Tussen Rug en Rijn tocht
Op zaterdag 25 november 2017 organiseerde WS78 een wandeling vanuit Veenendaal. De start was bij de voetbalvereniging GVVV.

GVVV is de afkorting van Gelderse Voetbal Vereniging Veenendaal. Voor 1960 behoorde het Gelderse gedeelte van Veenendaal tot de gemeente Ede. In 1960 was er een grenscorrectie waarna het Gelderse gedeelte van Veenendaal opging in de Utrechtse gemeente Veenendaal.

Nadat we de start hadden verlaten en door buitenwijken de rand van Veenendaal hadden bereikt, gebeurde er een ongelukje dat aanvankelijk erger leek. De oudste parkoersbewaker op de fiets kon een wandelaar, die opeens naar links liep, niet meer ontwijken. Daardoor viel de parkoersbewaker op het asfalt. Alsof er niks gebeurd was, stond de parkoersbewaker weer op en reed verder.

Na oversteek van de Slaperdijk werd Veenendaal verlaten. Nu dwaalden we wisselend over bospaden, kleine zandvlakten en heidevelden. over het grondgebied van Amerongen. Op afstand liepen we langs het Egelmeer. Er stond zowaar water in het Egelmeer, want heel vaak is het meer droog. Daarna steeg ons pad om uiteindelijk boven op de Elsterberg uit te komen. Hier hadden we mooie vergezichten. Voordat de soeppost annex koffiepost werd bereikt, volgden we een traject van het Let de Stigter fietspad. Deze verzorgingspost lag op 9½ km te Elst.

Het Let de Stigterpad is vernoemd naar mevrouw A.D. de Stigter-Huising, oud-burgemeester van Maarn. Zij was de pleitbezorger voor de totstandkoming en eerste voorzitter (2003-2005) van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Het Let de Stigterpad sluit aan op de treinstations van Driebergen en Rhenen. U kunt dus in Driebergen starten en naar Rhenen-station fietsen om daar de trein te nemen of in Rhenen op het station beginnen en in Driebergen weer de trein nemen. Het fietspad is toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.

Bij het ontwerp van het Let de Stigterpad is handig gebruik gemaakt van bestaande fietsroutes. De nieuw aangelegde halfverharde delen van de route kronkelen door het landschap en zijn op een aantal punten voorzien van toegangshekken. Doel hiervan is het zuiver recreatieve fietsen te bevorderen. Alleen in het middendeel is de route heuvelachtig. Qua natuurbeleving mag het Let de Stigterpad gerust het ‘toppunt van Utrecht’ genoemd worden. U fietst door en langs uitgestrekte bossen, heidevelden, grafheuvels, kastelen, zandverstuivingen, vennen, uiterwaarden met rivier en vergezichten. Het is uniek dat stuwwal en rivierdal zo dicht bij elkaar liggen. Dat komt nergens anders voor in Nederland. Terecht dat dit gebied voor 6000 ha in 2003 een beschermde status heeft verkregen als Nationaal Park

Bij de verzorgingspost was de splitsing met de 20 km route. wij liepen verder op het 40 km parkoers. Verder liepen we langs de noordkant van Elst. We kwamen weer op het Let de Stigterpad uit en zagen hier twee grafheuvels achter elkaar liggen. Inmiddels liepen we door het Amerongse Bos. We kwamen op korte afstand langs café restaurant het Berghuis. Hier hebben we in het verleden ook een grote rust met een WS78 tocht gehad.

Na een klim kwamen we bij een eenzame eik waar om de stam zitbankjes stonden. Dit punt was ook op een acht-sprong. Verschillende paden van deze achtsprong hadden een naam van een van de dorpen van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, zoals Doornselaan, Leersumselaan, Amerongselaan, Veenendaalselaan en Overbergselaan. Iets verderop werd de top van de 69,7 meter hoge Amerongseberg bereikt. Op de top was echter geen uitzicht door de vele bomen .

In het centrum van het sterrenbos staat de eenzame eik, een duidelijk solitair opgegroeide boom. Dit sterrenbos, dat rond 1790 werd aangelegd, heeft van origine de vorm van een wagenwiel met acht spaken. Deze eik is vermoedelijk in 1792 geplant tijdens de aanleg van het sterrenbos. De aanleg, nabij het hoogste punt van de Amerongse berg, vond plaats in opdracht van de eigenaren van kasteel Amerongen die hier een groot terrein in bezit hadden. In de loop der jaren was het karakter van het terrein sterk aangetast bijvoorbeeld door het verdwijnen van een aantal spaken. Aan het herstel werd in 1990 begonnen, in 2004 is het Douglasbos binnen de cirkel gekapt en zijn de acht spaken weer beplant met beuken. Sindsdien staat de eenzame eik weer goed opvallend in het midden van de cirkelvormige structuur die ook wel 'De Manege' werd genoemd.

Na nog een flinke slinger door het Amerongse bos werd Amerongen bereikt. Bij een bushaltehokje zonder bushalte hadden we een korte rust en aten wat. Op 19 km was de grote rust bij vakantieoord De Bosrand. Door het gevorderde uur besloten we deze rust over te slaan.

Nu kwamen we in het Zuylesteinse bos. We staken de doorgaande weg van Amerongen naar Leersum over. Het poortgebouw van kasteel Zuylestein, dat er heel mooi uitziet, is nu een restaurant en Il Signo heet. Kasteel Zuylestein lieten we rechts liggen. Wel kwamen we nog langs de Jachthut, dat van afstand op een redelijk woonhuis leek.

Opnieuw werd de bebouwde kom van Amerongen betreden. Bij Herberg Den Rooden Leeuw liepen we in eerste instantie in de richting van het veer. Maar deze route was dezelfde als een wandeling om kasteel Amerongen heen. In het centrum van Amerongen kwamen we verder onder andere langs het Tabaksteeltmuseum en de Sint Andrieskerk met voor de ingang een Wilhelminaboom.

Na Amerongen liepen we fraai langs de Amerongse Bovenpolder. Elst werd weer bereikt, Nu was dat bij molen 't Wissel. Daarna liepen we door een relatief nieuw opengesteld natuurgebied door uiterwaarden en langs de schoorsteenpijp van een voormalige steenfabriek.

Tussen het voormalige steenfabriekterrein bij Elst en de stuw van Amerongen ligt de Amerongse Bovenpolder. Deze uiterwaard is in het kader van het project Noordoever Nederrijn geleidelijk omgevormd tot natuurreservaat. Begin 2014 zijn de laatste natuurprojecten in deze uiterwaard afgerond. Het project Noordoever Nederrijn omvat de ontwikkeling van 40 km nieuwe natuur tussen Arnhem en Wijk bij Duurstede.

In de Amerongse Bovenpolder is een uniek hoogteverschil aanwezig. De Nederrijn heeft in het verleden de Utrechtse Heuvelrug ter hoogte van deze uiterwaard aangesneden, waardoor een steilrand is ontstaan. Onderlangs deze steilrand is een bijzonder bostype te vinden dat in het voorjaar wit kleurt van de bosanemoon. Iets lager, waar de rivier soms het bos in stroomt, staat het zeldzame slangenlook.

Om in de Bovenpolder de variatie in flora en fauna te vergroten is een groot moeras aangelegd. Deze wordt deels gevoed door grondwater. Dankzij een uitgekiend peilbeheer zijn hier slikkige oevers, waterriet en platen ontstaan. Tijdens de vogeltrek is het er een drukte van belang met vele soorten steltlopers en eenden. Op het kale eilandje dat prachtig zichtbaar is vanaf de uitkijktoren, broeden kluten. Utrechts Landschap werkt aan het verbeteren van dit moeras als broedgebied voor watersnip en porseleinhoen. Recent zijn in het hooiland langs het Onderlangs drie kleine poelen voor de kamsalamander aangelegd.

Middenin de uiterwaard is een rivier kwelgeul aangelegd, die komend najaar wordt verbonden met het steenfabriekterrein bij Elst. In het westelijke deel van de uiterwaard is een greppellandschap ontwikkeld. De aanwezige kwel is van belang voor bijzondere planten, waaronder bepaalde zegge soorten, dotterbloem en echte koekoeksbloem.

Op het voormalige steenfabriekterrein wordt een hoogwatervluchtplaats aangelegd. De halfwilde paarden en runderen kunnen bij hoogwater zich hier in veiligheid brengen. Deze grazers zorgen er voor dat de uiterwaard niet dichtgroeit met bos, maar bestaat uit een mozaïek van bloemrijke graslanden, ruigte en struweel, waarin vele planten en dieren zich thuis voelen. Een deel van de Amerongse Bovenpolder wordt beheerd als vochtig hooiland.

Op 28 km was de koffiepost. Net als op alle andere posten troffen we ook hier de pijlophalers. We kwamen opnieuw door een beschermd Natuurgebied van het Utrechts Landschap. Ditmaal was dat Plantage Willem III. Hier zagen we talrijke paarden en runderen lopen. Op het hoogste punt draaiden we ons nog om voor een schitterend panorama op Elst, de Rijn en de Betuwe. Na nog een mooi heideveld staken we de Defensieweg over.

Na bestijging van de Sparreboomseberg werd Landgoed Kwintelooijen bereikt. Dit was een oude zandafgraving. Op 9 februari 1991 had WS78 ook een tocht vanuit Veenendaal georganiseerd. Ondergetekende had deze tocht toen uitgezet. Destijds voerde de route ook door Kwintelooijen. Echter, toen was dit gebied nog in ontwikkeling. Toen waren nog geen bomen en planten geplant. Dat was nu wel anders.

Recreatieterrein Kwintelooyen is eigendom van twee landgoedeigenaren. Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied heeft een erfpachtovereenkomst met deze eigenaren tot 2044. Gemeenten Rhenen en Veenendaal hebben zich bereid getoond het terrein in beheer over te nemen van het recreatieschap. Zij hebben ‘Club Kwintelooyen’ opgericht om gezamenlijk aan de slag te gaan met Kwintelooyen. Met de landgoedeigenaren wordt nog gesproken over de voorwaarden voor het vestigen van een nieuwe erfpachtovereenkomst. Openstelling van het terrein is gewaarborgd als het terrein wordt overgedragen aan Club Kwintelooyen.

Karakteristiek in het gebied zijn de diepe erosiedalen, de prehistorische grafheuvels, wallen, beukenlanen en de overgangen tussen heuvelrug en valleien. Opvallend is het grote hoogteverschil van vijftig meter op Kwintelooyen; van zeer nat (ven en moeras) naar droog (heidevelden).

Over een trap met gedeeltelijk ongelijke treden was het goed uitkijken geblazen. Toen we de trap helemaal waren afgelopen moesten we meteen daarna weer steil een heuvel op om deze vervolgens nog steiler weer af te dalen. Dit ging voor ons uitermate moeizaam. Op 34 km was nog de fruitpost. Aanvankelijk werden hier mandarijnen uitgedeeld. Maar toen wij er kwamen waren de mandarijnen op. Maar een appel ging er ook nog goed in.

Spoedig na de fruitpost werd de verharde weg. Bijna aan het einde van de Oude Veenseweg te Rhenen stonden twee stenen zuilen tussen en langs een hekwerk. Mijn schoonvader heeft van die zelfde stenen zuilen in 1953 een foto gemaakt waar mijn liefhebbende wederhelft, samen met mijn schoonmoeder en haar oudere zus opstaat.

Nu was het verder een stratenparkoers naar de finish. Voor ons was dat aangenaam vanwege de donkerte. De routebeschrijving deed hier nog goede diensten, want de markeringen waren met deze donkerte niet altijd goed te zien. Bovendien stond voor een afslaande pijl een bestelauto die het zicht op de pijl vrijwel ontnam. Het was een prachtige tocht geworden en we danken de organisatie en de uitzetters dan ook hartelijk voor deze tocht.

Klik HIER voor de betekenis van de buttons die boven aan dit verslag staan.

Henri Floor