivierduinen. De Hessenweg is hier de opvolger van. Langs deze wegen trokken eeuwenlang de Duitse ‘kiepkaerls’ met hun manden op de rug. In de zomer-maanden probeerden zij de huisnijverheidproducten aan de man te brengen in het ‘rijke’ Holland. De naam Hessenweg ontstond pas rond 1800, omdat toen het verkeer in toenemende mate werd beheerst door de zware hessenkarren. Na 11 km werd het tijd voor een kommetje soep in het Zelhemse buurtschap Velswijk.
Na een korte pauze gingen we verder via verharde wegen door een geheel open agrarisch gebied. De enige heuvel die we tegenkwamen bleek een begroeide vuilnisbelt te zijn. We sloten aan op een pad over de restanten van een opgeheven oude spoorlijn van Ruurlo naar Zelhem. In 1881 reed er al een stoomtram tussen Dieren en Doetinchem, welke later werd uitgebreid tot Gendringen en de Duitse plaats Anholt.
In het zalencomplex van ’t Witte Paard te Zelhem vonden we na 22 kilometer onze welverdiende rust.
Na de rust gingen we bij het Beheerscentrum Achterhoek van SBB een fraai open gebied in over zandpaden en langs ettelijke kwekerijen. In een nieuw aangelegd wandelgebied zonder paden zagen de voorlopers eind april vier reeën met opgestoken staart het hazenpad kiezen. Wij liepen nu over een grasweide langs een moerasgebied. Het was hier wel behoorlijk vochtig!
Hierna was het niet ver meer naar de Heerlijkheid Slangenburg.
Dit uitgestrekte bosgebied van 600 ha wordt beheerd door SBB. De lanen, vijvers en grachten zijn in de 17e eeuw volgens een sterk geometrisch patroon aangelegd. De route gaat langs het kasteel, dat nu dienst doet als gastenverblijf voor de abdij van de Benedictijner monniken, die eveneens op het landgoed gevestigd zijn. Indrukwekkend zijn de drie enorme beuken die hier in de landschapstuin staan. De leeftijd van deze reuzen wordt op circa 300 jaar geschat.
We liepen langs de kasteelgracht en gingen door een bosrijke omgeving richting koffiepost aan de buitenkant van Doetinchem. We bevonden ons op dat moment nog steeds op het Landgoed Slangenburg. De appelpost was ondergebracht bij de Atletiekvereniging Argo. Van hieruit wandelden we via het door de gemeente aangelegd Park Overstegen naar de finish. De totale afstand bedroeg 40.980 meter.

naar de top van deze pagina































naar de top van deze pagina
De Achterhoek tocht, startplaats Doetinchem, datum 9 december 2006, informatie omgeving.

Geschiedenis van Doetinchem
Uit archeologisch onderzoek blijkt dat er op het gebied van de huidige stad Doetinchem al meer dan 11.000 jaar mensen leven. Bij opgravingen zijn schedels, aardewerkscherven en vuurstenen pijlpunten uit de prehistorie gevonden. De jagersvolken uit deze tijd werden gevolgd door Keltische en Germaanse stammen, zoals Chamaven, Franken en Saksen. Ook zijn bij de opgravingen Romeinse munten gevonden. Uit andere vondsten is gebleken dat ook de Noormannen hun strooptochten tot deze regio uitbreidden.

Eerste tekenen van een nederzetting
In de vroege Middeleeuwen hadden Saksen een kleine nederzetting. Hierover is weinig bekend.
De oudste vermelding van de naam Doetinchem dateert uit 838 als villa Duetinghem, een nederzetting met een kerk. In de periode na 838 ontstond de vestingstad Deutinkem met een kerk die ten geschenke werd gegeven aan de toenmalige bisschop van Utrecht. Andere namen die in de loop van de tijd gebruikt werden, waren Duttichem, Duichingen, Dotekom en Deutekom.

Vestingsstad
Lange tijd bleef Doetinchem een kleine plaats. Rond 1100 begon Doetinchem te groeien, en werd een stadsmuur gebouwd tegen de plunderaars die meerdere malen probeerden de stad leeg te roven. Er waren in de poort 4 openingen met slagbomen. In 1236 kreeg Doetinchem stadsrechten van graaf Otto II van Gelre van Zutphen; ook werd in dat jaar de stadsmuur met een meter verhoogd omdat de kans op plunderingen erg groot was. Later werden deze openingen vervangen door poorten. Waar nu de oude ophaalbrug over de Oude IJssel ligt, lag vroeger ook al een brug. Voor deze brug stond de kleinste van de vier Doetinchemse stadspoorten: de Waterpoort. Aan het eind van de Heezenstraat stond de Heezenpoort. Door deze poort werden de ter dood veroordeelde misdadigers naar de galg gebracht. De galg stond namelijk ongeveer op de hoek van de huidige Van Nispenstraat met de huidige Dr. Huber Noodstraat.
Van de Hamburgerpoort is bekend dat deze aan het eind van de Hamburgerstraat stond en in 1302 gebouwd is. De monniken van klooster Bethlehem bij Gaanderen hebben meegewerkt aan de bouw van deze poort. Ook aan het eind van de Grutstraat heeft een poort gestaan: de Grutpoort. Om de stadsmuur heen lag een smalle gracht met daaromheen een wal. De Walmolen staat op een restant van deze wal. Doetinchem moest - net als veel andere steden in het oosten - als grensstad functioneren en mocht niet uitbreiden. Pas in de 19e eeuw werd deze wet buiten werking gesteld.
Doetinchem werd belangrijk als handelsplaats voor boeren die hun koopwaar op de plaatselijke markt kwamen verkopen. Deze markt werd gehouden op het Simonsplein en tot aan de Tweede Wereldoorlog bleef deze bestaan.

Stadsbrand
In een van de grootste branden, veroorzaakt door een bakker die wat vlas wilde drogen, is nagenoeg de gehele binnenstad, inclusief het stadsarchief, de kerk en het raadshuis, in vlammen zijn opgegaan. In een document vlak na de brand stond:
Anno duesent vifhondert soven und twintich up den goede fridagh voir Paschen ometrindtt twelff ure tho vurmiddage vorbrande die stadt van Doetinchem so jammerlick mit kerck und idt gantzemestendell.

Tijdens de Verenigde Nederlanden
Na deze oorlog hoorde de stad bij het Graafschap Zutphen. Doetinchem functioneerde als gensstad; Zevenaar en Wehl waren toen nog Kleefs. In 1672 is de stadsmuur grotendeels afgebroken.

Tot de Tweede Wereldoorlog
Na de Franse tijd bereikte Doetinchem haar glorietijd, waarin de economie bloeide. In de tweede helft van de 19e eeuw verdwenen de stadspoorten en werd een groot deel van de stadswal weggehaald. In het begin van de 20e eeuw had de stad te lijden onder een afnemende groei en bloei.

Tweede Wereldoorlog
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de brug over de Oude IJssel opgeblazen door het Nederlandse leger, om de Duitse opmars te vertragen. En zo meer tijd te hebben om de IJssellinie klaar te maken. Tijdens de oorlog was er slechts een kleine Duitse bezettingsmacht gelegerd. Bij wijze van represaillemaatregel werden enkele gevangenen geëxecuteerd omdat bij het Veluwse plaatsje Putten een aanslag door het Nederlandse verzet was gepleegd. Ook werd het pand Bouchina gebruikt om enkele Nederlandse Joden, die speciale bescherming genoten van de NSB, te interneren.
Toen het Derde Rijk steeds meer teruggedreven werd door de geallieerden, werden er door de Duitsers 16 gijzelaars genomen. Deze zouden vrijgelaten worden als er voor elke gijzelaar 100 mannen zouden gaan werken voor de Duitsers. Zodoende hebben er nabij Groesbeek 1600 Doetinchemse mannen aan loopgraven gewerkt, die echter nooit in gebruik zijn genomen.
Wellicht de grootste klap uit zijn geschiedenis kreeg de stad aan het einde van de oorlog. Op 19, 21 en 23 maart 1945 bombardeerden de Britse vliegtuigen per abuis de binnenstad van Doetinchem. De bombardementen waren voor de Duitse grensplaatsen Isselburg en Anholt bedoeld. De vergelijkbare liging van Doetinchem aan de Oude IJssel heeft voor deze verwarring gezorgd. De binnenstad werd hierdoor voor het grootste deel verwoest. Hierdoor zien we tegenwoordig een mix van oude en nieuwe architectuur, waarbij de laatste de overhand heeft.

Nieuwste Geschiedenis
Doetinchem werd niet vernietigd en het ging zelfs goed met de stad. In de daarop volgende decennia groeide Doetinchem door en na een paar jaar werd zij zelfs groter dan de nabij gelegen stadjes als Doesburg, Winterswijk en Zutphen. Philips had enkele jaren een fabriek in de stad. Ook vandaag de dag (2004) is Doetinchem nog aan het uitbreiden. Er worden nieuwe wijken gebouwd, zoals Dichteren.


Doetinchem is een stad en gemeente aan de Oude IJssel, gelegen in de Achterhoek, in de Nederlandse provincie Gelderland. De gemeente telt 56.733 inwoners (1 januari 2006, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 52,74 km˛ (waarvan 1,50 km˛ water). Daarmee is Doetinchem de meest dichtbevolkte gemeente van de Achterhoek.

Sinds 1 januari 2005 is de gemeente Wehl opgeheven en aan de gemeente Doetinchem toegevoegd. Ook werd het Zelhemse Broek bij de gemeente gevoegd.

Andere woonkernen
Behalve de stad Doetinchem bestaat de gemeente Doetinchem uit de volgende kernen:

de dorpen:

Gaanderen
Wehl
Nieuw-Wehl

en de buurtschappen:
IJzevoorde
Langerak
Wijnbergen
Het Broek


Geschiedenis van Doetinchem
Rond 1100 begon Doetinchem te groeien, en werd een stadsmuur gebouwd tegen plunderaars die meerdere malen probeerden de stad leeg te roven. In 1236 kreeg Doetinchem stadsrechten van graaf Otto II van Gelre van Zutphen; ook werd in dat jaar de stadsmuur met een meter verhoogd. De tot dan gebruikte vier slagbomen werden vervangen door vier grote stadspoorten: de Hamburgerpoort, de Waterpoort, de Gruitpoort en de Hezenpoort. Later werden er grachten omheen gegraven, en er werden voorpoorten gemaakt. Doetinchem werd belangrijk als handelsplaats voor boeren die hun koopwaar op de markt van Doetinchem kwamen verkopen. Deze markt werd gehouden op het Simonsplein en tot aan de Tweede Wereldoorlog bleef deze bestaan. Een grote stadsbrand in 1527 vernietigde alle gegevens van Doetinchem. Over Doetinchem uit de Middeleeuwen is hierdoor niet veel meer bekend.
In 1672 is de stadsmuur grotendeels afgebroken. In de tweede helft van de 19e eeuw verdwenen de poorten en werd een groot deel van de stadswal weggehaald. Doetinchem had niet veel te lijden en het bleef dan ook rustig tot aan de Eerste Wereldoorlog, toen in Doetinchem een paar grenswachters de wacht hielden. Ook de Tweede Wereldoorlog met de Hongerwinter leek Doetinchem goed door te komen. Er was gedurende de oorlogsjaren een kleine Duitse bezettingsmacht gelegerd. Op het eind van de oorlog werden enkele gevangenen geëxecuteerd als represaille voor een verzetsdaad, gepleegd bij het Veluwse plaatsje Putten toen een belangrijke Duitse officier werd doodgeschoten door het verzet. Ook werd het pand Bouchina gebruikt om negen Nederlandse Joden, die speciale bescherming genoten van de NSB, in te huisvesten. Eind april 1945 werd Doetinchem per abuis gebombardeerd door Britse vliegtuigen, die Doetinchem voor het Duitse Kleef aanzagen. Doetinchems stadshart werd zwaar beschadigd, maar niet vernietigd.
In de daarop volgende decennia groeide Doetinchem door en na een paar jaar werd zij zelfs groter dan de 'concurrenten' Doesburg, Winterswijk en Zutphen. Philips had enkele jaren een fabriek in de stad. Ook vandaag de dag (2004) is Doetinchem nog aan het uitbreiden. Er worden nieuwe wijken gebouwd, zoals Dichteren. Ook heeft Doetinchem zijn eigen Eerste divisieclub: De Graafschap.
Eenmaal per jaar is er een straattheaterfestival met de naam “Buitengewoon”. Het biedt een scala aan kleine en grote straattheatergezelschappen die tijdens een aantal dagen optreden in de Doetinchemse binnenstad.
De andere manifestatie richt zich op meer traditionele cultuuruitingen namelijk de beeldende kunst. “Huntenkunst” wordt eenmaal per twee jaar gehouden in en rond de Houtkamphal. Huntenkunst heeft een ballotagecommissie die de kwaliteit van de inzendingen wil garanderen. Kunstenaars uit binnen- en buitenland (150) exposeren gedurende drie dagen hun kunstwerken.
Als eerste moderne Doetinchemse “toren”, in een rij van vijf, werd het kunstconcept D-toren op 1 september 2004 in gebruik gesteld. De D-toren maakt deel uit van een plan, om op drukke kruispunten in het centrum van de stad, vijf verschillende kunsttorens te bouwen.
Doetinchem’s bekendste en meest controversiële “beeld” is een groot, twaalf meter hoog interactief kunstwerk gemaakt van epoxy. De D-toren is ontworpen door de kunstenaar Q.S. Serafijn en architect Lars Spuybroek. De vorm van de D-toren doet wel wat denken aan een grote kies. Overdag is het kunstwerk witgrijs van kleur maar ’s-avonds wordt de toren door middel van LEDs verlicht. De D-toren kan in vier verschillende kleuren branden. Elke kleur correspondeert met de actuele gemoedsstemming, van vijftig Doetinchemse burgers, die via een website vragen beantwoorden over hun gemoedsstemming.

rood staat voor liefde;
blauw staat voor geluk;
geel staat voor angst;
groen staat voor haat.

Sportaccomodaties
De gemeente Doetinchem beschikt over 11 sportaccommodaties. In de stad Doetinchem bevindt zich Sportcentrum Rozengaarde dat o.a. beschikt over een 25 meter bad en een recreatiebad. Een bijzondere accommodatie is: De Vijverberg, het stadion van Vbv De Graafschap met bijna 11.000 zitplaatsen. Sportpark Zuid in de stad Doetinchem is een groot terrein met uitgebreide sportvoorzieningen en de thuisbasis van diverse sportverenigingen.

Sportverenigingen
In de gemeente Doetinchem zijn ongeveer 130 sportverenigingen actief. De gebruikelijke sporten zijn allemaal vertegenwoordigd. Enkele bijzondere verenigingen zijn de Stichting Triathlon Doetinchem, Onderwatersportvereniging Doetinchem en Fietscrossclub De IJsselcrossers Doetinchem e.o. Onder het hoofdstuk Sport vindt u meer informatie over verenigingen die op een hoog niveau spelen zoals Vbv De Graafschap en volleybalvereniging Orion.

Stroombroek
Stroombroek, in de volksmond ook wel het Braamtse Gat genoemd, is een voormalige zandwinningplaats gelegen bij het dorp Braamt, net buiten Doetinchem. Het meer dat na de zandwinning ontstond, is populair in de regio, de Duitse grensstreek en ook veel mensen uit Doetinchem verblijven er in de zomer en lente. De ligging van het meer is bijzonder want het ligt aan de voet van de Montferlandse heuvels en heeft daarmee vooral gezien vanuit het noorden een haast on-Nederlandse aanblik. Aan de oostelijke kant van het meer ligt Palestra, een grootschalig bungalowpark in neogriekse stijl. Aan de westzijde van het meer is een waterskibaan in aanbouw die in 2006 wordt geopend.

Jachthaven Het Anker
de jachthaven van Doetinchem.In het centrum van Doetinchem aan de Oude IJssel bevindt zich een jachthaven aan de zuidelijke oever. De rivier de Oude IJssel staat in verbinding met de rivier de IJssel en daarmee is het mogelijk vele andere watersportgebieden in Nederland per boot vanuit Doetinchem te bereiken.

Historische gebouwen in Doetinchem
In Doetinchem zijn er slechts een paar historische gebouwen over. Uit de Middeleeuwen zijn er alleen nog kasteel de Slangenburg, de Onze Lieve Vrouwekerk, de St. Catharinakerk en de kasteeltjes de Kelder en de kemnade, andere gebouwen zijn verwoest door de grote stadsbrand in 1527.

Uit de 16e eeuw zijn nog twee gebouwen over: het huis met de mooie gevel aan de Hamburgerstraat, en het gebouw aan de Waterstraat waar heel toepasselijk een antiekzaak in is gevestigd. Uit de 17e eeuw zijn alle gebouwen vernietigd. Er zijn meerdere gebouwen uit de 18e eeuw, zoals het stadsmuseum. Tot slot staat er in Doetinchem ook nog altijd het pand Villa Bouchina, waar in de Tweede Wereldoorlog 9 joden de 'bescherming' genoten van de Duitse bezetter. Daarnaast is er de villa Ruimzicht uit de 18e eeuw.

Geologie
Onder Doetinchem ligt oude zware rivierklei, dat er naartoe gevoerd is door de Oude IJssel. Ook is de grond vermengt met een beetje licht zwavel. Onder de laag rivierklei ligt waarschijnlijk zand.

Wateren
Ten zuiden van het centrum van Doetinchem stroomt een rivier; de Oude IJssel. Er zijn 5 bruggen over de rivier: 2 voor autoverkeer, 1 voor treinen en 2 voor fietsers. Er komt een 6e brug. Ook zijn er 2 beken: de Slingebeek en de Rode- of grotebeek.

Partnersteden

La Libertad (Nicaragua)
Het stadje La Libertad heeft 12.000 inwoners en ligt in de regio Chontales in een heuvel- en bergachtig gebied met veel grasland. De regio heeft een tropisch klimaat met erg droge perioden, gevolgd door lange regenperioden. La Libertad ligt ongeveer 30 km van de provinciehoofdstad Juigalpa.

Om de band die de gemeente onderhoudt met Nicaragua vorm te geven, is in 1990 stichting Doetinchem en OntwikkelingsSamenwerking (DOS) opgericht. Na een aantal jaren hebben zij ervoor gekozen zich te concentreren op La Libertad. DOS wil graag meewerken aan het opzetten van projecten die kunnen bijdragen aan de verbetering van de leefomstandigheden in La Libertad. Daarnaast willen ze inwoners van Doetinchem zoveel mogelijk betrekken bij het leven in La Libertad en de problemen die zich daar voordoen.

Pardubice (Tsjechië)
Pardubice is een stad van ongeveer 100.000 inwoners en ligt circa 100 kilometer ten oosten van Praag. Door de stedenband streven beide steden naar het vergroten van de belangstelling voor elkaars leven en de cultuur. Daarnaast wordt geprobeerd op lokale schaal een bijdrage te leveren aan een betere verstandhouding tussen Oost- en West-Europese landen.

Sinds het ontstaan van de stedenband in 1992 zijn tal van activiteiten ontplooid op het gebied van economie en handel, onderwijs, gezondheidszorg, cultuur en welzijn, sport en recreatie en overheidszorg. Regelmatig vinden uitwisselingen plaats tussen scholen, sportverenigingen, politie, muziek- en dansverenigingen. Sinds 1996 is de stichting Doetinchemse Vrienden van Tsjechië het aanspreekpunt voor vragen en contacten met Pardubice. Klik hier voor meer informatie over Pardubice.

Geboren in Doetinchem
Geert Dales (5 maart 1952), Nederlands politicus (VVD)
Desi Reijers (4 juni 1964), Nederlands zwemster
Paul Bosvelt (26 maart 1970), Nederlands voetballer
Chris Bruil (20 december 1970), Nederlands badmintonner
Glenn Loovens (22 september 1983), Nederlands voetballer



naar de top van deze pagina































naar de top van deze pagina
De Achterhoek tocht, startplaats Doetinchem, datum 9 december 2006, nabeschouwing:

Hoe het was
We hadden een stormachtige week achter de rug met veel regen, onweer en hagel. Op vrijdag troffen de bepijlers van de route het extreem slecht. Juist in Doetinchem en omstreken zorgde Pluvius voor erg veel wateroverlast. Ger van Hattum en Erik Dikken werden daar niet echt vrolijk van. Des te groter was daarom zaterdag hun voldoening toen bleek dat er nog 391 wandelaars op de Achterhoektocht waren afgekomen. Tot veler verrassing waren de weers- omstandigheden uitstekend. De zon scheen toen het ‘startschot’ viel en dat bleef zo tot ver in de middag toen de laatste wandelaars nog op een ‘winters’ buitje werden getrakteerd. Voor de rest leek het wel voorjaar en liep een enkeling in het kort. Vanwege de regen in de voorgaande dagen waren sommige paden ‘puur drassig’. Het enthousiasme bij de deelnemers kon niet op. Ger kreeg dan ook het ene compliment na het andere. Dat had ie ook wel nodig want hij kreeg onderweg op zijn fiets twee keer een lekke band. Ook daar werd hij niet vrolijk van. Leuk was ook de reactie van Doetinchemmer Wout van den Brink. Die kwam op plaatsen waar hij nog nooit geweest was. En dat, terwijl hij ondertussen toch al heel wat kilometer heeft afgelegd.

De cijfers
Zover naar het oosten van het land waren we nog niet geweest en toch kwam een flink contingent westerlingen (149) aan de start. Zelfs Zeeland was met twee man present. Zij hadden er een reis van meer dan twee uur voor over gehad. En onze Vlaamse vriend uit Merksem die ook in Barneveld was gestart, zorgde voor de vijfde internationale winterserietocht op rij. Alle 12 provincies waren vertegenwoordigd.
Zij kwamen uit:
Gelderland – 124 (11 nieuwelingen), Zuid-Holland – 83 (4), Noord-Holland – 64, Utrecht – 49 (1), Noord-Brabant – 29 (1), Overijssel – 14 (2), Flevoland – 10, Limburg – 9 (1), Groningen – 3, Zeeland en Drenthe – 2 en Friesland – 1. België zoals gezegd 1.
Van de 391 deelnemers waren er 250 lid (= 64%) en van die 391 waren er 20 die nog niet eerder met het WS wandelgebeuren kennis hadden gemaakt. Acht personen konden wij toevoegen aan de alsmaar groter wordende WS-familie. Het ledental nadert de zeshonderd.

naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
De Achterhoek tocht, startplaats Doetinchem, datum 9 december 2006, verslag.
Henri Floor
Willy Timmermans
Quirinus
Roland Weyers