|
|
|
|
|
Met WS78 in Barneveld |
Op zaterdag 13 februari 1999 organiseerde WS78 een wandeltocht vanuit Barneveld. De start was
vanuit een bedrijfshal van industriegebied Harselaar. We liepen eerst naar en vervolgens langs
de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn. Bij een viaduct over de spoorlijn aangekomen moesten we eerst
steil een talud beklimmen. Door de sneeuw gaf dit de nodige problemen. De meeste wandelaars
waren ons al vooruitgegaan en we zagen hier geen achterblijvers. Het moest ons dan ook wel
lukken. Na de spoorlijn staken we ook de A1-snelweg over. Rechts zagen we het meer Aanschotergat
liggen. Na een honden- en kattenpension (volpension?) sloegen we af en bereikten het
recreatiegebied Zeumeren met een groot meer. Dit meer is ontstaan door zandwinning voor de
aanleg van de A1-snelweg. Gedeelten van het meer waren bevroren. In anderen delen zwommen
eendjes. Van het Johannabos liepen we langs de oostkant van de plaats Voorthuizen naar het
Wilbrinkbos. Bij de Prinsenkamp, een particulier terrein werd een oorspronkelijke mondeling
toezegging tot betreden van het terrein omgezet in een verbod tot het betreden van het terrein.
Vermoedelijk bij het zien van hordes wandelaars werd het verbod ingegeven. Na een omweg met
een extra afstand van 1150 meter volgden we ons pad. We volgden hier, in de gemeente Nijkerk,
een stuk langs het Waterleiding Appelsche Maatschap. Spoedig verlieten we Nijkerk weer en
betraden nu de gemeente Putten. Op 13 km was de soeppost. De soep smaakte hier heerlijk en we
besloten een extra bekertje soep te kopen. We dwaalden verder, veelal door bossen. Daarbij
liepen we nog door buurtschap Veenhuizerveld, door het Huinerveld en via de Poolsche Driessen
naar het buurtschap Krachtighuizen. Na een paar grafheuvels en het Pinetum van Putten bereikten
we het centrum van Putten. Hier was de grote rust in Zalencentrum de Aker. Van Putten is nog
het volgende te melden:
Putten in de middeleeuwenPutten tijdens de tweede wereldoorlog
In 1944 is het de Duitse plaats Ladelund, die een rol gaat spelen in Puttens historie.
Ladelund ligt even ten zuiden van de Deense grens in Sleeswijk Holstein. Het begint op
zaterdagavond 30 september 1944. Een Puttense verzetsgroep pleegt een aanslag op een Duitse
legerauto, waarbij twee hoge Duitse officieren ernstig worden gewond. De Duitsers zijn razend
en willen een voorbeeld stellen. Tijdens de kerkdienst de volgende ochtend omsingelen ze het
dorp Putten en sluiten het hermetisch af. Alle bewoners worden in de kerk bijeengedreven. In
het begin van de avond mogen de vrouwen en kinderen naar huis, maar ze moeten de volgende
ochtend terugkomen. Maandagochtend 2 oktober leest een hoge Duitse officier het vonnis voor.
Als represaille voor de aanslag zullen alle mannelijke inwoners tussen de 18 en 50 jaar worden
weggevoerd. Het dorp Putten moet binnen twee uur volledig geëvacueerd zijn en zal daarna
worden platgebrand. Aldus gebeurt. Maandag 2 oktober 1944 is de zwartste dag in de geschiedenis
van Putten. Een gedenksteen in de kerkmuur en een monument met een beeldhouwwerk van Mari
Andriessen voorstellende een treurende Puttense vrouw in klederdracht herinneren ons er aan.
De weggevoerde mannen, 660 in totaal, gaan eerst naar het concentratiekamp in Amersfoort en
worden later verder doorgezonden naar verschillende concentratiekampen in Duitsland. Slechts
108 overleven het. Eén van de concentratiekampen waar veel Puttenaren terecht komen is
nabij het dorp Ladelund. Daar protesteert de plaatselijke Duitse predikant Pastor Johannes
Meijer fel als hij voor het eerst een grote groep uitgemergelde gevangenen door het dorp ziet
komen. Zijn protest haalt niets uit. Hij wordt door de commandant van het kamp bedreigd met
represailles als hij zo lastig blijft. Toch weet hij gedaan te krijgen dat de overleden
gevangenen op het kerkhof van Ladelund begraven mogen worden. Nauwkeurig houdt hij de lijsten
bij met namen van de overledenen. Tijdens de begrafenissen weet hij uit het zicht van de SS de
gevangenen voedsel toe te stoppen. Na de bevrijding brengt Pastor Meijer samen met zijn vrouw
en dochter een bezoek aan Putten. Dit legt de grondslag voor een brug die geslagen wordt tussen
Putten en Ladelund, een brug van liefde over alle leed heen. Er worden verschillende
pelgrimages gemaakt van Puttenaren naar Lade-lund. En ook de inwoners van Ladelund komen op
bezoek in Putten. Deze wederzijdse bezoeken duren voort tot op de dag van vandaag.
De tweede helft van de wandeltocht
In een buitenwijk van Putten stonden een paar kinderen die van alles aan de wandelaars vragen, zoals "wat is er nou leuk aan om zo’n grote afstand te lopen" en "waarom loopt u helemaal alleen". We kwamen in het Putterbosch uit. Hier was weer een parkoerswijziging. Vermoedelijk kwam dit doordat hier heel veel bosarbeiders bezig waren met het omzagen van bomen. En het in stukken zagen van boomtakken. Toen wij er liepen waren zeker vier verschillende groepen bezig met zagen. Dit kwam de rust, die wij in bossen verwachten, bepaald niet ten goede. Het Putterbosch ging over in het Sprielderbosch. Via het Groot Spriel en het Klein Spriel bereikten we de koffiepost op 32 km. Nog steeds scheen de zon volop. Nog steeds vroor het. En nog steeds lag er, naar Nederlandse begrippen, veel sneeuw op de landerijen en huizen. We kwamen verschillende keren langs boerderijen waar fraaie ijspegels aan de dakranden hingen. Het waren net kerstplaatjes. Een paar maal liepen we over wegen waar we op de heenweg ook al over heen waren gekomen. Nu stonden de pijlen (gelukkig) de andere kant opgericht. In Voorthuizen was nog op 36 km de fruitpost. De totale afstand bedroeg 41,66 km. Het IVV-nummer was 11279. Er waren 368 deelnemers.
|
|
Henri Floor & Coos Verburg |