|
|
|
|
|
|
De Tocht naar de Pyramide van Austerlitz van WS78 vanuit Driebergen |
Deze houten brug is gelegen in een landschappelijk aangelegd gedeelte van het bos. De landschappelijke aanleg is waarschijnlijk laat-achttiende of vroeg-negentiende-eeuws. De eigenaar van het landgoed Sparrendaal, P.J. van Oosthuyse, noemt de brug rond 1810 al in een beschrijving van zijn park. De brug was mogelijk toen reeds in een rustieke stijl met ruw hout en boomstammen uitgevoerd. De Zwitserse brug wordt ook wel Hoge- of Duivelsbrug genoemd. Zwitserland genoot in de negentiende eeuw een grote mate van populariteit. De rijke bovenlaag van de bevolking bezocht dit land in toenemende mate om zijn kuuroorden en heilzame berglucht. De heuvelachtige en bosrijke omgeving van Driebergen riep associaties op met Helvetia, wat vaak leidde tot de realisatie van bouwwerken in Zwitserse stijl.
Daarna dwaalden we verder over smalle paadjes in het bosgebied achter zwembad De Zwoer. Een paar maal liepen we hier langs diepe greppels, al of niet gevuld met water.
Het Berghuisje is een neo-gotisch jachthuis naar een ontwerp van architect Zocher. In 1830 gekocht door de Amsterdamse bankier
Stoop. Het Berghuis kreeg later een extra verdieping, waardoor het er nu als een Zwitsers chalet uitziet.
We dwaalden weer verder en kwamen tot aan de rand van de Leusder heide en daarmee op de gemeentegrens van Leusden.
Daarna zetten we koers naar Het Witte Huis.
Het Witte Huis aan de Baggelweg was in de eerste wereldoorlog een militaire post. De naam Baggelweg stamt uit de tijd van de mobilisatie tijdens de eerste wereldoorlog. Korporaal Baggel reed dagelijks met zijn vrachtauto over deze weg. Hij haalde eten, niet ver van het kruispunt Quatres-Bras en bracht het naar de soldaten op de militaire post bij het Witte Huis.
Verderop staken we de Woudenbergseweg over en liepen toen even over de Oude Postweg.
Austerlitz en de Oude Postweg
Spoedig daarop werd de rand van Austerlitz bereikt voor een bezoek aan de geplande koffiepost. Deze was op 31½ kilometer gelegen.
De Heidetuin, gesitueerd in het
Rijsenburgse Bos
tussen de Arnhemse bovenweg en de Van Oosthuyselaan, is in 1953 aangelegd, nadat in het bos na de zware februaristorm van dat jaar een grote open plek was ontstaan. Min of meer als experiment is toen door de plantsoenendienst een heidetuin ontworpen onder leiding van L. van Veldhuysen, die steeds verder uitgroeide en in de loop der jaren landelijke en internationale bekendheid kreeg. Na een aantal strenge winters waarbij een groot deel van de heideplanten bevroren was, is in 1987 de tuin opnieuw ingedeeld en van nieuwe heideplanten voorzien. Het licht glooiende terrein wordt doorsneden door een beekje. Slingerende paadjes voeren tussen de beplanting door, bestaande uit een groot assortiment heide, varens, rododendrons en diverse soorten naaldbomen en berken. De heidetuin is vertegenwoordigd geweest op de Floriade van 1972 en Driebergen-Rijsenburg kreeg toen door deze inzending het predikaat 'Heidehoofdstad van Nederland' toebedeeld. De tuin was ook vertegenwoordigd op de Floriade te Zoetermeer in 1992.
Daarna kwamen we nog door bosgebied Sparrendaal. In dit bosgebied kwamen we nog langs een halfronde koepel.
Dit nisachtig bouwsel van verbrande steen werd door oud-seminaristen bij het in het begin van dit verslag genoemde grootseminarie Rijsenburg soms oneerbiedig aangeduid als de plaats van ‘Onze Lieve Vrouwe ter Kinkhoest’.
We kwamen verder nog langs het voormalige stadhuis van Rijsenburg, restaurant het Wapen van Rijsenburg en de Rooms Katholieke Kerk Sint Petrus Banden.
Op nummer 4 van de Diederichslaan was het gemeentehuis van Rijsenburg gevestigd. Het rechter deel werd in 1859 gebouwd, het linkse deel werd als 'brandweercentrale' in 1924 toegevoegd. In de 70-er jaren werd het 'gerestaureerd' in de zgn. historische stijl.
|
| Henri Floor |