andaag staat de wandeling ‘Langs de Berkel’ van WS78 op het programma en die wandeltocht mag je absoluut niet missen. De start van de wandeling vindt plaats bij voetbalvereniging AZC Zutphen (= Algemene Zutphense Combinatie) aan de Fannie Blankers-Koenweg in Zutphen. De af te leggen afstanden bedragen 20, 30 en 40 km. Met andere woorden: er is weer keuze genoeg. Een van de hoogtepunten in de route is een bezoekje aan het dorp Almen. Een dorp dat bekend staat door Starings gedicht over ‘De Hoofdige Boer’, met de vermaarde beginregels:
‘Elk weet, waar ‘t Almensch Kerkje staat,
En kent de laan, die derwaarts gaat.
Een duiker perst daar, onder ’t spoor,
Zijn schuim tot in de Berkel door’.
Dat bakstenen kerkje, bestaande uit drie geledingen, stamt uit de 14e eeuw en werd in 1849 vergroot en gerestaureerd. De toren, oorspronkelijk los van de kerk, is nog iets ouder. Over de uitbreiding aan de noordkant ontstond in de 19e eeuw nogal wat commotie. Starings’ Hoofdige Boer zal daar wel het zijne van hebben gezegd.
In de toren hangen twee klokken uit 1645. Deze klokken zijn gegoten door de gebroeders Pieter en Franςois Hemony. Toppers onder de klokkengieters.
Maar er zijn meer toppertjes te ontdekken. Parcoursbouwer Hans Dijkhof heeft ze allemaal verzameld. Dus gaan!
Lochem, Boerderij met rood en groen omrande luiken
Paadje naar de Berkel

e weersverwachting voor vandaag is niet bepaald ideaal te noemen. Er wordt regen verwacht, een koude snijdende wind en temperaturen die rond het vriespunt schommelen. Daarnaast verwachten de weerprofeten gladde wegen door opvriezende natte wegdekdelen. Gisteren lag een deel van ons land onder een laagje sneeuw en in andere delen viel er regen. Heel veel regen zelfs. In Arnhem — ook een stad in de provincie Gelderland — konden kinderen sleetje rijden en sneeuwballen gooien. Van het overtollige regenwater zullen we tijdens de wandeling veel hinder ondervinden. Het kan niet anders. We zullen het zien en ervaren. Ondanks de slechte berichten zijn er 208 deelnemers op de wandeling afgekomen. Die mannen en vrouwen mag je wel bikkels noemen. Of waaghalzen? Kortom, het wordt een echte winterwandeling. En misschien krijgen we nog leuke kerstplaatjes voorgeschoteld.
Rond 08:00 uur gaan de eerste wandelaars van de 40 km afstand op pad. Later zullen de anderen volgen. De eerste kilometers gaan door een parkje en over gladde bruggetjes. Dat betekent opletten. Daarna bereiken we het oostelijk deel van het stadscentrum en wandelen langs de Berkelpoort, een waterpoort en onderdeel van de oude stadsmuur van Zutphen.
Vervolgens bereiken we het riviertje de Berkel en volgen de waterloop over een fietspad overgaand in een graspaadje. Onze angst wordt bewaarheid als we de ondergrond van het drassige schouwpaadje zien. In korte tijd zijn onze schoenen en kousen nat. Het betekent wel doorstappen om warm te blijven. Het stappen wordt ploeteren en springen om diepere plassen te ontwijken. Toch hebben we er plezier in. Het plezier wordt iets minder als Jan en ik in aanraking komen met prikkeldraad en onze handen er bloederig uitzien. Het doet me denken aan Tour de France van 2011 toen Johnny Hoogerland door een auto van de organisatie het prikkeldraad inreed en er zwaargehavend uitkwam. Nou ja, zo erg is het bij ons niet. Maar wel even schrikken.
Lochem, Velhorst 4, Huize Velhorst
Landgoed Velhorst, Insectenhotel met makelaar

et slingerende paadje langs het riviertje blijven we ruim 7 km volgen. Daarbij gaan we door enkele klaphekjes en door een bosperceel tot we bij een stuw in de rivier aankomen. Op het moment dat Erik Dikken, parcoursbewaker, op zijn fiets nadert maken wij plaats zodat hij op het smalle pad ons kan passeren. Vlakbij de stuw bevindt zich de soeppost bij ‘Esther’s terras’ op camping Groot-Besselink. Een fantastische locatie. Een warm bakkie soep is een welkom geschenk waarna we de wandeling vervolgen. Na ongeveer 700 meter verlaten de wandelaars van de 20 km onze route en gaan terug naar het finishbureau.
Eenzaam maar niet alleen struinen we door het natuurgebied ’t Waliën. Een landgoed in een voormalig heidegebied, beplant met lariks, douglas, fijnspar en Amerikaanse eiken. In het bos liggen vier poelen bestemd voor padden, kikkers en watersalamanders. Het wandelen is hier een genot. Nauwelijks natte paden, maar wel opletten voor de boomwortels die uit de paden deels omhoog steken. Waarom discussieer je over een wolf als je door een Gelders bos loopt? Nou ja, om alert te zijn. En wat komen we tegen. Een teckel met haar baasje.
Het volgende natuurgebied waar we doorheen lopen is Velhorst. Een 17e-eeuws landgoed bestaand uit akkers, bloemrijke schrale graslanden, houtwallen en bos. Hierin wisselen bomen, struiken en grasland elkaar af. En dat levert mooie vergezichten op. Hier en daar ligt nog een restje sneeuw. Met 2° Celsius zal het niet gauw smelten.
Na 15 km te hebben afgelegd krijgen we de splitsing met de 30 km-lopers en via de buurtschap Klein-Dochteren blijven we in oostelijke richting lopen. Later kruisen we onder een viaduct de Rondweg N346 en stiefelen de plaats Lochem binnen, lopen langs de Barchemse Veengoot om via een bruggetje de waterloop te kruisen. En juist dat bruggetje is spekglad, waardoor Jan het acrobatische element flikflak op een puike wijze uitvoert. Zelfs een nahupje doet hij perfect. Even later zijn we bij L.T.T.C. De Toekomst en hebben een welverdiende rust. Inmiddels staat er 20 km op de teller en niet de gemakkelijkste.
Landgoed Velhorst, Theekoepeltje bij bruggetje
Landgoed Velhorst, Ophaalbruggetje over de Berkel

ij bestaat. Echt waar! En dan hebben we het niet over sinterklaas, maar over de hoofdige boer. De boer die Staring in zijn gedichten omschreef. Johan, onze voorzitter, is hem tegengekomen. Die boer is niet alleen hoofdig, eigenzinnig en koppig, maar ook onbeleefd, onhebbelijk en onbeschoft. Johans’ routeplanner volgend brengt hem op het domein van die boer en daar is de boer niet van gediend. De man wil geen criminelen op z’n terrein. Goh, dat noem je meteen oordelen. Met zo’n mentaliteit kan die boeren… zo de politiek in en past prima in Den Haag. Aanpassingsproblemen zal ie niet hebben. Nu ziet Johan er niet uit als een crimineel. Nee, verre van dat. Maar de man wil niet luisteren naar het hoe en waarom van Johans’ bezoek. Ook het gele verzorgingstenue vindt ie maar niks. Jullie schrijven altijd bekeuringen uit, foetert ie. Afijn, daar blijft het bij. Ik zou die boer graag adviseren om een bezoekje te brengen bij de firma Specsavers voor een ooggezondheidsonderzoek. Misschien kan ik dat op de terugweg doen als we daar weer langs komen. Ik vermoed dat Esther van ‘Esther’s terras’ bij Groot-Besselink dat wel op prijs zal stellen.
Nadat we de onderdanen rust hebben gegund en een kopje koffie ons heerlijk doet smaken gaan we weer op pad. We volgen dezelfde weg terug langs de Barchemse Veengoot en gaan wederom onder het viaduct van de Rondweg door. Daarna slaan we af en volgen landelijke wegen in de richting van het dorpje Almen. Als we 25 km hebben afgelegd sluit de route van de 30 km-lopers zich bij ons aan. We betreden het landgoed Velhorst, passeren het imposante landhuis en over een graspaadje langs de Berkel struinen we naar het dorp Almen.
Landgoed Velhorst, Stuw in de Berkel
Almen, Dorpsstraat 39A, Kerk

ls we in Almen zijn moet ik denken aan mijn neef en nicht die hier jaren hebben gewoond, maar ook aan de romantische dichter A.C.W. Staring. Zijn humoristische gedichten zijn een genot om te lezen. Neem het gedicht ‘De Hoofdige Boer’. Hierin beschrijft hij dat een koppige (= hoofdige) Almense boer, Stuggink genaamd, weigerde om bij het ter kerke gaan gebruik te maken van een nieuw aangelegd bruggetje over een greppel, dat het mogelijk moest maken droogvoets ter kerke te gaan. Stuggink wilde niet afwijken van de gewoonten van zijn voorouders die bij hun kerkgang altijd door de greppel waadden. Hij maakte dan ook geen gebruik van het bruggetje en bleef, net als zijn voorouders, natte voeten houden. De laatste regel van de laatste strofe luidt: ‘Bouwt gij een brug om droog te gaan? Ik kom er ook, met laerzen aan!’ Over koppig gesproken, dat is eigenwijs tot onredelijk.
Aan de rand van de bebouwde kom staat bij een greppel een bord met de eerste vier regels van de tweede strofe van de hoofdige boer.
Bezienswaardig is de dorpspomp nabij de kerk. Je moet even van de route afwijken, maar dan heb je ook wat. De pomp behoort tot het straatmeubilair en heeft een houten bovenzijde op een gemetselde sokkel. Het dak is afgewerkt tot een punt. De pomp heeft naast een zwengel ook twee spoelbakken en dat is heel apart. Het is een van de rijksmonumenten van het dorp.
Nadat we het dorp hebben verlaten betreden we het schouwpaadje langs de Berkel. Dat wordt weer ploeteren en baggeren. O ja, de Berkel ontspringt in Duitsland en oogt de eerste tientallen kilometers niet veel meer dan een beek. Op Nederlands grondgebied verandert het slingerende riviertje in een snelstromende rivier. Aldaar is de Berkel gekanaliseerd. Deze kanalisatie had tot doel overstromingen te voorkomen door het regelen van de waterstand. Ze stroomt vervolgens door de Achterhoek, waar ze bij de stad Zutphen in de IJssel uitmondt.
Almen, Dorpsstraat 39A, Waterpomp
Almen, Het Erf 8, De Berkel

et hier slingerend deel van de waterloop brengt ons bij een leuk theekoepeltje en daarna bij een ophaalbruggetje en een stuw. Enige tijd blijven we het modderige pad volgen. Tot tweemaal toe blijft de hak van mijn schoen in de prut vastzitten. Ik probeer mijn schoen los te wrikken, want een volgende stap zetten zou dan rampzalig zijn. Dan zijn we terug bij ‘Esther’s terras’ waar ik een drankje aan me voorbij laat gaan.
Johans’ hoofdige boer hebben we niet mogen ontmoeten. En dat is ook maar beter. Samen met Jan betreden we nu verharde wegen en het tempo wordt daardoor opgeschroefd. Aangekomen bij de Lage Lochemseweg staat De Warkense Molen, een kantige met riet gedekte grondzeiler uit 1878. Via een buiten kruiwiel worden de wieken op de wind gezet. Tegenwoordig wordt op de molen, op vrijwillige basis, veevoer gemalen door een actieve maalploeg. We blijven het asfaltweggetje volgen en kruisen de spoorwegovergang van de spoorbaan Zutphen-Vorden.
Aan de rand van de spoorbaan staat een Canadese Eik. De boom is een herinnering aan de bevrijding van de buurtschap door de Canadese troepen. Tevens herinnert het aan alle medeburgers die tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen om het leven zijn gekomen. Ik loop er naar toe uit respect voor de slachtoffers en om het een en ander nader te bekijken. Naast de boom hangt aan een paal een infoplaquette met daaronder een mandje gevuld met rood, wit en blauwe bloemen. Heel sober, maar reusachtig respectvol.
Warnsveld, Lage Lochemseweg 25 Warkense molen [1878] functie Korenmolen
Warnsveld, Lage Lochemseweg 13A, Canadese Eik

ia landgoed ’t Velde lopen we het dorp Warnsveld binnen. Achter een hek doemt een statige villa van het landgoed op. De fruitpost vinden we als we 35 km hebben afgelegd. We mogen kiezen uit een appel of een peer. Mijn voorkeur gaat uit naar een peer. En dat is een lekkere sappige. Terwijl andere wandelaars nog even op de post verblijven, gaan Jan en ik weer op pad. Smullend van mijn peer struinen we door een bosperceel.
Daarna lopen we de Hanzestad Zutphen binnen. Ter hoogte van de 46,2 m. hoge watertoren slaan we een onverhard paadje in. In de watertoren met een betonnen vlakbodemreservoir van 600 m³ zijn appartementen gebouwd. Langs de Drogenapstoren en de kruittoren keren we terug naar het finishbureau bij v.v. AZC Zutphen. Ondanks allerlei berichten dat het ieder moment kan gaan regenen hebben we het droog gehouden. En kunnen we terugkijken op een geweldig mooie tocht. Leuk om het in het zomerseizoen nog eens te herhalen. Wie weet!
Na een reis met drie verschillende treinen zijn we thuisgekomen. Op het moment dat Cisca de sleutel in het slot van de voordeur steekt barst de regen in alle hevigheid los. Hoe goed kun je het hebben. Tot over een paar weken in Abcoude.

Alex Wijsman