Op 18 januari 2025 organiseerde WS78 een wandeltocht vanuit Beverwijk.
De start was vanuit CineWorld, dat vlak bij het treinstation ligt.
De eerste paar kilometers kruisten we drukke verkeerswegen zoals de Binnenduinrandweg en de A22 snelweg.
In het
Wijkeroogpark
had ik een probleem met het eerste bruggetje dat spiegelglad is. Maar met een alternatieve route kom ik weer op de route uit.
Het Wijkeroogpark, aangelegd in de jaren 60, is met de komst van de Velsertunnel in tweeën gedeeld. Bureau B+B kreeg de opdracht om het park een samenhangende recreatieve en ecologische structuur te geven, door de
bestaande versnippering zoveel mogelijk op te heffen. De ontwerpers nemen de benedenloop van de vroegere Scheybeek, die niet meer herkenbaar was als beek, als rode draad voor hun ontwerp. De beek werd oorspronkelijk niet alleen gevoed door zoetwater uit de omgeving, maar stond ook onder invloed van eb en vloed. Met het herstellen van de Scheybeek en het creëren van een eb- en vloedzone keert een dynamisch brakwater milieu terug in het gebied.
Opnieuw kruisten we een snelweg en een spoorlijn, maar daar merkten we niets van omdat de A22 door de
Velsertunnel
loopt en de spoorlijntunnel al eerder begon.
De Velsertunnel is de oudste snelwegtunnel van Nederland. De tunnel valt direct op door de karakteristieke ventilatietorens bij de tunnel. Deze hoge ventilatietorens staan ook wel bekend als ‘de Hyacinten’, omdat de vorm van de gebouwen aan de plant doet denken.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam het leven weer langzaam op gang. De ontwikkeling van gemotoriseerd wegverkeer nam een flinke spurt. De noodzaak om voor dit wegverkeer een nieuwe en veilige infrastructuur aan te leggen, werd steeds groter. In 1952 startte de bouw van de Velsertunnel.
Op 28 september 1957, 5 jaar later, werd de tunnel dan eindelijk officieel geopend door koningin Juliana. De lage torens dienden voor de aanvoer van verse lucht en de hoge torens voerden verontreinigde lucht af.
Bij Velzen-Noord staken we de spoorlijn naar Tatasteel over waarbij het voormalige stationsgebouw nog herkenbaar was.
Nu liepen we lange tijd min of meer parallel aan de Zeestraat met aan beide kanten gebouwen van
Tatasteel.
In Wijk aan Zee was de soeppost in een voormalig kerkgebouwtje.
Daarna volgde een zeer geaccidenteerde route door duingebied.
Verder door
Een Zee van Staal.
met 16 ijzeren kunstwerken.
Beeldenpark ‘Een Zee van Staal’
Een groenze zone, een staalfabriek en een metershoog paasduin. Dat vormt het decor voor een indrukwekkende beeldententoonstelling aan de rand van het dorp Wijk aan Zee. Dit duingebied, Rolandsduin geheten, met Tata Steel op de achtergrond levert een bijzondere surrealistische beelden op. In 1999 was Wijk aan Zee cultureel dorp van Europa, ter gelegenheid hiervan kregen elf beeldhouwers afkomstig uit elf Europese landen de opdracht dit gebied te transformeren tot een beeldenpark, met het thema ‘Een Zee van Staal’, natuurlijk moesten de beelden van staal zijn. Materiaal en werkruimte werden beschikbaar gesteld door Hoogovens. Het resultaat is een intrigerende tentoonstelling op een intrigerende plek.
Voor de grote rust liep de route fraai over een duinenrij met zicht op het strand. De zee was niet goed te zien door de mist.
Heel bijzonder in dit gebied was de bevroren rijp op de bomen, struiken en andere planten. Het was zelfs uniek want we spraken een bewoner van Wijk aan Zee die vertelde dat dit nog niet eerder was voorgekomen.
Bij Het Strandhuis was het aangenaam vertoeven voor een lekkere koffie. Minder leuk was het verlaten van deze uitbater want er kon geen gebruik van het toilet worden gemaakt.
Door het centrum van Wijk aan Zee liepen we naar de thee/koffiepost. Deze was dezelfde als de soeppost.
Wijk aan Zee vindt zijn oorsprong in de visserij. Uit omliggende plaatsen kwamen vissers die aan de kust hutten bouwden. In de loop der tijd zijn deze vervangen door degelijke woningen. Wijk aan Zee was al in het begin van de vijftiende eeuw een van de grootste dorpen aan de kust en dreef handel op de Oostzee. Het staat vermeld onder de plaatsen, die in 1437 deelnamen aan de toerusting om tegen de vijandelijkheden van de Oosterlingen wraak te nemen.
In de achttiende eeuw woonden in het dorp nogal wat zeevarenden die in de walvisvaart werkten. In het voorjaar voeren ze vanuit Amsterdam naar het poolgebied en in het najaar kwamen ze weer thuis.
Tot aan het midden van de negentiende eeuw bleef Wijk aan Zee een typisch vissersdorp. Het dorp beschikte echter niet over een haven, en dat betekende in de loop van de negentiende eeuw dat het de concurrentiestrijd met andere vissersdorpen in de regio verloor. Er werd steeds meer gebruikgemaakt van grotere schepen, die niet langer zonder meer op het strand getrokken konden worden zoals voorheen gebruikelijk was. De visserij stierf in Wijk aan Zee een langzame dood. Rond 1811 dwong de armoede de inmiddels uitgedunde bevolking om dagelijks door het mulle zand naar Beverwijk te sjokken om te bedelen.
Daarna liepen we weer lange tijd min of meer parallel aan de Zeeweg terug naar Beverwijk. Wel hadden we nog een fruitpost waar we een appel of mandarijn kregen.
In Park Vondelkwartier liepen we langs de andere zijde van Kinderboerderij De Baak.
Na Park Scheybeeck met zicht op het gelijknamige huis werd de finish bereikt.
Klik HIER voor de betekenis van de buttons die boven aan dit verslag staan.

Henri Floor |