
Lege Gean wandeltocht op 18 maart 2006, route-informatie:
Iets over het ontstaan van de meren in het midden van Friesland
Friesland kent twee soorten meren. De ene soort is ontstaan door turfwinning, zeg maar afgraving van
de dikke lagen veen, die in de loop van vele eeuwen door moerasvorming waren ontstaan, de andere
soort is de meer natuurlijke. De laatste ontstond toen ongeveer bij het begin van de middeleeuwen door
de stijgende zeespiegel en hogere grondwaterstand de toch al moerassige streek van het Lage Midden
{globaal tussen Noordbergum, Sneek, Workum en Lemmer) helemaal onder water kwam te staan.
Het woelige water sloeg op verscheidene plaatsen de zachte, venige bodem weg en maakte zo diepere gaten.
Waar dat over grote oppervlaktes gebeurde ontstonden de meren. De aanduidingen ‘broek’. ‘brekke’en ‘wiel’ als achtervoegsel bij plassenamen wijzen op natuurlijk gevormde meren.Zo is een landschap ontstaan van een laag gelegen graslandgebied met meren, plassen, moerassen, kanalenen sloten. De menselijke invloed daarin is groot geweest. Veel kanaaltjes en sloten moeten al in demiddeleeuwen gegraven zijn. En tot in onze tijd is de mens bezig het water binnen de perken te houden,het kwijt te raken of het te gebruiken: om zich te verplaatsen of om er een beroep uit te oefenen.
Iets over de routes van de Lege Geaentocht
Alle afstanden vertrekken vanuit het dorpshuis Elim direct naast de kerk in het centrum van Scharnegoutum.
De tocht gaat voor een groot gedeelte over de bodem van de voormalige Middelzee. U kunt Lege Geaen
ook vertalen als het Lage Midden. Het Sneekermeer, bij de watersporters een zeer populair gebied is nog
een overblijfsel hiervan. U zult ook zien dat de tocht over veel hoger gelegen weggetjes gaat. Dat zijn meestal
restanten van inpolderingen.
Toen in het begin van de 2e eeuw een aanvang werd gemaakt met het inpolderen van de Middelzee werd aan
de noordzijde van wat nu het Sneekermeer is een dam aangelegd om het binnenstromende zeewater tegen te houden.
Dat is het punt waar de routes van alle afstanden samen komen.
Dan loopt de route verder over een voormalige waterkering richting Sneek door een prachtig
natuurgebied. De stad Sneek laten wij zoveel mogelijk links liggen.
Het laatste gedeelte gaat langs de rand van de stad en volgt de Oudvaart.
Langs deze vaart liep de route van de zo dramatisch verlopen elfsteden schaatstocht in 1963. Veel deelnemers
hielden het hier al voor gezien. Later ging de route langs de Zwette die steken we over als we weer terug zijn in Scharnegoutum.
Lege Gean wandeltocht op 18 maart 2006, historie omgeving:
Geschiedenis
Scharnegoutum is één van de oudste dorpen van Wymbritseradiel. Evenals in de meeste dorpen staat ook hier de kerk centraal in het dorp. Dat is historisch te verklaren, omdat de kerk op een terp is gebouwd. Rondom de kerk werden woningen gebouwd, waarin de bewoners zich veilig voelden voor overstromingen van de Middelzee. Tot op de dag van vandaag is de bebouwing rondom de kerk een fraai onderdeel van de dorpskern.
Langzamerhand dijde Scharnegoutum uit en de oevers van De Zwette - bij elfstedentochtschaatsers zeer bekend - nodigden uit daar royale huizen te bouwen. Hierover bestaat een boekje van de Fryske Akademy waar de bouwgeschiedenis van praktisch alle percelen langs de Zwette keurig worden verhaald. Later is Scharnegoutum meer westwaarts gegroeid in de richting van de spoorlijn.
Wonen en leven
Scharnegoutum heeft ongeveer 1706 inwoners.
Scharnegoutum heeft een agrarische oorsprong, maar door de gunstige ligging ten opzichte van Sneek hebben veel mensen ontdekt dat het er goed wonen is. Royale woonwijken met goede voorzieningen in de vorm van sportvelden, een sportzaal, tennis- en jeu de boulesbanen, zorgen daarvoor. Aan de zuidkant en naast de spoorlijn Sneek-Leeuwarden liggen nieuwe bedrijventerreinen. In de vroegere zuivelfabriek is een supermarkt gevestigd en daarnaast een bakkerij.
Scharnegoutum heeft voorts een bank, een dorpshuis, een basisschool en een bloeiend verenigingsleven. Het sportlokaal "Wardy" is in 1998 uitgebreid met een toeschouwersruimte en een kantine. De twee kerkgemeenschappen worden gevormd door de Federatieve Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk.
Regelmatig worden de inwoners van Scharnegoutum via een dorpskrant op de hoogte gehouden van het laatste nieuws in hun dorp. NoordNed verzorgt het openbaar vervoer per bus.
Bezienswaardigheden
Er staat een kunstwerk in Scharnegoutum: De nonnen fan it Nijkleaster (vertaling: De nonnen van het nieuwe klooster).
Ontwerp en uitvoering: Annet Haring, Ureterp.
Opdracht: Culturele Raad Wymbritseradiel 1996.
Plaats: Legedyk (bij brug).
Een nagedachtenis aan het vrouwenklooster dat tussen 1233 en 1580 aan de Leeuwarderstraatweg tegenover de afslag richting Sijbrandaburen-Gauw heeft gestaan. Dit klooster had, net zoals de andere kloosters in die periode, grote invloed op de ontwikkeling in deze kontrijen.
Gemeente Wymbritseradiel heeft 28 dorpskernen.
Abbega, Hommerts, Oosthem, Tjalhuizum, Blauwhuis, Idzega, Oppenhuizen, Uitwellingerga, Folsgare, Ijlst, Osingahuizen, Westhem, Gaastmeer, Indyk, Oudega, Wolsum, Gauw, Jutrijp, Sandfirden, Woudsend, Goenga, Koufurderige,
Scharnegoutum, Ypecolsga, Greonterp, Nijesyl, Smallebrugge, Heeg, Nijland en Tirns
Behalve ruimte, water, groene weiden en witte zelen heeft Wymbritseradiel een opmerkelijk cultuurhistorisch aanbod: IJlst, één van de Friese Elfsteden, in authentieke dorpjes vijf molens, een moleninfocentrum in Woudsend en een Houtbouwmuseum in Heeg waar vanaf zomer 2005 een palingaak wordt nagebouwd.
Verder zijn er tal van fiets- en kanoroutes door de gemeente. Wie geïnteresseerd is in kerkelijke historie kan het Kerkenpad volgen.
Om de concurrentiepositie van de gemeente in het Friese Merengebied te handhaven zijn er diverse projecten gerealiseerd. We noemen er een paar: passantenhavens in Heeg en Woudsend, passantenvoorzieningen in Oudega en Gaastmeer. Renovatie van de camping in Oudega in combinatie met kanovoorzieningen. Aanlegplaatsen in IJlst. En ga zo maar door.
De komende jaren wordt de recreatiesector nog aantrekkelijker gemaakt. De Gemeente Wymbritseradiel participeert volop in het Friese Merenproject dat erom draait om de Friese meren en omgeving een kwaliteitsimpuls te geven. Tot 2010 worden binnen dit project een groot aantal werkzaamheden uitgevoerd , die de kwaliteit van Friesland als vaarprovincie aanzienlijk gaan verbeteren. Daartoe worden nieuwe routes ontsloten, bestaande vaarwegen verdiept, bruggen verhoogd en zullen weg- en waterverkeer door o.a. de aanleg van nieuwe aquaducten in de Jeltesloot en Woudsend minder hinder van elkaar ondervinden. Er komen nieuwe recreatieve voorzieningen en ook de veiligheid op het water en de kwaliteit van de bestaande voorzieningen wordt verbeterd.
De gemeente Wymbritseradiel is op grond van de Wet tot gemeentelijke herindeling van Friesland van 6 juli 1983 (Stbl. 1983, nr. 325) gevormd uit de voormalige gemeenten IJlst en Wymbritseradeel en enkele gedeelten uit de oude gemeente Doniawerstal (Koufurderrige en Smallebrugge) en het dorp Greonterp, dat vóór 1 januari 1984 in de gemeente Wonseradeel lag. Deze herindelingswet is 1 januari 1984 in werking getreden.
Enkele dorpen uit de vroegere gemeente Wymbritseradeel zijn bij andere gemeenten ingedeeld. De dorpen IJsbrechtum, Loënga en Offingawier zijn bij Sneek gevoegd en Nijhuizum is overgegaan naar Nijefurd.
Omdat de vroegere gemeenten IJlst en Wymbritseradeel bestuurlijk en ambtelijk op verschillende plaatsen waren gehuisvest, was de noodzaak aanwezig om een nieuw gemeentehuis te bouwen.
Het eerste formele besluit dat de nieuwe gemeenteraad van Wymbritseradeel, op 2 januari 1984 nam, was de aanwijzing van IJlst als vestigingsplaats van het nieuwe gemeentehuis. Op 20 juni 1986 werd het gemeentehuis in gebruik genomen, terwijl op 4 september 1986 de feestelijke officiële opening plaatsvond. Van de geboden "open-huis" gelegenheid hebben zeer velen gebruik gemaakt. Behalve een verbetering in huisvesting was met de opening van het nieuwe bestuurscentrum een ca. 15 jaar durende gemeentelijke herindelingsprocedure in Friesland afgelopen. Een operatie welke heel treffend door de Friese schrijver en dichter Douwe Tamminga in de muursteen bij de ingang van het gemeentehuis is gekarakteriseerd:
"In hûs ferdield yn twadracht hâldt gjin stân, hjir fûnen twa doe't grinzen har ferleine.
In nij begjin ta tsjinst fan stêd en lân en bouden har dit hûs op hoop fan seine".
(Vertaling: Een huis verdeeld in tweedracht houdt geen stand, hier vonden twee elkaar toen de grenzen werden verlegd. Een nieuw beging ten dienste van stad en land en bouwden dit huis op hoop van zegen).
GAUW, GOëNGA EN OFFINGAWIER
"Ik had als opschrift ook kunnen nemen trije doarpen yn é Legean, want onder deze naam is de streek tussen de Houkesloot en Rauwerd nog meer bekend dan de Snitser Fiifgea, het gedeelte van Wymbritseradeel ten noorden van Sneek, waarin behalve de drie dorpen , ook Scharnegoutum en Loënga liggen.
De naam Legean behoeft eigenlijk niet verklaard te worden:
het is een verkorting van lege geaën en die naam is juist. Wie de hoogtekaart in een atlas bekijkt, ziet dat het grootste deel van de streek om de drie dorpen beneden Amsterdams peil ligt, ook al heeft men hier nog met klei en niet met veengrond te maken.
Aan de andere kant van het Snekermeer liggen de Lege Wâlden, een naam die ook al weer voor zich zelf spreekt.
Het water is hier eeuwenlang de vriend en vijand van de bevolking geweest.
Wegen waren er praktisch niet en zo had het verkeer vrijwel geheel plaats per schip of schouw.
Nog in 1858 schreef de dorpsonderwijzer van Goënga, W.van der Werf, dat elke boer en winkelman zijn eigen vaartuig had en daarmee naar het land of naar de klanten ging en eventueel naar de stad.
Maar het water was ook de vijand en het bedreigde meermalen de dorpen en de verspreide boerderijen in de Legean. Er was vroeger zelfs meer water dan tegenwoordig.
De Oude Vaart, die langs de dorpen loopt, of althans een deel ervan, zou een oude zeearm zijn geweest evenals de Moezel bij Irnsum en andere slenken.
Luchtfoto's in 1949 genomen bevestigen deze mening.
Aan deze Oude Vaart , die toen 20 maal zo breed zou zijn geweest als tegenwoordig, ontstonden de nederzettingen op terpen of met wieren in de nabijheid.
De laatste waren vluchtheuvels, die in tijd van nood dienst konden doen. De terpen zijn zoals bekend mag worden verondersteld, bewoonde hoogten geweest.
De eigenaardige loop van de Oude Vaart wijst er ook op, dat men hier niet met een gegraven vaart heeft te maken, maar met een overblijfsel van een "natuurlijk" water.
De Groene Dijk of Hemdijk liep niet vlak langs het Snekermeer. Er lagen nog vrij uitgestrekte buitenlanden tussen het meer en de waterkering. De Groene Dijk is nog voor een groot deel aanwezig en dient thans nog als polderdijk, nl. van het waterschap de Sneker Oudvaart, dat maar even 5127 ha omvat.
In 1883 is de Groene Dijk, die voor een deel (van de straatweg tot aan de weg naar Offingawier) ook als verkeersweg dienst doet, door de Provincie verbeterd en versterkt. Deze Groene Dijk liep door tot de Oudeschouw, al veranderde de naam dan ook in Herenborg en hij sloot daar aan bij de dijken aan de Boorn. Zo vormde hij een onderdeel van een heel dijkenstelsel.
In de Groene Dijk had vrijwel elk dorp zijn zijl, zodat men het Snekermeer kon bereiken en het overtollige water lozen.
De Groene Dijk is in de 12de eeuw aangelegd en diende hij om de Raarderhem te beveiligen tegen de gevolgen van de doorbraak van de zeedijken.
Zo wordt vermeld, dat in 1464 bij een hoge watervloed de Offingawierster zijl uit de dijk werd gerukt. In het gat kwam echter een afgescheurd stuk land (een drijftil ?) vast te zitten en naar het verhaal bevond zich vee op dit stuk land, waarom volgens Scheltema later op een steen bij deze zijl zou hebben gestaan: Offingawiersterzijl is yn 1464 weislein en troch barch en skiep damme.
In 1825 heeft de waterkering het begeven, toen het zeewater een groot deel van ons gewest overstroomde. De kerk van Goënga diende toen als stalling voor het vee, dat uit de ondergelopen landen naar veiliger plaatsen werd gebracht.
Het karakter van de Groene Dijk is naarmate de zeedijken zijn verbeterd, veranderd. Hij doet nu dienst als bescherming tegen "opstoud wetter út it súdlike marregebiet".
Wanneer de de dorpen precies zijn ontstaan is niet precies meer na te gaan. In de afgegraven terpen en wieren zijn weinig vondsten van betekenis te voorschijn gekomen. De monumentenlijst vermeldt alleen een gouden mantelspeld, gemaakt van een geldstuk van de Almohaden. Deze Almohaden waren een dweepzieke secte, die vanuit Marokko Spanje veroverde en waarvan het gelijknamig vorstengeslacht in de 13e eeuw regeerde. Hoe zo´n geldstuk in de Legean beland is, is wel een raadsel.
In elk geval: deze vondst dateert hoogstens uit de 13e eeuw.
Van oud-germaanse en romeinse voorwerpen is geen sprake.
In de 13e eeuw bestonden de dorpen in elk geval.
Dat blijkt uit een lijst van parochies, die bij het nieuw opgerichte dekenaat van Sneek in die tijd behoorden.
In die lijst, die tussen 1256 en 1270 is opgemaakt, komen de namen Goingum, Clegawe en Uffengwere voor.
Opmerkelijk is, dat ook de naam Goëngamieden er op voor komt, hoewel dit nooit een parochie is geweest.
De scheerbaas Joute had een eigen verklaring voor het ontstaan van Goënga en Offingawier.
In het bekende stuk "De skearwinkel fan Joutebaes", zegt hij tegen Douwe, die "it folk fan ús mem" daar had opgezocht:
Fan âlds bineamde pleatsen folgens it sizke fan beppe: Ut de trochgong fan Loijengea kaem Goijengea en fan de stank Offingawier.
Ubele zegt dan tegen Abe:"Dat jildt dy. Do bist ommers fan Offingawier".
Abe antwoordt:"Ja, hwet in skeve skearbaes seit, der jowt de lommert nin jild op". En dan gaat hij "prot" weg."
Deze gegevens komen uit: " De Historie gaat door Het Eigen Dorp/ deel VI", van A.Algra.
Iets over het ontstaan van de meren in het midden van Friesland
Friesland kent twee soorten meren. De ene soort is ontstaan door turfwinning, zeg maar afgraving van
de dikke lagen veen, die in de loop van vele eeuwen door moerasvorming waren ontstaan, de andere
soort is de meer natuurlijke. De laatste ontstond toen ongeveer bij het begin van de middeleeuwen door
de stijgende zeespiegel en hogere grondwaterstand de toch al moerassige streek van het Lage Midden
{globaal tussen Noordbergum, Sneek, Workum en Lemmer) helemaal onder water kwam te staan.
Het woelige water sloeg op verscheidene plaatsen de zachte, venige bodem weg en maakte zo diepere gaten.
Waar dat over grote oppervlaktes gebeurde ontstonden de meren. De aanduidingen ‘broek’. ‘brekke’
en ‘wiel’ als achtervoegsel bij plassenamen wijzen op natuurlijk gevormde meren.
Zo is een landschap ontstaan van een laag gelegen graslandgebied met meren, plassen, moerassen, kanalen
en sloten. De menselijke invloed daarin is groot geweest. Veel kanaaltjes en sloten moeten al in de
middeleeuwen gegraven zijn. En tot in onze tijd is de mens bezig het water binnen de perken te houden,
het kwijt te raken of het te gebruiken: om zich te verplaatsen of om er een beroep uit te oefenen.
Lege Gean wandeltocht op 18 maart 2006, nabeschouwing:
Lege Gean wandeltocht op 18 maart 2006, verslag: