Weerribben wandeltocht op 18 februari 2006, route-informatie:
De 25 km loopt van Scheerwolde naar het kanaal Steenwijk-Ossenzijl en vandaar naar Oldemarkt.
Daarna terug naar kanaal Steenwijk-Ossenzijl en door de Weerribben naar Kalenberg.
Via buurtschap Nederland wordt de finish bereikt
De 40 km loopt van Scheerwolde naar het kanaal Steenwijk-Ossenzijl
en vandaar langs voornoemd kanaal richting Steenwijk.
Via de buurtschappen Basse en Paasloo wordt Oldemarkt markt.
Daarna terug naar kanaal Steenwijk-Ossenzijl en door de Weerribben via Ossenzijl naar Kalenberg.
Via buurtschap Nederland wordt de finish bereikt
De 50 km loopt van Scheerwolde naar het kanaal Steenwijk-Ossenzijl
en vandaar langs voornoemd kanaal richting Steenwijk.
In Steenwijkerwold is een grote rust.
Via de buurtschappen Basse en Paasloo wordt Oldemarkt markt.
Daarna terug naar kanaal Steenwijk-Ossenzijl en door de Weerribben via Ossenzijl naar Kalenberg.
Via buurtschap Nederland wordt de finish bereikt
Weerribben wandeltocht op 18 februari 2006, historie omgeving:
Nationaal Park De Weerribben
De Weerribben ligt in de Kop van Overijssel, in de buurt van Steenwijk. Het is een landschap waar water en riet overheersen. Samen met het naburig natuurreservaat De Wieden vormt het het belangrijkste moerasgebied van Noordwest Europa.
Het huidige landschap van de Weerribben is ontstaan door het afgraven van veen voor de turfwinning. Sporen daarvan zijn zowel in het landschap als in de naam van het gebied terug te vinden. Ribben zijn smalle stroken land waarop de uitgestoken turf te drogen werd gelegd en de weren zijn de uitgeveende delen, ook wel petgaten genoemd. Na de verveningsperiode werd de rietteelt bepalend voor het landschap.
Verscheidenheid
De Weerribben is vanuit natuurwetenschappelijk oogpunt bijzonder waardevol, onder meer omdat er verschillende stadia in de natuurlijke ontwikkeling van open water tot moerasbos voorkomen. Hierdoor is een grote verscheidenheid aan milieutypen te vinden. We onderscheiden: open water, rietlanden, hooilanden en moerasbossen. Elk milieutype heeft een eigen vegetatie. Deze verscheidenheid biedt aan allerlei diersoorten (zoogdieren, vogels en insecten) een geschikte leefomgeving.
Water
Water is de overheersende factor in dit Nationaal Park. Alle levensgemeenschappen van planten en dieren die er voorkomen zijn in meer of mindere mate gebonden aan het water. De natuurlijke rijkdom is, zeker in deze omvang, heel bijzonder.
Het is echter ook een kwetsbaar natuurgebied. Voor veengebieden is voldoende water van goede kwaliteit met een niet te hoog voedingsstoffenniveau van wezenlijk belang. Verlaging van het grondwaterpeil in de omgeving, lucht- en waterverontreiniging hebben een negatief effect op de kwaliteit van het gebied.
Vergraven
De Weerribben is een grotendeels vergraven veengebied. Veen heeft zich na de laatste IJstijd ontwikkeld. Toen de temperatuur op aarde steeg en het ijs smolt, ontstonden grote moerasgebieden. In deze moerassen gingen water- en oeverplanten groeien.
De afgestorven delen van de planten verteerden niet volledig in het zure en zuurstofarme water. Zo ontstond een dikke laag veen.
Turfwinning
Reeds in de Middeleeuwen ontdekte men dat het uitgebaggerde en gedroogde veen als brandstof gebruikt kon worden: turf. Gedurende eeuwen is turfwinning het belangrijkste middel van bestaan geweest in deze streek. De turf werd in lange banen uitgebaggerd, waarbij steeds een smalle reep grond werd uitgespaard om de turf op te leggen. Deze repen worden legakkers of "ribben" genoemd. In de beginperiode waren deze ribben vaak zo smal, dat ze bij hevige storm werden weggeslagen. Zo ontstonden er grote plassen waarvan het naburig natuurreservaat De Wieden het resultaat is.
In De Weerribben is dit nooit zo ver gekomen. Men begon daar later met turfwinning dan in De Wieden en was inmiddels door ervaring wijs geworden. Er waren regels gesteld aan de minimumbreedte van de ribben. Grote plassen als gevolg van weggeslagen ribben zijn in dit gebied dan ook niet te vinden. Het oorspronkelijk verveningspatroon is daardoor nog duidelijk te zien, met minimaal 3 meter brede ribben en maximaal 30 meter brede petgaten ertussen. De houten 'tjaskers' waarvan twee exemplaren, nieuw gebouwd, aan de Hoogeweg in Kalenberg te zien, werden, toen de vervening heel kleinschalig begon, gebruikt voor het droogmalen van de veenputten. Dit vergemakkelijkt het werk.
Rietteelt
De turfwinning bleef tot rond 1920 van grote betekenis voor deze streek. Daarna begon het bruikbare veen op te raken. De turfwinning was daardoor niet meer rendabel. De lokale bevolking schakelde geleidelijk op rietteelt over. In en langs de ondiepe uitgeveende petgaten waren water- en oeverplanten gaan groeien. Daaruit ontwikkelden zich rietlanden.
Rietteelt werd een belangrijke bron van inkomsten. De kwaliteit van het Overijsselse riet was zo goed dat het in geheel Europa bekend was. In 1919 werd echter een gemaal gebouwd bij Blokzijl, om het waterpeil in Noordwest Overijssel onder controle te krijgen. Hierdoor werden de rietlanden minder nat, waardoor het verlandingsproces versnelde en het riet doorgroeid raakte met ruigtekruiden. Vooral de aanleg van de Noordoostpolder heeft dit effect versterkt. De rietteelt werd steeds minder belangrijk. De bewoners van het gebied zochten ander werk, bijvoorbeeld in de landbouw. Voor een aantal mensen vormt de rietteelt echter nog steeds een belangrijke bron van inkomsten.
De otter
De otter, het symbool van de Weerribben, kwam tot voor enkele jaren nog in Noordwest Overijssel en Friesland voor. Sindsdien is hij niet meer gesignaleerd.
Vroeger kwam de otter in vrij grote aantallen In Nederland voor. Door zijn kostbare pels, de schade aan fuiken en de vermeende schade die hij aan de visstand toebracht (otters zijn dol op paling), werd hij echter zo sterk bejaagd dat hij bijna geheel werd uitgeroeid. In 1942 werd de jacht op otters in het grootste deel van Nederland permanent gesloten.
Snel bergafwaarts
In de 20 jaar daarna nam het aantal weer flink toe tot ca. 300 dieren. Sindsdien ging het echter weer bergafwaarts totdat er eind jaren 80 geen enkele meer kon worden aangetroffen. De reden voor dit definitieve verdwijnen van de otter is de steeds verdere achteruitgang van zijn leefomgeving. De ideale leefomgeving van de otter heeft veel water van goede kwaliteit, voldoende dekking in de vorm van dichte vegetatie, oeverbosjes, ruigten, bos, ruim voedselaanbod (voornamelijk vis) en weinig verstoring. Voor het in stand houden van een gezonde populatie is het ook nodig dat er goede en veilige verbindingszones met andere leefgebieden van otters zijn.
De plannen om in de nabije toekomst de bestaande natuurgebieden In Noordwest-Overijssel te verbeteren en te vergroten, zijn van groot belang voor de terugkeer van de otter.
In en langs het water
Water is de meest bepalende factor voor plant en dier in De Weerribben. Als groot, waterrijk gebied is het ook van internationale betekenis als broed- en verblijfplaats voor (water)vogels. Daarom is De Weerribben aangemeld als "wetland", een internationale kwalificatie.
In de Weerribben liggen geen grote open plassen. Het water bestaat uit sloten, vaarten en petgaten. In het rustige water van de sloten en petgaten komen allerlei waterplanten voor, waaronder Waterlelie, Gele plomp, Krabbescheer, Waterviolier en Kikkerbeet.
Op het open water ziet men allerlei eendensoorten, zoals Wilde eend, Smient en Taling. Ook het Waterhoen en de Fuut zijn echte watervogels. Op het water kan men "drijftillen" aantreffen, kleine drijvende vegetaties met planten zoals Pluimzegge, Waterkers en Grote watereppe. De (elders vrij zeldzame) Zwarte stern nestelt op Krabbescheer.
Rietkragen
Langs het water groeit de Lisdodde, Pijlkruid, verschillende zeggensoorten en natuurlijk Riet. Overjarig riet raakt vermengd met andere planten (ruigtekruiden). Zulke rietkragen bieden een uitstekende verblijfplaats aan vogelsoorten die de voorkeur geven aan een verborgen leef- en broedomgeving. Het riet biedt bescherming, veel voedsel (zaden en insecten) en ligt dicht aan het water. Veel zangvogels leven hier, zoals de Rietgors, het Baardmannetje en de Rietzanger, maar ook de Roerdomp met zijn melancholieke ver hoorbare "woemp", dat nog het meest op het loeien van een koe lijkt. Zijn wetenschappelijke naam Botaurus verwijst ook naar het woord stier en de Engelsen noemen hem de "bull of the bog" (de stier van het moeras). Deze vogel leeft zeer teruggetrokken en verschuilt zich in het riet door in "paalhouding" te gaan zitten. Met zijn naar boven gestrekte snavel en zijn rietkleurig verenkleed is hij nauwelijks van zijn omgeving te onderscheiden.
De Rallen (Waterral, Kleinst waterhoen, Porseleinhoen) zijn andere, bijzondere vogelsoorten van het Nationaal Park. Zelden te zien door de verborgen leefwijze, wel 's nachts te horen met zijn doordringende gevarieerde scala van geluiden, die nu eens op het kwaken van een kikker, dan weer op het gillen van een varken in nood lijken.
In de directe omgeving van de rietkragen zijn vaak roofvogels als de Bruine en Blauwe kiekendief en de Buizerd te vinden, op jacht naar kleine zoogdieren en vogels.
Purperreiger
Een bijzondere verschijning in De Weerribben is de Purperreiger, een vogel die in West Europa alleen in ons land nog in redelijke aantallen voorkomt. Door een combinatie van factoren zoals verstoring, te veel verbossing, te weinig overjarig riet, is zijn aantal de laatste jaren echter zo achteruit gegaan, dat gevreesd moet worden dat deze bijzondere reigersoort binnen enkele jaren geheel zal verdwijnen.
De Weerribben is één van de weinige plaatsen in Nederland waar de Grote vuurvlinder nog voorkomt. De rups van deze vlinder leeft alleen van de bladeren van de Waterzuring.
Een andere opmerkelijke diersoort is de ringslang. Deze niet-giftige slang leeft langs de waterkant en is een uitstekend zwemmer. Hij voedt zich met kikkers, salamanders en zelfs vis.
Hooilanden
Doordat de wortelstokken en wortels van planten zich onder water verstrengelen, ontstaan grotere, drijvende vegetaties die tenslotte begaanbaar worden, de "kraggen".
Er groeien veel verschillende plantengemeenschappen met vaak zeldzame plantensoorten. In de vochtige en schrale graslanden komen veel bloemen voor die men elders nauwelijks meer aantreft, zoals Echte koekoeksbloem en verschillende orchideeënsoorten.
Moerasbossen en eendenkooien
Als er geen actief beheer op de verschillende landschapstypen wordt gevoerd, zou een groot deel van De Weerribben geheel verlanden en veranderen in moerasbos. Een goed voorbeeld daarvan is te vinden rond de eendenkooien. In het Nationaal Park liggen er twee. De Kloosterkooi bij Kalenberg is lange tijd ongebruikt geweest en verwaarloosd, maar onlangs gerestaureerd. Nu wordt hij uitsluitend voor natuurwetenschappelijke en educatieve doeleinden gebruikt. Daar vindt men oude elzenbossen met Els, Es, Zomereik en Grauwe wilg. Daaronder groeien Moerasvaren, Gele lis, en allerlei Zeggen- en mossoorten. Bitterzoet, Kamperfoelie en Hop slingeren zich om de boomstammen. In de kooi van Pen groeit ook het vrij zeldzame Heksenkruid.
Beheer
Het landschap van De Weerribben is door mensenhanden gevormd. De verschillende stadia in het verlandingsproces, van open water naar moerasbos, zijn vanuit natuurwetenschappelijk oogpunt zeer waardevol. Als men geen beheersmaatregelen zou nemen en de natuur haar gang zou laten gaan, zouden de trekgaten, de rietlanden en schrale hooilanden zich ontwikkelen tot één groot (moeras)bos. Dit zou wel een natuurlijke ontwikkeling zijn, maar de variatie en de natuurwaarden van het gebied als geheel zouden sterk achteruitgaan. De meeste planten en dieren zouden verdwijnen.
Daarom wil men in een deel van het gebied de landschapstypen handhaven die deze stadia vertegenwoordigen. Daarvoor is regelmatig maaien van riet- en hooilanden nodig. Ook vaarten moeten uitgebaggerd worden. De rest van De Weerribben, ongeveer een derde deel, kan zich zonder menselijke ingrepen tot een natuurlijk moerasbos ontwikkelen.
Water en waterkwaliteit
In een natuurgebied waar alles in feite om water draait, is de hoeveelheid water en de kwaliteit ervan van het hoogste belang. In 1919 werd bij Blokzijl een groot gemaal gebouwd. Hierdoor werd het mogelijk een aantal gebieden aan de zuidzijde van De Weerribben in te polderen. Het slootpeil in die polders is veel lager dan het waterpeil in De Weerribben, waardoor veel water wegzakt in de richting van die polders. Om De Weerribben nat te houden, wordt daarom Rijnwater ingelaten, maar dit water is vervuild en daarmee kunnen bepaalde ecosystemen verdwijnen.
De verdrogingseffecten in De Weerribben hebben ook invloed gehad op de rietteelt. De kwaliteit van het riet ging er door achteruit. Dit, samen met de concurrentie van buitenlands riet en ontginningen in de omgeving, die de lokale bevolking betere perspectieven bood, zorgde met name in de jaren 50 en 60 voor een sterke afname van het aantal hectare rietland. Door de stijgende prijs en de zgn. rietmaaisubsidie is er nu gelukkig weer meer belangstelling voor het rietsnijden. Rietsnijden is een absolute voorwaarde voor de instandhouding van rietland. De waterkwaliteit is de afgelopen 30 jaar sterk achteruitgegaan. Het verdwijnen van de otter en het sterk in aantal afnemen van de Purperreiger, de Bruine en de Blauwe kiekedief, de Zwarte stern en de Grote karekiet en nog een aantal andere dier- en plantensoorten zijn hiervan het gevolg.
Maar ook de verlanding door dichtgroeien van petgaten, de verdroging, het gebrek aan overjarig riet en ruigteplanten zijn van invloed op het verdwijnen van planten- en diersoorten.
Vervuiling van water betreft voornamelijk het oppervlaktewater.
Nieuwe natuur
Het Rijk en de provincie Overijssel gaan in de toekomst nieuwe natuurgebieden aanleggen, onder andere tussen het Nationaal Park De Weerribben en De Wieden. Doordat het waterpeil in de nieuwe natuurgebieden hoger is dan nu in de polders het geval is, wordt het wegzakken van water verminderd, terwijl de waterkwaliteit zal verbeteren. Dat biedt perspectieven voor allerlei bedreigde planten en dieren.
Recreatie
Een nationaal park is geschikt voor natuurvriendelijke vormen van recreatie. In en om het Nationaal Park De Weerribben zijn dit: kanoën, fietsen en wandelen. In het parkgebied zijn voorzieningen zoals kanoroutes met routebeschrijving, aanlegplaatsen en infopanelen te vinden.
Ook zijn er picknickplaatsen, natuurpaden, wandel- en fietspaden.
Het Nationaal Park is een kwetsbaar natuurgebied met veel diersoorten, vooral vogelsoorten, die snel verstoord worden.
Verstoring van dieren kan ertoe leiden dat ze op den duur definitief verdwijnen. Om dit te voorkomen bestaat er een zoneringssysteem voor bezoekers. Dit houdt onder meer in dat er delen van het gebied als rustgebieden zijn aangemerkt. Deze rustgebieden zijn niet toegankelijk: de petgaten zijn daar afgesloten voor alle vaartuigen.
Varen
Om ook in de rest van het gebied de rust zo veel mogelijk te bewaren, zijn regels gesteld aan het gebruik van motorboten. Wel zijn er, behalve roeiboten en kano's, "fluisterboten" te huur. Dit zijn bijna geruisloze, door accu's aangedreven, motorboten.
Wandelen en fietsen
Hoewel de mogelijkheden voor wandelen en fietsen in een waterrijk gebied als De Weerribben beperkter zijn dan voor varen, zijn ze wel heel aantrekkelijk. Er zijn twee rondwandelingen over een natuurpad.
Verder worden ook begeleide excursies georganiseerd, zoals vaar- en fietsexcursies, excursies naar de eendenkooi en de vogelobservatiehut Er zijn uitgebreide fietstochten te maken op de (veelal rond het parkgebied gelegen) fietspaden. Ook op die manier kunt u een goed beeld krijgen van De Weerribben.
Natuuractiviteitencentrum
In Ossenzijl staat het in 1991 volledig vernieuwde Natuuractiviteitencentrum De Weerribben. Hier vindt u een permanente expositie, een wisselexpositie en een videofilm over De Weerribben. Het Staatsbosbeheer verzorgt ook educatieve programma's voor scholen.
U wilt meer weten van De Weerribben? Neem in ieder geval een kijkje bij het Bezoekerscentrum De Weerribben
Het centrum van Steenwijkerwold kent alleen nieuwe huizen en weinig herrinnert in dit dorp aan haar rijke geschiedenis. De foto is genomen in de zomer van 2004. Van der Aa zegt over Steenwijkerwold: 'De rijzende of heuvelachtige grond geeft op vele plaatsen aan deze gemeente een schilderachtig voorkomen en van de hoogten, vooral van den Woudberg of Hiddingerberg heeft men heerlijke gezigten over de stad Steenwijk en lagere omstreken'. (1) Voor het ontstaan van de gemeente Steenwijkerland was het dorp Steenwijkerwold de hoofdplaats van een gelijknamige gemeente, waar ook de dorpen Zuidveen, Onna, IJsveen, Tuk, Oosterhoek, Molenbroek, Scheerwolde, Muggenbeet, Nederland en Willemsoord en een klein gedeelte van de Vrije Kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid toe behoorden. De gemeente besloeg in de 19e eeuw 9944 bunder en telde omstreeks 1840 in de tijd dat Van der Aa zijn aardrijkskundig woordenboek schreef 4660 inwoners.
Van der Aa schrijft over een bijzondere economische activiteit in de 19e eeuw:
'Goede verdiensten heeft men door het opdelven en kortslaan van keien of veldsteenen , welke in de omstreken bij menigte gevonden worden , en waaruit ook een vrij belangrijke tak van handel voortspruit. Meer dan 4000 lasten werden alleen in 1835 van daar vervoerd. Onder deze steenen worden eenige aangetroffen van eene verbazende grootte. Zoo werd er op de Woudberg, volgens het verslag van Gedeputeerde Staten van Overijssel , een gevonden van ruim 20.000 pond zwaarte. Voorts wordt er in den bodem, die gedeeltelijk heuvelachtig is, kryt, vuursteenen, ook wel agaat en oer aangetroffen'.
Over andere economische activiteiten in de 19e eeuw horen we bij de verslagen van de gevolgen van de watersnood van 1825. Er blijken dan veel korven met bijen te zijn.
De meer oostelijke en noordelijke delen van de gemeente, die aanvankelijk door de Steendijk tegen overstroming beveiligd werden, deelden later mee in de gevolgen van de overstroming. De meeste landen van het buitengoed de Bult, aan de Heer Van der Hoop toebehorende, en in Eesveen stonden ook onder water. In het geheel waren in deze gemeente 34 mensen, 637 runderen , 6 paarden , 240 schapen en 3 varkens omgekomen , terwijl 13 korven met bijen en 95 gebouwen weggespoeld en 217 huizen onbewoonbaar waren geworden.
De gemeente Steenwijkerland heeft een boeiend en aantrekkelijk gebied. Een gebied waar het in alle opzichten goed vertoeven is. Zo heeft de gemeente door zijn landschappelijke verschillen een aantrekkelijk woonklimaat, biedt het bedrijven een uitstekend voorzieningenniveau en zijn er zowel ’s zomers als ’s winters goede recreatieve en toeristische mogelijkheden.
Kortom, in de gemeente Steenwijkerland gaan rust, natuur en platteland samen met gezelligheid, bedrijvigheid en een stedelijk karakter.
Algemene informatie
De gemeente Steenwijkerland telt ruim 42.000 inwoners, verspreid over ruim 32.000 hectare gebied. Een grote gemeente dus, zowel wat oppervlakte (grootste Overijssel) als wat inwonertal betreft.
Cijfers inwoners gemeente Steenwijkerland
Gemeente Steenwijkerland bestaat uit 31 kernen.
U kunt hieronder het totaal aantal inwoners in Steenwijkerland downloaden per 1 januari 2005, opbouw per leeftijdsgroep, het aantal inwoners per kern en verdeling mannen en vrouwen.
Recreatie en Toerisme
Veel afwisseling, voor elk wat wils maar vooral natuur en cultuur, water en wei, bossen en hei. Gelegen in de Kop van Overijssel is de gemeente verrassend veelzijdig maar vooral mooi. Met de grotere kernen Vollenhove, Giethoorn, Blokzijl, Oldemarkt en Steenwijk heeft de nieuwe gemeente een zeer divers aanbod binnen haar gemeentegrenzen. Het lijkt net een openluchtmuseum met daarbinnen nationaal park De Weerribben en De Wieden, idyllische plekjes, bijvoorbeeld op de wateren van Giethoorn, in cultuurhistorische Zuiderzeestadjes als Blokzijl en Vollenhove, en de vestingstad van Steenwijk. Kortom een prachtig gebied om te verkennen en in te recreëren.
Sportief ontspannen
De luxe zwembaden, onder andere een subtropisch zwemparadijs in Steenwijk en een zeer kindvriendelijk openluchtzwembad tussen Steenwijk en Oldemarkt, zijn zeker een bezoek waard. Ook het in aanbouw zijnde zwembad te Vollenhove zal in de toekomst bezocht kunnen worden. Sportieve ontspanning wordt verder geboden door de sportcentra, tennisbanen, bowlingcentra en maneges. Voorstellingen worden verzorgd door onder andere de bioscoop in Steenwijk en theater De Meenthe. Daarnaast zijn er regelmatig openluchtoptredens op het Wiede, nabij Smit’s Paviljoen.
Historie
In 2005 is het 750 jaar geleden dat de stad Steenwijk haar stadsrechten verkreeg. Website ter ere van het 750-jarige bestaan van de stad Steenwijk. De rijke historie van de gemeente biedt niet alleen mooie stadsbeelden maar ook musea, landgoederen, havezaten en kerken die een bezoek meer dan waard zijn. Op diverse locaties zijn er mogelijkheden tot rondleidingen door de stadjes onder leiding van een gids. Bij de VVV Kop van Overijssel kunt u informatie krijgen over de vele mogelijkheden tot kennismaking met de culturele voorzieningen.

Weerribben wandeltocht op 18 februari 2006, nabeschouwing:
's Morgens om 09.00 uur vertrokken 519 wandelaars, met redelijk goed wandelweer ..
Van de 519 wandelaars liepen er 420 tegen administratie kosten, 14 voor een beker, 12 hadden zich ingeschreven voor een schildje, 22 voor een wandbord en 51 wandelaars namen een medaille mee naar huis.
325 personen namen deel aan de 25 km en 141 aan de 40 km en voor de 50 km schreven zich 52 personenen in.
1 wandelaar gaf, door een blessure, na 10 km op.
Weerribben wandeltocht op 18 februari 2006, verslag: