in memoriam Gerard Achterberg: 15 januari 1933 - 4 februari 2014
in memoriam Nan Achterberg-van Tellingen: 1933 - 25 mei 2016

Afscheidstoespraak door de oud­ste zoon Cees Achterberg:

Mijn wereld werd langzaamaan wazig en steeds kleiner.
Het werd mijn ‘eigen wereld’.
Soms zag ik iets bekends of voelde ik iets vertrouwds.
Dan was het weer even als vanouds.

Dit gedicht hebben we op de rouw­brief van Pa gezet en beeldt goed uit wat Alzheimer met de geest van een mens doet. Het past ook per­fect op het ziekteverloop dat Pa heeft mee moeten maken.

Een arts zei ons ooit dat je de ge­vol­gen van Alzheimer kunt ver­ge­lij­ken met het afpellen van een ui. Met elke schil die je weghaalt ver­dwijnt er iets en dat komt nooit meer te­rug. Bij Pa was dat wel een hele gro­te ui, want hij heeft in zijn leven enorm veel meegemaakt en gedaan.

Dat afpellen kun je ook wel vergelijken met een reis terug in de tijd. Voor Pa begon die op 15 januari 1933 toen hij werd geboren in het buurtschap Boswijk in Doorn. Lokaal stond dit bekend als het ‘Rooie Dorp’. Ik heb geen idee waarom dit zo heet, maar toen ik er met Pa een jaar geleden langs reed en het vroeg zei hij: ‘Nou, alle huizen hadden toch rooie dakpannen ..”.

In 1938 verhuisden vader Kees, moeder Jans en zoon Gerard naar de Loolaan in Driebergen (eigenlijk Rijsenburg), omdat mijn opa dan niet meer zo ver hoefde te fietsen naar zijn werk bij de Gero in Zeist. Pa ging vlak om de hoek naar school in de Middellaan. Daar zat hij in dezelfde klas als mijn moeder, die een paar huizen verderop woonde.

In 1940 vielen de Duitsers ons land binnen en kwamen de oorlogsjaren. Deze jaren hebben een diepe en blijvende indruk op Pa gemaakt. Omdat hij natuurlijk nog erg jong was heeft hij – zoals hij het zelf altijd zei – veel lopen donderjagen en rottigheid uitgehaald en was het op een jongensachtige manier een spannende tijd met allerlei avonturen. Uit deze periode stammen ook al zijn eerste experimenten met kruit, dat hij en zijn vrienden haalden uit kogels en granaten, die ze op de kop wisten te tikken.

Toch heeft de oorlog ook op een dieper niveau een blijvende indruk gemaakt. Waarschijnlijk ook doordat in 1942 zijn broer Kees werd geboren en zijn vader voor de Arbeidseinsatz tewerk werd gesteld in Berlijn en later ondergedoken heeft gezeten. In zijn latere jaren verzamelde en las Pa vrijwel alle boeken die er over de oorlog verschenen. Ik zou het geen obsessie willen noemen, maar hij wist er wel echt alles van af. Zelfs zoveel, dat hij in de boeken die hij las met potlood in de kantlijn de fouten die de schrijvers soms maakten verbeterde. In dit opzicht was Pa toch wel een oorlogskind.

Na de bevrijding door de Canadezen ging Pa naar de Ambachtsschool in Utrecht en leerde hij het vak van elektromonteur. In de oorlog was er nagenoeg geen les op school geweest en daarom kwam hij daar terecht. In feite ver onder zijn niveau, want als Pa nu jong was geweest had hij met gemak VWO gedaan en had hij misschien wel aan de TU gestudeerd. Op de ambachtsschool is Pa wel een echte vakman geworden; alles wat zijn ogen zagen kon hij met zijn handen maken. En met een oog voor detail en afwerking dat eigenlijk niet normaal was. Of het nu boekenkisten, radio’s, modelvliegtuigen of ijzerwerk was, alles zag er uit alsof het door vakspecialisten was gemaakt.

In 1949 kwam Pa van school en ging als halfwas elektromonteur aan het werk bij Koene in Zeist. Hij moest zijn eigen gereedschap kopen (dat ligt trouwens nog steeds op zijn werkbank op zolder) en ging met de materialen op zijn nek en zijn gereedschap op de bagagedrager op de fiets door de hele provincie Utrecht op karwei, zoals hij dat zei.

In 1952 ging Pa op voor zijn nummer in militaire dienst bij de geneeskundige troepen in Ermelo. Ik weet niet hoe het precies is gelopen, maar toen had hij al verkering met ma. Uit de verhalen die Pa over zijn diensttijd vertelde kan ik alleen maar afleiden, dat hij daar een geweldige tijd heeft gehad. Vooral met zijn slapie Jan Efdé die uit het – toen nog – verre Friesland kwam. Hij mocht er ook met geweren en pistolen schieten en dat was natuurlijk sowieso al geweldig. Kenmerkend voor Pa was zijn trouw aan de mensen die hij kende. Voor zover ik weet heeft hij nooit iemand laten vallen. Zo ook zijn slapie Jan, met wie hij tot diens dood contact heeft gehouden.

Zo rond die tijd is Pa lid geworden van de Schietvereniging Driebergen-Rijsenburg en Omstreken, die destijds nog was gehuisvest in café De Prins van Oranje tegenover de gro­te kerk in Driebergen.

Nadat Pa uit dienst afzwaaide ging hij weer aan het werk bij Koene. Dit keer moest hij verder van huis; in het kader van de wederopbouw ging hij op karwei in Weert. ’s-Maandags heel vroeg met de trein naar Limburg en vrijdag ’s-avonds pas heel laat weer thuis. In het weekend was het met ma dansen bij Van der Vaart op de Traaij en ’s-maandags weer met de trein naar Weert.

Van al dat dansen kwam trouwen. Op 31 juli 1958 stapten Pa en zijn Nan in het huwelijksbootje. Het jonge stel ging wonen in de Loolaan in een huis dat ze deelden met een ander pas getrouwd stel. Het was toen heel gewoon dat na een huwelijk de vrouw van de werkgever moest stoppen met werken. Dat kwam goed uit want 10 maanden na hun huwelijk werd ik geboren; Pa kon dus toen ook al aardig goed schieten.

Toen ik zo ongeveer 1½ was verhuisden ze naar de Patrimoniumstraat, waar ze een heel huis voor hunzelf konden huren. Midden jaren ’60 ging Pa weg bij Koene en trad hij dienst van de PUEM (tegenwoordig Eneco) en werd hij ambtenaar. Ik wist niet wat dat was, maar het had als heel groot voordeel dat ik als enige niet naar de schooltandarts hoefde als die met een soort van SRV wagen voor kwam rijden.

Dat Pa veel meer in zijn mars had dan Ambachtsschool heb ik al gezegd. Hij wilde graag hogerop en eind jaren ’60 deed hij een schriftelijke studie VEV (MTS) bij de PBNA. Op de zijn kenmerkende manier deed hij dat met een enorme toewijding en hij slaagde uiteraard met vlag en wimpel. Bij de PUEM deed Pa het heel goed en hij klom snel door de ambtelijke rangen. Uiteindelijk heeft hij geschopt tot projectleider van miljoenenprojecten voor de verbouw en nieuwbouw van zogenaamde onderstations.

In 1968 werd Joke geboren. Dat was helaas wat minder snel gegaan dan mijn verwekking, en wat was hij blij. Ik weet nog goed dat hij de avond van de geboorte van Joke op mijn slaapkamer kwam en zei dat als ik ‘gestommel’ hoorde ik op mijn kamer moest blijven en dat er niets aan de hand was. De ochtend erop werd ik wakker en had ik zomaar ineens een zusje …

In 1970 verhuisde het gezin naar een groter huis in de Esdoornlaan, dat Pa natuurlijk eerst eigenhandig van onder tot boven opknapte en verbouwde voordat we er in trokken. Het gezin bloeide en we hadden er hele mooie jaren. In deze tijd was hij bestuurslid van de schietvereniging en was hij samen met zijn neef Willem van Tellingen één van de trekkers – en uitvoerders – van de nieuwbouw van de kantine en de 12 meter baan.

In maart 1977 kwam echter een keerpunt in Pa’s leven. Door fouten van anderen kreeg hij op zijn werk een zeer ernstig ongeluk, waarbij allebei zijn benen derdegraads verbrand raakten. Hij heeft zelf ma toen nog gebeld om te zeggen dat hij een ongelukje had gehad, maar uiteindelijk heeft hij 2½ maand in het brandwondencentrum in Beverwijk gelegen voordat hij weer naar huis mocht.

Het was voor Pa een traumatische gebeurtenis. Tegenwoordig zou je na zo’n ongeluk geestelijke hulp krijgen, maar die was er toen nog niet en Pa wilde het ook eigenlijk niet. De artsen zeiden dat hij maar veel moest lopen om z’n benen te laten herstellen. Dat hebben we geweten! Hij wandelde altijd al graag, maar toen sloeg hij bijna elke dag aan het lopen en niet zo heel weinig ook. Tochten van zo’n 40 km per dag waren heel gewoon.

Na een klein jaar was hij voldoende hersteld om weer te gaan werken. Plichtsgetrouw zoals hij was deed hij dat. Het echte plezier in zijn werk kon hij helaas niet meer vinden en tot zijn vervroegde pensioen in 1992 heeft hij het niet makkelijk gehad.

Pa was natuurlijk buurtvertegenwoordiger bij de woningbouwvereniging en rond 1980 maakte hij zich sterk voor sloop en nieuwbouw van de oude huizen aan de Esdoornlaan. Mede door zijn inspanning lukte dat en in 1981 betrok het gezin de woning waar ma nu nog woont.

Na zijn pensioen stortte Pa zich op zijn hobby’s; en dat waren er genoeg. Meestal deed hij dat samen met zijn neef en zwager Aart, met wie hij een speciale klik had. In de jaren ’60 had Pa al samen met zijn neven Meimp en Jan de familie wandelclub ‘De Deetrippers’ opgericht. Die naam had hij van het eerste singletje dat ik kocht; Daytripper van de Beatles. Maar Pa zou Pa niet zijn geweest als hij er geen eigen draai aan had gegeven. Het werd dus Deetrippers met D E E.

Pa was de zogenaamde uitstippelaar en organiseerde twee keer per jaar een wandeltocht waar dan zo’n 30 – 40 familieleden en allerlei aanhang aan meedeed. Uiteraard werd dat allemaal tot in de kleinste details voorbereid, want stel je toch eens voor dat het niet zo zou gaan als hij had gepland. Hij had zo’n beetje alle landkaarten van Nederland en zat er avonden over gebogen om de routes uit te zetten. Op deze manier heeft hij de Deetrippers de mooiste plekken van Nederland laten zien.

Hij wist letterlijk overal in Nederland de weg, zelfs nog toen de Alzheimer al in een ver gevorderd stadium was. Zijn neef Willem van Tellingen, die elke donderdag met Pa een eind ging rijden, kan er over meepraten. Op een keer kwamen ze op de terugweg naar Heerenwegen langs de Loolaan en toen zei Pa: ‘Willem, zet me hier maar af. Het laatste stukje loop ik wel’

In de oorlog was Pa al in aanraking gekomen met radio’s en was later erkend zendamateur geworden. Zijn zogenaamde callsign was PA0GAD; de GAD stond voor Gerard Achterberg Driebergen. Hij was een actief lid van de radioamateur vereniging VERON en organiseerde daarvoor ook allerlei evenementen. Totdat hij niet meer thuis kon wonen zat hij nog vaak op zolder achter zijn zender en had hij via de radio contact met allerlei collega radio amateurs van over de hele wereld.

Pa kon altijd al goed tekenen – ‘als het maar geen gezichten zijn’ zei hij altijd. Hij bekwaamde zich er verder in en ging op cursus om te leren aquarelleren. En … u raadt het al … ook dat maakte hij zich eigen en schilderde aquarellen die erg waren gewild en nog her en daar aan de muur hangen. En dan was er natuurlijk de jaarlijkse Kerstkaart die Pa tekende met Oost Indische inkt. Maanden van te voren was hij er al mee bezig om een mooi tafereel of kerkje te zoeken. En dan nadat hij de kaart in potlood had getekend, zat hij avonden achtereen onder een vergrootglas met inkt heel minutieus puntje voor puntje de kaart te tekenen. Ik denk dat veel van u in de zaal de kaarten wel kennen en begrijpen wat ik bedoel.

Voor iemand die eigenlijk zijn hele leven op één vierkante kilometer heeft gewoond, had Pa een bijzondere ruime kijk op de wereld. Hij had zoveel interesses dat hij soms tijd te kort kwam. Ik heb er al een paar genoemd, maar er waren er nog veel meer. Hij heeft letterlijk heel Nederland van noord tot zuid en van oost tot west gezien. Ook Duitsland en de Belgische Ardennen kende hij als zijn binnenzak. Helaas voor Ma durfde hij niet te vliegen dus echt ver weg is hij nooit geweest. Hij vond vliegtuigen wel heel interessant – vooral bommenwerpers of als het om een Luftangriff ging – maar er in stappen was hem net een brug te ver.

En dan waren er natuurlijk zijn kleinkinderen. Op de rouwbrief staat dat hij een bijzondere opa was en dat is misschien nog wel wat zwak uitgedrukt. Hij was er helemaal gek van. Als het maar even kon nam hij ze overal mee naartoe. Het spoorwegmuseum, het vliegtuigmuseum en natuurlijk de schietbaan waar hij ze leerde schieten. Knutselen op zolder, struinen door het bos en donderjagen met een katapult. Als Pa met zijn kleinkinderen was kwam het kind in hem weer boven. Eigenlijk zou je elk kind zo’n opa gunnen.

Veel mensen kennen Pa als een iemand die wel was te porren voor een geintje, graag mocht vertellen, overal wel verstand van had en graag de aandacht had. Hij had echter ook een andere kant, die niet zovelen kennen. Hij kon behoorlijk piekeren en zich zorgen maken over van alles wat hem en zijn gezin aanging. Hij durfde bijvoorbeeld vroeger geen huis te kopen, omdat hij er van overtuigd was dat hij niet oud zou worden … dat laatste is hem dus toch wel mooi gelukt.

Bovenal was hij echter trouw, toegewijd en zorgzaam. Stond altijd klaar voor eigenlijk iedereen die hem om hulp vroeg. Na de val van Ma, waarbij ze haar heup brak met alle gevolgen van dien, heeft hij letterlijk dag en nacht aan haar bed gezeten en haar onvoorwaardelijk verzorgd. Hij heeft Ma ook steeds gestimuleerd om verder te zoeken naar een oplossing voor haar heup.

Helaas heeft hij niet meer kunnen meemaken dat de heupoperatie van Ma uiteindelijk toch is gelukt en ze weer een stuk mobieler is dan voorheen. Thuis ging het helaas niet meer en Pa moest worden opgenomen in een verzorgingstehuis. Al met al heeft Pa daar 2 jaar doorgebracht. En net als het spreekwoordelijke pellen van een ui ging hij steeds met stapjes achteruit. De afgelopen maanden ging dat ook steeds sneller, tot er vorige week eigenlijk niets meer af te pellen viel. Het overlijden van Pa kwam daarom niet onverwacht, maar dan opeens toch wel weer plotseling. Ondanks de droefheid die er is, kwam het overlijden van Pa – in ieder geval voor hem – ook als een verlossing. Hij heeft nu de rust die hij meer dan verdiend heeft.

Ik zei al dat hij alles wat zijn ogen zagen met zijn handen kon maken. Het ‘kanon’ dat hij samen met zijn broer Kees maakte mag daarbij niet natuurlijk ontbreken. Het zou te lang duren om alles te vertellen wat hij daarmee heeft uitgehaald; zoals dat hij er – weliswaar per ongeluk – het glas uit de voordeur van ome Aart en tante Gé mee uitschoot tijdens Oud-en-Nieuw. Veel van u zullen het kanon wel kennen en het in actie hebben gezien. Misschien is het een mooi handvat om er straks bij de koffie mooie herinneringen aan Pa mee op te halen.

Pa, heel erg bedankt voor wat je voor ons en vele anderen hebt betekend. Het ga je goed en geniet van je rust. Als je het kanon niet op bevel van de politie onklaar had moeten maken, dan hadden we er nu 21 saluutschoten voor je mee afgevuurd.




Bezige handen en een sterke wil
Vielen na een bewogen leven stil

Op 29 april 1933 werd Ma geboren op de Loolaan in Driebergen. De zesde dochter op rij van moeder Johanna en vader Evert van Tellingen. Ze heeft wel eens gezegd dat ze hierdoor niet één, maar zes moeders had. Toen de kleine Nan 4 werd ging ze naar de Bewaarschool aan het Haagje vlak over het spoor bij de ingang van Bornia. In 1938 kregen ze daar een nieuw jongetje in de klas. Dat was de kleine Gerardje Achterberg, die net was verhuisd naar de Loolaan en een paar huizen verderop was komen te wonen. Na de Bewaarschool gingen ze samen naar de Lagere School aan de Middellaan. Pa en Ma hebben elkaar dus zo’n 76 jaar gekend.

Haar lagere schooltijd viel in feite samen met de oorlogsjaren, waardoor er nagenoeg geen les werd gegeven. Na de bevrijding door de Canadezen ging Ma naar de Huishoudschool en vervolgens op haar 16e aan het werk als coupeuse bij Wees & Wijs in Zeist.

Het zal ook zo rond die tijd zijn geweest dat Pa en Ma officieel verkering hebben gekregen. Ze waren allebei gek van dansen en gingen op dansles bij Van der Vaart op de Traaij. Ze waren er behoorlijk goed in en hebben op vrij hoog niveau aan wedstrijddansen gedaan, maar het ging hen toch vooral om de gezelligheid.

Na een lange verkering stapten Pa en Ma op 31 juli 1958 in het huwelijksbootje. Het jonge stel ging een stukje verderop wonen in de Loolaan, in een huis dat ze deelden met een ander pas getrouwd stel. Je kan het je nu bijna niet meer voorstellen, maar het was toen heel normaal dat een vrouw van de werkgever moest stoppen met werken zodra ze trouwde. Ma werd full-time huisvrouw en misschien wel daardoor werd ik 10 maanden na hun huwelijk geboren.

Toen ik zo ongeveer 1½ was verhuisden ze naar de Patrimoniumstraat, waar ze een heel huis voor hunzelf konden huren. Ze wilden dolgraag meer kinderen, maar kregen daarbij helaas flinke tegenslagen te verwerken. Maar gelukkig werd 9 jaar na mij in de koude winter van 1968 Joke geboren.

In 1970 verhuisde het gezin naar een groter huis in de Esdoornlaan en werden we de buren Ma’s moeder; onze Opoe. Het gezin bloeide en we hadden er hele mooie jaren. De huizen aan de Esdoornlaan werden vervangen door nieuwbouw en in 1981 betrok het gezin de woning waar Ma tot 2 jaar geleden heeft gewoond, voordat ze naar Sparrenheide verhuisde.

Bezige handen
Ma was niet van het type dat makkelijk stil kan zitten. Ik kan me van vroeger herinneren dat Ma bijna elke dag wel achter de naaimachine zat om zoals dat heette japonnen en overgooiers te maken voor familie, vrienden en buren.

Van jongs af aan was ze ook al actief lid van de Hervormde Kerk en het Kerkkoor. Ze heeft hier onder andere de kledingcommissie gedaan. Eigenlijk vond ze dat ze de toga’s veel beter zelf kon maken, want kopen was eigenlijk toch veel te duur. Ik weet niet in welke functie, maar in latere jaren heeft Ma ook lang in het bestuur van het koor gezeten. Met het koor heeft ze ook veel uitwisselingsreizen gemaakt naar koren in onder andere Engeland en Duitsland. Uiteraard zat Ma in het organisatiecomité . Voor deze reizen is Ma zelfs op Engelse les geweest. Duits sprak ze al prima vond ze, gewoon Nederlands praten met beetje Duitse uitspraak. Ze redde zich er altijd prima mee.

Binnen de kerk was ze lid van de HVD en ging ze op bezoek bij mensen die een steuntje in de rug konden gebruiken.

Toen ze te oud werd voor het kerkkoor stapte Ma over naar het ouderenkoor Avondzang. Hier werd ze al snel verantwoordelijk voor het organiseren van het vervoer naar de repetities en andere bijeenkomsten.

Omdat ze waarschijnlijk nog niet genoeg omhanden had, heeft Ma toen Joke en ik wat ouder waren nog een aantal jaar op de donderdagen gewerkt bij de bakker aan het begin van de Verlengde Traaij. Ze moest dan tot 18:00 werken, maar zorgde dan wel voordat ze wegging dat de aardappels geschild klaar stonden in de pan. Wij moesten immers wel om 17:30 eten.

Daarnaast was Ma vanaf eind jaren 80 vrijwilliger bij verzorgingshuis Beukenstein. 28 jaar lang ging ze daar trouw elke dinsdag naartoe. Ze had er min of meer haar eigen naaiatelier waar ze de bewoners hielp met handwerken. Zelfs toen Ma zelf minder mobiel werd is ze dit blijven doen en ging ze gewoon op de ‘scoot’ om de ‘oude mensen’ te helpen zoals ze zei. Het is bewonderenswaardig dat ze dit is blijven doen tot begin dit jaar. Als ze niet ziek was geworden had ze het vast en zeker nog gedaan.

Sterke wil
De mensen die haar van dichtbij kenden zullen onderschrijven dat Ma een sterke wil had. Met andere woorden: ‘wat ze in haar hoofd had, had ze niet in haar …’. Ze was dan ook niet makkelijk op andere gedachten te brengen.

Het verhaal gaat dat ze op 8-jarige leeftijd voor Sinterklaas een celluloid pop had gevraagd. Het was toen oorlog dus dat was voor de Sint geen haalbare kaart. In plaats daarvan kreeg ze een zelfgemaakte stropop. Nadat ze die had uitgepakt zei ze: ‘Die heb ik niet gevraagd!’ en gooide hem zo in de kachel.

Toen de Alzheimer zich bij Pa begon te openbaren en autorijden eigenlijk niet meer verantwoord was zie ze: ‘dat gaat nog prima, want ik zit ernaast en zeg wel wat hij moet doen en anders kom ik ook nergens meer’.

Één van de weinige dingen waar ze haar zin niet in heeft gekregen is het kopen van een eigen huis. Pa durfde dat niet aan en ondanks jaren lang aandringen hield hij voet bij stuk. Maar ze heeft het nooit losgelaten. Als je er nu nog over begon zat ze zo weer op de kast.

Bewogen leven
Aan de andere kant heeft Ma’s wilskracht er wel voor gezorgd dat ze niet bij de pakken ging neerzitten bij de tegenslagen die ze heeft gehad. Ondanks dat Ma tussen mij en Joke zo’n 10 miskramen heeft gehad moest en zou er een tweede komen.

Toen Pa in 1977 na zijn ongeluk een paar maanden in het brandwondencentrum in Beverwijk lag regelde ze het zo, dat er elke avond wel iemand reed om bij hem op bezoek te gaan.

Pa was ook wel avontuurlijk aangelegd en totdat Ma in 2006 haar heup brak hebben ze samen ontzettend veel ondernomen en gereisd. Het breken van haar heup en de zware complicaties die optraden maakten helaas dat Ma moeilijke jaren heeft gekend. Maar ook hierbij kwam haar wilskracht tot uiting. Ondanks haar handicap en de pijn bleef ze er op uitgaan en wilde ze zich er niet bij neerleggen dat er niets meer aan te doen zou zijn. Helaas heeft Pa niet meer mogen meemaken dat Ma uiteindelijk toch opnieuw een geslaagde heupoperatie heeft gekregen, waardoor ze de laatste twee jaar toch weer aardig kon lopen. De nieuwe heup heeft ze in feite ook weer zelf geregeld. De meeste ziekenhuizen durfden het niet aan, maar ze ging net zo lang door totdat ze een arts vond die het wel aandurfde.

De gevolgen van Alzheimer bij Pa hebben Ma erg diep geraakt en ze kon het moeilijk verkroppen dat het juist hem moest overkomen. Ze heeft hier veel verdriet over gehad en zei vaak dat ze het liefst maar weer bij hem was.

Vielen stil
Toch wist ze zich altijd weer snel te herpakken en kwam haar wilskracht weer naar boven. Ze bleef actief in het koor en op Beukenstein en bleef er op uitgaan met de ‘scoot’ en de vakantie in het Roosevelthuis in Doorn had ze voor deze zomer al weer geboekt.

In maart dit jaar werd Ma opgenomen in het ziekenhuis met wat leek op een zware longontsteking.

Wat het precies was wisten de artsen niet, maar na 3 weken was ze weer aardig opgeknapt en mocht ze weer naar huis.

Ma heeft genoten van haar 83e verjaardag die we vierden met luxe pannenkoeken in het Jagershuys in Zeist. Op 15 mei vierden we onze verjaardagen in Raalte en heeft ze zoals ze zei nog bijna in haar broek gepiest van het lachen.

Ze was wel kortademig en het herstel ging haar niet snel genoeg, maar ze was toch wel weer van plan om er met de ‘scoot’ op uit te gaan. Het was dus onverwacht toen ze de vrijdag erna toch weer in het ziekenhuis werd opgenomen, omdat haar klachten vrij plotseling weer erger waren geworden.

Die maandag hoorden we dat er bij Ma longfibrose was geconstateerd en het de dagen erna erop of eronder zou worden. Het is helaas ‘eronder’ geworden en in de nacht van dinsdag op woensdag is Ma in rustig haar slaap overleden.

Ma, heel erg bedankt voor wat je voor ons en vele anderen hebt betekend. Het ga je goed en geniet van je rust.