Vorig verslag van de intensieve verkenning van de Veluwe Volgend verslag van de intensieve verkenning van de Veluwe terug naar het overzicht van verslag van de intensieve verkenning van de Veluwe Terug naar het overzicht van de LAW's, streek- en NWBpaden op de homepage van Henri Floor Terug naar de homepage van Henri Floor Een intensieve verkenning van de Veluwe (9)
datum donderdag 22 augustus 1991 (deel 2)
traject Hulshorst - Garderen
afstand 45 km (Vierhouten-Garderen)
Noen komt de zwarte duvel eiges hier
station Hulshorst We kwamen langs het oude stationsgebouw van Hulshorst.
De dichter Gerrit Achterberg vroeg zich vroeger eens af waarom dit stationnetje van Hulshorst zo afgelegen ligt. Welnu, toen in het midden van de vorige eeuw de spoorlijn Utrecht-Zwolle werd aangelegd, was dit voor de streng Calvinistische plaatselijke bevolking van de noordwest Veluwe een omstreden zaak. Men had het niet zo op die nieuwigheden en sommigen zeiden zelfs: "Noen komt de zwarte duvel eiges hier". Vandaar dat stations vaak op enige afstand van stad of dorp kwamen te liggen. Zo ook Hulshorst. Trouwens daar was waarschijnlijk helemaal geen station gekomen als de adellijke heren van het kasteel Essenburgh en huize Hulshorst hun invloed niet hadden doen gelden en er op gewezen hadden hoe belangrijk dit station was voor het toen omvangrijke houttranssport. Maar belangrijker dan hout was wel het transport van de adellijke heren en dames zelf. Het station kwam daarom op korte afstand van de adellijke huizen te liggen.
Renovatie voormalig station Hulshorst
Het voormalige stationsgebouw werd gerenoveerd. Even daar voorbij hadden we een rust in Caf Restaurant Hof van Hulshorst te Hulshorst. Hier hoorden we dat de vroegere stationschef van station Hulshorst zolang in het bovengedeelte van het stationgebouw had gewoond, dat hij nu definitief in het hele gebouw wilde wonen. Hij was dan ook diegene, die de renovatie liet uitvoeren. Tijdelijk woonde hij nu in een caravan die in de tuin stond.
De stad Staverden
Daarna dwaalden we door het Leuvenumse bos en langs beken. Vlak voor het luxe Hotel Het Roode Koper verloren we even het juiste parkoers. We dachten toen maar als we de Leuvenumse beek bleven volgen dan komen we wel weer goed uit.
Bij de Zwarte Boer dronken we een frisdrank 2,75. Vlak daarop kwamen we bij kasteel Staverden.
Staverden hoorde op de Veluwe tot de oudste bezittingen van de Gelderse graven. In 1291 besloot Graaf Reinald I, na daartoe de keizerlijke toestemming te hebben verkregen "te Staverden op de Velua" een stad te stichten. De graaf begon met het verlenen van geldelijke steun aan de Karmelieten monniken van de Kapel te Staverden. Daarna vaardigde hij in 1298 de oorkonde uit waarbij Staverden officieel tot een stad werd verheven. De stad is er echter nooit gekomen en Staverden bleef een Hof, dat sedert 1400 door de Gelderse Hertogen in leen werd uitgegeven onder de verplichting witte pauwen te houden en de pauwenveren te leveren die de hertog op z'n helm placht te dragen.
Langs het park met de witte pauwen verlieten we Staverden. Bij Elspeet dronken we nog wat in Petit Restaurant De Witte Pauw.

Naar de Pingo met de Hunneschans, Elspeet-Garderen (14 km)
(1919-1965) en J.J. Smink (1965-heden). De molen is in 1962 en 1972 gerestaureerd. Momenteel staat, als gevolg van een slechte communicatie met de huidige eigenaar, de molen er erg troosteloos bij."> Even verderop liepen we langs molen de Hoop te Elspeet. De molen werd in 1896 uit Westzaan overgebracht ter vervanging van de oude afgebrande molen. Het is een beltmolen. Daarbij staat de molen op een kunstmatig aangelegde heuvel, de meulenbelt, van waar af de wieken kunnen worden bediend. Net buiten Elspeet, vlak voor de Elspeeter Heide werden we even achterop gezeten door honden. Over een slingerpad doorkruisten we de Elspeter Heide.
De Nekami
We liepen langs de Nekami. Hier wordt in enorme betonnen bakken op grote schaal gier gezuiverd. Bij Caf Restaurant Uddelermeer te Uddel, met uitzicht op het Uddelermeer in de winter als er geen bladeren aan de bomen zitten, hadden we nog een rust. Hier koste een frisdrank zelfs 3,75. Maar ja we hadden dorst. En om alleen maar naar het toilet te lopen om daar water te drinken doe je toch ook niet.
IJslenzen
Het Uddelermeer en ook het nabij gelegen Bleekemeer zijn pingos.
De term komt uit Alaska en wordt daar gebruikt door de inheemse bevolking voor diepe ronde meertjes met er omheen een ringwal van grof materiaal. Dat laatste is vooral duidelijk bij het Bleekemeer. Men meent dat deze meertjes ruim 10.000 jaar geleden ontstaan zijn tijdens de laatste ijstijd, als gevolg van de vorming van ijslenzen in de ondergrond. Zo'n ijslens groeit voortdurend en drukt de grond er boven omhoog. Zo ontstond er een grote, met grond bedekte ijsbult. De bovenlaag van de grond op de ijsklomp kan in de zomer ontdooien, raakt dan met water verzadigd, en glijdt van de bult af. Dit kan zich vele jaren herhalen totdat vrijwel alle grond van de ijskern zijdelings afgegleden is. Na het definitief ontdooien van het ijs blijft er een betrekkelijk diep gat over met een wal er omheen van afgegleden materiaal.
In de vroege middeleeuwen werd naast het Uddelermeer als verdedigingswerk een hunneschans gebouwd. Dit was een cirkelrond plein, omringd door een brede wal met droge gracht. Op het binnenplein zijn behalve een klokbekergrafheuvel, daterend uit een veel vroegere bewoningsperiode, ook sporen gevonden van een aantal ronde hutten, enkele huizen en een groter gebouw. In 1698 kwam het Uddelermeer met de schans in eigendom van koning-stadhouder Willem III.
Schaapsherder Klaas van Essen
Via buurtschap Meerveld bereikten we Garderen. Langs de molen van Garderen, waar nu de VVV inzit, kwamen we bij het oudere kerkje uit 1050 te Garderen. Links naast de kerk vinden we het graf van schaapsherder Klaas van Essen (1783- 1867), die dagelijks rondzwierf met z'n schapen op het kroondomein nabij het Uddelermeer. De jonge prinsen uit het Huis van Oranje Willem III en Prins Frederik waren erg op hem gesteld en schonken hem bij zijn dood dit graf. De dagafstand bedroeg 45 km. Bij een pompstation bestelden we een taxi die ons naar Vierhouten reed. Vandaar reden we met onze eigen auto huiswaarts.
Garderen
Aanvankelijk de hoofdplaats van onze gemeente. Onder de Veluwse bossen, die in 853 werden geschonken aan het klooster van Werden in Westfalen, komt ook het bos Wardlo voor. Volgens een, door sommigen als achterhaald beschouwde, theorie zou hieruit de naam Garder(en) zijn ontstaan.
In een beschrijving van Garderen uit de tweede helft van de negentiende eeuw is te lezen: "Het lieve dorp met zijne roode pannendaken of rieten dekens, ligt schilderachtig op een berg, omringd door afhellende bouwlanden met heghout omzoomd, hier en daar versieren echte vervallen Veluwsche schaapschotten het landelijk tooneel. Een paar straten van veldkeien deelt het dorp middendoor; noordwaarts staat de oude vierkante zware toren in Romaanschen stijl met bogen gemetseld en spitsen kop; vroeger diende hij als baken voor de Zuiderzeesche visschers".
De toren, waarschijnlijk daterend uit de veertiende eeuw, valt iedereen die het dorp nadert in het oog. De huidige kerk dateert uit het midden van de negentiende eeuw. Een tweede blikvanger is de molen. Al in 1434 werd er windrecht betaald aan de hertog van Gelre. Vroeger was het een "dwangmolen", dat wil zeggen dat de boeren hier hun koren, vooral rogge en boekweit, moesten laten malen. De huidige molen is in 1853 in bedrijf genomen.
Het koren werd verbouwd op de bouwgrond rond het dorp, de eng of es, waarvan iedere boer een gedeelte in gebruik had. Ook de heidevelden waren, evenals in andere maalschappen, in gemeenschappelijk eigendom. Ze werden gebruikt voor het slaan van plaggen en het weiden van schaapskudden. Vee werd ook geweid in de bossen, waaruit men hout betrok voor verwarming en huizenbouw. Het water werd onder meer gehaald uit de gemeenschappelijke put op de Putbrink.
Al in het begin van deze eeuw brachten vooral mensen uit het westen hun vakantie door in Garderen. Van lieverlee veranderde het s zomers van boerendorp in recreatiedorp, waarvan vooral de middenstand de vruchten plukte. Het karakter van het dorp is er niet wezenlijk door veranderd.
naar de top van deze pagina

Henri Floor & Coos Verburg