terug naar het overzicht 
van de startplaatsen 
op de alternatieve homepage van WS78 
door Henri Floor gemaakt Terug naar de alternatieve homepage van WS78 wandeltocht vanuit Wehl op 17 oktober 2009  


datum 17 oktober 2009 plaats Wehl
provincie Gelderland gemeente Doetinchem
afstand 40 km naam wandeltocht Montferland tocht
starttijd 9.00 uur postcode start: 7031 AC
parcoursbouwers: Ger en Annemarie van Hattum
startadres: Sporthal Koningin Beatrixcentrum, Koningin Wilhelminastraat 12, 7031 AC Wehl. ( 0314-681793.
openbaar vervoer: LA na het verlaten van station Wehl en direct RA 1e straat, Isidorusstraat, gaat over in Wilhelminastraat.
Totale afstand: 750 meter
route
info over de omgeving
verslag
foto-reportage

naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina
















naar de top van deze pagina
Montferland tocht, startplaats Wehl, datum 17 oktober 2009, informatie route.


naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
Montferland tocht, startplaats Wehl, datum 17 oktober 2009, informatie omgeving.

Wehl vroeger
De oudste industrie in Wehl is de steenfabricage geweest. Reeds in de jaren 1770 is er sprake van een steenoven behorende tot de bezittingen van het landgoed De Slangenburg bij Doetinchem. In 1838 werd een steenoven gesticht die het 10 jaar heeft volgehouden. Een meer succesvolle steenbakkerij bestond van 1858 tot 1871. Er waren toen acht volwassenen en vier kinderen werkzaam. Niet alleen voor steen-, maar ook voor pottebakkerijen was er grondstof in Wehl te vinden. In de jaren 1825, 1827 en 1835 werden pottebakkerijen opgericht. De laatste pottebakkerij van Kaaken bakte niet alleen grof aardewerk, maar ook estrikken en zelfs dakpannen! Naast een aantal molens, een foezel- of brandewijnstokerij (1753) herbergde Wehl, waarschijnlijk mede door het grote aantal cafés in Wehl, een aantal bierbrouwerijen. De oudste is al terug te herleiden naar het jaar 1706.
Zeer belangrijk was omstreeks 1850 de 'calicot (=katoen)weverij' van (oud-)burgemeester G. Melchers die van 1851 tot 1864 heeft bestaan. De weverij zorgde ervoor dat zo'n 20 à 25 arbeiders in touw konden zijn. Toen het bedrijf, dat in zijn bloeitijd veel naar Nederlands Indië exporteerde, wegen gebrek aan grondstoffen moest sluiten, heeft Melchers in Zevenaar een steenfabriek gesticht. Blauwververijen (waar weefsels d.m.v. wede of indigo blauw geverfd werden) heeft Wehl ook gekend rond 1850. De industrie die het 't langst (bijna 75 jaar) in Wehl heeft uigehouden, was de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek die in september 1894 werd opgericht. De in de volksmond beter bekend als 'botterfabriek' had een uitstekende naam én op vele binnen- en buitenlandse tentoonstellingen wist men prijzen in de wacht te slepen. Hoewel de fabriek niet was weg te denken uit Wehl, werd zij toch na een fusie in 1968 voorgoed gesloten. In 1958 werd de confectiefabriek Fa. Berghaus opgericht die in haar bloeitijd aan vele nijvere vrouwen- en meisjeshanden werk gaf. Meer curieus dan belangrijk was nog tenslotte de poppenkoppenfabriek die korte tijd na de bevrijding bestond.

Stille Wald
De naam StilliWald is afkomstig van het stukje natuurgebied in het Wehlse bos. Rond 1830 kocht jonkheer Lodewijk van Nispen de Wehlse heide, liet de heide ontginnen én bouwde er het landhuis Stilliwald. Zo ontstonden de prachtige 'Stilliwaldsche bossen'. Wie op de landkaarten van toen kijkt zal de stopplaats Stilliwald opvallen (inderdaad met een i want vele schrijven ook stillewald of stille wald). Een halte, twee kilometer van Wehl, midden in het bos aan de spoorlijn Zevenaar-Winterswijk. De stopplaats heeft ongeveer 40 jaar bestaan maar was al vanaf de eerste dag omstreden. De familie van Laak kocht het landgoed en bouwde er een boerderij. De naam Stilliwald prijkt nog steeds op de voorgevel van de boerderij van de familie van Laak. Een kapel draagt ook deze naam.

Bergherbos
Prachtig afwisselend bos op een hoge, door vlakke laagtes omgeven stuwwal tussen 's-Heerenberg, Doetinchem en Didam. Het ruim 1800 ha grote natuurgebied van Natuurmonumenten en de stichting Huis Bergh omvat tevens een aantal natuurvriendelijk bebouwde akkers, die als een zoom rondom het bos gegroepeerd zijn. Door de hoogteverschillen is het wandelen hier en daar wat zwaar. De prachtige vergezichten maken de inspanning meer dan goed.
Niet ver oostelijk van Arnhem doemt in een weids rivierenlandschap een beboste heuvelrug op: het Bergherbos. Een imposant natuurgebied midden in een vlak landbouwlandschap. In de volksmond wordt dit heuvelachtige bos ook wel Montferland genoemd. In feite behoort die naam slechts toe aan het topje (69 m) van de heuvelrug, waar in de vroege Middeleeuwen een roemruchte walburcht heeft gestaan. Andere bekende toppen van het Bergherbos zijn de Hettenheuvel (92 m), de Hulzenberg (84 m) en de Eltenberg (80 m, Duitsland). De toppen van het Bergherbos zijn geheel begroeid met bos, in allerlei typen en ontwikkelingsstadia. Om dit bos heen ligt een krans van uitgestrekte akkers en dorpjes. De akkers, die Natuurmonumenten onderhoudt, stralen de landelijke sfeer uit van honderd jaar geleden. Golvende velden vol goudgele rogge of haver, dooraderd met het rood, wit en blauw van de vele akkerkruiden.
In het Bergherbos ligt op een stuwwal het grootste aaneengesloten bosgebied van oostelijk Gelderland, omgeven door akkers, weilanden en dorpen. Hier broeden maar liefst 70 soorten vogels, waaronder de groene specht, en roofvogels als wespendief, buizerd, boomvalk en havik. Ook vindt u er veel verschillende plantensoorten. In het voorjaar bloeien op sommige plaatsen het bosviooltje en de bosanemoon. En overal in het bos groeien grote adelaarsvarens. Natuurmonumenten houdt het gebied Bergherbos intact door opkomende bomen en struiken te verwijderen. Daarnaast wordt de heide regelmatig geplagd. Zo wordt vergrassing tegengegaan en de bodem schraal gehouden. Op de akkers rondom het bos verbouwt Natuurmonumenten gewassen die hier vroeger ook stonden: rogge en haver. Natuurmonumenten gebruikt geen bestrijdingsmiddelen en zo min mogelijk mest. De bodem blijft hierdoor voedselarm waardoor verschillende akkerkruiden hier kunnen groeien en bloeien.

Hettenheuvel
De Hettenheuvel is een heuvel bij Kilder, met plm. 93 meter NAP de hoogste in Oost-Gelderland. Vroeger speelde de Hettenheuvel een belangrijke rol voor de landmeetkunde, als triangulatiepunt. Een steen met opschrift RD (Rijksdriehoeksmeting) staat nog op de top. Hier zijn vanaf een uitkijktoren al in de tijd van Napoleon metingen verricht om ons land secuur in kaart te brengen. De stellage is allang verdwenen

Groot Beekermark.
De naam Beek houdt verband met het beekje 't Peeske, dat vroeger zijn loop had dwars door de huidige dorpskom. Aan dit beekje lagen diverse primitieve ijzersmelterijen, waarschijnlijk nog in de middeleeuwen. Beek kende vroeger veel tuinbouw en met name asperge-cultuur. Het ligt aan de rand van het Bergherbos. Groot en klein Beekermark zijn voormalige markebossen, tegenwoordig deel uitmakend van het bezit van Huis Bergh/Natuurmonumenten, evenals de Bijvanck, Wolkenland, het Korterbos, etc.

Kasteel Huis Bergh te s-Heerenberg
Aan de rand van het stadje 's-Heerenberg ligt het imposante kasteel Huis Bergh. Het behoort tot de grootste en belangrijkste kastelen van Nederland. De bouw- en bewonersgeschiedenis gaat terug tot de Middeleeuwen. In de loop der tijd hebben branden, oorlogen, uitbreidingen en verfraaiingen het aanzien van het kasteel veranderd. Van een middeleeuwse verdedigingsburcht veranderde het kasteel geleidelijk in een fraai slot. Het kasteel is ingericht met een belangrijke, voornamelijk laatmiddeleeuwse, kunstverzameling. Kasteel Huis Bergh in ‘s Heerenberg is een kasteel zoals het hoort te zijn. Compleet met een slotgracht, een ophaalbrug, wapperende vlaggen, rood-wit gekleurde luiken en verdedigingstorens. Eens was het imposante kasteel het stamslot van de machtige heren en graven Van den Bergh. Tegenwoordig kan iedereen zich terugtrekken in een kasteeltoren en zich baden in luxe.
Twee van de drie oorspronkelijke verdedigingstorens op de voorburcht zijn ingericht als luxueuze suite voor twee personen. Daar kunnen gasten de sfeer van de Middeleeuwen proeven en de intimiteit ervaren van de dikke kasteelmuren, de nisjes en de smalle wenteltrap. Hetgeen op zich al een volstrekt unieke ervaring is.

R.K. Pancratiuskerk in 's-Heerenberg
De tegenwoordige is in 1895-1897 gebouwd naar een ontwerp van de bekende bouwmeester van de neogotiek, Alfred Tepe. Het meubilair en de kruiswegstaties komen uit de ateliers van W. Mengelberg. In de toren hangen de drie luidklokken, die in 1496 door Geert van Wou zijn gegoten. In het kerkgebouw boven het priesterkoor hangt een kruis dat in de volksmond het "botterkruus" wordt genoemd. Het is geschonken door een inwoner van 's-Heerenberg die rijk was geworden van de botersmokkel. In de Tweede Wereldoorlog zijn de pastoor van deze kerk, pastoor Galama en zijn kapelaan, Van Rooijen in concentratiekamp Dachau vermoord.
De 's-Heerenbergse pastoor Jan IJsbrands Galama en kapelaans Marinus Adrianus Van Rooijen en Regnerus Hendericus Franciscus Hegge zijn voor velen in de Berghse gemeenschap symbool geworden voor de uitermate belangrijke waarden in ieders leven: vrijheid, gerechtigheid en vrede.
Hun arrestatie en hechtenis en het uiteindelijke overlijden van Galama en Van Rooijen in het Duitse concentratiekamp Dachau in juni 1942 brachten in 's-Heerenberg en de omliggende kerkdorpen een schok van ontzetting teweeg. De reden voor hun arrestatie werd gevonden in het feit dat zij een brief van de Nederlandse bisschoppen hadden voorgelezen in de kerk en huis-aan-huis hadden verspreid waarin in acht punten het beleid van het naziregime in Nederland en haar Nederlandse handlangers werden veroordeeld. Kapelaan Hegge werd op 15 april 1945 door het 2e Engelse leger in het concentratiekamp Bergen-Belsen bij Hamburg bevrijd. In januari 1946 keerde hij naar de parochie 's-Heerenberg terug. In de kerk van Kilder bevindt zich een gedachtenisraam voor de martelaren van 's-Heerenberg dat gemaakt is door pater Randag.

Lengel
Lengel is een buurtschap van 's-Heerenberg. Er staan enkele historische boerderijen. Verder ligt hier het natuurgebied de Mengelenberg met het fraai gelegen huis De Zonnekoek. De naam Mengelenberg is vermoedelijk gewoon een verbastering van Lengelerberg. Er werd vroeger veel zand gewonnen voor diverse doeleinden, o.a. "striekzand"als slijpmiddel en sierzand om op de vloer te strooien. Het terrein rond Lengel is erg oneffen, dit komt waarschijnlijk door de graafactiviteiten en het oorlogsgeweld. Een oorlogsbunkertje is er zelfs nog te vinden.

Grafelijke Torenmolen
De oude grafelijke torenmolen in Zeddam (Bovendorpstraat 14) behoort tot de historische gebouwen van de Stichting Huis Bergh. Deze Torenmolen van Zeddam is de oudste windkorenmolen van Nederland. voor jong en oud een bezienswaardigheid. Tijdens het malen is het hele proces goed te volgen. Deze molen is omstreeks 1450 tegelijk met de niet meer bestaande molens van 's-Heerenberg, Didam en Gendringen in opdracht van Willem van den Bergh als dwangmolen gebouwd, toen hem het wind- en maalrecht was verleend. De torenmolen behoort met het exemplaar in Zevenaar (Buitenmolen) tot de oudste in Europa. Hij werd alle drie jaren aan een mulder verpacht en is tot 1928 regelmatig in gebruik geweest. Dankzij het Oswaldusgilde in Zeddam draait de molen regelmatig en kan dan ook bezocht worden. De torenmolen heeft muren die 1.50 m. tot 1.75 m. dik zijn. Het bouwwerk heeft vier verdiepingen en is met de belt total 15 meter hoog. De wieken hebben een vlucht van niet minder dan 26.5 m. De muren zijn blijkens oude stukken gemetseld van stenen die uit Azewijnse klei gebakken zijn. De kap kan van binnen uit worden gekruid, d.w.z. op de wind gedraaid.

Rosmolen
De Graven Van den Bergh voegden aan de Zeddamse windmolen in 1546 een rosmolen toe, die, de naam zegt het al, door een paard werd aangedreven.
De rosmolen werd tegelijk verpacht met de Torenmolen en werd door de molenaar gebruikt als er te weinig wind was om te malen. Het paard van de boer werd dan aangespannen en kon er toch gemalen worden.
In 1866 werd de molen verkocht en gesloopt als rosmolen, om in 1974 weer herbouwd te worden. Hiervoor is gebruik gemaakt van het archief van Huis Bergh.
Het molengebouw heeft buitenwerkse maten van 9.30 m breedte en 13.55 m lengte. De nokhoogte is 6.75 m. In de voorgevel zijn drie deuren t.w. een dubbele en twee enkele. De vloer bestaat gedeeltelijk uit estriken en een lemenvloer met grof zand waar het paard loopt. Het grote kamwiel heeft een steekcirkel met een diameter van 7,25 m., de buitendiameter is 7,29 m. en heeft 340 kammen. Het rondsel heeft 19 staven en een steekcirkel van 40,9 cm. Bij een normale gang van een paard, geschat op 5 km per uur, maakt het grote wiel 5 toeren per minuut; de steen 90 toeren per minuut. De capaciteit van een windmolen is het 10-voudige. In het hoogseizoen wordt de rosmoleninstalatie voortbewogen door een paard, zoals dat eeuwen geleden ook geschiede.

Sint Martinuskerk te Wehl
In de Liemers, waarin Wehl gelegen is, werd reeds vroegtijdig het Christendom gepredikt. Omstreeks 700 stichtte Sint Willibrord in Emmerich (D) de Sint Maartenskerk. De volgelingen van deze grote missionaris hebben hier het Christendom gebracht. Binnen een eeuw was er behoefte aan een eigen kerk in Wehl.
In 1188 wordt voor het eerst gesproken over een stenen kerk. De parochie Wehl was eerst onderhorig aan de kerk van Zeddam. Wehl wordt echter als parochie al genoemd in 1234, zodat ze toen zeker al onafhankelijk was. Dat klopt trouwens ook, als wij op de ouderdom van een gedeelte van de toren letten. Volgens deskundigen is dit gedeelte uit de tijd tussen 1150 en 1200. Het feit dat de kerk als patroon Sint Martinus heeft, wijst ook al op de hoge ouderdom. Zowel de Franken als Sint Willibrord hadden een bijzondere verering voor deze heilige.Het verhaal van de patroon van de kerk is zichtbaar in de glas-in-loodramen die achter het hoofdaltaar geplaatst zijn (1910).
De Wehlse Sint Martinuskerk is van oudsher geplaatst op een kruispunt van wegen en daarbij ook nog op één van de hoogste punten van ons dorp. Oorspronkelijk stond de oude toren tegen de voorgevel van het oude kerkje aan. Omstreeks 1480 is de kerk herbouwd en veel ruimer gemaakt. De toren werd nu ook ingebouwd en wellicht is toen de traptoren geplaatst.
In 1854-1855 werd de kerk langer gemaakt en wel naar de oostkant, dus in de richting van het altaar. Hier was nog voldoende ruimte voor, want tot nu toe had het kerkhof om de kerk gelegen.
In 1854 vond de aartsbisschop van Utrecht, Mgr. Zwijsen, het gewenst dat het dorp Kilder, dat tot dan toe onder de parochie Zeddam viel, tot de parochie Wehl ging behoren. Dat is ongeveer 30 jaar zo gebleven. Omstreeks 1880 werd de kerk van Wehl te klein. Daarom, en vanzelfsprekend ook om de gemeenschap van Kilder te gerieven, benoemde de aartsbisschop, Mgr. Snickers, kapelaan Bluemers van Keijenborg tot assistent te Wehl met als opdracht: de oprichting van de parochie Kilder. In 1886 vond daar de plechtige inwijding van de kerk plaats.
Een twintigtal jaren later, onder het pastoraat van pastoor Berndes (1908 - 1915) was het aantal communicanten in Wehl echter zodanig gegroeid (decreet van de vervroegde kindercommunie van Z.H. Pius X), dat de kerk weer te klein was geworden. Uitbreiding was noodzakelijk. Pastoor Berndes heeft hiervan slechts het begin mogen meemaken.
In 1916 tijdens het pastoraat van pastoor Dillman ( 1915 – 1927) was het werk voltooid. Tijdens deze ingrijpende verbouwing was er op ’t Kempke een houten noodkerk geplaatst. Onze oude Sint Martinuskerk had door een aanbouw van een dubbel transept veel aan ruimte en aan schoonheid gewonnen. In de timmerfabriek van de heer Theodoor Damen te Wehl werden keurige nieuwe banken vervaardigd. Er kwamen 220 nieuwe zitplaatsen bij voor de parochianen van Wehl en Nieuw Wehl.
Na een tiental jaren werd de kerk opnieuw te klein en bleek de behoefte aan een nieuwe parochie en een kerk te Nieuw Wehl. Tot pastoor van de kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand te Nieuw Wehl werd benoemd Henricus van Ooyen, die sinds 1911 kapelaan te Wehl was. In 1925 was de parochie van Nieuw Wehl een feit. De Wehlse Sint Martinuskerk onderging daarna, althans uiterlijk, geen grote veranderingen meer. Inwendig gebeurde er heel wat.
In 1941 werd het zangkoor verbouwd en werd er een pijporgel gekocht. In de jaren daarna kwamen er nog nieuwe glas-in-loodramen bij, werd het priesterkoor flink uitgebreid en werd een dagkapel achter in de kerk gerealiseerd.
Tussen 1983 en 1985 had de eerste fase van de restauratie van het kerkgebouw plaats. In 1990 / 1991 de tweede fase. In 2004 en 2005 zijn de toren en torenklok gerestaureerd, in 2006 de torenspits en het kruis met de haan en in 2007 de twee grote vensters aan de noordzijde.
Al geruime tijd staat de Martinuskerk onder toezicht van Monumentenzorg. Mede omdat onze parochie al zo lang bestaat is de parochie in het bezit van een aantal waardevolle kunstvoorwerpen. Een aantal kunstvoorwerpen is in bewaring gegeven bij het Liemers Museum te Zevenaar.
Zowel de kerk als pastorie / parochiecentrum zijn beiden rijksmonumenten en zijn onverbrekelijk met elkaar en met Wehl verbonden.


naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
Montferland tocht, startplaats Wehl, datum 17 oktober 2009, nabeschouwing:


naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina