Het verslag begint onder de wandelplaatjes

et mag duidelijk zijn dat de herfst het zomerseizoen heeft verdreven en dat we weer de koude maanden tegemoet gaan. Bladeren van de meeste loofbomen en planten veranderen van groen in geel, oranje tot rood en bruin. Als de bladeren de boom tot last zijn worden ze afgestoten, waarna een veelkleurig tapijt op de bospaden ontstaat. Daaropvolgend worden de bladeren door bacteriën, schimmels en wormen tot humus verteerd. Op die manier keren de voedingsstoffen weer terug naar de aarde, waar ze vandaan gekomen zijn. En daarmee is de cirkel rond.
De afgelopen dagen heeft regen ons land langdurige gekweld, waardoor de ondergrond kletsnat is. Hopelijk is Pluvius zachtmoedig ten aanzien van de wandelaar, want ‘De Land van Cuijktocht’ van WS78 staat op het programma. Het is de eerste wandeling van het najaar en tevens de zesde van 2024. De naam van de wandeltocht verraadt al waar er gewandeld gaat worden. Cuijk, een plaats aan de Maas gelegen in het noordoosten van de provincie Noord-Brabant. Deze voormalige heerlijkheid werd in 1648 bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden gevoegd. In de Romeinse tijd was het een vestingplaats, die Ceuclum werd genoemd. In deze historierijke omgeving gaan we het een en ander ontdekken. Ik ben benieuwd en heb er zin in.
|
|
|
|
|
|
Eerste soep uit eigen bekertje primeur voor Danny |
|
Sint Hubert, Zelfbedieningspontje D'n Hôpsen Diek
|
|

fijn, de plaats is goed bereikbaar met openbaar vervoer. Op 1 juni 1883 is de Noordelijke Maaslijn oftewel de ‘Heilige Lijn’ van Nijmegen naar Venlo in gebruik genomen, waarbij ook het station van Cuijk geopend is. De spoorverbinding is grotendeels enkelsporig. De voorbereidende werkzaamheden om de spoorlijn te vernieuwen zijn dit jaar van start gegaan.
Tegenwoordig is het vervoersmaatschappij Arriva die de reizigers vervoer aanbiedt. Rond half acht betreed ik met Aaf Peters en nog een dame het perron en weldra zijn we op weg naar het startbureau. Daar is het een en al bedrijvigheid. Zeven maanden hebben sommige wandelaars elkaar niet gezien, dus er valt een boel te vertellen.
Om 08:00 uur gaan de eerste wandelaars van start. Samen met Danny — de kleinzoon van Bram — ga ik op pad. Het is 5° Celsius, droog en fris. Dus het tempo wordt meteen ingezet. Het begin van de wandeling gaat over geasfalteerde wegen waardoor we snel vooruit komen. Via de plaats Vianen komen we in het dorp Haps. Inmiddels hebben we enkele leuke grindpaadjes onder de voeten gehad. In Haps treffen we een man die met z’n labrador-retriever aan het wandelen is. Hij bazelt iets dat kant noch wal raakt. Helaas kunnen we hem niet verstaan. Het Hapse dialect ben ik niet machtig. We steken een rotonde over en lopen in de richting van Rijkevoort.
|
|
|
|
|
|
Sint Hubert, Zelfbedieningspontje D'n Hôpsen Diek
|
|
Graspaadje naar Sint Hubert
|
|

a 9,4 km stappen zijn Danny en ik de eerste wandelaars die bij de soeppost arriveren. We zijn eveneens de eersten in de geschiedenis van WS78 die een bekertje soep aangereikt krijgen in een eigen meegenomen kopje, bekertje of schenkkan. Plastic bekertjes zijn inmiddels taboe en dat wordt onze vereniging opgelegd. Kortom, ze zijn slecht voor het milieu. Dus activisten hoeven niet ergens op een snelweg te gaan zitten omdat van onze vereniging te eisen. Alle overgebleven bekertjes bij verenigingen of andere instanties mogen de vuilverbranding in en dat schijnt niet slecht voor het milieu te zijn. Overheid zorg eerst voor een verbod op de verkoop van plastic bekertjes, dan kunnen ze ook niet meer gebruikt worden. Nu kan bij overtreding onze vereniging een boete worden opgelegd. Dus hun actie is volledig te begrijpen.
Coby, onze onvolprezen verzorgster, is even in verwarring omtrent de inhoud van de ‘eigen’ bekertjes, want die hebben allemaal een verschillende maat. Ja, die schenkkan van mij hoeft ook niet helemaal vol. Een fotootje wordt gemaakt om dit historisch moment voor het nageslacht vast te leggen en weldra zijn we weer aan de wandel.
Een kilometer voorbij de verzorgingspost slaan we allebei een foute afslag in. Het is het tweede stuk van de 40 km-route die we volgden. Danny heeft het snel in de gaten en we maken een draai van 180 graden en zijn terug op het juiste traject. Een fraai grindpaadje tussen een sloot en een maïsveld brengt ons bij een betonnen brug. Daar slaan we af en krijgen gras onder de voeten. Heerlijk!
Aan het eind van het Hubertuspad staan we voor een wetering. Er is niets aan de hand, want er ligt een zelfbedieningsveerpontje in het water, die ons naar de overkant zal brengen. Althans dat moeten we zelf doen. Het pontje ligt aan de overzijde van de Raam afgemeerd. Via een touw trekt Danny het voetveer naar onze kant. Bedachtzaam betreden we het dek zodat het vaartuig geen slagzij zal maken. Dit wordt de droomcruise van ons leven. Daarna trekt de jonge kerel ons naar de overzijde en kunnen we ons pad vervolgen.
|
|
|
|
|
|
Sint Hubert, Wanroijseweg 99, Beltmolen De Heimolen uit 1878
|
|
Aspergeversperring Mill op het Duits lijntje met verwrongen staal
|
|

e kijken even hoe Kees en Peter het doen die ons op de hielen zitten en dan ploeteren we door het gras. Bij een asfaltweg is de splitsing van de 30 en 40 km route. Wij gaan voor het hoogst haalbare. Verderop zien we een witte reiger aan de waterkant, die weet deze plekjes feilloos te vinden. Over een zandweggetje bereiken we het dorp Sint Hubert. Aldaar staat beltmolen ‘De Heimolen’ op een belt ofwel op een heuvel. De molen stamt uit 1878 en fungeert als korenmolen. In het groene gras en onder de knalblauwe hemel is het bouwwerk een oogstrelend plaatje.
Inmiddels is de temperatuur opgelopen tot 15° Celsius en het is heerlijk om te banjeren. Via een bostraject en over landelijke wegen naderen we een aspergeversperring van de Peel-Raamstelling. Dwars door deze stelling — een Nederlandse verdedigingslinie van Grave tot aan de Belgische grens bij Weert — liep het ‘Duits lijntje’, een voormalige spoorlijn van de Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg-Maatschappij), vanuit Boxtel naar Wesel.
Op 10 mei 1940 vond over dit spoor een opvallend transport plaats. In de vroege ochtend reed een Duitse pantsertrein, gevolgd door een troepentrein — bestaande uit een locomotief en 23 wagons — ongehinderd naar het dorpje Zeeland, waar een infanteriebataljon van zo’n 1000 man werd afgezet. Het transport kwam als een volslagen verrassing voor de Nederlanders.
Vlug werd de spoorlijn nabij het spoorbruggetje over het Defensiekanaal alsnog versperd met ijzeren balken en opgegraven landmijnen. Toen de pantsertrein even later terugreed, liep hij door de asperges met een donderend lawaai uit de rails. Verschillende wagons tuimelden van de spoordijk en de rails werden verwrongen. De Duitse soldaten nestelden zich ten zuiden van de spoorlijn en overmeesterden twee kazematten. Ten noorden van het spoor lukte dat niet. Daar ontstond een hevig gevecht met de zich standvastig verwerende Nederlanders. De Duitse soldaten werden gedwongen dekking te zoeken in de trein waardoor een patstelling ontstond. Op deze plek zien we het spoorwegmonument dat aan de hevige strijd herinnert. Het bestaat uit 60 meter rails en een aantal aspergeversperringen. Het doodlopende spoorlijntje eindigt abrupt en de laatste meters staal zijn verwrongen.
Over het in slechte staat verkerende spoorbruggetje loopt Danny over de oude bielzen. Een daarvan is vermolmt en oogt slecht tot zeer slecht. Toch komt ie er probleemloos over. Zelf neem ik het veilige gedeelte van de overbrugging dat over ijzeren platen gaat.
|
|
|
|
|
|
Stuw uit 1939 in het Defensiekanaal, na 1960 Peelkanaal genoemd
|
|
Tweede kazemat aan het Defensiekanaal
|
|

an het einde van de Paddenhoolseweg betreden we een graspaadje en later lopen we langs het Peelkanaal. We passeren achtereenvolgens een stuw, kazemat 534 en daarna nog twee kazematten. De stuw dateert uit 1939 en behoort tot het oorspronkelijk ontwerp van het Defensiekanaal, na 1960 Peelkanaal genoemd.
Daarna lopen we de plaats Mill binnen, waar we bij Myllesweerd een rustpauze hebben. Hier kunnen we onder het genot van een drankje onze onderdanen even rust gunnen. Intussen hebben we 20 km afgelegd.
Twintig minuten later zijn we op pad. Door een parkje en langs kasteel Aldendriel, een middeleeuws kasteel uit 1477 dat momenteel in de steigers staat, naderen we de spoordijk van het Duitse lijntje. Ongeveer twee kilometer lopen we over de spoordijk waarna we over het domein van een kwekerij stiefelen. Voor een stuw baggeren we door het gras langs een sloot. Een heerlijk stukje ongerept natuur. Dan naderen we het steile talud van de spoordijk. Deze steile taluds moesten de doorsnijding van tanks en pantserwagens onmogelijk maken.
De organisatie heeft een touw gespannen zodat wandelaars het steile talud iets gemakkelijker kunnen beklimmen. Je kunt er natuurlijk ook met een aanloop tegenop. Dat doet Danny. Ik vind het leuk om het touw te gebruiken. Het hangt er niet voor niets. Eerst trek ik het touw strak of het voldoet en niet losschiet. Op de spoordijk staat een medewandelaar met een fototoestel in de aanslag om een spectaculair plaatje te maken. Ik doe dat meestal bij een vlinder die op een blad neerstrijkt en dan z’n vleugels spreidt. Dat is het ultieme plaatje. Dus het doel van de wandelaar is identiek als ik op m’n muil val. Hij heeft in ieder geval pech en moet wachten op een onfortuinlijke wandelaar. De afdaling van de spoordijk is eveneens een uitdaging. Dat gaat niet eenvoudig, maar we fiksen het. Beiden staan we aan de voet van de dijk en vervolgen onze weg.
Via het Hubertuspad en langs een rotonde zijn we terug bij de verzorgingspost in Haps. Nu krijgen we limonade geserveerd. Wederom uit ons meegenomen drinkbekertje. We hebben 29 km op de teller staan en hebben nog 11 km te gaan. Deze kilometers gaan voor een groot gedeelte over asfalt, maar ook over grind- en zandpaden. Over een viaduct kruisen we de autosnelweg A75.
|
|
|
|
|
|
KAC (=Kabouter Asielzoekers Centrum) in het bos
|
|
KAC (=Kabouter Asielzoekers Centrum) in het bos
|
|

oor een hek betreden we een bosgebied. Opeens staan we bij een KAC, een vluchtelingenkamp voor kabouters. De parcoursbouwer heeft me erop attent gemaakt dat we daar langs zullen komen. Maar niets is minder waar, toch zie ik een aantal kabouters. Ho, ho, daar wil ik meer van weten. Rechts van het pad liggen twee rioolpijpen waarop enkele kabouters zitten. In de buis zijn de slaapvertrekken. Links staat een bord met de tekst ‘Welkom bij KAC, Kabouter Asielzoekers Centrum’ en daarbij staat een kabouter met een rode puntmuts, witte baard en een dikke buik. Hij is de mediator en vangt de kabouters op die vanuit Noord Afrika bij het KAC komen. Links aan de andere kant van het bospad zijn de vluchtelingen die sowieso geholpen moeten worden. Dat is een kabouterlijke plicht. Die ene met een blauw puntmuts op het hoofd zit op een bank. Anderen rusten tegen de onderkant van een boomstam. Een vrouwelijke kabouter met een blauwgroen schort voor haar jurk plukt paddenstoelen en stopt die in haar mandje. Neen, ik bedenk het allemaal niet, het is waar, zie foto! De vriendelijke kabouter met de dikke buik doet me aan iemand denken. Maar wie is ‘t ook weer? Het duurt even en dan schiet me een debat in de Tweede Kamer te binnen. Ja, daar lijkt ie op, als twee druppels water.
We kijken nog even naar dit tafereel en gaan daarna door met de wandeling. We volgen een paadje langs de spoorbaan van de Noordelijke Maaslijn en arriveren ten slotte bij een industrieterrein. Opeens moet ik denken aan de ‘goedaardige witte wieven’. Van 1949 tot 1993 was in Cuijk vleeswarengigant Homburg gevestigd. In hoogtijdagen waren er meer dan 2000 mensen aan het werk.
Tijdens de laatste dag van de vierdaagse van Nijmegen kwamen we op de 50 km-route langs de bouwwerken van de rookworstenfabriek alvorens we het Maasdorp binnenliepen. Achter de ramen van de vleesverwerker stonden jonge dames gestoken in wit slagerstenue de voorbijtrekkende massa te bewonderen. Vooral de jonge mannen waren bij hen favoriet. Dat leuke stukje parcours was voor ons een van de hoogtepunten in de wandeling. Het is allemaal geschiedenis. De gebouwen zijn verdwenen en het braakliggend grond schetst een stuk industrieel verleden. Het staat op m’n netvlies gebrand. Bij zalencentrum De Bond is deze mooie wandeling afgerond. We hebben met volle teugen genoten en bedanken iedereen die deze tocht mogelijk heeft gemaakt. En Pluvius, de bijnaam van Jupiter, was ons vandaag welwillend. Ach ja, hij kan soms een vriendelijke hemelgod zijn.

Alex Wijsman |
|