Het verslag begint onder de foto
Maarn, Burg. Everwijn Langeplein, 'Spoorwegwerker' [Kunstenaar Frank Mager-Boddens Hosang]

p weg naar het startbureau ‘De Twee Marken’ in Maarn komen we in het dorp onderstaand beeldje tegen. Het is een in brons uitgevoerde spoorwegwerker op een sokkel als herinnering aan het ontstaan van het dorp rond 1924 in verband met de opkomst van de spoorwegen. Het beeldje is van de hand van Frank Mager-Boddens Hosang en op 6 januari 1987 op het Burgemeester Everwijn Langeplein in opdracht van de gemeente Maarn geplaatst. Men moet er een tiental meter voor omlopen als men dit prachtige kunstwerk met eigen ogen wil aanschouwen.
De weersverwachting voor de middag is ronduit onstuimig. Het K.N.M.I. in De Bilt verwacht vanuit het zuiden veel regen. Een blik op de buienradar was voor mij het duwtje in de rug om een uur eerder van huis te gaan.
Bij het startbureau is het ’s morgens vroeg een drukte van jewelste terwijl andere wandelaars al op pad zijn. Die zijn slim en hebben goed naar de weerberichten geluisterd. Vandaag is er een keuze uit 4 afstanden, t.w.: 9 km, 20 km, 40 km en 45 km.
Vanwege het negende lustrum is er een 9 km route geïntroduceerd bij de gebruikelijke 20 en 40 km afstanden. De langste route (45 km) is ingelast als een verwijzing naar het 45-jarig bestaan van de vereniging. Dus voor ieder wat wils. WS78-leden mogen gratis aan de wandeling deelnemen. Een leuk detail is dat de vereniging na 45 jaar nog springlevend is en op een boel enthousiaste deelnemers kan rekenen.
Antoine Hunting zit in het startgebouw op mij te wachten om samen op pad te gaan. Maar eerst een ‘bakkie leut’ en rond 08:00 uur worden de eerste stappen door ons gezet. Het dorp Maarn verlaten we via de gecombineerde spoor- en autosnelwegtunnel en passeren daarbij het oude raadhuis om daarna een bospaadje te betreden. Even later struinen we over paden van de Zanderij, een voormalige zandafgraving en zandwinput van de Nederlandse Spoorwegen. Tot 2001 werd er nog zand gewonnen. Voor arbeiders die werkzaam waren in de zandafgraving werd in 1921 het tuindorp Maarn gebouwd. Het kunstwerk ‘de spoorwegwerker’ in het centrum van het dorp is dus niet geheel vreemd. Het karige loon en de werkomstandigheden van de NS-arbeiders in de zandwinput mag niet vergeten worden.
Langs het zwerfsteneneiland lopen we om de plas, kruisen een brug en volgen een paadje tot we bij een metalen trap aankomen. Daar staat een steile trap van 170 treden. En die dienen we te bestijgen. Nu ben ik gewend om trappen te lopen, maar deze constructie is mij toch te heftig. Niet zeuren en doorgaan prent ik mezelf in. Halverwege de trap begint m’n hart door de inspanning sneller te kloppen en m’n hoofd moet er uitzien als een aardappel met verhoogde bloeddruk. Eenmaal bovengekomen moet ik na die klauterpartij op adem komen. Dan realiseer ik me het leeftijdsverschil van 24 jaar met m’n wandelvriend. Andere wandelaars komen ook puffend en zuchtend boven. Dat stelt me een beetje gerust. In een kalmer tempo volgen we de paden door het bos. Ik loop te hijgen als een oud paard. Na vijf minuten ben ik weer de oude. Het tempo mag weer omhoog. Over mulle zandpaden stiefelen we naar het landgoed Zonheuvel nadat we de verkeersweg N227 zijn overgestoken. Door het bos volgen we het ene na het andere pad. De route is prachtig en we genieten dan ook met volle teugen.
|

ls de teller 10 km aangeeft staan we bij Kaasboerderij Huig van de Graaf aan de Langbroekerweg in Doorn. De medewerk(st)ers van de verzorgingsploeg ondervinden voor even topdrukte, want er is zojuist een groep wandelaars gearriveerd die op een drankje wacht. Maar de hulpploegen zijn wel wat gewend. Filevorming bij een verzorgingspost kan dus ook. Anderen zitten op het terras van hun consumptie te genieten. Wij kiezen voor een bekertje aspergesoep in plaats van een kopje koffie. Gelaafd door het warme vocht gaan we op pad en doen een poging om voor de regenval binnen te zijn. Een ding is zeker, dat lukt niet. Toch is het de moeite van het proberen waard. Vooralsnog laat het zonnetje zich steeds nadrukkelijker zien. En dat maakt ons blij.
Het gedeelte na de eerste break gaat grotendeels over het Gerrit Achterbergpad, een klompenpad die van Doorn naar Wijk bij Duurstede v.v. loopt. Via de Gooyerdijk betreden we het landgoed Sandenburg. Het witte kasteel is het hart van het landgoed. In de koetsierswoning is Gerrit Achterberg geboren. Hij werd in ons land beschouwd als een van de belangrijkste dichters van de 20 e eeuw. In een modderpoel rust een groepje varkens. De zeugen hebben het zo te zien geweldig naar hun zin. Over graspaden langs smalle sloten, het betreden van smalle planken en bruggetjes bereiken we het riviertje de Kromme Rijn. Vandaar lopen we naar de vestingstad Wijk bij Duurstede. Hoog op een nest klepperen twee ooievaars. In augustus verzamelen ze zich in grote groepen om op trek te gaan naar Afrika. Een aantal blijft hier overwinteren. In bomen, verscholen in het groen, zingen vogels of hun leven ervan af hangt.
Op een smal pad loopt een dame voor ons met haar mobiele telefoon half uit haar achterzak. Haar T-shirt hangt slordig over haar broek en tussen het toestel. Wat doe je in zo’n situatie. Haar even waarschuwen, haar shirtje recht trekken of het gewoon laten gaan? Ik kies voor het eerste. Ze bedankt me voor het inlichten en trekt haar T-shirt recht. Dat ziet er weer keurig uit en zonder assistentie, anders had ik u graag geholpen, laat ik haar weten. Tjonge, kan dat nog wel tegenwoordig, is zoiets gewild of ongewild, voeg ik eraan toe. Een glimlach verschijnt op haar gezicht, ze denkt het eerste, maar wil er niet echt voor uitkomen. Haar lonkende blik zegt mij genoeg. Al babbelend lopen we gedrieën op tot onze wegen scheiden en dan wenst ze ons een fijne wandeling toe.
|

ijk bij Duurstede kennen we nog van Dorestad, de handelsnederzetting uit de Karolingische tijd. Weet u het nog? Lagere school, derde klas. We lopen door het centrum van de plaats waar de terrasjes van de horecabedrijven drukbezet zijn met dagjesmensen en zonaanbidders, gevolgd door het park van Kasteel Duurstede. Bij de Lekdijk aangekomen houden we een rustpauze bij Stichting Wijksport. Hier hebben we 21 km afgelegd. Bestellen een broodje kroket en nemen het kopje koffie mee naar het terras. Kroket, is dat wel gezond? Neen dat niet, maar wel lekker. Als de koffiekopjes leeg zijn hebben we nog steeds geen broodjes gekregen. Uiteindelijk komt een serveerster aanzetten met een dienblad waarop twee broodjes liggen en een briefje met de tekst: ‘man met rode pet.’ Naar die man is ze opzoek, maar kan die niet vinden. Nogal wiedes, die cap heb ik voor me op het tafeltje gelegd. Ondertussen komen meer wandelaars het sportcentrum binnen en gaan ook het terras verkennen. Het broodje smaakt prima en we maken aanstalten om te vertrekken.
Met een tevreden gevoel gaan we op pad voor de tweede helft van de wandeling. Via nieuwbouwwijk De Geer leidt de route ons naar de Kromme Rijn. In Cothen wandelen we langs de protestantse kerk, het kunstwerk ‘De Toffe Peer’ en Kasteel Rhijnestein. Vanaf de Beukenlaan hebben we een mooi uitzicht op korenmolen ‘Oog int Zeil’ en lopen in de richting van een rotonde om daarna de plaats Langbroek binnen te struinen. Dan zijn we terug bij de koffiepost in Doorn op 30,7 km. Dames van de organisatie staan de wandelaars op te wachten met een gebakje. Ieder stukje taart is afgedekt met een plaatje waarop het vignet van WS78, 45 jaar en 1978-2023 is afgebeeld. Dat laten we ons goed smaken alsmede een bekertje met limonade. Vocht moet een wandelaar hebben. We gaan vlug verder want het weer begint snel te veranderen. Het gaat waaien en in de verte drijven grauwe wolken op ons af.
|

p de laatste tien kilometers halen we diverse wandelaars van de 20 km-afstand in. Het weidse uitzicht maakt plaats voor het bos. Het tempo houden we er goed in en doorkruisen de plaats Doorn. Steken de N225 over en arriveren bij het Doornse Gat, eveneens een voormalige zandafgraving. Hier is de route lichtelijk geaccidenteerd. Daarna zijn we terug bij het poortgebouw van Huis Doorn. Het ene na het andere bospad volgt. De eerste druppels vallen op ons neer. De temperatuur is van dien aard dat we geen regenjassen aantrekken. Nat van de regen of nat van het zweet. Wat is het verschil. Nou ja, een vieze lucht.
Bij de fruitpost begint het harder te regenen. De organisatie heeft hier een partytent geplaatst en dat was niet voor niets. Willem Ruis zwaait de scepter en een heel team is bezig met het ondersteunen van de voorbijtrekkende wandelaars. Langs de rand van de partytent vallen de regendruppels tussen de kraag van mijn windstopper en mijn nek. Van Cor Griffioen krijg ik een broodje met gebakken ei aangeboden. Op een brede bakplaat liggen nog meer eieren te bakken. Met alle goede bedoelingen laat ik het broodje ei aan me voorbijgaan, want het broodje kroket zit me nog dwars. Henk Dikken biedt me een speculaaspop aan en een mandarijn krijg ik tegen de dorst. Daarna gaan we gauw op stap voor de laatste 2,5 km die grotendeels door het bos worden afgelegd. Om 14:15 uur zijn we terug bij ‘De Twee Marken’ waar Cisca ons opwacht. Eerst afmelden, dan een warme douche alvorens de feestelijke middag losbarst.
|

et volgen van de weersverwachting en een uur eerder van start gaan was beslist niet verkeerd. Eén voor één komen wandelaars het finishbureau binnen. De een fit en de ander strompelend. De ene natter dan de andere. Bij het afmelden krijgen wandelaars een cadeau en een jubileumboekje uitgereikt, als ze zich tijdig voor het evenement hebben ingeschreven. In de grote zaal worden foto’s van tochten over de afgelopen jaren gedraaid. Eveneens is er een scherm opgesteld waarop alle startlocaties van dit seizoen zijn afgebeeld. Het is gezellig en er is livemuziek. Overal ontstaan groepjes babbelende wandelaars in de zaal. Rond 17:45 uur neemt voorzitter, Johan Hertgers, het woord en spreekt de aanwezigen toe. Daarna word ik naar voren geroepen en gevraagd iets te vertellen over de oprichting en de jaren zeventig van onze vereniging. Allereerst bied ik alle wandelaars mijn excuses aan voor het feit dat ik 45 jaar geleden de vereniging mede heb opgericht waardoor jullie nu in de regen hebben moeten wandelen. Daarna vertel ik het een en ander over de begintijd en ben trots op alle mensen die zich inzetten en hebben ingezet voor de goede zaak. Namens het bestuur krijg ik een prachtige bos bloemen aangereikt. Mijn dankwoord luidt: ‘Bedankt voor de bloemen’ gevolgd door ‘Hé, waar hebben we dat meer gehoord?’ De zaal reageert pauselijk. Het bloemstuk draag ik over aan Cisca voor haar onvolprezen werk als E.H.B.O.-ster gedurende vele jaren van dienst in de zeventiger en tachtiger jaren voor de club.
Vervolgens zet Johan alle medewerk(st)ers in het zonnetje en wordt er afscheid genomen van onze chef-kok. In een andere zaal worden we getrakteerd op een warm buffet. Het jubileumcomité heeft prachtig werk verricht dat mogen we niet onder stoelen of banken steken. Langs deze weg wil ik IEDEREEN bedanken die dit evenement en de wandeltochten tot een succes hebben gemaakt. Over vijf jaar gaan we op herhaling en hoop dat het me gegeven is om erbij te zijn. Tot ziens bij de Bredase Rivierentocht in Breda. Maar, dat is pas in oktober. Geeft niet, dan hebben we wat om naar uit te kijken!
|

Alex Wijsman |