|
|
|
|
|
De Groene Poort van Limburg-tocht met WS78 vanuit Nijmegen |
Op zaterdag 15 maart 2008 organiseerde WS78 een 40 km wandeltocht vanuit Nijmegen.De start was vanuit het Gymnasion van de Radboud Universiteit te Nijmegen. Met de bus reden we vanaf NS Nijmegen naar de start. Vandaar was het 2 minuten lopen naar de startlokatie.
Het Gymnasion is een modern gebouw waarin onder meer het Universitair Sportcentrum is gehuisvest. Daarnaast zijn er ook verschillende onderwijszalen in het complex. De zalen worden niet gebruikt voor regulier onderwijs en zijn daarom geschikt voor cursussen, trainingen, kleine seminars, de start van een wandeltocht en kleinschalige congressen.
Toen wij rond kwart voor negen besloten om naar de uitgang te gaan om tijdig te kunnen startten, bleken we niet de enige te zijn met deze gedachte. De hele gang naar de uitgang stond vol met wandelaars.
We staken de Heumense baan over. Langs deze asfaltweg stond een opvallend bord van de plaats Mook en Middelaar met daaronder de tekst Mookerhei en meer ...
Daarna betraden we natuurgebied Mookerheide, dit ondanks het feit dat we vooralsnog alleen door bosgebied liepen. We bereikten Jachtslot Mookerheide. Gezien het aantal auto’s en een bus op de parkeerplaats deed ons vermoeden dat het hier om een hotel ging. Ons pad sloeg achter het hotel af. We konden hier nog een verkeerd lopende wandelaar terugroepen.
In 1902 gaf Jan Jacob Luden de gebroeders Oscar en Henri Leeuw, architecten te Nijmegen, opdracht Jachtslot de Mookerheide te bouwen. Luden, een ongedurig man van het bohémien-type, hield zijn droompaleis al snel voor gezien en in 1910 werd zakenman Antonie Marinus Vroeg de tweede eigenaar. Hij woonde er tot 1927. Nadat het Jachtslot opmerkelijk ongeschonden de oorlog had overleefd, kochten de Dominicanessen van Bethanië het in 1947 om zich er te gaan bekommeren om het lot van uit huis geplaatste meisjes. Voor de pupillen werd op het landgoed woonruimte en een schoolgebouw gerealiseerd. De zusters onderhielden het slot perfect, maar zagen zich toch genoodzaakt bepaalde gedeelten enigszins aan te passen.
Bij gebouw Carpe Diem liepen we verder door de bossen van de Mookerheide. Na een klaphek kwamen we echt op de heide. We liepen langs een monument op de Heumense Schans. Hoewel we hier een vergezicht hadden was het uitzicht niet zo mooi omdat we uitzicht op een industriegebied hadden. Na een steil trappetje verlieten we de Heumense Schans. We daalden af tot kort voor de plaats Mook en passeerden een lage uitkijktoren.
In bosgebied net boven Plasmolen was het zuidelijkste punt van de tocht. Daarop volgde de beklimming van de 76,7 meter hoge Kiekberg. De route voerde echter niet over de top.
We dwaalden nu een tijdlang door natuurgebied St. Jansberg. Het was hier erg heuvelachtig. Op de bodem lagen nog vele bladeren van de voorgaande herfst.
We liepen hier langs de oostkant van een golfterrein. Daarna liepen we een paar honderd meter over de beroemde (beruchte?) Zevenheuvelenweg, bekend van de Nijmeegse vierdaagse.
Vanaf de Kamp te Groesbeek zagen we aan onze rechterhand een opvallende, futuristisch aandoende witte tentkoepel.
Dit moet een parachute voorstellen en is het dak van het Bevrijdingsmuseum 1944. Het museum geeft een indringend beeld van de oorlogshandelingen bij Nijmegen en Groesbeek in de nazomer van 1944, die bekend zijn geworden onder de naam operatie ‘Market Garden’. Er is hier fel gevochten door de geallieerden. Het museum staat op de plaats, waar destijds de parachutisten zijn geland
Teruggekeerd in de bossen zagen we het hoogst geplaatste kruis van de Canadese Erebegraafplaats. Nu dwaalden we een tijdlang door het heuvelachtige weilandengebied Nederrijk. We kwamen op korte afstand van de Duitse grens (325 meter) en de Duitse plaats Wyler.
Nabij Huize Holdeurn staken we de Oude Kleefsebaan over.
Vooral in de noordwestelijke provincies van het Romeinse rijk vormde het leger vaak de motor van de civilisatie. Het zorgde bijvoorbeeld voor een goede infrastructuur door de aanleg van wegen en uitspanningen en voor het kanaliseren van waterwegen en de aanleg van havens en bruggen. Daarnaast gaf het leger een nieuwe impuls aan ambachten zoals dat van de pottenbakker. Voor de komst van de Romeinen werd in Nederland uitsluitend handgevormd aardewerk gemaakt, gebakken in open vuren. Het werd geproduceerd op kleine schaal, meestal voor locaal gebruik. De komst van het Romeinse leger creëerde een ongekende vraag naar aardewerk, waaraan de locale inheemse bevolking niet kon voldoen. De Romeinen waren hieraan gewend geraakt en zorgden zelf voor hun aardewerk. Aanvankelijk namen ze het product mee, later ook de producent: hun eigen pottenbakker-soldaten.
Een van de productiecentra van dit aardewerk werd opgegraven tussen 1938 en 1942, ten oosten van Nijmegen, nabij Berg en Dal op een terrein genaamd 'De Holdeurn'. Hier werden verscheidene pottenbakkersovens en grote ovens voor het bakken van dakpannen en tegels aangetroffen. De vele op het terrein teruggevonden dakpanscherven en misbaksels met het stempel LXG wijzen erop dat het tiende legioen, dat van ca. 70 tot 105 na Chr. te Nijmegen gelegerd was, verantwoordelijk was voor de productie.
|
| Henri Floor & Coos Verburg |