Vorig verslag van de intensieve verkenning van de Veluwe Volgend verslag van de intensieve verkenning van de Veluwe terug naar het overzicht van verslag van de intensieve verkenning van de Veluwe Terug naar het overzicht van de LAW's, streek- en NWBpaden op de homepage van Henri Floor Terug naar de homepage van Henri Floor Een intensieve verkenning van de Veluwe (4)
datum zaterdag 29 december 1990
traject Klarenbeek - Vaassen
afstand 36 km
Met de trein reden we weer naar Klarenbeek. Daarna moesten we 700m lopen voordat we weer op het parkoers uitkwamen. Via het Juffersgat kwamen we in buurtschap Gietelo.

In de ban van de Veluwsche bandijk, Gietelo-Terwolde, 13 km
Nu volgden we lange tijd de Veluwse bandijk.
De Veluwe kennen de meesten als een voor Nederlandse omstandigheden bij uitstek droog gebied. Dat er ook wateroverlast voorkomt, zo zelfs dat in de Middeleeuwen het polderdistrict Veluwe werd gevormd is minder bekend. Het woord bandijk betekent dat deze dijk gebouwd is en onderhouden werd krachtens een ban. In zo'n ban, die van overheidswege uitging, werd geregeld wie welk stuk van de dijk moest onderhouden en wat de boetes waren als men zijn verplichtingen niet nakwam. Kijken we op de topografische kaart, dan zien we een sterk kronkelende Veluwsche bandijk met talrijke kolken met namen die er niet om liegen, zoals het Juffersgat, de Zwarte kolk en de Lazaruskolken. De combinatie van veel kwelwater van de stuwwallen van de Veluwe, hierheen gebracht door talrijke beken, en hoge waterstanden van de IJssel hebben in dit gebied gezorgd door veel wateroverlast. Iedere keer na een dijkdoorbraak ontstond er een diepe kolk en het gat werd gedicht door een nieuw stuk dijk te leggen met een bocht om de kolk heen.
Daar waar een bordje Verboden Toegang stond volgde het parkoers een weg die zo dicht mogelijk in de buurt van de bandijk lag. We kwamen nu in een gebied waar veel meer over asfaltwegen werd gelopen.
ruine kasteel Nijenbeek We zetten koers naar de IJssel en liepen daarbij langs de rune van kasteel Nijenbeek.
Nijenbeek werd al in 1266 vermeld als een veste in het bezit van Dirk van Nijenbeek, gelegen bij de grens tussen Gelre en het Oversticht (Overijssel). In 1297 werd het eigendom van graaf Reinoud I.
In dit gebied langs de IJssel zagen we wel honderden ganzen overvliegen. Er werd opvallend veel in kleine groepen gevlogen van zo'n 5 tot 10 ganzen. Af en toe zag je ook wel grotere groepen van zo'n 40 tot 50 ganzen. We zagen hier ook opvallend veel bordjes Verboden Toegang. Voor elk pad of ingang van een weiland stond of hing zo'n bord. Een paar km voor Wilp volgden we de Veluwsche Bandijk weer. Daarbij moesten we een paar maal over hekjes klimmen. Het lijkt waarschijnlijk dat de mensen het vroeger gebruikten als kerkepad.
Vlak voor Wilp liepen langs een paar kolken. In n van die kolken wordt 's- zomers gezwommen.
Wilp is al heel oud. De uit Engeland afkomstige zendeling Lebuinis stak rond 750 de Noordzee over en bouwde in 765 een kerkje te Wilp. Men heeft wel eens gedacht dat Wilp vroeger aan de oostelijke kant van de IJssel heeft gelegen. Dit is niet geheel onmogelijk. Bodemkundig onderzoek toont aan dat de IJssel in zijn huidige gedaante niet veel ouder is dan de laatste jaren van de 12e eeuw.
Na de plaatselijke kerk van Wilp zetten we koers naar Deventer. We bleven echter langs de westelijke oever van de IJssel lopen. Vlak bij de Bolwerks(zaag)molen hadden we een grote rust bij een oom en tante van ons. Het was dus tevens een familiebezoekje. Lang konden we hier niet blijven, want er stond nog een flink traject voor de boeg. Nadat het de eerste drie uren droog was geweest, regenden het de daarop volgende 4 uren doorlopend, zodat we aardig nat zijn geworden. Na een zandweg langs de spoorlijn van Deventer naar Apeldoorn was het weer lange tijd asfalt stampen. Daarbij liepen we nogmaals een paar km vlak langs de IJssel.
Het gebied tussen Deventer en Hattem had zich in 1370 verenigd tot het polderdistrict Veluwe. In 1435 werd dit uitgebreid met de plaatsen Gietelo en Wilp. Het polderdistrict omvatte toen een oppervlakte van 20.000 ha.
Opeens sloegen we af en liepen weer fraai over zand en graswegen of paden tussen de landerijen door en dan zie je toch maar weer dat de parkoersuitzetter echt zijn best heeft gedaan om er, waar mogelijk, uit te halen wat er uit te halen valt. Uiteindelijk kwamen we in het langgerekte dorpje Terwolde. Hier kochten we wat fris bij een groentezaak.

Afwaterende weteringen, Terwolde-Vaassen, 21 km
kerk van Nijbroek We staken, over een stuw, de Terwoldsche Wetering over. Nu volgde een paar km een modderpad. Vlak voorbij natuurreservaat de Mijntjes liep ter hoogte van het kerkje van Nijbroek een fietspad (Kerkepad) naar Nijbroek, maar wij volgden het officieel beschreven parkoers over een asfaltweg naar Nijbroek. Langs "De school met de bijbel" bereikten we het dorpsplein met daaraan de kerk gelegen.
De streek tussen de IJssel en het Apeldoorns kanaal is een echt broekland. Behalve Nijbroek en Broekland komen er ook de namen Voorbroek, Achterbroek, Neerbroek, Overbroek en Korte Broek voor. Alleen Onderbroek ontbreekt! Nijbroek stond in de 14e eeuw bekend als Nova Paludis, het nieuwe moeras. Het was er zo nat dat de hulp van professionele ontginners van buitenaf moest worden ingeroepen. Graaf Reinold gaf de natte wildernis Nijbroek daartoe in 1328 aan twee ontginners, afkomstig uit het Hollands-Zeeuwse watergebied. Toen de ontginning niet slaagde werd het Karthuizer klooster Monnikhuizen bij Arnhem ingeschakeld. Ontginnen was kennelijk monnikenwerk. Door toedoen van prior Hendrik van Egher van Kalkar ontstond in 1370 het polderdistrict Veluwe. In 1814 vond in Nijbroek de laatste dijkdoorbraak plaats. Toen brak na een lange hoogwaterperiode op 18 februari de Dwarsdijk in Wapenveld door. Op 20 februari stond geheel Nijbroek, behalve de kerk, onder water. Het begon daarop zo hard te vriezen dat het ijs na twee dagen hield. Met sleden werd de noodlijdende bevolking van voedsel voorzien.
Daarna staken we de Nijbroeksche Wetering over via een smal bruggetje. Nadat we even later de Groote Wetering hadden overgestoken volgde nog een stuk onverhard.
De Groote Wetering is de oudste en de belangrijkste wetering. Zij werd omstreeks 1328 gegraven in het laagste deel van dit gebied ten behoeve van de ontginning van Nijbroek. Daar is dankbaar gebruik gemaakt van reeds bestaande stroompjes, zoals kan worden afgeleid uit het wat bochtige karakter van dit kanaal. Na de Apeldoornsche Halve Wetering staken we de Nieuwe Wetering over. Deze wordt ook wel Euvelgunne (=twist) genoemd, en kwam in de laatste jaren van de 14e eeuw tot stand, toen bleek dat de ontwatering van de streek tussen de Grift en de Groote Wetering onvoldoende was.
Na de A50-snelweg overgestoken te hebben staken we even later het Apeldoorns kanaal over, meteen gevolgd door De Grift.
Toen in de 17e eeuw het vrachtverkeer te water steeds belangrijker begon te worden, heeft men de Grift bevaarbaar gemaakt. In de 19e eeuw voldeed de Grift echter niet meer aan de eisen van de moderne scheepvaart en groef men er vlak langs het veel bredere Apeldoorns kanaal, om dit vervolgens in de tweede helft van de 20e eeuw als ouderwets en uit de tijd voor de scheepvaart te sluiten.
Inmiddels hadden we onze reflectievesten al aangedaan. Opvallend was het hier dat veel automobilisten bij het schemeren zo lang zonder licht bleven rijden. We volgden nog een kort stuk een dijk van een oude spoorlijn, maar het grind lag hier nog wat los, waardoor het zwaar stappen was. Aan het eind van de dijk had men een smalle greppel gegraven en je moest maar zien hoe je erover kwam. Een paar km voor het centrum van Vaassen namen we de bus en reden huiswaarts. Zowel ons trainingspak als ook een blouse daaronder waren behoorlijk vochtig geworden, ondanks onze regenpakken.
naar de top van deze pagina

Henri Floor & Coos Verburg