terug naar het overzicht 
van de startplaatsen 
op de alternatieve homepage van WS78 
door Henri Floor gemaakt Terug naar de alternatieve homepage van WS78 wandeltocht vanuit Maarn op 20 maart 2010  


datum 20 maart 2010 plaats Maarn
provincie Utrecht gemeente Utrechtse Heuvelrug
afstand 40 km naam wandeltocht 2e Utrechtse Heuvelrugtocht
starttijd 9.00 uur postcode start: 3951 CR
parcoursbouwers: Henri Floor en Coos Verburg
startadres: Stichting Sociaal-Cultureel Centrum 'De Twee Marken', Trompplein 5, 3951 CR Maarn, ( 0343-442706.
openbaar vervoer: NS Maarn. Vanaf de perrons richting centrum, RA voor supermarkt, Tuindorpweg, LA 1e weg Sportlaan, RA 1e weg Tromplaan, rechts “De Twee Marken”. Totale afstand 450 meter.
route
info over de omgeving
verslag
foto-reportage

naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina
















naar de top van deze pagina
2e Utrechtse Heuvelrugtocht, startplaats Maarn, datum 20 maart 2010, informatie route.

Onderstaand verslag is van de oorspronkelijke route. De definitieve route is vanaf de koffiepost aangepast.

Wilhelminahoeve 2e Utrechtse Heuvelrugtocht / Utrechtse klompenpaden tocht

Toen de tochtnaam voor deze tocht werd opgegeven was nog niet bekend waarheen de route zou worden uitgezet. Nu dat bekend is zou een betere naam voor deze tocht Utrechtse Klompenpadentocht zijn, want de route voert over vijf verschillende trajecten van klompenpaden, namelijk Bree­scho­ter­pad, Broekerpad, Daatselaarsepad, Dashorsterpad en het Oudenhorsterpad.
Vanaf dorpshuis de Twee Marken gaan we in oostelijke richting. Over de Schapendrift lopen we langs golfterrein Anderstein. Even verderop volgen we de Meentsteeg en komen we een camping. We komen uit op de Slappedel, op de hoek met de Wilhelminahoeve. Deze weg loopt vlak langs de Grift.
De Woudenbergse grift is in 1483 gegraven en is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling en ontsluiting van het achterland, de afwatering van de drassige vallei en voor schoon water in de Amersfoortse grachten. De grift wordt nu gevoed door grond-, kwel- en regenwater.
De route voert verder onder Woudenberg langs. Via de Rumelaarseweg, de Strubbelenburg, Laagerfseweg en Brinkkanterweg wordt het Valleikanaal bereikt. Daarbij steken we nog de eerst de voormalige spoorlijn Amersfoort-Kesteren over en komen nog langs Hoeve De Beek
Boerderij Het Hoekje of Groot Rumelaar staat bij oudere dorpsbewoners bekend als "het Hoekje", maar de oorspronkelijke naam van de deze boerderij is Groot Rumelaar of Maarsbergs Rumelaar. Rumelaar is één van de oudste erven in de Gelderse Vallei, gelegen aan de rand van een dekzandrug. De boerderij ligt net op het grondgebied van Maarsbergen.
In 1886 werd de spoorverbinding van Amersfoort naar Kesteren feestelijk in gebruik genomen. Het treinvervoer gaf landbouw en economie in de Gelderse Vallei een grote impuls. Vier jaar later werd de lijn doorgetrokken naar Keulen; een internationale spoorverbinding was een feit. Het personenvervoer over deze lijn kwam tot een abrupt einde nadat in 1944 de spoorbrug bij Rhenen door de Duitsers werd verwoest. Tot in de jaren tachtig reden er nog enkele lokale goederentreinen op het traject. Daarna raakte de oude spoorlijn in onbruik. Vandaag de dag zijn de rails al lang weggehaald en is het voormalige spoor begroeid met planten en struiken en vormt een belangrijke ecologische verbindingszone voor flora en fauna.
Hoeve De Beek
Hoeve De Beek, een oude hofstede, is al veel ouder dan de datum-ankers in de achtergevel ons vertellen. De naam 'De Beek' is er twee eeuwen terug pas aan gegeven. Cleijn Davelaer, werd deze hoeve genoemd in een acte van 1395. Johannes Evertsz was toen de eigenaar. Ongetwijfeld is deze hofstede afgescheiden van het goed Davelaer, wat we al kennen vanaf 1373 en wat toen wellicht meer dan 150 ha groot was.
Was het aanvankelijk een geheel van hout opgetrokken boerderij, zoals alle andere hofstede in de Gelderse Vallei, later werd ook hier de behuizing versteend. Onder de brandgevel vinden we ook nu nog oude kloostermoppen die wellicht uit de 14e of 15e eeuw stammen.
In 1830 was er 13 ha grond bij de boerderij, maar 4 jaar later bij het overlijden van Klaas van Voorthuyzen was de hofstede 24 ha en 40 roeden. Honderd jaar terug werd deze boerderij verkocht voor fl. 3.437,50. Er was toen bijna 13 ha grond bij. Twee maal is 'De Beek' afgebrand en wel in 1880 en 1884.
Het bedrijf is altijd een gemengd bedrijf geweest dus akkerbouw en veeteelt, en zo lezen we ook dat er in 1820 twee schaaps­hok­ken waren en twee koornbergen. Ook toen stond er al een bakhuis naast het met riet en stro gedekte huis, evenals nu. In die tijd bakte men immers zelf het brood van eigen rogge. Het tarwebrood zal misschien van aangekochte bloem zijn gebakken want op de arme schrale gronden hier kon geen tarwe worden verbouwd.
Nog altijd ademt deze hofstede iets van de rust van weleer. De vriendelijkheid en rust, de eenvoud van het landleven zijn schijnbaar op de verschillende eigenaars overgegaan als een erfenis.
Sinds 1983 wordt de hofstede bewoond door de huidige eigenaars, de familie Ploeg. Toen zij het bedrijf kochten was het in een verwaarloosde staat. Bovendien was toen al het quoteringssysteem in werking gesteld. Met heel veel moeite is het gelukt om weer een melkquotum te krijgen. Vanaf 1983 liepen er weer koeien in de wei en werden er karnemelk en scharreleieren aan huis verkocht. De veestapel werd langzamerhand uitgebreid en in 1990 werden er 16 koeien gemolken. Al deze melk werd verwerkt tot karnemelk, boter, vla, yoghurt, kwark en biogarde. Daarnaast werden er groente, aardappelen en fruit op de deel te koop aangeboden. Erg intensief maar het gaf veel voldoening.
Door ziekte is in december 2000 de zuivelboerderij opgeheven. In 2001 is de boerderij een Rijksmonument geworden. Op 12 juni 2004 is de boerderij door de Boerderijen Stichting Utrecht uitgeroepen tot de mooiste boerderij van de provincie Utrecht in het jaar 2004. Dit is een erkenning voor de huidige bewoners voor al het werk dat er altijd gedaan wordt om de boerderij zoveel mogelijk in oude staat te bewaren. Uiteraard zijn ze daar erg blij mee.
Ongemerkt zijn zij terecht gekomen in de creatieve sector. Op de deel is een Quiltwinkel gerealiseerd met een uitgebreide collectie folklore en rozen stoffen (amish stijl) en er worden quiltcursussen gegeven.
Oudenhorster klompenpad Broeker klompenpad Voor het Val­lei­ka­naal slaan we af en volgen een traject van het Ou­den­hor­ster klompenpad, waar ook paarden grazen.
De Gelderse Vallei vormde vroeger als het ware een grote kom waar al het water van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug zich ver­za­mel­de. Eeuwenlang had het gebied te kampen met wa­ter­o­ver­last. Alleen een paar kleine beekjes, zoals de Lunterse Beek en de Heiligenbergerbeek, konden het water afvoeren. De turfwinning versterkte het waterprobleem: er werd veen afgegraven en de grond zakte verder in. Pas nadat het Valleikanaal gegraven was tussen 1937 en 1948, kwam er in de Gelderse Vallei een einde aan de wateroverlast. Het overtollige water werd voortaan via de Eem afgevoerd naar het Eemmeer. Scheepvaart heeft er nooit plaats gevonden over het Valleikanaal, het fungeerde uitsluitend als afwateringskanaal.
We steken het Valleikanaal over en bevinden ons nu in Scherpenzeel in de provincie Gelderland.
Mogelijkerwijs zal dit gebied vanaf 1 januari 2011 ook provincie Utrecht zijn. Hoewel de individuele plaatsen Woudenberg, Renswoude en Scherpenzeel niet voor een gezamelijke fusie voelen, is de kans toch groot dat een samengaan wordt opgedrongen.
Over een traject van het Broeker klompenpad wordt de soeppost bereikt. We lopen nu naar het centrum van Scherpenzeel en komen daarbij vlak langs Huis Scherpenzeel, het voormalige stadhuis van Scherpenzeel. Huis Scherpenzeel
De route loopt voor een deel over landgoed Scherpenzeel, een familiebezit van 1000 hectaren natuur en landbouwgrond. Diverse boscomplexen en boerderijen, zoals bijvoorbeeld Hoeve Breeschoten, maken deel uit van het landgoed. In 1793 werd Landgoed Scherpenzeel gekocht door de in Zuid-Afrika rijk geworden Amsterdamse koopman J.B. van Naamen. Zo ontstond de verervinglijn naar de familie Royaards en de huidige eigenaren. Het landgoed is gerangschikt onder de Natuurschoonwet. Mede dankzij deze Natuurschoonwet zijn bos- en natuurterreinen in stand gehouden en kan de verwevenheid van landbouw en natuur blijven bestaan.
Scherpenzeel, gelegen op de grens van Gelre en het Sticht (Utrecht), was strategisch gezien een belangrijk punt. Tussen de Hertog van Gelre en de Bisschop van Utrecht waren in die tijd regelmatig strubbelingen. Scherpenzeel was door de eeuwen heen dan weer Utrechts, dan weer Gelders bezit.
Sinds 1380 was het een Gelders leen. Huis Scherpenzeel is eeuwenlang eigendom van de familie Van Scherpenzeel geweest.
In 1652 werd het kasteel aanzienlijk uitgebreid in opdracht van Aleyd, vrouwe van Scherpenzeel en haar echtgenoot.
In 1662 vererfde Scherpenzeel op het geslacht Van Westerholt, in 1783 op het geslacht Van Heeckeren.
In 1793 werd het ten slotte verkocht aan J.S. van Naamen, waarna het vererfde op de familie Royaards. In de 18e eeuw werd het kasteel verbouwd tot een landhuis in classicistische stijl.
Ook aan het begin van de 19e eeuw vindt weer een verbouwing plaats. In 1854 werd het landgoed geërfd door Benudina Maria van Naamen van Scherpenzeel, de kleindochter van Johannes Bastianus. Zij trouwde met Herman Royaards. Ze woonden in Utrecht, maar brachten in de zomer veel tijd op Huis Scherpenzeel door. Ze laten het huis verbouwen door (tuin-)architect S. A. Van Lunteren. De verbouwing van interieur en exterieur van het huis vindt plaats in neogotische stijl (de stijl wordt ook wel aangeduid als neo-Tudorstijl). Het park werd door Van Lunteren ingericht in de Engelse landschapsstijl. In 1898 erven zonen Johan en Anton en dochter Wilhelmina elk een deel van de landerijen die tot Huis Scherpenzeel behoren. De jongste zoon Anton Royaards van Scherpenzeel erft ook het huis zelf.
In 1910 trouwt Anton Royaards met jonkvrouw Margaretha Maria Backer. Hij is dan al enkele jaren burgemeester van Scherpenzeel. Het echtpaar gaat permanent in Huis Scherpenzeel wonen. Nadat Anton Royaards in 1932 overlijdt, blijven zijn weduwe en dochters er wonen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog wordt het huis gevorderd en ernstig beschadigd. Na de oorlog keert Margaretha Maria Royaards - Backer weer terug, en ze restaureert huis en bijgebouwen. Ze blijft er wonen tot haar overlijden in 1956.
In het centrum van Scherpenzeel komen we langs de indrukwekkend grote Nederlands Hervormde kerk. Nederlands Hervormde kerk te Scherpenzeel
Hoewel de oudst bekende vermelding van een kerk in Scherpenzeel van 22 november 1342 dateert, is het waarschijnlijk dat er al eerder sprake is van een kerk in het dorp. De kerk stond in 1342 volgens een acte van belening op het grondgebied van de Heren van Scherpenzeel.
Het gebouw had oorspronkelijk de omvang van het huidige koor. Onderzoek door Monumentenzorg aan het begin van de 20ste eeuw schatte de bouwperiode van het koor in op de 15e eeuw, het schip en de toren 14e eeuw, het noordelijk dwarsschip 15e eeuw en het zuidelijk dwarsschip 16e eeuw. Restauraties vinden plaats in 1612 (na een torenbrand), 1758, 1776 en in de 19e eeuw.
In 1939 wordt de kerk ingrijpend gerestaureerd waarbij het hele schip vrijwel opnieuw wordt opgebouwd. De galerijen aan de noord- en zuidzijde verdwijnen, evenals de uitzichtbelemmerende kolommen die zowel de kap als de galerijen dragen. In plaats daarvan komt een kolomvrije draagconstructie over de gehele lengte van het schip. Het vlakke plafond wordt vervangen door een houten tongewelf. In het koor wordt het kruisribgewelf opnieuw opgemetseld.
De gerestaureerde situatie heeft niet lang bestaan: op 22 april 1945 wordt de toren door de Duitse bezetters opgeblazen. De toren en een groot gedeelte van het schip worden verwoest. Al snel na de Tweede Wereldoorlog wordt met de wederopbouw van de kerk begonnen. De toren wordt bij deze gelegenheid ten opzichte van de oude toren vijf meter westwaarts opgebouwd zodat er meer ruimte in het schip van de kerk ontstaat. Het kleine traptorentje dat zich oorspronkelijk aan de noordzijde van de toren bevond wordt nu aan de zuidzijde gebouwd zodat het beter zichtbaar is vanaf de straat.
In de periode 1988-2000 wordt de kerk in fases gerestaureerd, beginnend met herstelwerk aan de buitenmuren. Daarna volgt het interieur, waarbij de betongrijze muren opnieuw worden gestuukt en gewit met een positief effect op de tot dan toe desastreuze akoestische situatie. Bij deze gelegenheid worden de ramen in het koor vervangen door gebrandschilderde ramen. De laatste grote restauratiewerkzaamheden aan de kerk vonden plaats aan de vieringtoren, de kapconstructie en de dakbedekking en werden afgerond in het jaar 2000.
We verlaten het centrum van Scherpenzeel over het Broeker klompenpad. We hebben hier inmiddels ook gezelschap gekregen van de geel/rode markering van het Utrechtpad. Aan de achterkant van Huis Scherpenzeel waarlangs de route ook loopt, ligt een voormalige ijskelder.
Links onder de bomen bevinden zich de restanten van de oude funderingen van een ijskelder. Vroeger trof men op buitenplaatsen vaak een ijskelder aan. Om de temperatuur zo laag mogelijk te houden, bouwde men de ijskelder in de schaduw van de bomen. In de winter werden bij strenge vorst ijsblokken gehakt of gezaagd uit de gracht (ijs oogsten). Gedurende de hele zomer konden de bewoners van huize Scherpenzeel beschikken over ijs. Dit was voor eigen gebruik (koelen van drank en voedsel) maar het werd ook wel beschikbaar gesteld aan de dokter voor bijvoorbeeld koude kompressen.
De Koepel Bij een fraai wit huis, De Koepel genaamd, wordt ach­ter­een­vol­gens de oude (meanderende) Lunterse Beek en de Nieuwe (gekanaliseerde) Luntersebeek overgestoken.
Dit karakteristieke jagershuis is in 1865 gebouwd als dienst­wo­ning voor de jachtopziener van Huize Scherpenzeel en als theekoepel. Het is in dezelfde stijl als Huize Scherpenzeel gebouwd en hoort bij de parkaanleg. Aan de kant van de Lunterse Beek is de veranda te zien waar men thee dronk met uitzicht op de beek. Bij de Koepel had de jachtopziener hondenkennels en ook werden er fazanten gefokt voor de jacht. In de periode rond 1930 was de jachtopziener samen met zijn afgerichte politiehond in de herfst vaak nachten in de weer om stropers te pakken. Met een gummistok heeft hij menig keer rake klappen uitgedeeld.

De Lunterse Beek, is in de jaren vijftig rechtgetrokken, zodat het water zo snel mogelijk weg kon. Een stukje van de oorspronkelijke beek is hier echter gespaard gebleven. In deze bocht lag vroeger het eerste zwembad ‘Het Schut’. Een badmeester hield toezicht, maar zwemmen kon hij niet!

voormalig zwembad 't Schut
Geschiedenis van zwembad 't Schut
Voor het stichten en instandhouden van een zwembad zoeken enthousiaste zwemmers rond 1920 onder de Scherpenzeelse bevolking donateurs, die maandelijks een bijdrage van één dubbeltje willen geven. Deze actie leidt tot de oprichting van zwembad ’t Schut op de plaats van het Barneveldse kolkje. De beek wordt ter plaatse wat uitgediept en verbreed. Door dwars over de Lunterse Beek geplaatste boomstammen wordt het zwembad gemarkeerd. De oevers worden met spoorbielzen verstevigd en er worden drie kleedlokalen gemaakt. Later worden aan de overkant van het bad nieuwe kleedhokjes bijgebouwd, die voor 20 gulden kunnen worden gekocht. De eigenaar krijgt een eigen sleutel. Het onderhoud kost jaarlijks één gulden. Het waterpeil wordt met een schut (stuw) geregeld. Vermoedelijk heeft het bad hieraan zijn naam te danken. Door de stroming van de beek is het water in het zwembad altijd helder. Er is ook een duikplank waarop een kokosmat tegen uitglijden is bevestigd.
Via de Broekerweg, die even later overgaat in De Groep wordt de Heuvelsesteeg, een provinciale weg bereikt. Hier volgen we een fietspad langs deze verkeersweg in de richting van de spoorlijn Arnhem-Utrecht. Even volgen we deze om vervolgens 3 km over een dijkje, omgeven door bomen te volgen. Dit dijkje in een traject van de Grebbelinie. We steken daarbij nog de Lunterse Beek over en even verderop treffen we tussen de bomen boerderij De Engelaar aan.
Herenhuis en boerderij De Engelaar Ten westen van de Groeperkade ligt tussen de bomen het oude herenhuis en boerderij Engelaar verscholen. In de 17e en 18e eeuw woonde de patriciërsfamilie Van Beeck hier. Jan Frederick van Beeck, heer van Engelaar, was o.a. raad in de vroedschap van de stad Utrecht, maar zijn drie ongetrouwde dochters stonden bekend als ‘de dronken freules van Engelaar’.
Restaurant De Dennen te Renswoude Na een kleine 20 km wordt de grote rustpost bereikt in café restaurant De Dennen te Renswoude.
Verder gaat het over de Grebbelinie en over een traject van het Daatselaarse klompenpad. Vanaf hier was het echter ook een traject van het Breeschoter klompenpad.
De Grebbelinie als verdedigingswerk diende om de vijand, die uit het oosten kwam, tegen te houden. Vele zullen niet weten dat er al in 1744 gestart is met de bouw van de Grebbelinie. De Grebbelinie ligt in het oosten van de provincie Utrecht, op de overgang van de Heuvelrug naar de Gelderse Vallei. Het is een zogenaamde waterlinie. De linie loopt van de Nederrijn bij de Grebbeberg, via Veenendaal en Amersfoort naar Spakenburg. In het landschap zijn nog veel elementen van de Grebbelinie terug te vinden. De Grebbelinie is in het verleden in militair opzicht altijd een vertragingslinie geweest, om de militairen de gelegenheid te geven de Hollandse waterlinie goed in stelling te brengen. In de Tweede Wereld oorlog werd van de Grebbelinie een hoofdverdedigingslinie gemaakt, voorzien van loopgraven en kazematten. Deze laatste voorzieningen zijn voor een groot deel aangelegd in de voormobilisatie die begon in eind augustus 1939.
Door bosgebied Groot Wolfswinkel wordt nu koers gezet naar landgoed Klein Ruwinkel gevolgd door landgoed Heintjeskamp. Door het toegangshek van landgoed Heintjeskamp is het luxe hoofdgebouw duidelijk waarneembaar.
De oorspronkelijke hofstede Heintjeskamp is opgesplitst in 4 boerderijen, te weten; oud-, nieuw-, groot- en klein-Heintjeskamp. De splitsing van agrarische bedrijven maakte het mogelijk het bedrijf te verdelen over meerdere familieleden. De intensivering van de landbouw (onder andere het gebruik van kunstmest) zorgde ervoor dat de opbrengst van deze gesplitste bedrijven toch voldoende was om van te kunnen leven. Heintjeskamp is nu een modern pluimveehouderijbedrijf.
Opnieuw volgen we een traject van een drukkere verkeersweg waarlangs een apart fietspad ligt over een kleine km. Door een volgende bospassage wordt nu een traject van het Dashorster klompenpad gevolgd. De route loopt hier over landgoed Breehoef.
Valleikanaal We komen weer bij het Valleikanaal en volgen een lang traject van het Utrechtpad en tevens de NS wandeling Heiligenbergerbeek. Voor een sluis slaan we af. Verderop lopen we fraai over landgoed De Boom. Mooi was het traject langs de Heiligenbergerbeek, waarnaar de NS wandeling is genoemd.
De acht kilometer lange Heiligenbergerbeek dankt zijn naam aan Landgoed Heiligenberg, een oude buitenplaats waar de beek langs stroomt, ten zuiden van Amersfoort en de A28. De beek voert overtollig water uit de Gelderse Vallei af en voorziet de Amersfoortse stadsgrachten van schoon water. Bij de poort ‘Monnikendam’, een van de twee overgebleven stadspoorten, stroomt de beek onder de oude stadsmuur de binnenstad in.
Er worden plannen uitgewerkt waarin de Heiligenbergerbeek een ecologische verbindingszone gaat vormen tussen enkele land goederen en een paar natuurgebieden, zoals Den Treek. Wanneer er nevengeulen zijn gegraven en natuurlijke oevers met riet en struikgewas zijn aangelegd, zullen vissen, insecten en amfibieën zich beter thuis voelen.
Na landgoed De Boom wordt de koffiepost bereikt
De Boom
De Boom is een statig landhuis van twee verdiepingen, gebouwd in 1878/1879 in opdracht van Arnoud Jan de Beaufort, die zijn leven lang burgemeester van Leusden geweest is. Het is geheel wit gepleisterd en in laatclassicistische stijl gebouwd. Ook het park is in die jaren aangelegd. De naam is ontleend aan een oude boom die er al stond toen het huis gebouwd werd. Aan die boom werden de officiële gemeentelijke mededelingen aangeplakt. De mensen vroegen elkaar dan: "Heb je de Boom al gelezen?". Het huis behoort tot een landgoed van ongeveer 900 hectare dat in hoofdzaak bestaat uit landbouwgrond en bos. Op het terrein staan 30 boerderijen en 40 woningen. In 1912 is het huis uitgebreid en later heeft het de nodige aanpassingen ondergaan om het geschikt te maken als kantoor. Arnoud Jan bewoonde het huis met zijn vrouw Anna Josine Charlotte van Hardenbroek. Ze hadden twee kinderen: Ernest Louis en Anna Aleida (‘Juffrouw Annie’). Anna Josine, Ernest Louis en Arnoud Jan overleden kort na elkaar, zodat Anna in 1929 alleen achterbleef op landgoed De Boom. In 1948 richtte zij de Stichting De Boom op waarin de landgoederen werden ondergebracht. Huize De Boom bleef privé eigendom van ‘Juffrouw Annie’ die het huis bleef bewonen. Na haar overlijden in 1975 werd ook het huis in de stichting opgenomen.
Enige tijd heeft er een soort kerkgenootschap in het huis gezeten, dat er eindeloos veel kamertjes in had getimmerd en overal valse muren gezet. Stichting De Boom heeft daarna het huis helemaal in de oude vorm teruggebracht. Nu zijn de kamers weer mooi met de plafonds incluis. Er zit nu een kantoor in van Turner, een bedrijf dat ondermeer adviezen geeft aan bedrijven die in moeilijkheden zitten.
Nu wordt koers gezet in de richting van landgoed Den Treek-Henschoten. Bij Huize Den Treek komen we op de Treekerweg uit.
De Treek
Op de overgang van de Gelderse Vallei en de Utrechtse Heuvelrug ligt Landgoed Den Treek-Henschoten. In 1807 kocht Willem Hendrik de Beaufort een 14e-eeuwse boerenhofstede aan die toen al de naam Den Treek droeg. Het landgoed bestond uit uitgestrekte bossen en landerijen. Hij verbouwde het landhuis en liet een tuin aanleggen met een duiventoren en verschillende vijverpartijen. In 1919 vond er een fusie plaats met Landgoed Henschoten, zodat de officiële naam veranderde in Landgoed Den Treek-Henschoten. Op het landgoed zijn in de loop der tijd enkele dienstwoningen verrezen en twee koetshuizen. Nu, twee eeuwen later, is het landgoed nog steeds in handen van de familie De Beaufort. De vele nazaten zijn tegenwoordig allemaal aan­deel­hou­der van Landgoed Den Treek-Henschoten BV.
Nu komen de wat smallere bospaden aan de beurt. Weilanden zien we ook nog wel en een fraai vennetje, hier Veenplas genaamd. Langs de oostkant van het Henschotermeer lopen we verder zonder dat we het Henschotermeer zelf zien. Als laatste komen we nog over landgoed Anderstein. Na nog een leuk smal bospad langs een sloot wordt de finish bereikt. De totale afstand bedraagt 39,985 km.
naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
2e Utrechtse Heuvelrugtocht, startplaats Maarn, datum 20 maart 2010, informatie omgeving.


naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
2e Utrechtse Heuvelrugtocht, startplaats Maarn, datum 20 maart 2010, nabeschouwing:


naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina