Terug naar de homepage van Henk Fonteyn Een selectie uit de rondzendbrieven vanuit Bosnië, april t/m augustus 2004
Klik op een foto voor een vergroting.
Bosnië fotoos Legerpredikant op uitzending ( 19 april tot 6 augustus)
Eerste indrukken
Uit de brief van mei
Uit de brief van juni (1)
Uit de brief van juni (2)
Uit de brief van juli
Bosnië fotoos Foto's Bosnië













































Legerpredikant op uitzending ( 19 april tot 6 augustus)
‘Wat ga je daar nou eigenlijk doen?’, vroeg een van mijn sportkameraden, toen we na de voetbalwedstrijd rond de stamtafel zaten. Het was niet de eerste maal dat me die vraag gesteld werd, toen ik om me heen begon te bazuinen dat ik met SFOR 16 naar Bosnië zou gaan.
Ten diepste kan het antwoord kort zijn: ‘gewoon mijn werk als predikant!’ Ik ga er dan maar even van uit dat de meeste mensen nog wel enig idee hebben van het werk van een predikant, al vrees dat ik dat velen daarbij vooral aan het leiden van kerkdiensten en begrafenisplechtigheden denken.
Een legerpredikant is voor alles predikant. Sommigen (ook ik) voelen zich daarbij ook werkelijk militair en zijn er trots op, deel uit te maken van de Nederlandse defensiemacht, zeker waar deze sinds het einde van de Oost/West tegenstelling een moeilijke, soms omstreden, maar toch meestal eervolle taak in de wereld vervult in het kader van vredeshandhaving en opbouw van een stabiele samenleving.
Een legerpredikant is voor alles predikant. Dat is zo bij mijn normale werkzaamheden op mijn eigen onderdeel (in mijn geval het Opleiding -en Trainingscentrum voor Logistiek), dat is niet anders tijdens een missie naar Bosnië, Irak of Afghanistan.
De Geestelijk Verzorger (GV ‘er in de wandelgangen), zo heet het binnen defensiekringen, ‘staat waar de mannen staan, ligt waar zij liggen en valt waar zij vallen.’ Met andere woorden, als GV’er ben je waar je mensen zijn, in een evenwicht tussen maximale nabijheid en professionele distantie. Dat laatste wordt versterkt door je positie binnen de organisatie, wel voorzien van een rang, maar toch geen onderdeel van de hiërarchieke lijn.Ik ben soldaat met de soldaten en een generaal voor de generaal.
‘Gaan, staan en liggen waar de mannen gaan, staan en liggen’ betekent dat Geestelijk Verzorgers ook meegaan op uitzendingen. Zij delen in de spanningen en het ongemak dat daaraan verbonden is, zij delen in het afscheid nemen, het heimwee en de zorg om thuis, ze delen in de dilemma’s en frustraties die aan de missie zelf verbonden zijn. En ze zijn daarbij uitlaatklep, praatpaal, adviseur, soms een beetje vader (of moeder) voor hun collega’s.
Maar ook sportkameraad en reisgenoot, en nooit te beroerd om een hand uit te steken als de Viertonner met post en voorraden moet worden uitgeladen.
Voor de gelovigen en voor allen die zichzelf ongelovig noemen, maar wel zondags een rustpunt zoeken, houdt de (confessionele) Geestelijk Verzorger kerkdiensten. Oecumenische diensten, laagdrempelig, open, met zo inclusief mogelijk taalgebruik, sterk gerelateerd aan de ervaringen in het uitzendgebied. Maar wel degelijk en duidelijk christelijke kerkdiensten. Ik deed er in Bosnië twee per zondag, ’s morgens op de basis in Banja Luka, ’s avonds op de basis in Bugojno, en een enkele keer ook nog in Sarajewo. Verschillende malen hebben mijn Britse collega’s in Banja Luka en ik trouwens de handen ineen geslagen en Engelstalige kerkdiensten met een Nederlands tintje gehouden (tweetalige Schriftlezingen en Nederlandstalige gebedsresponsies bv.). In de diensten krijgen in verkondiging, gebeden en in een ritueel als het aansteken van waxinelichtjes allerlei emoties een plaats: heimwee, het gemis van partner en kinderen, zorgen om thuis, maar ook de zorg om collega’s in andere missiegebieden, met name in Irak.
Voor aanhangers van een ander geloof zal de Geestelijke Verzorger zoveel mogelijk facilitair bezig zijn waar het gaat om diens uitoefening van de godsdienstige plichten. In mijn werkkamer heb ik daarom ook een actuele lijst met voor Joden kosher verklaard voedsel liggen, en een Koran. Naast allerlei pocketuitgaven van de Bijbel of een deel van de Bijbel, kaarsen, rozenkransjes en ander weggeefmateriaal. Ik treed daar niet actief mee naar buiten, maar desgevraagd kan ik in een wens voorzien.
Als GV’er tijdens een uitzending heb je in zekere zin een eigen gemeente, samengesteld uit allerlei mensen met allerlei overtuigingen, van specifiek christelijk tot volstrekt agnostisch en geseculariseerd. Maar ze zijn allemaal mijn zorg en allemaal verwachten ze dat ook, al vraagt slechts een deel van hen om specifiek christelijk gekleurd pastoraat in de vorm van kerkdiensten, een bijbelkring of een gesprek over geloofszaken.
Belangrijk in mijn werk is het gevraagd of ongevraagd adviseren van de commandant over allerlei zaken die spelen binnen de Nederlandse gemeenschap in het missiegebied. Het omgaan met spanningen, het vrije tijdsprogramma en het tegengaan van verveling, de aanpak van specifieke problemen in de werkverhoudingen of de groepssfeer. Samen met de andere leden van het Sociaal Medisch Team (base-arts, bedrijfsmaatschappelijk werkster en hoofd personeelszaken) ben ik belast met de zorg voor mensen die op de een of andere manier uit de boot vallen of met ernstige problemen in hun thuissituatie of spanningen op de werkvloer worden geconfronteerd. Persoonlijk pastoraat, liturgisch pastoraat en structuurpastoraat zijn de drie kernwoorden in dit verband.
Daarnaast ben ik als Geestelijk Verzorger ook vormingswerker. In Bosnië heb ik erg veel energie gestoken in het organiseren van film - en informatieavonden over de geschiedenis van het land en de recente oorlog, en daarnaast ging er maandelijks een excursie richting Sarajevo, de hoofdstand waar in miniatuur eigenlijk de problematiek van het hele land zichtbaar wordt. Verder had ik op de base van Banja Luka een bibliotheek op poten gezet met boeken over de Balkan en andere aan de wereld van de militair gerelateerde onderwerpen.
Omdat in Bosnië de Nederlanders verspreid zijn over meerdere, ver uit elkaar gelegen locaties en men van elkaar vaak niet weet waar men mee bezig is, heb ik al heel snel ook het initiatief genomen om een contactblad op poten te zetten, waarin mensen over elkaars werkzaamheden konden lezen, waarin mensen werden geïnterviewd en waarin de talloze amateur-fotografen onder ons hun kiekjes kwijt konden. Een soort seculier kerkblad dus, waarvan ik eindredacteur en vaste schrijver was.
Belangrijk tijdens zo’n missie - en officieel genoemd in mijn functieomschrijving- is het aangaan en onderhouden van contacten met de locale bevolking en in het bijzonder met collega-geestelijken. Ik had in Banja Luka uitermate plezierig contact met de pastoor van de Roomskatholieke parochie aldaar en met de aartsbisschop van Banja Luka, monseigneur Komarica, die zich enorm inzet voor verzoening tussen de voormalige vijanden in zijn land.
Daarnaast is er het contact met de SFOR collega GV’ers van de andere nationaliteiten. Dat is niet alleen een vorm van ‘socializen’, er zijn af en toe ook concrete situaties waarin je voor elkaar inspringt. In mijn periode was dat bijvoorbeeld het geval, toen een Nederlandse militair door een bedrijfsongeluk in het uiterste noorden van Bosnië in een ziekenhuis terechtkwam. Te ver om regelmatig te bezoeken. Die taak heeft mijn Amerikaanse collega van de Amerikaanse basis in Tuzla toen ruimhartig op zich genomen heeft. Omgekeerd heb ik mijn Canadese collega vier dagen vervangen op Camp Butmir in Sarajevo, inclusief twee kerkdiensten.
In het uitzendgebied wordt ook met verwachting naar de Geestelijk Verzorger gekeken als het gaat om ‘goede doelen’. De dominee treedt met andere woorden ook als werelddiaken op. In het spoor daarvan liggen dan weer bezoeken aan specifieke projecten, contacten met locale medewerkers van NGO’s etc. Niet onbelangrijk, want dit zijn allemaal manieren waarop Nederlandse militairen - die voor een deel weinig tot niets van de cultuur en geschiedenis en mensen in hun missiegebied weten - zich meer betrokken bij de bevolking en daardoor ook meer gemotiveerd voor hun eigen taak kunnen gaan voelen.
Een belangrijk stukje werk, dat ook formeel de status van ‘werk’ heeft, is het rapporteren naar ‘de achterban’. Defensie heeft behoefte aan goede p.r. naar het thuisfront van de uitgezonden militair. Voor mij als predikant speelt daarbij ook nog eens, dat ik formeel ben uitgezonden door mijn kerk, de V.K.P.N., en dat mijn kerk recht heeft op informatie en indrukken van het werk dat een van haar ‘zendelingen’ doet. In concreto betekende het voor mij dat ik voor de kerkbladen van Culemborg en mijn voormalige gemeente Tricht wat impressies heb geschreven, naast artikelen voor specifiek militaire bladen die bij het thuisfront worden bezorgd, zoals Monitor en De Griffioen.
Voor de mensen in het uitzendgebied schreef ik bovendien een wekelijkse column, de ‘preek van de week’, waarin ik allerlei gebeurtenissen en hot items in het leven op de basis aan de orde stelde, vaak ironisch en doorgaans met een ‘moraal van het verhaal’ aan het eind. Daarbij ging het dan bv. over vooroordelen, afscheid nemen, heimwee, groepsgedrag, seksisme etc.
Uitgezonden zijn betekent voor een Geestelijk Verzorger zeven dagen per week min of meer non stop beschikbaar zijn. Wie daarbij voor zichzelf geen grenzen kan stellen, brandt vermoedelijk aardig af en komt versleten thuis. Het is mij gelukt om mezelf daarvoor te behoeden door veel tijd te besteden aan een van mijn hobby’s, namelijk sport. Waar militairen zijn, zijn altijd per definitie ook allerlei sportactiviteiten en ik heb me daar voluit ingestort. Dat vormde regelmatig het gezonde fysieke tegenwicht voor veel geestelijke arbeid en heeft mij in elk geval ontspannen naar de eindstreep gebracht met de overtuiging, dat ik goed gewerkt heb en best nog een keer op uitzending wil. De allerbelangrijkste factor in dit alles is evenwel, dat je tijdens je uitzending geen grote zorgen hoeft te hebben over degenen thuis die je het liefst zijn. Weten dat zij steun en belangstelling ontvangen van de omgeving, van familie, vrienden, buren, vanuit de kerkelijke gemeenschap, is daarbij van enorme betekenis.
Henk Fonteyn

Eerste indrukken
Afscheid nemen is een behoorlijke G.V.A. (militair jargon, Grensverleggende Activiteit), maar eenmaal in de auto maandagavond, op weg naar Oirschot, waar we de laatste avond zouden doorbrengen, ging de knop langzaam maar zeker om en begon ik me in te stellen op wat voor me lag. Ik was blij dat we ervoor gekozen hadden, thuis afscheid te nemen, want eenmaal in Oirschot moet je anders direct je aandacht verdelen tussen je gezin en je (nieuwe) collega's. Wel heb ik het heel erg gewaardeerd dat Ron Huijzer namens het OTCLOG present was (Ron, bedankt voor de met zorg uitgekozen cadeautjes!) en mijn hoogste baas uit Den Haag, Gijs Bikker. Want het is wel prettig om ook wat aanspraak te hebben als overal om je heen mensen aan elkaar vastgekleefd staan!
De volgende morgen na een vroeg ontbijt waren we vlot op het vliegveld, waar we vervolgens het gebruikelijke wachten weer volop mochten beoefenen. Mijn vlucht had plaats met een Hercules, koud en luidruchtig, maar wel snel. Eenmaal op Split geland wachtten ons enkele nieuwe uitdagingen, te beginnen met drie uur wachten, gevolgd door een busreisje van vier uur vanuit Kroatië (een mooi en vanaf de weg redelijk welvarend ogend land) naar Dutch Base Bugojno. Vandaar ben ik samen met een overste, die tijdens zijn heenreis met verlof de geboorte van zijn dochter op een half uur gemist had, direct overgestapt in een busje dat ons naar Banja Luka bracht, waar we 's avonds om half elf aankwamen, lichtelijk verreisd maar verder nog helemaal heel en helder.
Het doet ongelofelijk goed als je daar dan een paar mensen ziet staan die op je gewacht hebben, die je bagage oppakken, een blikje cola opentrekken en je welkom heten. Mijn collega Albert vd Velden, die ik ga opvolgen, was er daar een van. Ik erf zijn slaapkamer en werkkamer. Helaas was de bagage, die ik vier weken geleden al naar Banja Luka had gestuurd, nog niet aangekomen. Nog meer helaas was dat in die bagage een aantal belangrijke ingrediënten voor een goede nachtrust zaten, zoals een slaapzak, of tenminste een lakenzak.
Lesson learned voor de volgende keer, maar de eerste nacht sliep ik dus, opgerold als een kat voor de kachel, onder mijn buitenjas, met een handdoek om mijn voeten gewikkeld... En ik weet meteen dat het hier 's nachts in deze tijd van het jaar nog behoorlijk koud kan zijn!
Niet getreurd, veel ontberingen lijken hier verder niet voor de hand te liggen, de Nederlanders hebben zich op goed vaderlandse wijze van alle gemakken voorzien, met een gezellig terras en zelfs een rokerskamer. Kom daar op het OTCLOG eens om!
Vandaag, woensdag, stond geheel in het teken van kennismaken. Dat is een tamelijk verwarrend gebeuren, want het grootste deel van de nu aanwezige mensen vertrekt overmorgen weer. Nieuwkomers en vertrekkende lopen dus los door elkaar, de laatste categorie vooral te herkennen aan het feit dat ze een voldane glimlach meetorsen.
Banja Luka zal, zoals ik het nu schat, vier tot vijf dagen per week mijn werkplek zijn. Op zondag na de morgendienst ga ik op weg naar Bugojno om daar een avonddienst te houden. Ik blijf dan slapen, blijf de maandag op Bugojno, misschien ook de dinsdagmorgen nog i.v.m. vergaderingen van het Sociaal Medisch Team, en reis dan weer terug naar Banja Luka.
Met andere woorden, ik word hier zo'n vliegend evangelie...tenminste als ik vervoer kan krijgen. Ik heb vandaag al even heel onderhoudend met een helikopterpiloot gesproken, maar weet niet zeker of de Luchtmacht bereid is om elke zondag de dominee van A naar B te vliegen. 't Zou in reistijd trouwens wel twee uur schelen! Verder vandaag heel veel mensen de hand geschud, ben zelfs ontboden bij de hoogste baas hier in dit deel van Bosnië, een Canadese generaal die ik gewoon Stuart mag noemen, een uiterst vriendelijke en sociale persoon die zelf in augustus al een jaar uitzending achter zijn kiezen heeft. Ook heb ik een van mijn twee Engelse collega’s hier, padre Tom Place, ontmoet en al wat plannetjes voor gezamenlijke initiatieven ontwikkeld.
Kortom, ik heb een hoofd vol eerste indrukken, het is alsof een videoband op topsnelheid voor mijn ogen vooruitgespoeld is. Maar er schijnt een heerlijk zonnetje en er zijn veel momenten waarop je toevallig een terrasje tegenkomt waar al die indrukken weer hoognodig verwerkt moeten worden bij een geurig pijpje tabak. Verder zijn hier erg veel Engelsen, de barakken van de privates worden 'de Bronx' genoemd en zien er ongeveer ook zo uit. Er zijn Roemenen en Bulgaren, aandoenlijk correct en behulpzaam, er zijn Canadezen, met de meest fabelachtige terreinwagens, er zijn Chilenen en er zijn Italianen. En er zijn Bosniërs, vooral dames, die al die dingen doen die bij ons overwegend door Marokkanen en andere medelanders worden verricht. Ze spreken vaak voortreffelijk Engels en sommigen zelfs een meer dan behoorlijk mondje Nederlands, na al die jaren achter het buffet of de balie van de wasruimte. Een aardig neveneffect van vele jaren missie in dit land. Bosnië zelf vertoont overigens naast tekenen van herstel en wederopbouw, nog veel afzichtelijke oorlogswonden in de vorm van kapotgeschoten en nooit herbouwde huizen. Ze vertellen een verhaal dat we al kennen, maar toch meer gaat leven als je het met eigen ogen ziet. Net als allerlei graffiti op huizen, fabrieken, verkeersborden en schuttingen.
Padre Henk
P.s. De Engelsen noemen de chaplain padre, en ook ik heb van de Nederlanders al snel deze aanduiding gekregen en gebruik ‘m vervolgens zelf ook regelmatig.

Uit de brief van mei
Na ongeveer vier weken SFOR lijkt het soms alsof ik hier al maanden ben. Hoog tijd voor de tweede rondzendbrief. Want het past een 'missionaris' om de achterban geregeld op de hoogte te houden vanuit het missiegebied. Woorden als 'thuisfront', 'achterban', 'Nederland', 'de mensen thuis' etc. gaan hier ongemerkt een vaste en dominante plaats in de dagelijkse conversatie innemen. En het is erg waardevol, ergens een klankbord te weten waar je je ervaringen en observaties kunt laten resoneren. Zoals ook reacties van dat 'thuisfront' in de vorm van een kaartje, briefje, e-mailtje, een kindertekening of een telefoontje in deze context enorm aan betekenis winnen!
Uitgezonden leef je in meerdere werelden tegelijk. Een deel van je hart blijft thuis, maar ook hier blijft straks een deel van je hart achter bij de mensen, collega's en locale mensen, buitenlandse collega's, het landschap, de speciale momenten die je hier met elkaar beleeft, etc.
Op het gevaar af dat ik af en toe voor sommigen in herhaling val (ik schrijf ook kaartjes en brieven op de ouderwetse manier, alsmede artikelen voor diverse blaadjes in Nederland) zal ik kort proberen te beschrijven in wat voor werelden ik hier leef.
BLMF (Banja Luka Metal Factory) is de internationale basis, waar ik gelegerd ben. Behalve ongeveer honderd Nederlandse militairen zijn hier zo'n duizend Britten, voorts Canadezen, Roemenen, Bulgaren, Fidji's, Chilenen, Italianen en een enkele Duitser. Een Canadese generaal geeft leiding aan het geheel, maar de sfeer wordt vooral door de Engelsen bepaald. In het Engelse leger gaat het er ongeveer aan toe zoals we dat uit films kennen. Zo hebben manschappen, onderofficieren en officieren strikt gescheiden slaap-, eet-, en ontspanningsgelegenheden. Daar moeten de overige nationaliteiten zich aan conformeren, zelfs de Nederlanders. (Al hebben we in onze eigen gebouwtjes natuurlijk een geheel andere manier van omgaan met elkaar). Typerend voor de Engelse sfeer is ook de groetplicht. Als majoor kom ik bij mijn rondjes over de basis natuurlijk heel veel mensen tegen die lager in de pikorde vertoeven en ogenblikkelijk in de houding springen als ik nader. Ik moet zo'n kranig saluut natuurlijk wel elke keer beantwoorden, dus de kans op een variant op de muisarm is levensgroot aanwezig.
Behalve op BLMF zijn er Nederlanders gelegerd op Dutch Base Bugojno, een plaats die ongeveer honderd km zuidelijker ligt, in Sarajewo, in Zagreb (Kroatië dus, een enkele officier), in Tuzla (ook een enkele persoon) en in de steden Drvar, Livno en Travnik. In de drie laatstgenoemde plaatsen verblijven tien tot twintig Nederlandse militairen in een gehuurd woonhuis midden in de stad, van waaruit ze tot taak hebben, contact met de bevolking aan te gaan en allerlei ontwikkelingen te 'monitoren' en eventueel positief te beïnvloeden of bij te sturen. Daarbij gaat het om hulp aan de politie en locale overheid bij de bestrijding van de in Bosnië zeer actieve maffia (smokkel, illegale houtkap, drugs, wapenhandel), maar ook om het stimuleren van activiteiten ten bate van de gemeenschap, zoals acties tegen milieuvervuiling (een enorm probleem in dit land!), en allerlei andere dingen die de sociale cohesie ten goede komen, in het kader van 'Mir i Tolerancia'.
De staat Bosnië is het moeizame resultaat van het Dayton- akkoord (Parijs, 1995). Drie bevolkingsgroepen die elkaar - in wisselende coalities - te vuur en te zwaard hebben bestreden, moeten nu in hetzelfde land weer leren samenleven. Daarbij helpt niet, dat in bepaalde regio's een van de drie dominant aanwezig is, hetzij in aantal, hetzij in sleutelposities voor de macht. Serven die in Kantons leven waar Kroaten overwegend de dienst uitmaken (in de Kroatisch/Moslim federatie) vertonen vaak een sterke neiging tot aansluiting bij de Republika Srpska, en omgekeerd. Er is veel oud zeer, grote werkloosheid, een enorme exodus van jongeren naar het buitenland, en bij dat alles helpt ook al niet dat in heel veel regio's, inclusief de hoofdstad, nog altijd heel veel kapot is, dat er complete spookdorpen zijn waar niemand meer woont, dat er steden zijn waar driekwart ingestort en uitgebrand is...allemaal stille getuigen van de 'etnische zuiveringen', waar alledrie de groepen zich aan hebben schuldig gemaakt (dus niet alleen de Serven).
Overal waar je komt zie je mannen in de kracht van hun leven die een arm (in Banja Luka staat zelfs een bedelaar van een jaar of dertig die twee armen mist en zijn aalmoezen ontvangt in een zakje om zijn nek) of een been missen. En ook al weet ik natuurlijk niet of dat allemaal oorlogsinvaliden zijn, onwillekeurig leg je die link.
Verder is Bosnië een prachtig land, met heel veel natuurschoon. Ruige steppen, loof -en naaldwouden, rotspartijen, hoge bergen met besneeuwde toppen, canyons met bruisende beken, watervallen en (naast de bekende woonkazernes uit de communistische periode) heel mooie bouwwerken. Vandaag heb ik dat nog eens vanuit een heel ander perspectief mogen bezien, want de mannen van de KLU boden me een helikoptervluchtje over Bosnië aan, wat ik uiteraard gretig heb aanvaard. Nu mag ik met recht hemelpiloot genoemd worden!
De afstanden hier zijn niet zo heel groot, maar door de toestand van de wegen en de grillige natuur duurt een ritje over 100 km al gauw ruim twee uur. Daarbij is het zaak om voortdurend waakzaam aan het verkeer deel te nemen, want rijden is voor de Bosniër een vorm van Russische roulette en ik ben de tel al kwijt van het aantal monumentjes langs de weg van Banja Luka naar Bugojno, die de herinnering aan een fataal ongeluk levend houden. Een ander probleem in dit land vormen de mijnenvelden rond de voormalige frontlinies. Je krijgt daar in Nederland van te voren wel het nodige over te horen, maar het voelt anders wanneer je met eigen ogen de gebieden ziet, afgezet met gele linten en overal waarschuwingsbordjes. En dat zijn dan nog slechts de reeds opgespoorde velden...
Het is werkelijk ongelofelijk hoeveel woede in dit land geheerst heeft. Wat dat aan inwendige schade heeft veroorzaakt, kun je alleen maar raden. In de kerkdiensten brengen we geld bijeen voor het werk van de stichting Wings of Hope die in Sarajewo een tehuis voor door de oorlog getraumatiseerde kinderen heeft. Wat mijzelf betreft, ik maak het hier goed. Er is genoeg te doen, op een breed terrein. Heel specifiek domineeswerk heb ik in de voorbereiding van en het voorgaan in twee kerkdiensten elke zondag, in Banja Luka en in Bugojno. In beide diensten moet ik de zang ook nog op het keyboard begeleiden, want er blijkt geen muzikaal genie onder de kerkgangers aanwezig. Daarnaast is er een breed scala aan werkzaamheden op het terrein van personeelszorg, waarbij ik veel eigen initiatief kan ontplooien. Dat gaat soms wel enigszins buiten de vakgrenzen...mijn laatste wapenfeit is het oprichten van een veertig -plus zaalvoetbalteam!
Nog even terug naar Bosnië. In Drvar werken Nederlandse militairen in een van de gebieden die het zwaarst getroffen zijn door de oorlog. Het kanton is arm, kent veel werkloosheid, interne spanningen en grote schade aan de infrastructuur. Men komt allerlei schrijnende situaties van tekort en misdeeldheid tegen en ik heb een paar grote sergeant-majoors met tranen in hun ogen horen en zien vertellen over de indruk die een en ander op hen heeft gemaakt. We zouden geen Hollanders zijn, als we hier niet direct iets aan zouden willen verhelpen en daarom geef ik graag het verzoek vanuit Drvar door om hulpgoederen.
Daarbij gaat het om: (niet militair) kinderspeelgoed, knuffels, kinderkleding, babyspullen, pampers, schoolartikelen, toiletartikelen. We verwachten geen vrachtwagens vol, maar als enkelen onder jullie een doosje zouden willen vullen, en dat via de militaire lijndienst aan mij willen adresseren, zorg ik dat het op de goede plaats terecht komt.
Padre Henk

Uit de brief van juni
Mag ik beginnen met twee (vertaalde) fragmenten uit het blad Mostovi. Dit magazine wordt in een royale oplage maandelijks door SFOR verspreid in Bosnië. Tussen allerlei gezellige verhaaltjes en niemandalletjes zorgt 'Psy Ops' (Psychologische Operaties) voor een aantal (min of meer) 'hidden persuaders' om de gedachtegang van de bevolking op het goede spoor te brengen. Mostovi wordt uitgegeven in het Servo-Kroatisch en in het Engels, en in die laatste versie is het een geliefd blad bij scholieren en hun docenten, die het zowel voor Engelse les als voor maatschappijleer en vergelijkbare vakken gebruiken.
Twee fragmenten.

Het eerste is van redactrice Simsa Marcic: '...Een rij van zo'n dertig auto's beweegt zich over een van de regionale routes die dwars door de stad lopen. Het zou elke willekeurige stad in Bosnië kunnen zijn. De wet schrijft voor dat 60 km de maximum toegestane snelheid binnen de bebouwde kom is. En deze wet geldt voor iedereen. Behalve in ons land. Daar heeft iedereen zijn eigen innerlijke wet, onafhankelijk van het systeem of het land.Een grijze Vauxhall Vectra is de meest duidelijke exponent van deze innerlijke wet. De bestuurder haalt de hele rij in, ongeduldig en met veel te hoge snelheid. Geen signalen. Geen enkele poging tot communicatie. Misschien heeft hij haast, misschien ergert zich hij aan de snelheidsbeperking. Hoe dan ook, vijftig meter voor mij nadert een grote vrachtauto van de andere kant. Een botsing lijkt onvermijdelijk. De Vectra kan zich onmogelijk in de file wringen. De vrachtwagen rest nog slechts de berm...en daar belandt hij dan ook. Zonder enige verontschuldiging raast de Vectra verder en verdwijnt in de verte. Achter mij rijdt een auto met een blauw nummerbord, met van die gele sterretjes erop. Een auto uit die zover van ons verwijderde Europese Unie. Ik zie in mijn spiegel hoe de bestuurder heftig gebaart tegen zijn metgezel, duidelijk geschrokken van wat zich zojuist voor zijn ogen afspeelde. Hij had die tegenligger kunnen zijn. Hij had nu dood kunnen zijn of voor de rest van zijn leven verlamd. Als hij van plan is om langer van ons wegennet gebruik te maken, is er grote kans dat hij een zenuwinstorting krijgt. Als hij door een wonder heelhuis in de EU terugkeert, zal hij nooit meer enige behoefte voelen om nog een keer gebruik te maken van onze fantastische wegen en kennis te maken met onze exotische automobilisten. Lang leve het toerisme! En lang leve onze openheid naar de wereld om ons heen! ...Uiteindelijk is de Europese Unie niet zover van ons vandaan. Maar wij zijn ver van de Europese Unie!'

Ten tweede, uit een artikeltje over 'Mine-awareness':
'Helaas, aldus het Mine Action Centre Bosnia i Herzegovina, zal het verwijderen van alle mijnen in Bosnië nog zo'n 70 tot 100 jaar duren. Er zijn ongeveer 10.000 risicovolle locaties met om en nabij de 650.000 mijnen in Bosnië en een aanzienlijk aantal mijnenvelden is zelfs nog nooit in kaart gebracht. Het ruimen van 'vervuilde gebieden' is een tijdrovende, dure en zeer gevaarlijke bezigheid.'
Beter kan ik niet omschrijven wat hier in dit land allemaal mis is. En dat is morgen nog niet opgelost. En volgend jaar ook niet. Ook Bert Bakker, lid van de vaste kamercommissie voor Defensiezaken (D'66), die hier vandaag op visite was en met wie ik het genoegen had, het tafeltje te delen waarop we een eenvoudige doch voedzame maaltijd genoten, (er waren nog veel meer Bekende Nederlanders!), erkent dat dat een kwestie van jaren zal zijn, daarmee impliciet ook aangevend dat de internationale gemeenschap nog wel eventjes in dit land te vinden is. Een hoge militaire functionaris sprak van minimaal nog tien jaar. En in gesprekken met locale mensen - en die gesprekken voer ik steeds vaker en dat is erg verrijkend voor mijn kennis van dit land - hoor ik steevast dat men oprecht vreest voor een nieuwe opleving van geweld (zoals in Kosovo), simpelweg omdat het politieke en economische klimaat beroerd is voor de meerderheid (en omdat een minderheid erop gedijt, maar vraag niet hoe). Wat in Kosovo (waar het overigens nog uitzichtlozer is) recentelijk weer tot explosies van etnisch geweld leidde, smeult hier onder de oppervlakte.
Met mij gaat het goed. De dagen vliegen nog altijd voorbij in mijn beleving, en zelf vlieg ik ook regelmatig, in een helikopter. Een heel mooie ervaring om met de deur half open door een ravijn te vliegen en aan beide zijden de rotswanden hoog boven je uit te zien tronen. Vliegen is hier stukken veiliger dan deelname aan het wegverkeer (zie artikel boven) en ook onze, veelal piepjonge en onervaren chauffeurs, zijn al meermalen bij ongelukken betrokken geweest, gelukkig tot nog toe zonder fatale afloop. Het is wel een toenemend punt van zorg want we rijden hier met z'n allen vele duizenden kilometers per week en ik heb het plan opgeworpen om naast 'mine-awareness' hier ook wat aan 'traffic- awareness' te gaan doen, een thema dat ik ook ga inbrengen bij de hoge heren van het Oppercommando, die ons binnenkort komen bezoeken. De grens tussen strikt GV- werk en andere takken van sport is hier bepaald vloeiend te noemen. Dat bevalt me wel, want zo'n strikte GV'er ben ik natuurlijk nooit geweest.
Maar of ik het nu volgende ook in mijn rapport aan mijn hoogste baas schrijf... Gistermorgen vroeg stond ik met een paar jonge collega's al vroeg met houweel en spa in de Bosnische aarde rond de Hollandse compound te hakken. Lach niet, we zijn bezig een zwembad aan te leggen. Naast onze woon- en werkgebouwtjes bevindt zich een door schuttingen omgeven grasveldje. Iemand (ik niet!) bedacht dat we daar een mooi discreet plekje hadden om in onze schaarse vrije momenten van de zon te genieten. Een ander bedacht dat er dan een zwembadje bij moest komen. Van het een kwam het ander. Intussen is er een zeildoeken zwembad in zo'n metalen frame aangeschaft, na een spontane inzamelingsactie onder de aanwezigen. Er liggen complete bouwtekeningen voor een zonneterras, vervaardigd van oude pallets die we in een vrolijk kleurtje (waarschijnlijk oranje!) gaan verven, er komt een voetenbakje met dettol voor diegenen die in het tachtig centimeter diepe zwembad wensen af te dalen en er komen gekleurde lampjes in de bomen, tuinfakkels en een barbecue. Ik doe dapper mee, want activiteit is de beste remedie tegen landerigheid, geroddel, inhoudsloos slap geklets en dergelijke dreigingen, waaraan een betrekkelijk kleine groep altijd blootstaat op z' n zwakste momenten. We zijn nu nog in de spitfase, maar het wordt een echt Hollands vrije tijds landschapje! Leuk om te vertellen is nog dat ik een heel plezierige samenwerking met mijn twee Engelse collega's Tom en Philip heb. Die resulteerde erin dat we op Pinksteren een tweetalige kerkdienst hebben gehouden in de Engelse chapel. Dat leverde weer zoveel plezierige reacties op dat we besloten hebben, elke laatste zondag van de maand hier een traditie van te maken. Pinksteren was daarvoor een mooie start...all ranks and all races and both sexes present, en dat met drie dominees uit drie verschillende kerkelijke denominaties en kerkgangers uit minstens vier taalgebieden (Brits, Frans, Nederlands, Fries). Ik noem de Friezen even apart, want in mijn (Engelstalige) preek gebruikte ik hun taal als voorbeeld hoe mensen elkaar kunnen misverstaan. KEN NET in het Hollands betekent dat iets moeilijk maar niet onmogelijk is, in het Fries zak je dan door het ijs! Zelfs in het Engels bleek deze grap goed over te komen!
Padre Henk

Uit de brief van juni
Post krijgen, ik heb het vast al eerder geschreven, is een feest. Het arriveren van de viertonner met de postzakken wekt een Sinterklaasstemming op. Met aan de ene kant 'vol verwachting klopt mijn hart...' en aan de andere kant de bange vraag 'zou de goede Sint nog komen...?' (m.a.w. is er ook post voor mij bij?). Ver van huis ervaar je nadrukkelijk hoe je eigen leven verweven is met 'het thuisfront'. Natuurlijk ga je hier weer nieuwe verbintenissen aan en enkele daarvan zullen de uitzending overleven, maar het 'netwerk' thuis is fundamenteel, daardoor weet je je gedragen en opgevangen. Soms is een poosje afstand goed om dat weer eens opnieuw te herwaarderen.
De maand juni is alweer verleden tijd. Van de 110 dagen die ik in totaal te gaan heb, resteren er nog maar een goede dertig op dit ogenblik. En hoewel ik natuurlijk mijn momenten van verlangen en gemis ken, moet ik eerlijk bekennen dat ik wat sfeer en werk betreft, nog wel wat langer zou willen blijven... Ik heb overigens mijn verblijf al met drie dagen verlengd om mijn opvolgster, die arriveert op de dag dat ik aanvankelijk zou vertrekken, nog fatsoenlijk te kunnen inwerken.Een paar 'highlights' uit de afgelopen maand wil ik graag met jullie delen. Zo was daar het weekeinde van 12 op 13 juni, dat op Banja Luka Metal Factory in het teken stond van een grote internationale 24-uurs marathon, ter versterking van de teamgeest en tegelijk voor het goede doel. Ik heb al eens verteld dat de base gevestigd is op het terrein van een voormalige metaalfabriek. Middenin staat een enorme foeilelijke fabriekshal, waaromheen alle kantoren en slaapverblijven zijn opgesteld. Een rondje rond de hal bedraagt iets meer dan een kilometer. Generaal Stuart Beare, de Canadese hoogste baas van deze base, zelf een zeer sportief ingesteld type, had bedacht dat er 24 uur omheen gerend moest worden, en wel door zes teams van steeds twee personen, die dus in 24 uur viermaal mochten opdraven, met een rusttijd van vijf uur ertussen. Drie landenteams, Britten, Canadezen en Nederlanders deden mee, 36 renners, een groep reserves, en natuurlijk een grote groep verzorgers en supporters daaromheen. Voor een aantal goede doelen werd vlot 4500 euro bijeengecollecteerd. Daaronder - door mij van de Nederlandse kant ingebracht - het werk van de stichting Wings of Hope.
In een uur kun je heel wat rondjes om de kerk lopen. Ik had me daarom voorzichtig als ik ben, als reserve gemeld, stiekem hopend dat het niet nodig zou blijken om in actie te komen. Maar zoals te verwachten was...ik heb mijn portie alsnog gekregen. Eerst 's morgens om zeven uur mijn bed uit getrommeld, zodat ik om vijf over zeven kon invallen en alsnog negen km asfalt kon voelen.
Toen dacht ik klaar te zijn, maar een uur later liet weer een loper na drie rondjes weten dat hij nog wel wilde maar zijn knieën niet meer... Ik weer snel in m'n looptenue en alsnog zeven kilometer. Daarna snel douchen en omkleden, want om half elf begon mijn kerkdienst. Hoogtepunt bij dit evenement was de enorme betrokkenheid van de Nederlandse kolonie, waarbij een aantal mensen zelfs 24 uur non stop langs de lijn hebben staan juichen en aanmoedigen en bekertjes water en natte sponzen staan uitdelen, en dat zonder onderscheid aan alle lopers van elke nationaliteit. Het naderen van de Hollandse kolonie was elk rondje weer een mentale injectie en dan voel je ook je zere spieren ineens weer wat minder!
Op 15 en 16 juni 2004 waren we met alle 'padres' uit het grote SFOR- theater uitgenodigd door de chief chaplain in NATO- Camp Butmir, bij Sarajevo. Hij noemde het een 'international conference'. Zoiets klinkt altijd lekker als je bij je eigen club moet uitleggen dat je een paar dagen weg gaat. In feite was het in natuurlijk in belangrijke mate een tweedaagse excursie en een 'social event', maar toch niet helemaal zonder inhoud. Onderdeel van het programma was, op uitnodiging van de allerhoogste SFOR- generaal himself, de Amerikaan Virgil Packett, een diner in the general's dining room. Dan zit je op de stoelen waar voor jou de zitvlakken van mensen als Kofi Annan, Carla Del Ponte en Xavier Solana (om maar wat namen te noemen) de zittingen hebben beroerd. Packett oogt als het (stereo)type uit de gemiddelde Amerikaanse oorlogsfilm. Joviaal, schouderkloppend, buikpunchend, rugbeukend, maar met twee staalblauwe waakzame oogjes. Fabelachtig goed op de hoogte van alles wat in zijn gebied gebeurt en uitermate ter zake in zijn vraagstelling en commentaar. We kregen elk tien minuten om onszelf voor te stellen, waarbij hij eerst zelf uiterst charmant het voortouw nam en ons meenam naar zijn jeugd op de boerderij in Nebraska. 's Avonds hebben we bij de mannen van de Nederlandse ondersteuningsgroep op Sarajevo met alle padres Nederland- Duitsland gekeken, in een geweldige Oranjesfeer. De Nederlanders hadden ook alle Duitsers van de base uitgenodigd, en in perfecte harmonie werd eendrachtig genoten.
De dag daarop hebben we met een locale gids, Igor, die zelf als frontsoldaat aan Moslimkant de belegering van de stad had meegemaakt, een battlefieldtour door Sarajevogemaakt. Dan hoor je de ervaringen 'van binnenuit'. Dan krijg je plaatsen te zien die we nog niet van het journaal kenden. Dan hoor je ranzige details, zoals het feit dat tijdens de belegering scherpschutters uit vooral de voormalige Sowjet- Unie een plekje in de Servische stellingen op het gebergte rond de stad konden kopen om hun schutterskwaliteiten te demonstreren en onderhouden, op levende doelen wel te verstaan, zijnde de burgers van Sarajevo.
Het Joegoslavië -Tribunaal zal nog heel lang werk hebben voor alle grote (Mladic en Karadzic heeft SFOR nog altijd niet weten te pakken en men is ervan overtuigd dat de regering van de Republica Srpska hen domweg dekt en niet wil uitleveren) en kleine oorlogsmisdadigers hun gerechte straf hebben ontvangen.
Een bezoek aan een oorlogsmuseum niet zo ver van Banja Luka gaf een impressie van de ongelofelijke wreedheden, waaraan de strijdende partijen zich hebben overgegeven, met name in de richting van burgers...Oorlog schijnt steeds vaker over de ruggen van burgers te worden uitgevochten, dat blijkt ook in de afschuwelijke beelden uit Irak, die hier elke keer weer zorgen dat het ineens heel stil wordt tijdens het journaal.

Op 26 juni 2004 zijn we met een dertigtal vrijwilligers naar Tuzla gereisd om een dagje mee te helpen aan een 'Spel Zonder Grenzen' voor zo'n vijfhonderd kinderen, overwegend uit kansarme gezinnen. Dit evenement wordt jaarlijks georganiseerd door de Bosnian Child Foundation, een Nederlandse stichting uit Nunen, opgericht door een ex- SFOR militair die een stuk van zijn ziel in dit land had achtergelaten en sindsdien al zijn vrije tijd in kinderhulp in Bosnië steekt. Jaarlijks reist hij met een bus vol vrijwilligers deze kant op, waar ze dan kleine bouw- en restauratieprojecten doen, een speeltuintje, een jeugdhonk etc. en daarnaast speldagen organiseren. Verbrand, bezweet, vermoeid maar zeer voldaan kwamen we terug. Het is heerlijk om weer een dagje kinderen om je heen te hebben, dat mis je op een basis heel sterk.
Gisteren ben ik teruggekomen van vier dagen Sarajevo. De Canadese chief- chaplain is 30 juni vertrokken en het duurt nog zeker twee maanden voor er een vervanger komt...als die al komt. Daarom proberen de internationale collega's allemaal een stukje van die vacaturetijd op te vangen. Ik mocht het spits afbijten, van 1 t/m 4 juli. Vond het erg leuk om een tijdje in zo'n internationale sfeer bezig te zijn. In het bijzonder Amerikanen zijn in staat, je het gevoel te bezorgen dat jij de persoon bent waarop ze al tijden zaten te wachten. Uiteraard loopt dat zo'n vaart niet, maar het is toch plezierig. Zondag deed ik de kerkdienst, voor een gemengd gezelschap van Canadezen, Britten en Amerikanen, waaronder nogal wat Afro- Amerikanen met een sterke 'evangelical' inslag. Allerlei uitspraken uit mijn preek werden derhalve op de meest onverwachte ogenblikken met luide 'amens' en 'hallelujah's' en 'praise the Lord! s' beantwoord. Voor de meest uitbundige was ik van tevoren al discreet gewaarschuwd en die heb ik veiligheidshalve maar gevraagd of hij de CD -speler wilde bedienen en op de goede momenten de juiste muziek wilde laten klinken. Dat hield hem redelijk in toom! Overigens...het was allemaal wel heel echt van binnenuit en authentiek, en ik genoot er enorm van. Wat me ook trof was, dat 'evangelical' niet automatisch betekende dat men kritiekloos ten opzichte van de regering Bush stond, zelfs al citeert Bush te pas en te onpas uit de Bijbel.
Voor deze maand laat ik het hierbij. Allen die in de komende tijd zich opmaken om op vakantie te gaan, wens ik een ontspannende en herscheppende tijd toe. Ik adviseer Griekenland, na gisteravond!
Padre Henk

Uit de brief van juli
Dit is mijn laatste brief uit 'het zwarte gat van Europa' zoals de inwoners van Bosnië hun land zelf vaak met het nodige cynisme noemen. Zondag aanstaande begint mijn laatste week hier, op vrijdag 6 augustus hoop ik de shuttlevlucht naar Eindhoven te nemen. Dan heb ik er 110 dagen non stop opzitten. Ik vind dat een mooie tijd, die ik ook zonder verlof heel goed heb kunnen overzien. Daarbij speelt als belangrijkste factor dat het thuis in die tijd ook goed ging.Veel collega's hebben zes maanden te gaan. Ze hebben dan wel de mogelijkheid van verlof, een keer op rijkskosten voor maximaal vijftien dagen of twee keer een week, waarvan eenmaal op eigen kosten. Daarnaast is er nog een zogeheten 96-uurs verlof, waarin men doorgaans naar de Kroatische kust reist. Op deze manier wordt 'aanvaardbaar' gemaakt dat zes maanden van huis eigenlijk wel heel erg lang is, vooral voor mensen met een gezin. Ik constateer om me heen dat velen die tijd ook echt (te) zwaar valt en daar helpt al dat verlof eigenlijk niet echt voor, want het is dan toch nog te kort om werkelijk 'thuis te komen' en het tweede afscheid is soms moeilijker dan het eerste. Natuurlijk zijn er ook collega's, vooral de jongeren, die deze zes maanden fluitend doorkomen en in die zin zal er wel altijd een genuanceerde kijk op die termijnen blijven, maar ik heb in elk geval vanuit mijn eigen waarneming en op basis van gesprekken met mensen een rapportje opgesteld voor mijn eigen hoofd van dienst met een kopietje naar de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht, die hier op werkbezoek was, waarin ik een pleidooi voer voor een kortere uitzendduur van maximaal vier maanden, en dan zonder allerlei toeters en bellen in de vorm van verloven, afgezien van bijzondere thuisomstandigheden.
Mijn eigen afscheid bezorgt me gemengde gevoelens. Natuurlijk verlang ik naar huis. Maar het voortijdig vertrekken uit deze missie, waar een groot deel van de collega's nog wel een week of tien voor de boeg heeft, voelt ook een beetje als (om het in domineestermen te zeggen) 'voor het zingen de kerk uit'.
Op 3 augustus hoopt mijn opvolgster, ds. Mary An Bezemer, aan te komen. Ik hoop haar in die paar dagen overlap een beetje wegwijs te kunnen maken, het lijkt me voor haar niet makkelijk om in een al zolang rijdende trein te stappen.
Met veel enthousiasme zijn in de afgelopen perioden op de diverse bases door de Nederlanders de zogenaamde 'midterm- feesten' gevierd. Traditioneel onderdeel daarvan is altijd en overal, dat door twee personen, waarbij de commandant er te allen tijde eentje is, een dikke boomstam of balk doormidden gezaagd wordt (waarbij de genisten er meestal voor zorgen dat de zaag zo bot mogelijk is). In Banja Luka gebeurde het zagen zittend op de balk, die voor deze gelegenheid boven een grote bak met water was gelegd. Na de obligate barbecue trad een locale band uit Banja Luka op, die een verrassend goed repertoire op professionele wijze ten gehore bracht. Veel jeugdsentiment in nummers van Clapton, Joe Cocker, Santana, zodat ik er uiteindelijk ook niet aan ontkwam om de voetjes van de vloer te gooien. Zo'n midtermfeest is psychologisch gezien een 'must'. Het 'over the top' gaan moet gevierd worden en daarbij komt de nodige ontlading vrij. Dat dat noch in Banja Luka noch in Bugojno tot voorstelbare excessen heeft geleid, pleit voor het niveau, de discipline en de sfeer. Ik ben niet zo'n enorme chauvinist (zo interesseert het me bar weinig of Nederland al dan niet de EK voetbal wint), maar ik constateer wel met voldoening dat de Nederlandse militair een goede reputatie geniet in de internationale gemeenschap en die reputatie ook verdient.
Twee weken geleden werden we opgeschrikt door het bericht van een mijnincident (zoals dat eufemistisch heet), waarbij twee militairen van het leger van de Republica Srpska het leven verloren en twee anderen blijvend invalide raakten. Dergelijke gebeurtenissen roepen behalve medelijden ook veel cynische reacties op, die de kwaadheid camoufleren over het volstrekte gebrek aan verantwoordelijk gedrag van de toenmalige strijdende partijen. In een 'na ons de zondvloed' houding hebben ze dit land voor generaties ziek gemaakt. De huidige slachtoffers hebben doorgaans niets met de oorlog van tien jaar terug te maken, en oogsten slechts de wrange vruchten van wat anderen in haat en vernietigingsdrang zaaiden.
Een erg leuk intermezzo hier was het bezoek van een groep Nederlanders, grotendeels jongeren, afkomstig uit Almere. Het betrof leden van de katholieke parochie daar die een partnerschap heeft met de katholieke parochie van Banja Luka. De jongeren logeerden in de tuin van de pastorie van pastoor Karlo, de locale priester die hier op zaterdagmiddag op de base de mis opdraagt voor militairen uit traditioneel katholieke landen als Chili en Italië. Mijn Engelse collega's Tom en Phyl en ik drinken daarna vaak koffie met Karlo en hij nodigde ons uit om de jongeren een avondje te komen opzoeken. Overdag waren ze actief betrokken bij allerlei welfarewerk vanuit de RK parochie onder teruggekeerden vluchtelingen, en onder leiding van een aannemer hebben ze voor een paar van de allerarmsten een aantal prefab- woningen geplaatst.
Op onze beurt mochten we de groep uitnodigen voor een excursie op de SFOR-base, waarbij Nederlanders en Engelsen gezorgd hebben voor een perfect verzorgde ontvangst, met een diapresentatie, een rondleiding langs de meest interessante plekken (zoals de helikopters) en natuurlijk een tafel vol met leuke SFOR- weggeefdingetjes en krantjes. Ze kregen er geen genoeg van. Eens te meer bleek trouwens uit alle vragen en opmerkingen dat onder de Nederlandse burgerbevolking (en zeker de jongeren) nauwelijks bekend is dat er in Bosnië nog SFOR- troepen zijn, inclusief Nederlandse. Deze jeugd speelde nog met poppen en gameboys, toen hier de mensen elkaar uitmoordden en verjoegen. Onwetendheid over dit land en haar geschiedenis is er overigens evenzeer bij (een deel van) de jonge militairen.
Om die reden organiseer ik ( en dat deden collega's voor mij al) maandelijks een Sarajevo- tour, waarbij ook een goed gedocumenteerde handout wordt uitgereikt, die bij elke rotatie weer geactualiseerd wordt. Voor belangstellenden organiseer ik ook regelmatig filmavonden over de oorlog in de Balkan. 'Warriors', 'Shot Through The Heart' en 'No Men's Land' zijn drie hele indrukwekkende.
Op 24 juli 2004 heb ik voor het eerst van mijn leven een halve marathon gelopen. Op Bugojno was deze als opwarmertje voor het midtermfeest georganiseerd en ik vond dat ik me daar wel aan kon wagen. Het is me prima bevallen en voor de ervaringsdeskundigen onder jullie: mijn eindtijd was 1.47. Tijdens het groot appel daarna mocht ik de winnaars hun medaille omhangen, uiteraard vergezeld van een passende toespraak. Dat gaf me de kans om even in te gaan op alle grappen dat ik als hemelpiloot natuurlijk Hulp Van Boven had gekregen. Ik heb dat niet ontkend, maar gezegd dat zelfs de allersterkste die hulp in hun leven wel eens nodig hebben, nog afgezien van alle hulp die je van de mensen naast je nodig hebt om de eindstreep te halen. Het was de kortste preek van mijn leven, maar wel voor vijfhonderd collega's tegelijk.
In de afgelopen maanden ben ik druk geweest met het opzetten en redigeren van een contactblad voor alle Nederlanders in Bosnië. We hebben het 'Sixteen' gedoopt en het wordt 'gevreten'. Het is een van de klussen die ik nu uit handen zal moeten geven en waar ik met plezier aan terug denk. Vooral aan het eigenhandig (maar anoniem) geschreven feuilleton 'Soldaat van Gummigalgen op weg voor de wereldvrede’ waarin ik allerlei gebeurtenissen en ervaringen van het base -leven op ironische wijze ter sprake kon brengen. De naam 'Van Gummigalgen' en die van zijn maat Van Epscheut dank ik aan mijn instructeur op de KMA, Piet Bakker, die ik tot mijn grote genoegen hier weer tegenkwam, toen hij als lid van het militair rugbyteam een goodwilltour door Bosnië maakte. Van Gummigalgen en Van Epscheut zijn in het collectieve geheugen van alle door Piet opgeleide ‘specialisten’ onsterfelijk!
Padre Henk


naar de top van deze pagina