Vierdorpentocht met WS78 vanuit Klarenbeek

Op zaterdag 12 maart 2016 organiseerde WS78 de vierdorpentocht. De start was vanuit de kantine van sportclub Klarenbeek. Er werden vijf verschillende afstanden georganiseerd. Vrijdagavond om 10 uur was de start van de 80 en 60 km en de 40 km als nachttocht. Zaterdagochtend kon gestart worden op een 20 en 40 km route. Er waren vier lussen van 20 km uitgezet. De eerste twee lussen van 20 km voerde voornamelijk over verharde wegen of paden. De andere twee lussen voerde grotendeels over onverharde wegen en paden, zoals dat gebruikelijk is bij WS78. Voor de 40 km dagwandeling kon tussen 7 en 9 uur gestart worden en de starttijd voor de 20 km lag tussen 9 en 11 uur.

Wij begonnen om 8 uur aan de wandeling. Klarenbeek werd in noordoostelijke richting verlaten. Daarbij kwamen we langs de Rooms Katholieke Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming kerk met begraafplaats. We liepen over de Landweg en een tijdlang kwamen ons wandelaars tegemoet gelopen. Dat waren voornamelijk Kennedymars wandelaars alsmede 60 en 40 km lopers van de nachttocht, want ze droegen allemaal gele reflectievesten. Het was nog behoorlijk fris. Het had 's nachts licht gevroren. Bij de start was het -2. Voordat de eerste verzorgingspost werd bereikt, liepen we over een deel van de Bandijk. Verderop zouden we meermalen over trajecten van de Bandijk lopen.

Op 6 km werd dan de eerste post bereikt. We konden hier een broodje met ei krijgen. Er werd naar ons bonnetje gevraagd. Toen we zeiden dat we geen bon hadden gekregen, zeiden ze o dan loopt u niet de Kennedymars, want zij hadden hiervoor een bon gekregen. Na deze rust maakten we een lus van ongeveer 7 km zodat de tweede rustpost dezelfde als de eerste was. We zetten koers naar de rune Nijenbeek. Op de Nijenbeekseweg kwam een vrouw uit haar huis om haar hond uit te laten. Toen ze langs het huis van de buurvrouw liep die net bij de tuiningang stond, vroeg haar buurvrouw aan haar, natuurlijk voor de grap, loop jij ook mee met de Kennedymars.

De route voerde hier door de Nijenbeekse Klei. Rune Nijenbeek stond nu niet op het wandelprogramma, terwijl we er vrij dicht in de buurt kwamen. We besloten even van de route af te gaan en de rune van dichterbij te bekijken. Want we hadden goede herinneringen aan die plek. Maar toen we dichterbij kwamen bleek wat er aan de hand was. Vanwege verregaande bouwvalligheid was de toegangsweg met hekken afgesloten. Maar door hier van de route af te gaan hadden we wel een mooi uitzicht gekregen op de ondergelopen uiterwaarden langs de IJssel.

De Veluwe kennen de meesten als een voor Nederlandse omstandigheden bij uitstek droog gebied. Dat er ook wateroverlast voorkomt, zo zelfs dat in de Middeleeuwen het polderdistrict Veluwe werd gevormd is minder bekend. Het woord bandijk betekent dat deze dijk gebouwd is en onderhouden werd krachtens een ban. In zo'n ban, die van overheidswege uitging, werd geregeld wie welk stuk van de dijk moest onderhouden en wat de boetes waren als men zijn verplichtingen niet nakwam. Kijken we op de topografische kaart, dan zien we een sterk kronkelende Veluwsche bandijk met talrijke kolken met namen die er niet om liegen, zoals het Juffersgat, de Zwarte-, de Lachende-, de Huilende- en de Lazaruskolken. De combinatie van veel kwelwater van de stuwwallen van de Veluwe, hierheen gebracht door talrijke beken, en hoge waterstanden van de IJssel hebben in dit gebied gezorgd door veel wateroverlast. Iedere keer na een dijkdoorbraak ontstond er een diepe kolk en het gat werd gedicht door een nieuw stuk dijk te leggen met een bocht om de kolk heen.

Volgens de routebeschrijving kwamen we bij een controlepost. Het bleek alleen een controlepost voor de 80 km lopers te zijn. Opnieuw volgden we een traject van de Bandijk. Nadat de dijk verlieten, kwamen we op een erg moerassig pad dat langs een weiland liep. Omdat het prikkeldraadhek hier erg laag was, besloten we hier even over het weiland te lopen. Vlak voordat de rustpost op 13 km werd bereikt, kwamen ons de pijlophalers van de derde lus tegemoet gelopen. Bij de rustpost namen we, net als de eerste keer, een broodje met gebakken ei. Daarnaast lieten we ons een bekertje snert goed smaken.

Na deze verzorgingspost staken we de Deventerweg over en volgden de Zandstraat op Landgoed De Poll. Na oversteek van de Zutphenseweg sloeg de route af over een smal bospad. Wandelaars voor ons, die rechtdoor waren gelopen, konden we niet hoorbaar meer bereiken. We kwamen uit op de Hoofdweg. We volgden deze weg over het naastliggende asfaltfietspad naar Arriva-station Klarenbeek. Niet veel later werd het Kabouterbos bereikt. We troffen het slecht. Het was zo rond 12 uur, dus tijd voor het middagmaal. Vrijwel alle kabouters zaten kennelijk binnen te eten, want we zagen hier maar heel weinig kabouters. Wel zagen we nog een verdwaalde smurf.

Destentor.nl plaatste op 20 augustus 2013 het volgende artikel: Run op kabouterdorp na publiciteit.
De kabouters in het kabouterdorp bij station Klarenbeek lijden aan slaapgebrek door de vele belangstellenden die een kijkje komen nemen, zo meldt Kabouter Kleingrut in de laatste editie van Het Bosblad.
De kabouters hopen dat na de zomervakantie de rust zal terugkeren. "Zodat onze dorpsbewoners met ernstig slaaptekort in de gelegenheid zijn hun slaap waar mogelijk in te halen."
Cees Baars, fotograaf van de Stentor, ontdekte twee weken geleden het kabouterdorpje bij station Klarenbeek. Sindsdien zijn er veel mensen komen kijken, meldt Kabouter Kleingrut. , "Uw artikelen hebben tot grote belangstelling voor ons kabouterdorp geleid. Ondanks de enorme toeloop zijn er gelukkig geen incidenten geweest. Kabouters die de slaap niet konden vatten, hebben veel opgetogen men­sen­kin­der­stem­me­tjes gehoord!"

We kwamen op de heenroute uit, maar volgden deze nu tegengesteld tot aan de rand van Klarenbeek. Hier liepen we nog langs molen De Hoop en standbeeld "Rust na arbeid". Voor dit standbeeld van kunstenares Mat Duval stonden haar ouders model. De afgelegde afstand bedroeg 19 km. De startlocatie was tevens grote rust.

Dit is eigenlijk best wel een bijzondere locatie. Velen hebben geconstateerd dat Klarenbeek verdeeld is over twee verschillende gemeentes, te weten Voorst en Apeldoorn. Maar dit sportcentrum ligt ook in twee gemeentes. De inrit en het sportveld naast de parkeerplaats ligt in de gemeente Voorst, terwijl het nieuwgebouwde sportcentrum in de ge­meen­te Apeldoorn ligt.

Met de laatste lus van 20 km werd Klarenbeek in westelijke richting verlaten. Vrij snel troffen we een wandelaar, die de routebeschrijving niet goed kon volgen. We attendeerde hem op het feit, dat hij lus 3 als routebeschrijving in zijn handen had. Toen zei hij, dan loop ik wel met jullie mee. Hij keek nog eens in zijn wandeltasje en toen bleek dat hij de verkeerde routebeschrijving had opgeborgen. We waren wel blij dat hij nu de goede routebeschrijving had gevonden, want we zagen het niet zo zitten om 20 km met een vreemde wandelaar te lopen.

Na een blik op de Protestantse kerk Klarenbeek werd de Beekbergsebeek bereikt en ruim twee km gevolgd. We kwamen bij het Apeldoorns kanaal en liepen onder de A50-snelweg door. Bij een replica van de Oosterhuizende brug staken we het Apeldoorns kanaal over en werd Oosterhuizen bereikt.

De volgende doorkomstplaats was Lieren. Hier voerde route door het spoorwegemplacement van de Veluwse Stoomtrein Maatschappij (VSM) bij treinstation Beekbergen. Hier was voor de Kennedymarslopers de controlepost in een rijtuig gesitueerd, We bewonderden hier de talrijke oude treinen. De koffiepost was gelegen in de kantine van de VSM. We hadden wel zin om wat fris te drinken. Maar toen we op de prijslijst achter Fanta 3,00 zagen staan, besloten we door te lopen.

We kwamen bij eetcaf De Nieuwe Ruys. Hier werd het Apeldoornskanaal overgestoken. Toen wij daar overstaken, stak ook een vrouw, met geel reflectievest en fietsend naast haar dochtertje die op een paard zat, over. We raakten aan de praat en vergaten om op markeringen te letten. Na 600 meter kwamen we bij de Veldwegbrug. We troffen hier geen markeringen aan. De routebeschrijving werd erbij gehaald. Het bleek dat we het Apeldoornskanaal geen 600 meter hadden moeten volgen maar slechts 175 meter. Daarna moesten we een onduidelijk pad door struikgewas nemen.

Nu stond het Beekbergerwoud op het wandelmenu. Het werd een oerbos genoemd. Maar voor een bos of Woud stonden er toch wel weinig bomen. Het was wel een schitterend gebied met meerdere vlonders en stapstenen. Op een relatief laag uitkijkplatform had je een mooi uitzicht op de omgeving.

Even ten zuiden van Apeldoorn ligt het Beekbergerwoud. Ooit het laatste oerbos van Nederland, ontwikkelt dit vroegere agrarische gebied zich al weer aardig tot een gevarieerd natuurgebied waar je heerlijk kunt wandelen.
Zon 8.000 jaar bleef het Beekbergerwoud ongeschonden. Totdat in 1871 tot de laatste boom werd geveld. Er kwam een agrarisch gebied met weilanden en akkers. Natuurmonumenten is in 2006 begonnen met herstel van het gebied en probeert daarbij iets van de sprook­jes­ach­ti­ge wildernis terug te brengen.
Een bijzonder natuurgebied om te beleven, want de omstandigheden voor unieke natuur zijn nog altijd aanwezig: Er welt op een aantal plaatsen kraakhelder, voedselarm water uit de bodem op. En zijn nog steeds zeldzame planten uit het voormalige moerasbos aanwezig. Zaden van oorspronkelijke bomen en planten zaten nog in de grond en kunnen weer ontkiemen.
Het herstel houdt in dat het schone welwater beter in het gebied blijft staan. Op een aantal bulten zijn al zoete kers, zomereik, haagbeuk en winterlinde geplant. Meer werkzaamheden zullen volgen, met als doel dat het Beekbergerwoud een aanwinst is voor de Nederlandse natuur. Een onmisbare schakel die de Veluwe als vanouds met de IJsseldelta verbindt. Zodat planten, zoogdieren, vogels, reptielen en amfibien zich beter over grote afstand kunnen verplaatsen.

Op 34 km werd de fruitpost bereikt. Hoewel er, naar verluid, voldoende bananen waren ingeslagen voor elke deelnemer, bleek dat er wandelaars waren geweest die twee of meerdere bananen hebben genomen. Dat had voor ons tot gevolg dat we ons tevreden moesten stellen met een appel. Hier hoorden wij het droevige bericht, althans voor enthousiaste FLAL-wandelaars, dat het bestuur van de FLAL op de jaarvergadering op maandag 7 maart 2016 was opgestapt omdat er te weinig nieuwe bestuursleden zich hadden aangemeld. En dat met een vereniging van rond de 1500 leden.

Iets verderop woonden mensen die dol op paarden zijn. Op hun garagedeur was een hele mooie afbeelding van een oud Hollands tafereel met een werkpaard er op afgebeeld. In de tuin stond een standbeeld van twee paarden in sport­hou­ding. Bij de Grote Leigraaf sloegen we af. Wij volgden het zand/graspad langs de Grote Leigraaf niet tot het einde bij een bankje zoals aangegeven op de routebeschrijving. Op een gegeven moment voegde zich een asfaltweg langs de Grote Leigraaf. Toen de mogelijkheid daar was, werd naar de asfaltweg doorgestoken. Dat liep toch aanmerkelijk lichter.

We kwamen bij een boerderij waar de route door de koeienstal liepen. Veel wandelaars die hier voor 4 uur arriveerden hebben mijn lieve vrouw, Coos, kunnen zien. Zij was niet fit om deze tocht te lopen, maar ze wilde er wel graag bijzijn. Dat kan je zo hebben als je al 340 keer eerder met een WS78 tocht hebt meegedaan. Ikzelf kwam hier pas na 4 uur, zodat ik haar pas weer bij de finish zag.

Nu volgde nog een heel pittig pad naar de finish. Over ongeveer 2 km volgden we het Grenspalenpad dat langs de beek Klarenbeek liep. Even na half zes werd de finish bereikt. De 40 km route was 39,3 km lang. Het was een prachtige tocht geworden. Het was ook prachtig zonnig weer en er is geen spat regen gevallen. Het IVV-nummer was 11446. Aan de 80, 60, 40 (nacht), 40 (dag) en 20 km deden respectievelijk 208, 9, 27, 198 en 265 wandelaars mee, totaal 707. Wij danken de organisatie hartelijk voor deze tocht.

Het 8 km lange Grenspalenpad tussen de Kar en Klarenbeek volgt voor een groot deel de route die landdrost Lubbert Torck en drossaart Andries Schimmelpenninck van der Oije in 1750 volgden om de grenzen uit te zetten van de Hoge Heerlijkheid het Loo.

Klik HIER voor de betekenis van de buttons die boven aan dit verslag staan.

Henri Floor