terug naar Westerveld Terug naar de homepage van Henri Floor Grolloo en omgeving

Grolloo (Drents: Grol) is een klein esdorp in het zuidwesten van de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe, aan de N376 tussen de dorpen Rolde en Schoonloo. Ten oosten van het dorp liggen de Grollooërkoelanden, ten noorden het boscomplex Grollooërveld en ten zuidoosten ervan vindt men het Grolloërveen, onderdeel van de boswachterij Grolloo. Het dorp telde op 1 januari 2007 807 inwoners.

In de vijftiende eeuw behoorden vele landerijen en goederen in Grolloo tot de abdij van Assen. In 1853 werd Grolloo, dat tot die tijd tot de gemeente van Rolde had behoord, een zelfstandige Hervormde Gemeente. In datzelfde jaar werd ook de neoclassisistische recht gesloten zaalkerk afgebouwd, met in de geveltoren een klok uit 1422.

De betekenis van de dorpsnaam is het groene bos. De naam Grollo (met enkele "o" dus) werd onder andere gebruikt in de titel van een album (LP) van Cuby & the Blizzards: Groeten uit Grollo. In de grootste succesjaren bestond de band uit: Harry Muskee (zang), Eelco Gelling (gitaar), Herman Deinum (bas), Helmig van der Vegt (piano) en Hans Lafaille (drums).

Vlak bij Grolloo is het recreatiegebied De Berenkuil te vinden, en in het centrum van het dorp vindt men een borstbeeld van Harry Muskee.


Vredesboom
De vrijheidsboom staat in het centrum tegenover bar-eetcafé Gerrie. Leerlingen van groep 8 van de Openbare Lagere School hebben deze Amerikaanse beuk geplant naar aanleiding van de bevrijding door de Canadezen in april 1945. Meester Van der Wal had een lied geschreven.
Onder de boom moet zich een fles bevinden met hierin de namen van de betrokken personen.
In het jaar 2000 is ter gelegenheid van het evenement Grolloo is Zo! de kei geplaatst, opdat een ieder van de oorsprong van deze boom weet. Er is toen besloten eens in de vijf jaar op deze plaats aandacht te besteden aan 4 en 5 mei. Om het belang van vrede aan te geven is op de plaquette het woord "vredesboom" aangebracht.


Brandkuil
Zoals in vele dorpen had ook Grolloo plaatsen waar water kon worden gehaald wanneer brand was uitgebroken. De brandkuil aan de Schoolstraat was zo'n plaats. Eerst met emmers en later met een door handkracht aangedreven pomp werd het water naar de brandhaard gebracht. Het vuur was een moeilijk te overwinnen vijand in de voornamelijk met rietgedekte dorpskern. Grolloo heeft twee grote branden gekend. De eerste in 1915 en de tweede in 1922.


Nederlands-Hervormde kerk
Ongeveer in de 9de eeuw zal de bevolking in onze gemeente Christen zijn geworden. Rolde was het centrum, daar stond ook de moederkerk. Eeuwenlang gingen onze voorouders uit Grolloo en Schoonloo daar ter kerke. Dat duurde tot 1853. Toen ontstond de zelfstandige kerkgemeente Grolloo/Schoonloo met een eigen kerk en pastorie. De weg naar Rolde was lang en bezwaarlijk. Dat moest wel afbreuk doen aan het kerkelijk leven, dat sterk verweven was met de dorpsgemeenschap. Vandaar het streven naar eigen zelfstandigheid. De bouwkosten voor kerk en pastorie zouden f 10.000,-- bedragen. Een groot bedrag voor de ruim 40 gezinnen in Grolloo en Schoonloo, met samen nog geen driehonderd inwoners. Vooral wanneer men bedenkt dat de toenmalige geldwaarde ongeveer 140 maal hoger was dan de huidige. Ruim de helft bracht de eigen bevolking op; het overige moest uit andere bronnen komen.
De eerste kerkdienst van de eigen gemeente werd op zondag 9 maart 1853 in de school gehouden. Van het begin af aan was het kerkelijk leven nauw verbonden met de dorpsgemeenschap. Het daadwerkelijk meeleven van de kerkeraad richt zich bij heuglijke en moeilijke tijden zoveel mogelijk op alle inwoners van Grolloo en Schoonloo. Ook omgekeerd geven bijna alle huishoudens een geldelijke bijdrage om het mogelijk te maken, dat de kerk in hun midden haar functie kan blijven vervullen. Dat zij dat inderdaad willen, is opnieuw gebleken bij de restauratie van kerk en pastorie in het jaar 1976, toen de offervaardigheid ook weer heel groot was. In 2002 heeft de kerk opnieuw een grote opknapbeurt ondergaan, waarvoor door de bevolking financieel aan werd bijgedragen.
Het pad, links van de kerk, is in 1921 gedeeltelijk verhard. Op speciaal verzoek van de kerkvoogdij is 120 meter met klinkers bestraat. Vanaf de Hoofdstraat tot aan het hek van de begraafplaats. Deze weg was regelmatig onbegaanbaar, zodat men gebruik moest maken van de pastorietuin om de begraafplaats te kunnen bereiken.

Een ander heuglijk feit in het kerkelijke leven van Grolloo vond plaats op zondag 14 augustus 1983. Toen werd officieel het orgel, een pneumatisch pijporgel, in gebruik genomen, waarmee voor het eerst in het 130-jarige bestaan van de kerk in Grolloo een echt orgel bespeeld kon worden. Daarvoor heeft men zich steeds moeten behelpen met een harmonium en later met een elektronisch orgeltje. Het nieuwe orgel is afkomstig uit de Jozefkerk in Assen. Ook de restauratiekosten van het orgel zijn door de kerkgemeente zelf betaald. Het geld werd verzameld via rommelmarkten, extra collectes en de verkoop van lepeltjes en kandelaars.


Ruilverkaveling
Ruilverkaveling Grolloo-Schoonloo is de naam van een project dat in 1951 werd aangevraagd. Er was geen toekomst op de kleine esakkers of akkertjes. Men kon hier niet rationeel en economisch werken. Ook de madegronden (natuurlijke graslanden) en ontginningsgronden werden meegenomen. Het ging totaal om 2908 ha grond. Het hoogste punt ligt ten zuiden van Schoonloo, 22 meter boven N.A.P. en het laagste punt bij het Amerdiep, 10 meter lager. Deze gronden wateren af op de Drentsche A. Elke boer had gemiddeld 10 percelen land. Er waren in 1951 nog 188 gebruikers! De boerderijen lagen bijna allemaal in de dorpskern.
Geasfalteerde wegen en fietspaden werden aangelegd. Waterlopen inclusief stuwen moesten het grondwaterpeil beheersbaar maken. Boerderijen werden deels uit het dorp verplaatst naar buiten het dorp. De kavels werden heringericht tot grotere percelen. Objecten met natuurwetenschappelijke waarde moesten gespaard blijven. In december 1959 werd het plan middels stemming aangenomen. Boeren betrokken nieuwe boerderijen, stopten of vertrokken naar elders. Boeren verhuisden naar grotere, vrijgekomen boerderijen. Kleine boerderijen kwamen te koop. De eerste stadsmensen deden hun intrede in het dorp. In 1964 werden de eerste bedrijven opgeleverd. In 1968 was de verdeling een feit. Een productiviteitsstijging van 40% was bereikt. Een basis voor de nu aanwezige agrarische sector was gelegd. Deze sector zorgt voor het afwisselende cultuurlandschap dat tezamen met het natuurlandschap een boeiend geheel vormt.


Harry Muskee en Voorstreek 4
Dit is de boerderij waar Cuby and the Blizzards repeteerden voor onder andere de elpee "Groeten uit Grollo" die in 1967 uitkwam. Drentse bluesmuziek die jaren achtereen furore maakte. Op de brink staat de bronzen kop van Muskee waarmee een stuk geschiedenis van Grolloo, het dorp waar hij zes jaar woonde, wordt vastgelegd. Voor de optredens bij Café Hofsteenge, stond de band in het begin op het biljart, want een echte installatie had men nog niet. Even verderop stond een onbewoonbare boerderij. Voor f 80,- per maand was Harry de huurder van een boerderij met slechts een werkend waterkraantje erin op de pompstraat. Café Hofsteenge werd het tweede huis, voor de maaltijd en de wc, want die was er ook niet. "Desolation", "Groeten uit Grollo" en "Trippin through a midnight blues" zijn in de boerderij ontstaan. "Apple Knockers Flophouse" is een nummer dat is ontstaan in Grolloo. Het is Amerikaans "slang" voor een goedkoop logement voor de nacht. Het is een autobiografisch nummer over de gezelligheid van de boerderij in Grolloo


Melkfabriek Het gebouwtje verrees aan de kleine brink in Grolloo. Lange tijd werd het pand door de dorpelingen niet anders genoemd dan ,,'t oal fabriekie". Op 7 december 1894 werd de eerste melk ontvangen en de aanvoer bedroeg 600 liter. Elke boer moest zijn eigen melk naar de fabriek brengen. Veelal gebeurde dit met de kruiwagen of de handkar. De aanvoer van melk steeg jaarlijks, hetgeen natuurlijk ook een grotere productie van boter tot gevolg had. De afzet van dit product verliep echter niet op de wijze zoals het bestuur zich dat had voorgesteld en zoals wenselijk was. De coöperaties werden groter en uiteindelijk werd ook deze fabriek te klein. Op de plaats staat nu een woonhuis met de zelfde grootte.
Uit de de Drentsche en Asser courant van 15 augustus 1896:
Hedenavond 19 juni werd in de bovenzaal van J. H. J. van Wageningen een gecombineerde vergadering gehouden van de besturen der boterfabrieken te Grolloo, Rolde en Loon. Op initiatief van het bestuur van Grolloo zal men trachten een bond van boterfabrikanten in Drenthe op te richten om verbetering in de boterhandel te brengen. Circulaires zullen aan de besturen van alle fabrieken in Drenthe worden gezonden. De commissieleden die dit voorbereiden en uitvoeren zijn de heren T. Boerema en A. Huizing te Grolloo, A.J. Somer en J. Homan te Rolde en Greving te Loon.


Tramrails
De trambaan werd aangelegd, ook door Grolloo. De (E.D.S.)-tram (Eerste Drentsche Stoomtrammaatschappij) tufte met een snelheid van 50 km per uur door de Drentse dreven. De halte in Grolloo was op het brinkje tegenover de Merk tussen Hofsteenge en Gerrie, waar toen nog bakker Luinge woonde. Midden tegen het voormalige schoolplein lag de wissel. Men kon in Grolloo ook wagons op dood spoor zetten. In de richting Schoonloo lagen de rails rechts langs de straatweg en van Grolloo naar Amen voor "'t oal melkfabriekie" langs en precies tussen de boerderijen Amerweg 19 en 21 door en vervolgens steeds rechts van de weg richting Amen. Men kan hier de baan nog steeds terug vinden, maar de rails zijn opgebroken. In het begin van de jaren '20 kwamen al de eerste autobussen. Vele tramlijnen werden opgebroken, maar in Grolloo kwam de tram nog kolen brengen die dan op de halte uit de vrachtwagons konden worden gehaald. De laatste tram reed op 3 maart 1947 en de bussen en vrachtauto's namen het vervoer over.

Papenvoort
Papenvoort is een gehucht, ontstaan langs de weg Rolde-Borger. Uit de Provinciale Drentsche en Asser Courant komt het volgende bericht. "Papenvoort is een gehuchtje dat bestaat uit een paar boerenspullen en een stil caféetje. Verder is het plaatsje niets; het enige interessante is hoe het eigenlijk aan zijn merkwaardige naam is gekomen. Om daar achter te komen moeten wij terug gaan naar de zestiende eeuw. In één van de barre winters aan het einde van deze eeuw trok barrevoets een priester door het Drentse land. Hij schijnt onderweg geweest te zijn naar het Mariaklooster in het "eensaem oord in de marke van Witten onder Roldes Parochie" met een belangrijke opdracht. Voort trok hij door de verlaten velden totdat hij plotseling bij een stroompje stond dat onstuimig bruisend buiten zijn oevers was getreden. Een brug was er niet en er bleef de eenzame reiziger geen andere weg over dan het riviertje, waarop de ijsschotsen met vervaarlijke snelheid voortdreven te doorwaden. Hij slaagde daarin maar toen hij de overkant van het watertje had bereikt werd hij door de koude bevangen, zodat hij onmogelijk verder kon. In deze barre eenzaamheid sloeg zijn stervensuur. Mensen die de volgende dag eveneens deze weg volgden vonden aan de oever van het stroompje het bevroren lijk van de arme Kloosterling. Naar dit ongelukkig voorval aan de jonge Paap overkomen noemde men de plaats van het gebeurde, ter plaatse van het doorwaadbare stroompje: Papenvoort."


De Berenkuil
Allereerst een beknopt stukje geschiedenis.
Het was rond 1900 dat dhr. Lels, reder uit Rotterdam, eigenaar was van een terrein dat zich uitstrekte van de huidige ingang van De Berenkuil tot ver achter Vredenheim. In 1934 heeft dhr. Lels al zijn bezittingen te Grolloo verkocht. De percelen bos waar later camping De Berenkuil zou komen werden voor f 2.000,-- gekocht door de heren Francken en Levy, waarbij eerstgenoemde eigenaar werd van het westelijke deel. De scheiding tussen de beide bospercelen werd gevormd door een afrastering van prikkeldraad welke van noord naar zuid door het bos liep. Dhr. Levy is slechts korte tijd eigenaar geweest van zijn terrein want hij verkocht het al spoedig weer aan een zekere mevrouw Van Rossum die zich hier als een gegoede dame ging vestigen. Op een tentoonstelling kocht zij een schilderij met daarop een villa met de naam "Berenkuil" en zij liet deze villa herbouwen bij de ingang van het landgoed.

Mevrouw Van Rossum verkocht in 1952 haar totale bezit. Verschillende noordelijke gemeenten werden toen gezamenlijk eigenaar. Dit waren Rolde, Groningen, Hoogezand/Sappemeer en Veendam. Het waren genoemde gemeenten welke het terrein voor het eerst een kampeerbestemming gaven. Al snel bouwde men in totaal 24 fraaie huisjes verspreid door het bos welke in de zomermaanden verhuurd werden. Van de huisjes zijn er tegenwoordig maar enkele meer overgebleven omdat ze niet meer aan de eisen van de huidige tijd konden voldoen.
Dhr. Mejan werd aangesteld als beheerder van de camping en hij betrok de villa bij de ingang. In zijn tijd werd het openluchttheater gerealiseerd en verscheen bij de ingang van het terrein een fraaie poort welke tot de dag van vandaag intact is gebleven. Op het bovengedeelte van deze poort werden de gemeentewapens bevestigd van de gemeenten die de camping in het bezit hadden. Tussen de gemeentewapens hing men een bord met daarop de afbeelding van een beer om daarmee de naam van de camping te symboliseren. In 1972 werd dhr. Zingstra, op dat moment ook al eigenaar van camping Witterzomer bij Assen, eigenaar van het gehele complex. Vanaf dat moment is het gehele terrein met de bebouwing in relatief korte tijd volledig van aanzien veranderd. Al met al is De Berenkuil in korte tijd onmiskenbaar een zeer moderne camping geworden waar het voor veel mensen goed toeven is.
Voor Grolloo is de aanwezigheid van deze camping een belangrijk gegeven. Als in het zomerseizoen de camping bezet is dan betekent dat een plezierig stuk levendigheid in het dorp. Dat de relatie tussen camping en dorp plezierig is blijkt o.a. uit het feit dat in het voor- en naseizoen de inwoners van Grolloo gebruik kunnen maken van het zwembad in De Berenkuil. Wat daarnaast zeker niet uit het oog verloren mag worden is dat de aanwezigheid van zoveel vakantiegasten in Grolloo natuurlijk voor een belangrijke bron van inkomsten zorgt voor de plaatselijke middenstand en aldus bevordert de aanwezigheid van een dergelijke camping in zekere zin de leefbaarheid van ons dorp.


Openluchttheater
Dit openluchttheater (zie ook De Berenkuil) wordt in de vakantieperiode bijna dagelijks gebruikt door het recreatieteam van de camping. Gedurende de zomermaanden repeteert Spelgroep De Pol uit Grolloo eens per week in het theater, waarna meestal in augustus een aantal uitvoeringen worden gegeven. Het biedt plaats aan maximaal 400 toeschouwers.


Vredenheim
Rond 1900 werd dhr. Lels, reder uit Rotterdam, eigenaar een terrein dat zich uitstrekte van de huidige ingang van De Berenkuil tot ver achter Vredenheim. In 1910 is hij begonnen met het stichten van enkele boerderijen. Daartoe liet hij een belangrijk gedeelte van het huidige Vredenheim spitten en bouwde hij een viertal boerderijen welke alle getooid werden met het opschrift Vredenheim. Deze eerste boerderijen staan er nog. Het betreft de huidige percelen Vredenheim 5, 6, 8 en 10. Dat Vredenheim al veel eerder werd bewoond bewijzen de vondsten van graven uit het laat-Neolithicum (2900-2100 v. Chr.) en de urnenveldenperiode (100-600 v. Chr.).


Kamp Westerbork
Midden jaren dertig moest er in Nederland een Centraal Vluchtelingenkamp komen voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Dit kamp zou worden opgezet op de Veluwe. Koningin Wilhelmina vond dit echter wel heel erg dicht bij Paleis het Loo in Apeldoorn gelegen. Het gevolg was dat besloten werd het kamp op de Drentse heide te bouwen, in het toen nog onherbergzame Westerbork. Het kamp bestond uit 50 woonbarakken en werd begrensd door een 2 meter hoge omheining met 7 bewaakte wachttorens op een areaal van ruim een halve kilometer. Het kamp was meestal erg vol, gemiddeld woonden er zo'n 10.000, op sommige momenten zelfs 16.000 mensen! Op 9 oktober 1939 begon Kamp Westerbork zijn gruwelijke bestaan met de komst van 22 Duitse joden. Bij het uitbreken van de oorlog was dit gegroeid tot 750 mensen en op 2 oktober 1942 waren er al 2.000! Op 1 juli 1942 werd het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork, zoals het tot die tijd had geheten, officieel aan de Duitse bezetter overgedragen. In het vervolg sprak men van het Polizeiliches Durchgangslager Westerbork; een 'doorgangskamp' van hier naar de verschrikkelijke gaskamers in Polen.
Het leven in het kamp leek enigszins op het normale leven, in hoeverre je zo'n kamp normaal kunt noemen. Men kon er onder andere een kleermakerij, een speelgoedfabriekje en een vliegtuigsloperij vinden. Er werden ook ballet-, concert- en cabaretvoorstellingen gegeven. Maar overal hing een sfeer van dreiging en angst. Met het naderen van de dinsdag, de dag van de wekelijkse transport, steeg de angst naar een hoogtepunt. Toch zijn er slechts 210 joden ontsnapt, want het ontbrak hen vrijwel allemaal aan contacten met de buitenwereld.
In totaal zijn er bijna 100.000 joden uit Westerbork gedeporteerd verdeeld over 103 treinen die vertrokken naar Auschwitz, Sobibor, Theresienstadt en Bergen- Belsen. Op 2 september 1944 kwam het bevel om Westerbork te 'evacueren': slechts 300 gevangenen bleven er achter. Op 12 april 1945 werd het kamp bevrijd door de Canadezen. Op dat moment zaten er echter al weer 1000 mensen in het kamp, aangezien een 'aangebrachte jood' nog altijd 7 gulden opbracht!


Herinneringscentrum Kamp Westerbork
Winderige hoogvlakte. Daar ligt het stiltegebied met de rij radiotelescopen en de reconstructie van Kamp Westerbork. De merksteen (vierdorpenpunt) juist aan de rand van het bos heeft oorspronkelijk midden in het open veld gelegen. In 1939 besloot de Nederlandse regering tot de aanleg van een opvangkamp voor de steeds grotere toestroom van Duits-Joodse vluchtelingen. Op een winderige en kale hoogvlakte bouwden de toekomstige bewoners daar hun eigen tehuis, een pionierachtig begin van het latere Doorgangskamp Westerbork, met verbindingen naar alle beruchte concentratiekampen in Oost-Europa. Na de Tweede Wereldoorlog heeft het als Kamp Schattenberg nog tot 1971 aan Molukkers huisvesting geboden.
In het Herinneringscentrum Kamp Westerbork wordt over het leven van slachtoffers en overlevenden van het kamp verteld. Persoonlijke verhalen in tentoonstellingen en films maken het verhaal van Westerbork ook voor kinderen toegankelijk. Filmbeelden uit 1944, een gedeeltelijk ingerichte barak, een uit de trein geworpen laatste afscheidsgroet, een grote maquette van het kamp, tekeningen van spelende kinderen geven een beeld en een gevoel van dit sprekende verleden.
Tussen 1942 en 1945 zijn door de Duitse bezetter 107.000 joodse Nederlanders en vluchtelingen weggevoerd. Hiervoor gebruikten de nazi's kamp Westerbork. Dit kamp was in 1939 als Centraal Vluchtelingenkamp voor uit Duitsland gevluchte joden in gebruik genomen.
In 1942 werd het een Durchgangslager, een tijdelijke verblijfplaats voor in Nederland levende joden. Ook Sinti en verzetstrijders werden van hieruit naar vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor gedeporteerd. Het leven in kamp Westerbork werd door hoop en angst bepaald. Bijna iedere week vertrok op dinsdag de trein. Goederenwagons met een vastgesteld aantal slachtoffers. Drie-en-negentig maal vertrok zo'n transport. Slechts 5.000 gedeporteerden overleefden de oorlog.
Op de vroegere appèlplaats staan 102.000 stenen. Een steen voor iedere jood, Sinti of verzetsstrijder die werd gedeporteerd en niet terugkwam. Monumenten doen de bezoeker denken aan deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis. De spoorlijn met de omhooggebogen rails symboliseert de verschrikkelijke vernietiging. Een kruis op een verzetsgraf herdenkt de dapperen die hun leven gaven.
Midden op kamp Westerbork staat de Jerusalem Stone, een Israëlisch Holocaust-monument. En langs het voormalige tracé van de spoorlijn staan de Tekens in Westerbork met de namen van de vernietigingskampen.


Kerkepad
Het Kerkepad, dat waarschijnlijk van Amen naar Grolloo heeft gelopen, ligt achter de boerderijen langs de Amerweg. Het is een pad, dat daar langs kronkelt met een prachtige hout- of boswal, begroeid met oeroude eiken, elzen, lijsterbessen, hulstbomen en wilgen met hier en daar een paar berken, sommige gedrapeerd met een heksenbezem. De ondergrond is begroeid met bentgras en dichte braamstruiken en verschillende soorten planten. Het is een langgerekt stukje natuur, dat gelukkig behouden is gebleven.


Natuurterrein "Franckens Bossie"
In het bosgedeelte van de fam. Francken hebben de jongelui uit Grolloo aan de westzijde van de weg naar Vredenheim vroeger gedurende vele jaren een fietsracebaan gehad waar met name in de weken rond de T.T. in Assen druk gebruik van werd gemaakt. Een troubadour uit Grolloo, Henk Lanting, heeft dit verwoord in zijn lied "Franken zien bossie".


Paasvuur
Een oud gebruik dat in Grolloo nog springlevend is, is het branden van het paasvuur op Paasmaandag. Vele inwoners van Grolloo en ook veel hier aanwezige vakantiegasten kijken ieder jaar opnieuw naar dit boeiende schouwspel. Wordt tegenwoordig veel hout naar de paasbult gebracht door Grolloër bevolking en aldaar hoog opgestapeld d.m.v. een kraan of shovel, vroeger waren de jongens en meisjes uit het dorp vaak wekenlang na schooltijd hard aan het werk om voldoende hout bij elkaar te krijgen. En de laatste zaterdag werd dan dit werk voltooid. De inwoners van het dorp legden dan brandbaar materiaal langs de weg zoals oud meubilair, korven, papier enz. dat vervolgens door de jongelui werd opgehaald. Terwijl ze een grote geleende boerenwagen door het dorp voortduwden zongen ze meestal het volgende liedje:

"Hei'j nog olde maanden,
die wij Paosen braanden,
of 'n bossie stro of riet,
aanders braandt oes Paosvuur niet. "

Nog niet zo lang geleden had Grolloo nog twee paasvuren. De dag dat het goed brandbare materiaal werd opgehaald ontspon zich altijd een hevige 'strijd' tussen de beide groepen jongeren rond de dorpssmid omdat deze veel goed brandbaar materiaal voorhanden had zoals bijvoorbeeld oude banden. Van deze activiteiten op de laatste zaterdag voor Pasen is niet veel meer over maar vermoedelijk zullen de vuren in Drenthe nog lang blijven branden. Ook hier staat de vruchtbaarheid weer centraal. Vooral vroeger waren de mensen veel meer op de natuur aangewezen dan wij tegenwoordig. En wanneer in het voorjaar door de eerste zonnewarmte de grond weer vruchtbaar werd was men zo blij en dankbaar dat men vreugdevuren ging ontsteken. Aldus is het paasvuur een heidens lentefeest; in de strijd tussen licht en donker wint het licht.


Natuurpark Grolloo
Langs het Oostereind ligt sinds vele jaren zandwinplas De Moere. Staatsbosbeheer regio Groningen-Drenthe is voornemens om de zandwinput na afloop van de huidige zandwinning te vullen met teelaarde dat van elders zal worden aangevoerd. Hiermee zal op een geheel andere wijze invulling worden gegeven aan de landschappelijke inpassing van de locatie dan in het Inrichtingsplan uit 1994 (onderdeel ontgrondingsaanvraag) is aangegeven. Het opvullen van de zandwinplas biedt echter mogelijkheden om de ecologische en dagrecreatieve betekenis van het terrein en de aansluiting op de omgeving te vergroten. Hierbij kan worden gedacht aan wandelen en actieve sporten (ATB-route, paardensport). Verblijfsrecreatie wordt niet ontwikkeld.


Landgoed De Moere
Vlak na de eerste wereldoorlog heeft de heer Van der Moer 55 ha hei bij Grolloo gekocht en er een landhuis gebouwd. De heer Van der Moer was kapitein op de koopvaardij en wou in Grolloo genieten van de rust en ruimte. Een appelgaard, een moestuin, alles werd aangelegd. Voor twee van zijn werklieden heeft hij huizen laten bouwen in Grolloo. Zijn dochter Ank van der Moer groeide uit tot een groot toneelspeelster. Zijn kleindochter, Annemarie Oster, is tevens bekend van het toneel. Annemarie is ook schrijver en een fragment uit één van haar boeken vindt u hier geciteerd.
"Laatst ben ik weer eens in Grolloo geweest. Nou, een gehucht is het nog steeds, maar van die heide is weinig over. En van De Moere evenmin. Het is nu een troosteloos pension waar ingenieurs van de NAM bivakkeren. De badkamer is kitchenette en op het strijkkamertje staat een computer. Op het erf wonen in twee aangrenzende caravans twee aangrenzende verpleegsters. Wat naast uw huis begon als een onschuldig zandafgraverijtje, is in de loop der jaren ontaard in een zandvlakte. En die poel is uitgegroeid tot een onnatuurlijk meer. Waar eens pluimstaartjes oplichtten tussen het paars en Hillechien, Annechien? en ik ons lieten kietelen in onze stenen stijlkamer, zie je zand en water zover het oog reikt. Waar eens jeneverbesstruiken de wacht hielden over de hei, lopen nu bloterikken. Uw grootgrondbezit is een recreatieoord voor naturisten. Zolang ze zich komen verpozen in gezinsverband, met gejoel, een bal en zonnige gezichten, alla. Maar wie zo'n beetje afgezonderd naar een denkbeeldige horizon ligt te turen om intussen zijn hand de vrije loop te laten - jongensof meisjesgek, dat maakt niet uit - moet van opa's erf worden geschopt."


Dove Wander
Misschien kunt u het zich niet voorstellen, maar 100 jaar geleden stond hier echt geen bos. U keek toen uit over de grote stille heide, waar schaapherders (schepers) met hun kudden overheen trokken. Er liep een zandweg van Amen richting Westerbork, dwars over de hei. Men zei toen, als men bij voorbeeld op visite ging: "Wij gaan langs Dove Wander naar Westerbork". Maar wie was Dove Wander? Eén van de stenen die hier ligt, is een scheidingssteen van de dorpen Amen, Hooghalen, Zwiggelte en Grolloo. Het verhaal gaat dat bij deze steen de schepers uit de diverse dorpen bijeen kwamen om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Eén van de schepers heette Wander en was doof. Deze dove Wander sprak tot de verbeelding, want ouders zeiden soms boven op de korenmijt tegen hun kinderen "kijk daar heb je Dove Wander ook", die dan zich volgens zeggen als een schim over het heideveld bewoog.
Een andere uitleg: de legende wil dat de markegenoten het niet eens konden worden waar de grens liep. Dus vroegen ze Wander, die doof was en dus geen leugens kon horen, of hij het wist. Maar ze hadden zand uit Zwiggelte in zijn schoenen gedaan. Toen ze hem vroegen op welke grond hij stond, zei hij, dat het die van Zwiggelte was. Toen hebben ze daar een steen geplaatst die nog steeds zijn naam draagt. Zo komt het dat de steen zo dicht bij Hooghalen staat.


Flintenwegen (kasseien of kinderkopjes)
De historische flintenwegen zijn welgeteld zo'n 26 kilometer met de hand gelegde kleine granieten veldkeien. Ze zijn aangelegd tijdens de bebossingen van zand- en heidegronden in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Vanaf begin vorige eeuw gold een indeling in twee typen bosaanleg. Eén categorie had als hoofddoel zandverstuivingen en woestijnvorming de baas te worden. Andere aangelegde bossen dienden in de eerste plaats de houtoogst. In de laatste categorie vinden we deze bijzondere soort ontsluitingsweg, de 'flintenwegen’.
In de boswachterijen die op de 'woeste gronden' van voorheen zijn aangelegd, zijn tevens forse zwerfkeien te vinden waarop het bosvaknummer geschilderd is. Deze hoekstenen dienden vooral in de beginjaren ter oriëntatie in het nog open veld. Driekwarteeuw later dienen ze de recreatie in de inmiddels hoog opgeschoten bossen.


Grolloërdiep
Het Grolloërdiep ligt in de nabijheid van het dorp nog op zijn oorspronkelijke plaats. De meanders zijn grotendeels intact gebleven net als de bosjes en de boswallen. Ten tijde van de ruilverkaveling is het diepje uitgegraven en van stuwen voorzien. Bij het dorp Amen is een groot deel van het oude diep bewaard gebleven. Hierlangs is een wandelroute uitgezet. Dankzij de brede schouwpaden langs het Grolloërdiep kan men vanuit Grolloo langs het diep naar Amen en verder wandelen.


IJzeroer
Omstreeks 800 jaar voor Christus begint voor ons land de IJzertijd. Vanaf die tijd beheersten de bewoners van deze streken de moeilijke techniek van het vervaardigen van bewerkbaar ijzer ofwel smeedijzer. De smid wordt dan een belangrijk man in de gemeenschap. Evenals zijn voorganger en collega de 'bronssmid' zal hij in hoog aanzien hebben gestaan wegens zijn kennis: hij bewaarde 'het geheim van de smid'.
De oevers van het Grolloërdiep kleuren hier en daar letterlijk roestbruin. IJzeroer was op eenvoudige wijze in dagbouw te winnen in de beekdalen en venen. Eveneens was voldoende bos voorhanden om de brandstof houtskool te kunnen maken. Voor het bereidingsproces waren enorme hoeveelheden hout nodig en er mag van uit gegaan worden dat de aanmaak van houtskool een aanslag op het bosareaal in de streek heeft betekend. In de omgeving van Grolloo zijn de bewijzen gevonden dat op enige schaal aan ijzerbereiding is gedaan. Vindplaats van de afvalproducten van ijzerproductie, de zogenaamde ijzerslakken, is de omgeving van de Utering, daar waar het Grolloërdiep ontspringt. IJzerslakken zijn nauwelijks te dateren maar omgevingsvondsten wijzen op een productie door de eeuwen heen van ongeveer twee à drie eeuwen voor Christus tot diep in de Middeleeuwen. IJzeroer werd nog tot ver in de twintigste eeuw gedolven.


Grollerholt of Grolloërholt
Het Grollerholt is vele eeuwen het toneel geweest van belangrijke vergaderingen. Vergaderingen van de Landdag, Eigenerfden en Ridderschap, ook wel Staten van het Landschap Drenthe genoemd vonden meestal in het Grollerholt plaats. Er is een grote opsomming te geven van staatkundig belangrijke vergaderingen. De laatste (staatskundige) vergadering werd gehouden op 29 april 1696. Op deze vergadering wordt de belangrijke beslissing genomen dat het Stadhouderschap van Drenthe erfelijk zal zijn voor de nakomelingen van Prins Willem III.


Oude houtwallen
De Noorderes wordt aan de westzijde begrensd door het bosrijke gebied van de Berenkuil. Honderd jaar geleden lagen hier nog uitgestrekte heidevelden met een paar zandverstuivingen. Eén ervan lag vlak tegen de es aan. Om verstuiving van het zand over de es tegen te gaan werden hier een paar houtsingels en een bosje aangelegd. Houtsingels en bosje zijn tot nu toe bewaard gebleven. Ten noorden hiervan lagen twee vennetjes met een bosje er tussen in. De vennetjes zijn nu ook omgeven door boompjes. De oude westgrens van de Noorderes is in zijn geheel bewaard gebleven; bosjes, houtsingels en vennetjes vormen hier tezamen een bijzonder fraaie en afwisselende rand.


Bossingels
De in de route aangegeven bossingels markeren de oostzijde van de es van Grolloo. De es, akkerbouwgronden rond het dorp, ging op deze plaats in oostelijke richting over in heideveld. De bossingels fungeren tevens als een noord-zuid passage voor het wild. Een snelweg voor dieren...


Radiotelescopen
Naast het voormalig kamp Westerbork bevindt zich de radiosterrenwacht van Hooghalen. Met 20 schotels wordt hier de ruimte afgespeurd. De radiosterrenwacht van Hooghalen is de grootste van Europa.


Melkwegpad
Het melkwegpad is een zeer interessante ontdekkingsreis door ons zonnestelsel, waarbij op een duidelijke manier het zonnestelsel in beeld wordt gebracht en alle planeten helder worden omschreven. Op dit pad kunnen we ervaren hoe radiotelescopen werken, hoe zwaar 10 kilo op Saturnus weegt en hoe het komt dat we overdag de sterren niet zien.


Vorstheuvels - van pingo naar ven
Even buiten Grolloo ligt een rond meertje langs de route in het begin van het staatsbos richting Elp. Ook het Uteringsveen is ontstaan uit een vorstheuvel, een zogenaamde ‘pingo’. Wie de topografische kaart van dit deel van Drenthe bestudeert, ziet overal ronde objecten. Klaarblijkelijk vennetjes, die soms in de loop der tijd zijn verland. Net als de grote en kleine zwerfkeien horen deze aardkundige objecten tot de overblijfselen uit de IJstijd: het zijn de restanten van zogenaamde vorstheuvels. In gave staat komen zij voor in de huidige poolgebieden, bijvoorbeeld Noord-Siberië. De doorsnede van een vorstheuvel lijkt op een gevulde koek, met in plaats van amandelspijs (water)ijs. De ijslens groeit door aanvoer van water in de bodem verder aan tot het moment aanbreekt dat de vorstheuvel openbarst, toenemende zonnewarmte de ijslens doet smelten en het water een deel van de “koek “ afvoert. Alleen een opstaand randje, gevuld met water, blijft over. Als drinkpoelen voorzagen zij later de schaapskudden van voldoende water in het veld.


Het Heilig Bos (Heilig Wold) (volksmond: Hellingbos)
(Ontleend aan: Mr. W.L. Schiffer, Het Heilige Woud, NDV 1884)
'Nomen est omen. Men zal aan een plaats niet de naam van Ekehaar - Eikenhaar - Eikenhorst geven, wanneer daar geen grote eikenbossen worden aangetroffen.Weder oostelijk hieraan grenst Amen, welke plaats nòg van alle zijden in het hout ligt. Toch weten daar nog wonende personen de plaats aan te wijzen, waar zij hebben gezien, dat een uitgestrekt bos, bestaande bijna uit uitsluitend zware eiken, werd geveld, terwijl in de plaats daarvan grasland is getreden. Oostelijk van Amen ligt Grolloo. Over het aanwezig zijn van bos aldaar kan natuurlijk geen twijfel bestaan. Dus, en dit is het resultaat van mijn beschouwing, Halen, Geelbroek, Ekehaar, Amen en Grolloo - alles tezamen, was één woud, en het centrum daarvan () was juist daar waar de landstreek de naam draagt van heilig wold.’
Schrijver had zich door een paar bejaarde landbouwers van Grolloo een 'thans nagenoeg boomloze plaats' laten aanwijzen, in de nabijheid van het Amerdiep, die 'van older tot older, steeds de naam had gedragen van het heilige wold; - waarom wist men niet te zeggen.'


Grafheuvels
Een grafheuvel is een heuvel uit de oudheid waarin doden een laatste rustplaats kregen. De grafheuvel lijkt een beetje op een hunebed, een aarden heuvel, maar zonder grote stenen die in de heuvel een ruimte vormen. In grafheuvels zijn er menselijke resten zijn gevonden. Het begraven van mensen gebeurde soms meerdere malen in dezelfde grafheuvel. Ook zijn er grafheuvels die in verschillende tijden zijn gebruikt en aangepast.
Grafheuvels zijn in vijf perioden opgeworpen, waarin op verschillende manieren de doden bijgezet werden en een grafheuvel gebouwd werd. De vijf verschillende perioden zijn de Late-Steentijd, Vroege-Bronstijd, Midden-Bronstijd, Late-Bronstijd en de IJzertijd.
De manier van bouwen verschilde in de perioden. In de Late-Steentijd, Vroege-Bronstijd en IJzertijd werden er heuvels opgeworpen met vaak één of meer kransen van palen door de voet van de heuvel. De grafheuvels uit de Midden- en Late-Bronstijd zijn anders opgebouwd en worden ringwalgrafheuvels genoemd. Dit type grafheuvel kenmerkt zich met een heuvel in het midden, hieromheen een greppel en hieromheen een wal van aarde. In grafheuvels die in de Vroege-Bronstijd zijn opgeworpen bevinden zich soms/vaak ook keien.
De manier van teraardebestelling verschilde ook per periode. Hieronder staan de perioden vermeld met erachter de manier van begraven/cremeren:
Late Steentijd: begraven in kuil, hierover heen de heuvel
Vroege Bronstijd: crematie, urnen met erin asresten in heuvel
Midden Bronstijd: dode in uitgeholde boom in heuvel (= boomkist)
Late Bronstijd: crematie, urnen met erin asresten in heuvel
IJzertijd: persoon werd verbrand, heuvel over deze plek gelegd


Openluchtmuseum "Ellert en Brammert" Schoonoord
In Schoonoord in de streek van het Ellertsveld herleeft het verleden van Zuidoost-Drenthe. In het openluchtmuseum "Ellert en Brammert" is een unieke verzameling huisjes en hutten uit lang vervlogen tijden bijeengebracht. Er zijn een oude dorpsherberg, een tolhuis, een veenderijtje en plaggenhutten met schuurtjes die deels in de grond zijn gebouwd. Ook zijn er een typische keienklopperij, een oud schooltje, een dorpsgevangenis, een smederij, een timmerwerkplaats uit 1900, een prachtige Saksische boerderij en natuurlijk is er een grote schaapskooi waarin Drentse schapen zijn ondergebracht.

In het openluchtmuseum worden diverse demonstraties verzorgd tussen 10.00 - 16.00 uur.

Het sieraden maken en weven op een antiek weefgetouw op elke maandag en dinsdag. De demonstratie pottenbakken vindt plaats op dinsdag, woensdag en donderdag. Een bomenzagerij is elke woensdag in bedrijf. In de weekends wisselende demonstraties. Staatsbosbeheer verzorgt een doorlopende dia-voorstellling. Er zijn diverse exposities waaronder een grote geologische verzameling fossielen, gesteenten, ertsen en mineralen.

Een speeltuin en kinderboerderij zijn ook aanwezig.

Bezoekt de oude Drentse Herberg. Men ontvangt u hartelijk en gastvrij. De herberg staat het gehele jaar voor u open, waarin men graag uw koffietafel, partijen, bruiloften, recepties, personeelsfeestjes of reünies verzorgt.

Zet de klok voor een paar uurtjes een eeuw terug: in het Openluchtmuseum "Ellert en Brammert" in Schoonoord!


Örvelt (Orvelte)

‘UIT TURF, JENEVER EN ACHTERDOCHT heeft Onze Lieve Heer de Drent gewrocht', zo luidt een oud gezegde. Maar dat was in voorbije en armoedige tijden. De rijkdom aan, rust en ruimte in de natuur en de gastvrije openheid van de inwoners maken het hedendaagse Drenthe aantrekkelijk voor velen.

Orvelte, een actief museum
Een van de boeiende attracties is het in oude stijl gerestaureerde museumdorp Orvelte. Werken en leven van vroeger zijn hier vastgelegd in rustieke gebouwen, gegroepeerd rond het centrale dorpsplein, de brink. De rietgedekte boerderijen in dit historische dorp behoren tot de oudste bewaard gebleven parels van Saksische bouwkunst. De straatjes en erven zijn geplaveid met oude klinkers en zwerfkeien. Orvelte is een (bewoond) museum in de open lucht. Maar zonder de vaak bijbehorende saaiheid. Integendeel, in en rond de eeuwenoude panden kunnen jonge en oudere bezoekers delen in de levendige ambachtelijke bedrijvigheid van toen. Want in monumentaal Orvelte werkt de historie in het heden!

'Toen' leeft hier nu volop
Nieuwsgierige bezoekers vinden hier 's zomers dagelijks voor 'elk wat wils'. Uw verrassende ontdekkingsreis voert bijvoorbeeld langs: de dorpsbrink (het dorpshart voor bijzondere themadagen, folkloristische groepen, speciale markten, theatervoorstellingen, enz.) de kleine, maar unieke zuivelfabriek uit 1899 in bedrijf zijnde ambachtelijke bedrijfjes, zoals klompenmakerij, smederij, houtzagerij, karakteristiek tolhuis, enz. kachel- en slagersmuseum, leuke 'Ot en Sien' winkeltjes en galerieën schaapskudde en -kooi, de paardentram en nog veel meer. Het originele Drentse boerencafé en het ruime restaurant laten de gasten sfeervol bijkomen van hun zwerftocht door een boeiend verleden. (Voor we het vergeten: enkele panden in het dorp zijn privé-bezit, respecteert u de privacy van de bewoners a.u.b.)

We heten u van harte welkom
Maar die turf, jenever en achterdocht dan? Wel, de turf vindt u verspreid in het dorp, de borrel wordt geschonken in het gemoedelijke dorpscafé en de achterdocht is allang ingewisseld voor gulle drentse gastvrijheid.


Telefoonmuseum
In het Recreatiepark Drouwenerzand presenteert het Telefoon Museum Godlinze de historie van de telefon en alles wat daarmee samenhangt, bijvoorbeeld de bovengrondse luchtijnen.
Een interessant onderdeel vormt het postkantoortje met een centraalpost die ten behoeve van de abonnee bediend werd door de kantoorhouder. Daarnaast toont het museum een groot assortiment telefontoestellen met neven-apparatuur, het lokaal batterij- en centraal voeding-systeem met een hele vroege eindcentrale. Ook ziet u apparatuur uit de periode van de centrale radio DRO.
Openingstijden:
Periode van april tot oktober dinsdag t/m zondag 11.00 - 17.00 uur.
Herfst- en kerstvakantie dinsdag t/m zondag 13.00 - 17.00 uur.
Groepen (vanaf 15 personen) gehele jaar op afspraak.
Toegangsprijzen: volwassenen €1,60, kinderen 4-12 jaar €0,95, kinderen 0-3 GRATIS, 65+ €1,40.
Groepen (vanaf 15 personen) met rondleiding dor een gids €2,25 p.p.
Basisonderwijs €0,70
Lesbrieven €0,15


Het unieke Balloërveld

Ten oosten van Assen, net iets boven Rolde ligt het prachtige, 367 hectare grote Balloërveld. Het is een hoog plateau tussen de stroomdalen van het Loonerdiep en het Rolderdiep, begrensd door lager gelegen graslanden. U kunt er volop genieten van de gevarieerde flora en fauna. Op de heide en in de zandverstuivingen leven veel diersoorten die kenmerkend zijn voor deze biotopen. Bijzonder waardevol zijn de circa veertig grafheuvels op het veld, die dateren uit de periode van de steentijd tot de ijzertijd. Ook zijn er duidelijke sporen zichtbaar van prehistorische akkercomplexen (Celtic fields) en middeleeuwse karresporen.

Informatiecentrum Balloërveld
Over het Balloërveld valt veel te vertellen. In het Informatiecentrum komt u alles te weten over de sporen uit het verleden, de bijzondere natuur en de schaapskudde. De expositie is gratis te bezichtigen. Het gebouw is toegankelijk voor mindervaliden met rolstoel en er is een aangepast toilet aanwezig. Bij binnenkomst ziet u een algemene inleiding met een videofilm. De expositie heeft drie thema's, interessant voor oud en jong.


De Anloo Fold

AI zo'n twintig jaar grazen er Schotse Hooglanders op natuurterreinen in het stroomdal van de Drentsche Aa. Deze runderen behoren tot de Anloo Fold (fold = kudde). Deze voor Drenthe unieke veehouderij specialiseert zich in het houden van dit imposante runderras. De Anloo Fold is in opbouw. De kudde zal over een paar jaar permanent zo'n honderd dieren tellen.


Pinetum 'Ter Borgh'

Het pinetum 'Ter Borgh' ligt tussen de dorpen Anloo en Eext aan de zuidkant vande Boswachterij Anloo .
Het pinetum ligt in een gemengd bos dat in de jaren 1922-1930 is aangeplant met hoofdzakelijk lariks, fijnspar, grove den en beuken. Langs de lanen van het bos staan Amerikaanse eiken. Het gevarieerde bos wordt afgewisseld met vennen en heidevelden. In 1953 werd door de familie Everts het initiatief genomen om een coniferencollectie aan te planten. Naar ontwerp van Ger Bootsman is een aantrekkelijk wandelpark ontstaan waar men kan genieten van de grote verscheidenheid in kleur en vorm van de diverse coniferen. De meeste bomen in het pinetum zijn voorzien van een etiket met daarop de Nederlandse naam, de wetenschappelijke naam en het land van herkomst.
Het woord pinetum komt van de wetenschappelijke naam Pinaceae (dennenfamilie). Een pinetum is een verzameling van houtige gewassen, die tot de naaktzadigen behoren. De belangrijkste hiervan zijn de coniferen en die komt u tijdens een wandeling volop tegen.


Het Groote Zand

Wetenswaardigheden van het Groote Zand
Het gebied is sinds 1983 eigendom van de Stichting 'Het Drentse Landschap', die hier een zorgvuldig beheer uitoefent om dit gevarieerde, heuvelachtige heidegebied in stand te houden. Dit natuurreservaat is in meerdere opzichten een bijzonder gebied.
Het Groote Zand is een voonnalig stuifzandgebied. Een restant hiervan bevindt zich in het midden van het terrein. Het reservaat kent open gebieden met natte en droge gedeelten. We vinden er stuifzand, heide, bos, vennetjes en begroeide veen- kommen. Op veel plaatsen komt een ondoorlatende keileemlaag in de on dergrond voor, waardoor zelfs hogere gedeelten soms zeer vochtig zijn.
Ongeveer 125 ha heide en bos is ingerasterd als schapenterrein. De eigendommen van Stichting 'Het Drentse Landschap' en die van Staatsbosbeheer vormen samen één grote beheerseenheid.
Het Groote Zand vormt in landschappelijk opzicht een belangrijke overgangszone tussen het open weidevogelgebied van Geelbroek en de boswachterij Hooghalen.
De zandverstuiving
Het Groote Zand zoals we dat nu kennen is een voormalig stuifzandgebied. De resten hiervan kunnen we nog steeds in het terrein terugvinden. De stuifzanden zijn geheel door toedoen van de mens ontstaan. Nadat de oorspronkelijke bossen (de oerwouden) geleidelijk waren gekapt, hetgeen reeds in het stenen tijdperk aanving, veranderden deze geleidelijk in open heidevelden. Zo zijn de eens onmetelijke Drentse heidevelden ontstaan. Als strooisel in de potstal werden vroeger heideplaggen gebruikt die, vermengd met de schapenkeutels als bemesting voor de akkers, de essen dienden. Door de groei van de bevolking nam de vraag naar mest voor de akkers toe. Door overbeweiding van de heide, het te vaak branden of te diep en te veelvuldig steken van plaggen, kreeg de wind hier en daar vat op het zand; de zandverstuivingen ontstonden. De grootste uitbreiding kregen de zandverstuivingen in de 19de eeuw. Provinciale verordeningen dwongen de eigenaren van de grond het stuifzand vast te leggen door b.v. bosaanplant. De hoge kosten die dit met zich meebracht deed vele eigenaren besluiten hun bezit te verkopen. Staatsbosbeheer, dat in 1899 de bebossing van zandverstuivingen ter hand had genomen, kon zo in de 20-er en 3O-er jaren grote eigendommen verwerven.


De boermarke

De boermarke of marke is een eeuwenoude vereniging van zelfstandige dorpsbewoners die de gemeenschappelijke eigendommen van dat dorp beheert. Het woord marke wordt ook gebruikt om het gebied mee aan te geven dat bij een dorp hoort.

De (boer)marke bestond hoofdzakelijk op het platteland in het oosten van Nederland (Drenthe, Overijssel, met name Twente, en Gelderland, met name Veluwe en Achterhoek). In de Middeleeuwen ontstonden hier permanente nederzettingen, de buurschappen. Het gaat dan veelal om brinkdorpen, bestaande uit een aantal boerderijen gegroepeerd rondom een gezamenlijk dorpsplein (de brink). Elke buurschap had een afgebakend grondgebied ter beschikking, de marke (letterlijk: grens, zie mark). De marke was als onverdeeld grondgebied in gezamenlijk eigendom van de zelfstandige dorpsbewoners, die er elk een vastgesteld aandeel in hadden. Dit aandeel wordt waardeel genoemd. De hoeveelheid waardelen die iemand bezat bepaalde, hoeveel macht hij had in de boermarke en daarmee in de buurschap.

De bewoners van een middeleeuws buurschap kunnen in een aantal groepen worden onderverdeeld:
de zelfstandige boeren of eigenerfden, die hun erf in eigen bezit hadden
de pachtboeren of meier die een erf bewoonden dat in eigendom was van een ander (een eigenerfde, een edelman, een kerk of een klooster)
de arme zelfstandige boeren of keuterboeren, die minder dan een kwart waardeel bezaten
de arbeiders, in dienst van een eigenerfde of meier
indien aanwezig: de geestelijken, van de parochie of van het klooster
indien aanwezig: de adel, die meestal buiten het dorp woonde op een eigen landgoed, de havezate
De eigenerfden vormden de kern van de buurschap, hetgeen blijkt uit het feit dat enkel zij buren werden genoemd. Het waren enkel de eigenerfden, en dan nog enkel de mannelijke gezinshoofden, die het bestuur van de boermarke (en daarmee van de buurschap) vormden. Zij vormden in vergaderingen, samen met een vertegenwoordiger van de landsheer, het openbaar gezag en daarmee tegelijk het laagste bestuurlijke en gerechtelijke niveau. Zij waren ook met de adel de enigen die vertegenwoordigd waren in het 'provinciaal' bestuur.

De macht van de boermarken werd pas beperkt door de komst van de burgerlijke gemeente in de Franse tijd (vanaf 1807/1811), hoewel deze ook al snel gedomineerd werd door de eigenerfden. Koning Willem I waren de onverdeelde markegronden een doorn in het oog. Hij stimuleerde de scheiding (verdeling) van de markegronden, door wettelijk vast te leggen dat één waardeelhouder een scheiding van de gehele boermarke kon eisen. Tussen 1834 en 1870 werden zo alle bouwlanden (de essen) en heidegronden naar hoeveelheid waardelen juridisch verdeeld onder de waardeelhouders. In de praktijk duurde het echter nog tot de komst van de kunstmest eind negentiende eeuw en de daaropvolgende heideontginningen begin twintigste eeuw, voordat alle gronden daadwerkelijk in aparte kavels werden verdeeld.

De boermarken bleven na de scheidingen echter gewoon bestaan als beheerders van de overgebleven gronden en de vele boerwegen, de landwegen die gezamenlijk door de boeren werden gebruikt. Pas in de twintigste eeuw werden ook deze taken op veel plaatsen door de gemeenten overgenomen.

In een aantal dorpen raakte de boermarke daardoor overbodig en werd ze afgeschaft, maar in een aanzienlijk aantal dorpen in het Saksische taalgebied bestaat ze nog. De boerwegen en de ruige gronden, die veelal in de loop van de tijd met bos zijn begroeid, worden er nog steeds door de boermarke beheerd. Bovendien fungeert de boermarke op sommige plaatsen nog als dorpsvereniging, die de belangen behartigt en allerlei activiteiten organiseert.

In de regio Drenthe, Overijssel en Gelderland(Achterhoek)zijn ook in de huidige tijd nog Boermarken, of Mark(t)en, te vinden. De Vereniging van Drentse Boermarken bijvoorbeeld heeft een tachtig-tal Boermarken in haar ledenbestand.


Natuurijsvereniging "Het Evenveen"
De ijsvereniging Het Evenveen is opgericht in 1947. De ijsbaan, die gelegen is bij de kruising Amerweg-Vredenheimseweg is in 1983 geheel gerenoveerd. Dit was mogelijk in verband met de ruilverkaveling die toen werd uitgevoerd. Er zijn taluds aangelegd en drainage aangebracht, tevens zijn er leemwallen in de grond aangebracht om lekkage te voorkomen. De financiële steun van de Boermarke en de toenmalige gemeente Rolde heeft dit alles mogelijk gemaakt.
Als er voldoende ijs is, kan er van een prachtige baan gebruik worden gemaakt. De vereniging telt momenteel ca. 285 donateurs. De jaarlijkse ledenvergadering vindt plaats in oktober/november. De openstelling van de baan is een beslissing, die bij het bestuur ligt en dit wordt kenbaar gemaakt door middel van een mededelingenbord. Het eerder betreden van de baan is niet toegestaan. Het is niet alleen gevaarlijk, maar bovendien komt het de kwaliteit van het ijs niet ten goede.
Als eerste op de lijst van evenementen staan de snelheidswedstrijden voor de kinderen van de basisschool. Verder streeft het bestuur er naar om zoveel mogelijk leden in de gelegenheid te stellen aan de ijspret deel te nemen. Om die reden organiseren we evenementen als estafette, priksleeën, kegelen, strijkbout gooien etc.
In groepsverband wordt voor kinderen, maar ook voor overige donateurs van 't Evenveen de mogelijkheid geboden om op de kunstijsbaan in Assen (met name in een natuurijsloos seizoen) tegen een sterk gereduceerd tarief enkele keren te schaatsen. Wie zich als lid wil melden, kan dit doen bij een van de bestuursleden.


De Protestantse Gemeente Grolloo-Schoonloo.
De kerk van Grolloo is vooral een dorpskerk. Uitgangspunt hierbij is dat iedereen zelf tot zijn of haar eigen geloofskeuze mag komen. Vandaar dat we proberen om op een open wijze de diverse kanten van het geloof te belichten in respect voor de diversiteit. Wij ervaren dat het durven delen van de verschillende keuzes verrijkend werkt naar de eigen geloofsbeleving.
In onze kerkdiensten willen we samen ons geloof vieren en de onderlinge verbondenheid met elkaar versterken. Er is oog voor de traditie en voor de actualiteit. We zoeken naar woorden die nu van betekenis kunnen zijn voor ons leven in deze samenleving. Naast de gewone kerkdiensten kennen we zangdiensten en diensten waarin we een agapè-viering houden. Ook bijzonder zijn de Kerstnachtdienst, de Paascyclus en de Oudejaarsavonddienst.
Er is speciale aandacht voor de jeugd. Een keer in de maand is er kindernevendienst voor de kinderen in de basisschoolleeftijd. Hoogtepunten voor deze kinderen zijn de Palmpasenoptocht en het Kinderkerstfeest. En voor de jeugd tussen 12 en 16 jaar is er de maandelijkse jeugdgroep, met een maaltijd en een programma. Wij proberen vooral onze geloofsgemeenschap vorm te geven in het gewone dagelijkse leven. Zo leven we mee met elkaars wel en wee. Dit meeleven krijgt vooral gestalte in de vele persoonlijke contacten tussen de mensen onderling. Daarnaast kennen we de bloemen in de kerkdiensten, die bezorgd worden bij iemand die wel een steuntje in de rug kan gebruiken.
Bij de kerk in Grolloo horen de dorpen Grolloo, Schoonloo, Papenvoort en Vredenheim.


't Gedicht
Hemmeltied, 23 december 2006, in Grol
Grol, de bakermat van de Drèntse blues en Rock & Roll
Hoe is 'n rustig esdörp, midden in't Drèntse laand
In de wereld van de meziek - in dizze vörm - belaand
Een dörp waor aait zoveul te doen is, as ik deur de agenda dool

Een Boermarke is er al hiel lang
Al is de functie behoorlijk veraanderd de lèste tied
Wij bint hiel bliede dat dizze organisaotie nog bestiet
En graog herinner ik je an't wezenlijk belang

Teneelspeulen hebt ze hier ok aait veul daon
De Plattelandsvrouwen, de meziek- en zangverening, elk har zien teneelgroep
Daornaost ha'j de beide teneelverenings; die doet ok op 't publiek een beroep
Jao, in de wintermaonden ku`j elke aovend wel argens hen gaon

De Plattelandsvrouwen bint net ophollen te bestaon
De meziek en zang doet op heur opvoerings now meziek en zang
De teneelverenings speult gewoon teneel en hopelijk nog hiel lang
Grol is met dizze verenings hiel arg begaon

De sport mug wij vanzölfs niet vergeten
Voetbal, volleybal, hardlopen of gymnastiek
SGO dient mienigien van repliek
Bestuurlijk gelukkig oet 't zwaore weer, laot ze elk lid goed zweten

Een moterclub is hier ok te vinden
Met "Home Base Grolloo" as naom
Komt hiel wat moterliefhebbers tesaom
As club misschien nog wel 't miest met Blues en Rock & Roll te binden

De Verening veur Volksvermaoken telt ok beslist met
't Neutieschieten met Paosen, een fietstocht of 't summerfeest
't Volk vermaoken is aait de bedoeling weest
Veur elke activiteit wordt hiel wat wark oet `t stro zet

De klimaotveraandering gef ok in Grol problemen de lèste tied
Het Evenveen, oeze iesverening, mist de lèste jaoren 't ies
Deur `n bijdrage veur 't schoelscheuveln steunt ze now 't scheuvelunderwies
Maor hopen doet ze nog aait dat ze met de scheuvels over 't eigen natuuries glied

Je hiele leven bi'j in Grol under de pannen
Van Peuterspeulzaol tot jeugdsoos, van 55-plussers tot begrafenisverening
Met elkaor hol wij 't veurmekaor en dat met overtuging
Een tomeloze inzet deur veule vrouwen en mannen

Zunder vrijwilligers stiet alles stil
Ok in Grol en umstreken kom ie vaok de zelfde mènsen tegen
En dizze mènsen bint veur 't vereningsleven een zegen
Waordering veur dizze belangeloze inzet, is waor ik zwaor an til

Naotuurlijk moet wij de donateurs en leden niet vergeten
Bijna iedere inwoner steunt de verenings allemaol
De betrökkenheid bij aal dit moois is bijnao totaol
Zunder dizze gemienschapszin hadden wij hier niet zeten

Elk en ien kan hier in Grol terecht
Van vliegenier tot coureur, van scheuvelloper tot fluitenbouwer
Maor ok de alternatieve genezer of de beeldhouwer
Acceptaotie veur mienigien, dat is waor wij veur vecht

Artiesten van boeten of oet eigen kweek
As old buren van de gebroeders Harteveld
Herinner ik mij 't muzikaole geweld
Erik dicht now in Assen bijna elke week

Met "Child of Nature" gung Henk Lanting veur de top
Now heur wij bij Radio Drenthe Henk in 't Drènts zingen
Over gevulige, maor ok over de gewone dingen
Zien "Wat is't weer drok in Grol", waorvan 't underwarp reacties oprop

Harry Muskee ku'w nog daogelijks zien
Met "The window of my eyes" en Groeten uit Grollo" as golden oldies
Bin wij met zien börstbeeld best wel wies
In Grol zeg wij: "Kiek, daor stiet Harry op ien bien"

Wij moet vanzölf ok Egbert Meijers numen
Veul van zien liedties zie wij zo veur oeze ogen
De iene giet je an 't hart, van de aander wo`j opgetogen
Da'w bliede bint da'j hier optreden wult, wul wij zeker niet verzumen

Met liedties over 't Aomerdiepie en de es
Zingt de zangers van tieden, waor de boeren zich now drok um maokt
Ontgunnen en verkaoveld, terug naor 't olle, waor heb wij verzaokt
De economische hang naor vrogger, naor hei en jeneverbes

Met alles wat wij hier zegt hebt, bin wij der nog niet
Want met een kerk, een schoel, een dörpshoes en een rume middenstand
En a'j lekker eten wult, de keuze oet de iene of 't aandere restaurant
Döt 't gebrek aan meuglijkheden veur sociale woningbouw oes veul verdriet

Ien verening is nog niet nuumd; Dörpsbelangen komp op veur Grol
De gemiente laot oes, wat dat betreft in de steek
Wij kunt roepen wa 'w wult, der wordt gewoon niet luustert naor oeze preek
Maor dan is zölfs bij oes in Grol de maot behoorlijk vol!
Bertus Reinders, 16 december 2006, veur Grol


Grolloo in de sixtees
ik kwam oet Grol en was zo bleu as wat
zat op schoel in de stad
wichter reupen hee boerenlul
man dat Grol is jao een gat
ik kun dat niet zo velen
en zun op wraok op die kakmadam
en ik kreeg onverwachtse hulp
toen Muskee naor Grol toekwam

Cafe Hofstee was 't magies centrum
waor het allemaol begun
in de jukebox zaten Freddy en Gert Timmerman
en Cuby's Just for fun
mien wereld was een mengeling
van Heimweh, blues en beat
en Assen kreeg de Groeten oet Grolloo
mooiere wraok bestun der niet

Ooh Grolloo in the sixtees
man oh man dat was mij wat
de hiele wereld kwam der op bezuuk
vrumde types oet de stad
Grol telde iniens met
ik wus niet wat oes overkwam
maor de wereld kwam pas goed op gang
toen Muskee naor Grol toekwam

't is nou al jaoren leden
een nei geluud klinkt oet de radio
't is jao maor even op fietse
van Grol naor Ericao
van Cuby tot an Skik
daor leg een lange lange tied
maor al hef 't ok even duurd jongs
die stadse fratsen bin we kwiet

Egbert Meyers




naar de top van deze pagina