|
|
FLAL wandeltocht vanuit Wijnjewoude op 26 maart 2005 |
| datum |
26 maart 2005 |
plaats |
Wijnjewoude |
| provincie |
Friesland |
gemeente |
Opsterland |
| afstanden |
25, 40 en 60 km |
naam wandeltocht |
De Strippe- wandeltocht |
| starttijd |
9.00 uur (60 km-8.00 uur) |
postcode start: |
9241 GW |
| startadres |
Café Restaurant 'De Strippe', Duerswald 23 |
| openbaar vervoer |
niet bereikbaar voor 9.00 uur met het openbaar vervoer |
Er is nog geen informatie beschikbaar over het parkoers.
Geschiedenis en omgeving
Wijnjewoude ligt tussen Bakkeveen en Hemrik nabij de oostgrens van de
gemeente Opsterland, aan de N31 (Oosterwolde - Drachten). Vanuit het dorp is
verder Ureterp eenvoudig te bereiken.
Wijnjewoude is een van de oudere boerennederzettingen in Opsterland en is
gesitueerd op de hogere zandruggen. De omgeving is parkachtig en daardoor
recreatief aantrekkelijk. Zo ligt vlak ten oosten van Wijnjewoude de Duurswouder
Heide.
Begin jaren zeventig zijn de dorpen Wijnjeterp en Duurswoude samengevoegd
tot het dorp Wijnjewoude.
Inwoners per 1-1-2000: 2059
Geschiedenis van Opsterland in vogelvlucht
De ”vuistbijl van Wijnjeterp” bewijst dat meer dan 150.000 jaar voor Chr.
al mensen in Opsterland hebben gewoond. Het duurt dan tot zo’n 15.000 jaar voor
Chr. voordat weer iets wordt vernomen van menselijke aanwezigheid. Vanaf die
tijd volgen de culturen elkaar op, waarvan allerlei stenen gereedschappen, een
enkel bronzen voorwerp en scherven aardewerk te zien zijn in het Fries Museum te
Leeuwarden.
De naam Opsterland komt men voor het eerst tegen in 1395, al is het in een
wat andere vorm dan heden ten dage, nl. Upsateraland. Up is ”op” en sater is
”zittende op”. Opsterlanders zijn dus ”opzitters”, de hoog wonende mensen op het
zand.
Ook de naam Superhaudmare komt voor in de 14e eeuw als aanduiding voor
deze streek. Vrij vertaald betekent dit boven-hoofd-stroom. Die hoofdstroom is
dan de rivier, die het hart van Opsterland vormt. Het is de rivier De Boorn,
beter bekend als het Ouddiep (It Alddjip), en ook wel Koningsdiep genoemd. Het
hedendaagse Opsterland kenmerkt zich o.a. door de fraaie bossen rond
Beetsterzwaag, Olterterp, Wijnjewoude en Bakkeveen. Maar karakteristiek voor het
Opsterland van zo’n 200 à 250 jaren geleden zijn die bossen niet.
De aanleg van deze bossen begon in de 18e eeuw en vond vooral in de 19e
eeuw plaats. Daarvoor was het landschap van Opsterland open en ruim, waarin de
dorpen als groene oasen verspreid lagen aan weerszijden van het Ouddiep.
Onafzienbare heidevelden bepaalden het beeld van die tijd met aan de noord- en
zuidkant van de gemeente de ontoegankelijke hoge venen. In de 18e eeuw werd dit
hoogveen in het groot afgegraven door de veencompagnieën. De o.a. door de afvoer
van de turf uit deze hoge venen gegraven vaarten en wijken veranderden het
landschap radicaal. In die tijd zijn ook de dorpen Gorredijk, Bakkeveen en het
tegenwoordige Frieschepalen ontstaan. Dorpen als Luxwoude, Langezwaag,
Kortezwaag, Terwispel, Lippenhuizen, Hemrik, Wijnjeterp en Duurswoude aan de
zuidzijde en (Oud)Beets, Beetsterzwaag, Olterterp, Ureterp en Siegerswoude aan
de noordzijde van de gemeente zijn van veel oudere datum.
Die oudere dorpen waren dorpen van boeren, die het vooral moesten hebben
van akkerbouw (rogge en boekweit). Wel hield men ook koeien en schapen, maar
deze werden vooral gehouden vanwege de mest.
Het hooi voor dit vee werd voornamelijk uit het onbewoonde gebied in het
westen van de gemeente gehaald langs vaste wegen (hooiwegen). Dit lage westen is
van vóór 1000-1100 ná Chr. wel bewoond geweest, maar door wateroverlast is de
bevolking uit dit gebied naar de hoger gelegen dorpen uit het oosten verhuisd.
In het begin van de 19e eeuw is men begonnen met het winnen van turf uit
deze hooilanden. Het ging hier om laagveen. De ondernemers en de vaste
arbeiders, die dit laagveen afgroeven waren voor een groot gedeelte afkomstig
uit de kop van Overijssel (de zgn. Gietersen). Zij zijn de grondleggers van de
dorpen Tijnje en Nij Beets. De familienamen Bron, Lok, Krikke, Meester,
Schokker, Dam, herinneren nog aan die Overijsselse voorouders.
Ook Luxwoude ondervond de invloed van deze immigranten. In 1749 telde dat
dorp 9 inwoners in 1815 waren het er 311, waarvan het merendeel in 1855 al weer
vertrokken was.
Door de laagveenontginning ontstonden in het westen van de gemeente
onafzienbare plassen en poelen. In de 19e en ook in de 20e eeuw zijn deze
plassen drooggemalen en zijn de drooggevallen gronden ontgonnen en daarna als
weidegronden in gebruik genomen.
De geschiedenis van de hoogveen - en zeker ook van de laagveenafgravingen
is een geschiedenis van onvoorstelbare armoede en van onmenselijk lijden.
Sociale onrust was het gevolg, met name in de laagveengebieden bij Tijnje en Nij
Beets. De naam van Domela Nieuwenhuis is onuitwisbaar gegrift in de historie van
deze beide dorpen.
Vrij van veengraverij bleven Beetsterzwaag en Duurswoude. In Beetsterzwaag
woonden echter wel de belangrijkste deelgenoten in de veencompagnieën, zoals de
families Fockens, Van Teijens, Lycklama à Nijeholt e.a. Deze namen vindt men ook
terug in de lijst van opeenvolgende grietmannen, die vanaf de 13e eeuw tot aan
1851 rechtspraken, aanvoerders waren in de strijd, naar buiten de grietenij
vertegenwoordigden, kortom de belangrijkste mannen waren in de gemeente of beter
gezegd de grietenij.
Aanvankelijk kende men twee grietmannen in Opsterland, aan elke kant van
het Ouddiep één. Als in 1550 het geslacht Fockens zijn rij van grietmannen
begint (tot aan 1692), dan is er echter maar sprake meer van één grietman.
Wel hadden zowel Beetsterzwaag als Lippenhuizen tot aan het laatst van de
18e eeuw elk een rechtskamer, waar de grietman om de andere week rechtsprak. De
naam grietman komt van greta. Dit is groeten in de zin van aanspreken in rechten
of wel eisen. De grietman woonde in Beetsterzwaag. Dit dorp is van oudsher dan
ook de plaats waar het gemeentebestuur en de gemeentesecretarie is gevestigd.
Alleen in de Franse tijd is de gemeentesecretarie in Gorredijk gevestigd
geweest.
De geschiedenis van Opsterland is er niet één van veel krijgsgeweld,
alhoewel in 1231 de Friezen en de Drenthen elkaar bij Bakkeveen te lijf gingen.
Ook plundertochten in het begin van de 16e eeuw, invallen en plunderingen in de
80-jarige oorlog, grote overlast van ingekwartierde soldaten in 1672/73, zijn
het vermelden waard, maar het waren toch schaarse schermutselingen in de lange
geschiedenis van Opsterland. Zichtbare herinneringen aan spannende tijden zijn
de schansen aan de grenzen, bij Frieschepalen, beoosten Allardsoog (de nog
bestaande Zwartendijksterschans) en bij de Breeberg zuidelijk van Duurswoude. In
1673 werd heel Gorredijk een vesting, waaraan het cultureel centrum/sporthal ”De
Skâns” in die plaats zijn naam ontleent.