met RS80 vanuit Scheveningen

Op zaterdag 13 januari 2024 organiseerde RS80 een wandeling vanuit Scheveningen. De start was vanuit Scheveningse Voetbalvereniging (SVV) "Scheveningen". Er waren deze keer 2 verschillende routes uitgezet. De 1e lus was 10 km lang en de 2e lus was 16½ km lang. Samen geeft dat dan ook een 25 km route.

We begonnen met de 1e lus. Het was in het begin even zoeken hoe de route liep, want de route was gemarkeerd vanuit de geplande uitgang vooraf. Maar er werd nu vanuit een andere ruimte gestart. Al na een paar honderd meter liepen we door de Bosjes van Poot.

De Bosjes van Poot zijn genoemd naar de jachtopziener Willem Poot (1857 – 1932), die in dienst was van groothertogin Elisabeth van Saksen-Weimar, een kleindochter van koning Willem II, die tot de twintigste eeuw de scepter zwaaide in de Westerduinen voordat het domein werd verkocht aan de gemeente Den Haag. Deze Bosjes bestaan uit een duinenrijk gebied, beplant met dennen en eiken. Er kwamen meerstammige eiken voor op soms eeuwenoude stobben, die ontstonden voor 1910 toen het gebied werd gebruikt voor oogst van eikenhakhout. In de oorlog werden de bunkers aangelegd en werd er puin gestort van de door de nazi’s afgebroken woonwijken.

In dit bos zagen we talrijke mensen die hun hond uitlieten. Een vrolijke man zei tegen ons dat we op het mooiste pad van dit bos liepen. We zagen hier verschillende keren wit/rode markeringen van het Nederlands Kustpad. Bij Zandspeelplaats De Berekuil werd gefitnest. We bevonden ons inmiddels in het Westduinpark en Wapendal.

Het Westduinpark en de Bosjes van Poot liggen langs de kust in het Haagse duinlandschap. Zee en Wind hebben een grote invloed op de vorming van de kuststrook. Door een eeuwenlang samenspel van zand, zee en wind vormen zich duinen langs onze kust. Geologisch gezien zijn onze hoge duinen nog jong omdat ze in de Middeleeuwen zijn ontstaan. Westduinpark en Bosjes van Poot hebben in Nederland door hun bijzondere betekenis een beschermde status als “Beschermd Natuurmonument Westduinpark”. Het gebied heeft deze status al sinds 1990 op basis van de Natuurbeschermingswet.

Bij Kijkduin werd het bos verlaten en kwamen we langs Strandmuseum Ome Jan aan het Pieter Pauluspad. Bij dit museum stonden talrijke gejutte dingen van het strand uitgestald.

Bij Strandslag 5 werd het strand betreden. Even hadden we wat last van de wind die enigszins voor zandstralen zorgde. Maar toen we goed langs de vloedlijn liepen, hadden we de wind eigenlijk alleen maar in onze rug. Op het Naaktstrand Westduinpark was nu niet veel te beleven. Maar daar was het weer ook niet naar. Bij strandslag 3 werd het strand verlaten. Nu volgden we een traject van de Lange Fietspad (LF) Kustroute, traject Oostvoorne-Den Haag (EV12). Nadat we weer tussen bebouwing doorliepen in Duindorp, kwamen we o.a. door de Bevelandsestraat en de Pluvierstraat.

Kamp Duindorp was een Nederlands interneringskamp. Na de Tweede Wereldoorlog werden er NSB-ers opgesloten. Daarna werd het ingericht als woonwijk Duindorp.

Na de Julianakerk werden de Bosjes van Poot weer betreden. We kwamen weer terug bij de start dat nu onze grote rust was. We lieten ons hier de warme chocomel zonder slagroom goed smaken.

Het begin van de 15 km route was dezelfde als het begin van de 10 km route. Na de Bosjes van Poot liepen we langs het Verversingkanaal naar de havens van Scheveningen.

Het afvoerkanaal (Verversingkanaal) werd in 1888 aangelegd en diende voor de afvoer van (vervuild) water uit de grachten van Den Haag via Scheveningen, nabij de plaats waar later de haven zou komen.

De Scheveningse Havens is de benaming van de drie bij elkaar gelegen havens met een zeeverbinding aan de kust van de Noordzee. Sinds het eind van de 19e eeuw werd de haven uitgegraven in het duingebied bij het toenmalige dorp Scheveningen.
De historie van de visserij op Scheveningen gaat langer terug dan die van de havens, waarschijnlijk al vanaf de 13e eeuw. Op de locatie van de huidige havens bevindt zich op een prent uit 1712 het Schuitegat, een inham in de duinen die waarschijnlijk werd gebruikt om vissersschepen te beschermen tegen storm en hoog water. Voordien beperkte de Scheveningse visserij met behulp van bomschuiten, die met trekpaarden het strand op werden getrokken. Die is onder meer te zien op het bekende in 1881 geschilderde Panorama Mesdag in de Zeestraat. Een bomschuit is een eenvoudig open vaartuig met vlakke bodem dat gemakkelijk kan stranden. In 1894 verwoestte een stormvloed een groot deel van de vissersvloot op het strand van Scheveningen. Dit was de aanleiding om met de aanleg van de haven te beginnen.

We kwamen uit op de Strandweg en volgden deze een tijdlang. Dat was ook weer een traject van de EV12 (Oostvoorne-Den Haag). Bij het sprookjesBeelden Het Skulpturen Park nabij Museum Beelden aan Zee kreeg Coos voetproblemen en besloot ze te stoppen met de wandeling. Even verderop kwamen langs het Kurhaus. Ik maakte er een foto van zonder andere mensen er op, maar wel met een auto.

In 1818 stichtte Jacob Pronk aan de Verlengde Badhuisstraat een houten paviljoen met een badhuis. In 1828 kwam er op initiatief van de burgemeester een veel groter ‘Stedelijk badhuis’ in classistische stijl. Het Stedelijk Badhuis was zo succesvol dat in 1856 werd besloten het badhuis uit te breidden. In de periode van 1884 tot 1885 werd op dezelfde plek het Kurhaus gebouwd. Na een felle brand werd het tussen 1886 en 1887 herbouwd. Het gebouw is een rijksmonument en een sieraad aan de boulevard.

Daarop kwamen we bij De Pier van Scheveningen en besloten daar een bezoek aan te brengen. Er waren verschillende uitbaters die drank of etenswaren te koop aanboden. Jonge kinderen konden "gedropt" worden bij een kinderspeelruimte. We liepen tot aan het café met de uitkijktoren. We hadden geen zin om de uitkijktoren te beklimmen.

De Scheveningse Pier werd in 1901 geopend door Koningin Wilhelmina. De Pier is diverse keren uitgebreid en opgeknapt. Op dit moment bestaat de pier uit een geheel overdekte wandelpromenade met daarboven een open wandeldek. En aan het uiteinde drie eilanden. Op het achterste eiland rechts staat een uitkijktoren. Nu staat er ook een reuzenrad (sinds 2016) en is de pier weer aan een opknapbeurt toe.

Na het Carlton Beach hotel kwamen we op Natuurreservaat Meijendel. Na het Gasontvangstation werd het Watertorenplein met de Watertoren bereikt. Hier hadden we bij café Onder de Watertoren wat kunnen drinken, maar we hadden even tevoren op de promenade van Scheveningen al wat bij Restaurant Columbus gedronken.

De watertoren staat in de Oostduinen bij Scheveningen. De toren heeft de status van rijksmonument. De watertoren is ontworpen in Eclectische stijl en werd gebouwd in 1874 door het Haagse Duinwaterleidingbedrijf (tegenwoordig Dunea). Door zijn twee reservoirs van 1000 en 1200 m3, kan deze toren van alle watertorens in Zuid-Holland het meeste water opslaan. Hij is gebouwd omdat men begon water te winnen in de duinen en heeft een hoogte van 48,74 meter. Aan het eind van de 20e eeuw is de toren gerestaureerd. Hij is nog steeds in gebruik en staat op de monumentenlijst. Dankzij Dunea mogen we iedere keer door Meijendel, alsnog dank hiervoor.

Na een klaphek bevonden we op het Nettenboetsterveld. We werden hier gewaarschuwd voor runderen, maar we hebben ze niet gezien.

Ook ik kreeg voetproblemen, maar liep vooralsnog door. Wel hield ik nog een rust op een bankje. Nadat we Meijendel hadden verlaten, liepen we door Klein Zwitserland. Hier was een horecarust mogelijkheid. Na Villa Zwitserland dwaalden we door het Hubertuspark en kwamen over de Bloedberg, Even verderop was het Sint Hubertusduin. Hier hadden we uitzicht op het centrum Den Haag.

Het Sint Hubertuspark lag eeuwenlang buiten Den Haag en vormde één geheel met de Oostduinen en Meijendel. De oorspronkelijke naam is ‘Petit Sint Hubert’. Het was een jong duinlandschap waar vroeger gejaagd werd. Op een kaart van 1629 is het al terug te vinden, later werd het gebied Sint Hubertus genoemd, de beschermheilige van jagers. Het park heeft veel reliëf en de grond is kalkarm. Het bos werd afgewisseld door grote zandvlakten en resten van oude zandverstuivingen. Later zijn de villawijken aangelegd.

Na het standbeeld van Albert Plesman kwamen we langs de Plesman Residences. Bij Madurodam kruisten we Het Kanaal, een tramlijn en de S200 verkeersweg. Daarna dwaalden we door de Scheveningse Bosjes. Daarbij kwamen we lang De 72 Trapjes.

Om militaire redenen werd het bekende uitzichtpunt De Kogelenberg met de 72 trapjes afgegraven. Dat lag aan de Haringkade

Nu werd de Professor B.M. Teldersweg bereikt. Eigenlijk vond ik deze oversteek erg gevaarlijk, maar we hadden geen zin om om te lopen. Bij het Indisch monument met klokkenstoel lagen talrijke, veelal uitgebloeide bloemen.

Het Indisch Monument is een (graf)monument in Den Haag ter nagedachtenis aan alle Nederlandse burgers, militairen en Romoesja's die in de Tweede Wereldoorlog het slachtoffer zijn geworden van de Japanse bezetting (1942 – 1945) van het voormalig Nederlands-Indië. Zij kwamen om in de strijd, in de kampen of tijdens dwangarbeid. Elk jaar op 15 augustus vindt hier de Nationale Indië herdenking plaats. Op die dag worden de slachtoffers herdacht. Een romoesja was een veelal uit Java afkomstige arbeider die tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië onder aan slavernij grenzende omstandigheden voor de Japanse bezetter moest werken.

Als laatste kwamen wij langs het Vissersmonument.

Het Vissersmonument is in 1921 ontworpen door architect Cornelis van Duyne. Het werd een jaar later onthuld in het park aan de Scheveningseweg tegenover de Frankenslag. Op weg naar hun dierbare overledenen op de Algemene (nu Gemeentelijke) Begraafplaats aan de Kerkhoflaan passeerde de Scheveningse bevolking het Vissersmonument. Het eerbetoon aan de 326 Scheveningse vissers die tussen 1914 en 1919 omkwamen op de Noordzee door Engelse mijnen of Duitse torpedo’s is ontworpen voor een groene omgeving. De keramische tegels waarmee de kern van het monument is bekleed hebben een blauwgroene kleur, die mooi aansluit bij het natuurlijke groen van bomen en planten. Verder heeft het een eenvoudige rechthoekige vorm met aan weerszijden een pilaar. In het ontwerp zijn drie bloembakken opgenomen.

Bij Tramhalte Frankenslag zat ik te twijfelen of ik nog verder zou lopen of dat ik de tocht hier zou afbreken. Het was inmiddels rond 16.00 uur. Toen ik de 3 pijlophalers zag, waaronder RvdV, besloot ik definitief hier de tocht af te breken. Hier kostte moeite om te bepalen welke tram ik moest nemen. Het werd de tram naar Delft en bij halte Den Haag centrum stapte ik uit en liep vandaar naar NS Den Haag Centraal. Het was een prachtige tocht geworden met droog, maar koud weer. Wel vond ik de tocht erg zwaar. Dat kwam vooral ook door de talrijke duinen, ook in stedelijk gebied, die op en af werden gelopen. We danken de organisatie hartelijk voor deze tocht. Er waren 510 deelnemers. De meeste achtergrondinformatie is afkomstig van RS80.

Klik HIER voor de betekenis van de buttons die boven aan dit verslag staan.

Henri Floor