|
|
|
|
met de OLAT vanuit Brandevoort (Helmond) op zondag 15 februari 2009 |
Brandevoort...een klassieke nederzetting op de grens van stad en landschap in het Brabantse land. In Helmond, aan de westzijde van de stad, vlakbij Eindhoven. Tussen jarenoude eiken, bossages en traditionele bebouwing groeit het nieuwe dorp. Het bestaande landschap, de klassieke architectuur en de grote differentiatie in woningtypen en gevelbeelden vormen de uitgangspunten voor dit unieke project. U ziet er pittoreske gevels en stoepen en loopt er door kleine kronkelige straatjes. Brandevoort wordt een bijzonder dorp. Een dorp met een hart, De Veste. Er omheen liggen de karaktervolle Buitens: ruimtelijke woonwijken voor hen die gesteld zijn op stijl, rust, ruimte en natuur. Treedt binnen in de wereld die Brandevoort heet!
Op zondag 15 februari 2009 organiseerde de OLAT een tocht vanuit Brandevoort, dat onder Helmond valt. Wij waren al eens aan de rand van Brandevoort geweest en wisten daardoor wat voor soort huizen we hier konden verwachten. Toen we dan rond tien minuten voor negen met de trein op het gelijknamige station arriveerden, hadden we ons fototoestel al in de aanslag. Want de kans was groot, dat we op weg naar de start fotogenieke momenten zouden zien. Voordat we de startlokatie, ’t Brandpunt aan de Biezenlaan hadden bereikt, hadden we dan ook al negen foto’s gemaakt.
De wandeling voerde over het grondgebied van de plaatsen Aarle Rixtel, Beek en Donk, Helmond, Lieshout, Mariahout, Mierlo, Nuenen en Stiphout. We schreven ons snel in en maakten ons meteen gereed voor vertrek. Even na negen uur begaven we ons op pad. Voordat we Brandevoort verlieten maakten nog eens zes foto’s. Bij een tuincentrum was de splitsing met de 10 km. We zetten koers naar de A270. Vlak langs de snelweg stond een gebouw met zeer grote schotelantennes. Aan de andere van de snelweg bevonden we ons nog steeds in Helmond.
Hij was geblesseerd en hoewel het wandelen nu niet ging, kon hij de route wel per fiets en fototoestel afleggen. Later zou hij van deze tocht op internet 56 foto’s plaatsen. Hij was uiteraard eerder bij de Croyse Hoeve, het café restaurant waar de eerste binnenrust was op 8 km. Onze aanwezigheid had zich snel verder verbreid, want nog voordat we de Croyse Hoeve hadden bereikt liep een bekende wandelaar (PH) ons tegemoet. Hoewel we vanwege het late starten op de 40 km het plan hadden om deze rust over te slaan hoorden we van de wandelaar dat er een controle was.
De laatste privé-bezitster van kasteel Croy was Jonkvrouwe Johanna Caroline Constantia Wilhelmina van der Brugghen (1795 – 1873). Ze noemde zich Jonkvrouwe Constance. Ze was de enige dochter in een gezin met vier kinderen. Constance had kasteel Croy geërfd van haar vader Jhr. Mr. Joan Carel Gideon van der Brugghen (1753 – 1828). Deze had op zijn beurt het kasteel gekocht van zijn halfbroer.We troffen de wandelaar die ons eerder tegemoet was gelopen. Hij was verbaasd dat we toch waren doorgelopen. Toen we zeiden dat we geen stempelaar hadden aangetroffen, zei hij dat ze achter in het restaurant zaten, in een donker hoek. Wij moesten ze zeker wel kennen. Hij ….. En toen werd het gesprek afgebroken, want we zagen weer een plek waar we een foto van wilden maken.
Na het vertrek van de Fransen in 1813 raakte de vader van Constance zijn functies, die hij tijdens het Franse bewind had bekleed, kwijt. Van toen af ging hij zich wijden aan de bevordering van de landbouw en veeteelt op zijn landerijen rond het kasteel Croy. Hij stond kennelijk goed aangeschreven bij de bewoners rond het kasteel, want hij werd zelfs met een gedicht bedankt voor geschonken goederen.
De Van Brugghens waren protestant. Tijdens de opvoeding van Constance werd haar door haar moeder onder meer bijgebracht dat de verdraagzaamheid jegens andersdenkenden een groot goed was. Jonkvrouwe Constance vermaakte na haar dood kasteel Croy en wat daar bij hoorde – met uitzondering van een aantal legaten voor trouwe mensen om haar heen - aan de stichting 'Geloof Hoop en Liefde', die Croy tot een tehuis voor ouden van dagen zou moeten maken. En dat gebeurde. Omdat een bejaardentehuis in het kasteel niet meer toegestaan werd, is kasteel Croy sinds 1977 verhuurd aan de Stichting 'Bouwen aan een nieuwe Aarde', dat een bezinningscentrum exploiteert.
Over een aantal zandwegen, al of niet omzoomd met bomen, vervolgden we ons pad. Door de vorst waren de zandwegen nu ook verhard. Sporen van voertuigen waren duidelijk zichtbaar en voelbaar als we over zo’n rand liepen. De plassen op de zandwegen waren uiteraard bevroren. Na de splitsing met de 20 km werd het nog rustiger op het parkoers.
Verderop zagen we in de verte nog een kerktoren van Beek van de plaats Beek en Donk. Nadat we een keer achterom hadden gekeken zagen we op korte afstand een man in een blauwkleurige jas langs de kant van het pad staan, net op een plek waar een ondersteunde OLAT-pijl zat. Toen wisten we genoeg. Dat was de pijlophaler. Hij bleef op afstand achter ons rijden, mag het gaf toch een gevoel van opschieten. Even daarvoor waren we trouwens nog door twee snelle wandelaars ingehaald. Dat waren vader en zoon, waarbij de vader de broer van de webmaster van wandelervaring.nl is.
In de ochtend hadden we verschillende keren op trajecten gelopen, die ook gemarkeerd waren met zwarte pijlen op rode achtergrond. Dat was van een mountainbikeroute. In de middag troffen we deze pijlen ook, maar toen gelukkig zonder die mountainbikers. We volgden nog trajecten van het geel/blauw gemarkeerde Hertog Hendrikpad.
Het Hertog Hendrikpad van OLAT is een 70 km lange rondwandeling bij Eindhoven.
De route is genoemd naar Hertog Hendrik die in 1232 stadsrechten aan Eindhoven verleende.
De wandeling voert over de Strabrechtse Heide en andere mooie natuurgebieden
nabij Aalst, Heeze, Geldrop en Nuenen waar laaglandbeken als de Dommel en de Tongelreep stromen.
Je loopt door typisch Brabantse gehuchten en komt op je weg kastelen en watermolens tegen.
De route is geel-blauw gemarkeerd.
Op 30½ km was de tweede wagenrust bij de Geeneindsche Heide.
Hier troffen we meerdere 40 km lopers.
De meesten bekenden van WS78 tochten.
We staken de A270 weer over en volgden deze even later parallel.
We herkenden het hier van de Kempische drie-daagse.
In het verleden voerde hier het pad op een gegeven moment LA steil naar beneden. De laatste jaren is dit pad met een hekwerk afgezet. Toen wij op dit punt kwamen, zagen we dat het pad er nog lag.
10 meter verderop hield het hekwerk op en we besloten achter het hekwek de 10 meter terug te lopen en over het steile pad naar beneden onze weg te vervolgen.
Hierdoor hebben we iets van de route afgesneden. De parkoers was toch meer dan 40 km lang.
|
| Henri Floor |