Terug naar het overzicht van de wandelverslagen van alleen FLAL-tochten Fotoreportage alle foto's in het klein van de tocht diavoorstelling foto's nabestellen Picasa Naar de alternatieve homepage van FLAL de ingetekende route zoals deze op www.afstandmeten.nl staat Terug naar de homepage van Henri Floor Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum

Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010 Op zaterdag 23 oktober 2010 organiseerde de FLAL een wandeltocht vanuit Bergum. Er kon gestart worden voor de 25, 40 of 50 km. Wij twijfelden of we 40 of mogelijk 50 km zouden lopen. Aan een bestuurslid vroegen we of het parkoers zwaar was. Het viel wel mee en er zaten flinke stukken met verharde wegen in het parkoers werd er gezegd. We besloten daarop om de 50 km te lopen. Deze afstand hadden we dit jaar nog niet gelopen. We hadden wel tweemaal een 60 en 80 km gelopen, maar een 50 km ontbrak nog.

Voor het vertrek werd er stilgestaan bij het overlijden van Wout de Wildt. Wout is 70 jaar geworden. De afgelopen 7 jaar was hij bestuurslid en penningmeester. Wout was als initiator en stimulator een grote kracht voor de FLAL. Wij zullen hem dan ook herinneren als een man die een warme belangstelling had voor zijn medewandelaars.

Zo'n eerste tocht in het nieuwe winterseizoen is voor ons eigenlijk ook een nieuwjaarsdag. Na de laatste tocht in maart zien wij de meest wandelaars in het zomerseizoen niet. Alleen op meerdaagse tochten en tochten die "iedereen" loopt zie je sommige bekende FLAL-lers. Maar nu zagen we weer vele bekende gezichten. Eén daarvan was de hoffotograaf van de FLAL. Hij gaf zelfs gratis een korte fotocursus. Namelijk de regel van derden / Gulden Snede.

De meeste mensen nemen hun onderwerp altijd in het midden, wat resulteert in foto's die allemaal een beetje van hetzelfde zijn. Al honderden jaren gebruiken schilders en kunstenaren een bepaalde verhouding in hun werken, tegenwoordig noemen we deze de Gulden Snede, ook wel de regel van derden genoemd.
Bij de Gulden Snede worden er vier denkbeeldige lijnen getrokken in het beeld van de foto. De lijnen liggen op 1/3 en 2/3 van de foto (vandaar ook die naam: regel van derden), zowel horizontaal als verticaal. Hierdoor wordt het beeld in negen gelijke vlakken verdeeld. Groot voordeel is dat de foto minder rommelig lijkt, je hoeft niet te zoeken naar het onderwerp van de foto. Je ziet meteen wat het hoofdonderwerp van de foto is.


Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010

Jachthaven Zwartkruis langs de Kūkhernstervaart We verlieten de start, het Dienstencentrum. We liepen door een parkje parallel aan de Minister van den Brinklaan. Bergum werd in oostelijke richting verlaten Aan de rand van Bergum liepen we langs een vaart naar buurtschap Nieuwstad. We konden al even van de sfeer van het Ritskebos genieten door het wandelen over de straat Syl. We kwamen uit op de Zomerweg en even later op de Rijksstraatweg / N355. We staken Kūkhernstervaart over en hadden daarbij uitzicht op de jachthaven Zwartkruis.

We verlieten de Rijksstraatweg en dwaalden door een natuurgebied in de richting van Jistrum. Daarbij liepen we over een graspad langs een houtwal. We kwamen niet in het centrum van Jistrum maar liepen door de noordzijde van Jistrum. Daarna liepen we naar Kootstertille. Vlak voor de eerste binnenrust op 13 km kwamen we langs een grote kerk van de Hervormde gemeente. Later zagen we op internet dat hierbij ook een klokkestoel was. Deze hebben we helaas niet gezien.

De rust was in Doarpshūs Tillehūs. Het dorpshuis ligt aan de rand van een winkelcentrum. Na de rust vervolgden we ons pad. We verlieten Kootstertille door een parkje langs de Alde Dyk. Later volgden we de Alde Dyk. Een brug voerde ons over de Twijzelervaart. Meteen hierna sloegen we af en volgden de Twijzelervaart over een fietspad. Dit is al een heel oud pad.

Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010

in Jistrum De njoggen alde mantsjes
Vroeger liepen de bewoners die aan de Oude Dijk en langs het kanaal woonden langs dit pad naar Twijzel. Vooral in het donker was dit een hachelijke onderneming. Als er in die tijd een vergadering moest worden vastgesteld, kwam de almanak eraan te pas om te zien wanneer het volle maan was. Het was beslist noodzakelijk dat men wat licht had tijdens de nachtelijke tocht. Dwars door de weilanden, met een bootje over de miedsloot, door de Petten, opnieuw door de weilanden, en dan nog vanaf de Zandsloot langs een zandreed. Gelukkig had men onderweg bepaalde vaste herkenningspunten. Een daarvan was een rijtje van negen geknotte bomen (wilgen en populieren), die in de volksmond de naam "De njoggen alde mantsjes" hadden gekregen. Als deze in het donker opdoemden, was het duidelijk dat men al aardig opschoot. In Twijzel aan­ge­ko­men werden dan de klompen bij de wagenmaker onder de haag gezet en de schoenen aangetrokken, zodat men tenminste toonbaar ter vergadering verscheen.


Langs de kant stond op een gegeven moment een wilg die beslist op één van de negen hierboven genoemde geknotte bomen leek. Helaas was net op dat moment de batterij van mijn fototoestel leeg en keek ik uit naar een geschikt moment om de batterij te vervangen. Dat geschikte moment vond ik niet bij deze wilg.

Op de Twijzelervaart voer een eenzame visser op een bootje. Hij viel mede op omdat hij een zonnebril droeg. Op een Y-splitsing van vaarten liep ons pad nu noodgedwongen langs de vaart Sānsleat. Aan onze rechterzijde genoten we van een prachtig natuurgebied, de Wālden Twijzelermieden. We kwamen nu in Twijzel. Hier was de splitsing met de 40 km. Nu werd het wel heel rustig, want wij liepen de 50 km. We liepen langs café wegrestaurant Twijzel. Borden voor het café probeerden bezoekers te trekken. Wij voelden er ook wel voor, maar we hadden er helaas geen tijd voor. We moesten aan onze tijd denken.

Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010

nabij Kootstertille Twijzel is een typisch langgerekt, oud streekdorp aan de oude drukke straatweg tussen de twee provinciale hoofdsteden Leeuwarden en Groningen. Vroeger heette het dorp Optwizel, oftewel "bij de tweesprong". Van oorsprong is Twijzel een boerendorp. En nog altijd telt het dorp een flink aantal grote, monumentale boerderijen met fraaie erven, waaronder een aantal erg mooie kop­romp­boer­de­rij­en.
Landschappelijk is de omgeving van Twijzel interessant. Ten noorden van de rijksweg is een coulissenlandschap te vinden met de bekende dykswālen, maar ook talrijke pingo's. Ten zuiden van de rijksweg is een min of meer moerassig terrein binnen laaggelegen weilanden (hier is vroeger turf gestoken) met een unieke vogel- en plantenwereld.


We verlieten Twijzel over de straat De Wedze. Hoewel De Wedze een relatieve drukke weg is, hadden we hier wel fraaie uitzichten aan beide zijden van de weg op de plaatselijk aanwezige natuurgebieden. Dit gebied hier bevat talrijke Pingo’s, waarvan de Bootsma’s Poel de bekendste is.

Bootsma Poel
Het landschap ten noorden van Twijzel is rijk aan pingo’s. Een van deze pingo’s is genoemd naar de Bootsma’s die in de buurt woonden. De Bootsma’s Poel ontstond in de laatste ijstijd. Een pingo ontstaat als het grondwater bevriest en de aarde omhoog drukt. De kern van een pingo, die soms nauwelijks kleiner is dan de totale pingo zelf, bestaat uit een lensvormig lichaam van zuiver ijs. Pingo’s kunnen wel 90 hoog worden, met een doorsnede van soms meer dan 2 kilometer. Meestal zijn ze rond of ovaal van vorm.
Door het scheuren van de bovenlaag wordt de ijslaag blootgesteld aan de zon. Daardoor kan een krater of meer ontstaan. Als het klimaat warmer wordt, zoals aan het einde van een ijstijd, blijft van een pingo een cirkelvormig meer of krater over die pingoruļne wordt genoemd. Veel pingoruļnes worden na het afsmelten van het ijs langzaam opgevuld met veen. Dit kan vele duizenden jaren in beslag nemen. Doordat in het water in pingoruļnes veel pollen en zaden van planten terecht komen, wordt in het veen informatie opgeslagen over de vegetatie.
Vanaf de Middeleeuwen werd dit veen, ook in deze streek, op grote schaal gedroogd om er turf van te maken. In de Bootsma’s Poel is het veen langs de rand afgegraven. In het midden, waar de turfstekers niet konden komen, bleef een eilandje staan.
Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010

Doarpshūs Tillehūs De term Pingo komt van de Eskimo's op Groenland. Vertaald betekent dit "heuvel van ijs". En dat zijn het ook werkelijk: heuvels van ijs, bedekt door een laag grond. In deze omgeving zijn dus geen Pingo's meer, maar wat er van over is, zeg maar de poelen of dobben. Men noemt ze dan nog wel vaak Pingo's maar eigenlijk gaat hier over Pingoruļne's. Pingo's komen nog voor in gebieden rond de pool, waar de ondergrond tot op grote diepte het hele jaar bevroren is.


We zetten nu koers naar Kollumerzwaag-Zuid, gemeente Kollumerland. We staken de spoorlijn over van het traject Leeuwarden-Groningen. Vóór de spoorlijn zagen we later op de kaart het pad Nije Swaddeloantsje lopen. Dat zou best een mooier alternatief voor deze route zijn geweest. Even later liepen we via een tunneltje weer onder de spoorlijn door. In het tunneltje lag een fiets op de grond waarvan het voorwiel vervormd was. We liepen nu naar Twijzelerheide. Hier was op 24 km de tweede grote rust in dorpshuis De Jister aan de Bjirkewei.

Twijzelerheide is één van de typische heidedorpen in deze streek die een geschiedenis kennen van grote armoede. De grond was zo arm dat er nauwelijks iets viel te verbouwen. Soms lukte het de bewoners van de plaggenhutten wat aardappelen te laten groeien. Ze werkten tijdelijk bij boeren op de klei. Eind 19de eeuw trokken heidsjers ook naar Duitsland om te melken. Veel landarbeiders daar trokken weg naar de industrie. Huisvlijt, zoals stoelenmatten, het maken van heideboenders en –bezems en het draaien van strotouw, zorgde voor kleine bijverdiensten.
De enige verharde weg in de omgeving was de provinciale weg van Groningen naar Leeuwarden, die in 1830 van klinkers werd voorzien. Na 1870 werden mondjesmaat grindwegen naar de omliggende dorpen aangelegd. Tot die tijd was Twijzelerheide vooral in de winter vrijwel ontoegankelijk. Grote delen van de heide stonden onder water en de zandwegen veranderden in modderpoelen.


Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010

een leuk zitje in Kolummerzwaag bij mooi weer We vervolgden ons pad. Op de splitsing met de 25 km zagen we de pijlophalers van de 25 km de pijlen weghalen. We hadden hen ook al in de rust ge­trof­fen. Even verder bedacht ik, dat ik mijn wandelstok op de rustpost had laten staan. Ik liep weer terug om mijn stok op te halen. Toen ik in de kantine binnenkwam zei een wandelaar uit Noord-Holland tegen mij: Je tweelingbroer was hier net ook al. O ja, zei ik. En weet je welke afstand hij liep. Ja, antwoordde hij, de 50 km. O, zei ik, dan loop ik hem zo wel achterop. Maar hij liep toch harder dan ik, want ik heb hem later niet meer ingehaald.

We liepen twee wandelaars achterop. Ze vroegen welke afstand wij liepen. We antwoordden, dat we de 50 km liepen, maar de 40 km loopt hier ook. Ja maar wij lopen de 25 km was het antwoord. We zeiden dat de pijlophalers van de 25 km al bezig waren met de pijlen te plukken. Ze besloten niet terug te lopen. Kennelijk waren ze wel bekend in de omgeving, dat ze wisten welke kant ze op moesten lopen. Weer een eind verder kwamen we nog vier 25 km lopers tegen, die ook verkeerd waren gelopen. Wat was vermoedelijk het probleem. Na de grote rust moesten we de weg naar links vervolgen. De meeste wandelaars liepen dan ook aan de linkerkant van de weg. Maar het bordje met de splitsing stond aan de rechterkant van de weg. En als de meeste wandelaars voor je de 40 km lopen, dan ga je daar automatisch achteraan.

Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010

De Valomstervaart bij het Goddeloas Tolhūs bij mooi weer We liepen naar Zwaagwesteinde en staken daar de spoorlijn weer over. In een driehoek dat o.a. gevormd werd door de spoorlijn en de Nije Feart in het zuidwesten van Zwaagwesteinde lag een na­tuur­ge­bied waardoor onze route flink slingerde.

Zwaagwesteinde is een heidedorp. Dit type dorp ontstond op het grondgebied van oudere dorpen. Het had geen kerk. In de 16de eeuw was Zwaagwesteinde een boerendorp. Dat veranderde in de 18de eeuw, toen losse arbeiders, veenarbeiders en venters zich tussen de bestaande woud­boer­de­rij­tjes vestigden. Zij woonden in ongekende armoede in hun holen en plaggenhutten. Eind 18de eeuw vestigde de joodse koopman Salomon Levy zich in het vensterdorp. Hij bracht werkgelegenheid in de vorm van kleinhandel in onder andere textiel, venten en kramen en kledingnijverheid. Rond 1910 verbeterden de leef­om­stan­dig­he­den van de bewoners van de plaggenhutten door toedoen van de woningcorporaties en de Woningwet. Maar de laatste plaggenhut werd pas in 1939 gesloopt.
Het streekdorp Zwaagwesteinde ligt op het westelijke einde van de zwaag van Kollum, een keileemrug op de grens van een redelijke hoge streek en lagere veengebieden aan de noord- en westzijde.


Op een gegeven moment zagen we, schuin voor ons in de verte de 50 km pijlenplukkers. Daaruit concludeerden we dat ze niet al te ver achter ons liepen. Zwaagwesteinde werd aan de noordwestzijde verlaten met het oversteken van de Nije Feart. Nu volgden we de Falomster Feart naar de plaats De Valom We kwamen uit op de Goddeloze singel Hier werd natuurgebied de Houtwiel betreden

Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010

natuurgebied De Houtwiel bij mooi weer De Houtwiel, een uitgestrekt moerasgebied, was ooit deel van de hoogvenen die vroeger een groot deel van Friesland bedekten. Al in de 15e eeuw werd er turf gewonnen. Dat ging door tot in de 20ste eeuw. Door al het graven ontstonden poelen en plassen, petgaten en legakkers.
Nu vindt de bezoeker er uitgestrekte rietvelden, doorsneden door brede sloten. Elzenbosjes en opgeschoten wilgen geven het gebied een ruig karakter. Er ligt een weidevogelreservaat met open graslanden. In het riet nestelen de kleine karekiet, rietzanger, rietgors en baardmannetjes. De rietvelden zijn ook het broedgebied van de bruine kiekendief, die zich vaak jagend laat zien.
De Houtwiel was lange tijd een leeg en moeilijk toegankelijk moeras. Het domein van vissers, jagers en boeren. In Friesland zijn de meeste van zulke moerasgebieden ontgonnen, vooral voor de landbouw. Dat lot is De Houtwiel bespaard gebleven. Voor na­tuur­lief­heb­bers valt er veel te genieten. Vanaf de par­keer­plaats bij het Goddeloze Tolhuis onder Broeksterwoude begint een wandelpad. Dat voert door het moerasgebied en naar een heuvel met een schitterend uitzicht over De Houtwiel.
De Houtwiel ligt tussen Veenwouden en Broeksterwoude, zuidelijk van Dokkum (Friesland). Moeraslandschap met rietlanden, graslanden, petgaten en sloten. Behalve de witte waterlelie groeit er in sommige sloten ook moerashertshooi. In de natte, open terreintjes bloeit het moerasviooltje. De rups van de Zilveren Maan leeft op dit plantje.


In dit gebied graasden runderen en mogelijk ook paarden. Dat was duidelijk te zien aan de uitwerpselen op de grond. Ik ga niet graag alleen in zo'n gebied. Door het regenachtige weer en het gevorderde uur was het erg somber. Ik besloot te wachten op de pijlenplukkers. We hoefden slechts zo'n 5 minuten te wachten. Met hen vervolgden we ons pad. Een collega-fotograaf schreef op zijn Picasa-fotoalbum dat dit gebied, De Houtwiel, een mooi gebied is bij mooi weer. Parkoerstechnisch was dit ook inderdaad een heel mooi pad.

Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010

de Goddeloze Singel Na de Falomster Feart liepen we langs de Kruswetter, een verbreding van de vaart overgaand in de Fernwaldster Feart en om de Smoarpot, ook een verbreding van de vaart. We kwamen weer terug op de Goddeloze Singel en volgden deze verder.

De Goddeloze Singel, een schelpenpad, loopt over een gedeelte van het eeuwenoude kloosterpad, ruim 40 kilometer lang en opgezet in 1453. In de Middeleeuwen waren in Friesland en Groningen een groot aantal kloos­ters gevestigd. Kloosterlingen zetten deze handelsroute op voor hun wereldse activiteiten, zoals landbouw en handel, maar ook om andere handelsreizigers een veilige reis te garanderen. De Goddeloze Singel geldt als het meest oorspronkelijke deel van het monnikkenpad.
De grijze monniken gebruikten het 40 km lange pad in de middeleeuwen als handelsroute tussen het cisterciėnzer klooster Klaarkamp bij Rinsumageest, de Sint-Bonifaciusabdij in Dokkum en Veenwouden. Langs het kloosterpad staan middeleeuwse kerken die herinneren aan de kloostertijd. Het gaat om kerken in de dorpen Sybrandahuis, Rinsumageest, Dokkum, Damwoude, Veenwouden, Burgum en Oudega. Deze kerken hadden in veel gevallen relaties met de kloosters.


We kwamen aan de rand van Veenwouden. Hier was de laatste grote rustpost op 38 km in de kantine van voetbalvereniging Veenwouden.

Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010

Kūkherne Veenwouden is ontstaan uit de fusie van twee parochies: Eslawald en St. Johanneswald. Dit verklaart de meervoudsvorm ‘wouden’ in Veenwouden. Veenwouden bezit de enige overgebleven stinstoren in Friesland, de Schierstins. Adelijke famillies gebruikten de dikke bakstenen woontorens als vluchthaven in roerige tijden.

In Kūkherne, op de Kūkhernewei, liepen we verkeerd vanwege het ontbreken van een pijl. In Kuikhorne, bij de Kūkhernstervaart zei een pijlenplukker dat we verkeerd zaten. Als we de weg zouden vervolgen zouden we weer in Twijzelerheide uitkomen. In de routebeschrijving stond dat we moesten afslaan bij een hoogspanningsmast en huisnummer 15a. Nu heb ik veel moeite om huisnummers te zien, dus ik concentreerde mij op die hoogspanningsmast, die ik niet heb gezien. De pijlenplukkers volgen niet de routebeschrijving, maar de pijlen. Omdat ik de routebeschrijving wel goed volg en vertelde dat we bij huisnummer 15a moesten afslaan wist hij waar wij onze route moesten vervolgen. In de routebeschrijving stond ook, dat hier de samenkomst met de 40 km was. We hadden het idee dat een 40 km-plukker "onze" pijl had weggehaald.

Over de Oostersingel en de Westersingel bereikten we Noordburgum We staken de Rijksstraatweg over en betraden daarop een bos. Het was inmiddels 17:15 uur en door het sombere weer ging hier de straatverlichting al aan. Normaal gaat de zon in deze tijd om 18:30 uur onder.

Ritskebos tocht met de FLAL vanuit Bergum op 23 oktober 2010

bosgebied nabij verpleegtehuis Nieuw Toutenburg te Noordbergum We kwamen uit op de Zomerweg en sloegen even verder het Ritskebos in. In Bergum kwamen we nog langs de Kruiskerk alvorens de finish werd bereikt. De afgelegde afstand bedroeg 49½ km.
Het was inmiddels 18:15 uur geweest. Er waren nog drie bestuursleden aanwezig en Jaap de Jong. De voorzitter zei tegen mij, dat ik de laatste wandelaar was. Ik reageerde met de mededeling dat er nog twee pijlophalers kwamen. Er werd gevraagd hoever deze achter mij zaten, waarop ik zei, dat dit vermoedelijk ongeveer 10 minuten was.

Door de toch nog veel onverharde wegen en paden, die door de regen in modderpaden waren veranderd, was het een zware tocht geworden. Een wandeltijd van 9½ uur vond ik voor mijzelf nog best goed.

De reden dat Jaap de Jong nog bij de finish was, lag in het feit dat hij mij nog naar station Zwolle zou rijden. Nog hartelijk dank daarvoor. Er waren deze dag 578 deelnemers. Dit is exclusief 12 voorlopers, hetgeen een totaal van 590 maakt.
naar de top van deze pagina

Henri Floor