Er is nog geen informatie beschikbaar over het parkoers.
Gaasterlân-Sleat; oars as oars
De gemeente Gaasterlân-Sleat telt 10.261 inwoners (per 1-1-2003) en is
ruim 21.000 ha groot. De gemeente is 1 stad en 13 dorpen rijk, te weten:
Sloten (de kleinste stad van Fryslân), Balk (het bestuurlijk centrum),
Bakhuizen, Elahuizen, Harich, Kolderwolde, Mirns, Nijemirdum, Oudega,
Oudemirdum, Rijs, Ruigahuizen, Sondel en Wijckel.
De streek Gaasterland heeft een bekende klank in ons land. De naam
Gaasterland is ontleend aan de gaasten, dit zijn hoge keileem- en
zandgronden, opgestuwd door Skandinavisch landijs zo'n 135.000 jaar geleden.
Deze gaasten liggen tussen het open polderlandschap van de Friese meren
en de grote watervlakte van het IJsselmeer en zorgen voor een sterk golvend
landschap. Staande op de hooggelegen punten heeft u schitterend uitzicht over
land en water. Kenmerkend voor onze gemeente is voorts de veelheid van bos en
water. Dit maakt de gemeente uitstekend geschikt voor de recreatie. Te meer
omdat deze combinatie van bos en water aan ons gebied een aantrekkelijk en
van de rest van Fryslân afwijkend karakter geeft.
De rijke historie van de gemeente laat zich als het ware aflezen van de
vele monumentale panden die u er kunt aantreffen. Vooral in Balk en Sloten
vindt u vele prachtige trap- en halsgevels. Het is daarom ook terecht dat de
oude kern van Balk is aangewezen als beschermd dorpsgezicht en de gehele oude
stadskern van Sloten als beschermd stadsgezicht. De vestingswallen en
bolwerken herinneren nog aan een tijd dat Sloten een bijna onneembare vesting
was. De stad ademt nog steeds een rustieke sfeer uit.
IJsselmeer, Slotermeer en Fluessen brengen op het gebied van de
watersport alles wat in dit opzicht nodig is. Accommodatie in de vorm van
campings en jachthavens is volop aanwezig.
Een verblijf
Fries: Aldemardum
Postcode: 8567
Netnummer: 0514
Aantal inwoners: 1330
Dorpshuis: 'It Klif', Hegewei 16
Oudemirdum ligt ten westen van Nijemirdum aan de IJsselmeerkust.
Voordat Nijemirdum (toen Nuwe Merden geheten) in 1399 ontstond en er dus
onderscheid gemaakt moest worden tussen het nieuwe en oude deel, heette het
dorp nog gewoon Merden. Dat betekent waarschijnlijk 'woonplaats aan zee'.
Oudemirdum is een levendig brinkdorp met veel bos, campings en
kampeerboerderijen. Het is een prima startpunt voor wandel- en
fietsroutes.Een mooie dorpsstraat is de Alde Buorren.
Aan het IJsselmeer, bij het Oudemirdumer Klif, ligt het
dagrecreatieterrein de 'Hege Gerzen' met strand, kinderbad, speeltuin en een
pas geheel nieuw aangelegd midgetgolf en goede faciliteiten voor zwemmers.
Oudemirdum heeft een prima Hotel-Restaurant 'Boschlust' en andere bedrijven
voor toeristen.Verder is er ook een recreatiemeertje 'Wyldemerk'. Het gebied
De Wyldemerk is één van de mooiste natuurgebieden in Gaasterland en dateert
uit het begin van de jaren zestig toen hier gelegen grasland werd aangewend
als zanddepot voor de aanleg van de weg tussen Balk en Koudum. Het verruwde
gebied werd nadien een bijzonder landschap.
Gaasterland dankt zijn naam aan de ijstijd. Gaasten zijn hoogtes
waarmee de glooiende heuvels worden bedoeld die tijdens de voorlaatste
ijstijd zijn ontstaan. Het ijs bracht veel keileem en enorme zwerfkeien uit
het hoge noorden mee.
't Rode Klif, Mirnser Klif en ook het Oudemirdummer Klif* waren zo'n
100 jaar geleden echt steile kliffen. Nu zijn de kliffen niet meer zo
duidelijk herkenbaar, omdat ze gedeeltelijk zijn afgegraven en begroeid met
planten.
*Het Oudemirdummer Klif is rijk aan planten. Beneden bij het water en
op het klif zijn meer dan 200 soorten gevonden. Het zout van de Zuiderzee
gaat langzaam verdwijnen en daardoor verandert de begroeiing. Er zijn nog
maar een paar zoutminnende planten te vinden zoals Engels gras en Melkkruid.
Ook nog zichtbaar is de oude kustverdediging in de vorm van restanten van de
oude houten zeewering die eens beschutting gaf tegen de golfslag. Verder ligt
onder aan het Klif nog een oude schuthaven. Via een smal pad, het Minne
Minnespaed, is het klif bereikbaar.
Regelmatig nemen toeristen er een kijkje en genieten van het fraaie
uitzicht dat vanaf het klif over het IJsselmeer wordt geboden. Bijzonderheden
zijn te lezen op een informatiepaneel. Op bankjes kunnen de bezoekers
uitkijken over de omgeving.
Gaasterland heeft een sterk golvend landschap. Op de hooggelegen punten
heeft men een schitterend uitzicht over land en water. Kenmerkend voor
Gaasterland is de veelheid aan bos en water. Er is veel mogelijkheid tot
recreatie.
Het bosgebied van Gaasterland (ongeveer 700 hectare groot) kent een
lange geschiedenis. Lang geleden begon de mens dit gebied te ontginnen. Er
ontstond heide waarop men schapen liet grazen. Door het steeds afplaggen van
de heide, ontstonden er kale plekken waar de wind vrij spel kreeg. Dit
gebeurde onder meer op de plaatsen die nu bekend zijn als Elfbergen en de
Nijemirdummer Heide*. Vanaf de 18e eeuw begon een ontwikkeling die langzaam
maar zeker het huidige landschap haar gezicht zou geven. Eikenbomen werden
aangeplant. Samen met de lanen en wegen vormen ze het stramien van de huidige
bossen.
Het boscomplex Elfbergen onder Oudemirdum heeft een gevarieerd bos.
Naast de oude eiken en beuken staan er verschillende naaldhoutsoorten zoals
larix, grove den en douglas. In het struikgewas zijn soorten te vinden als
kamperfoelie, lijsterbes, hulst en de Amerikaanse vogelkers, die zich zo
succesvol vermeerdert dat hij de naam "bospest" gekregen heeft. Het bos
huisvest talloze vogelsoorten en vele zoogdieren. Per hectare mag er slechts
één tot enkele kubieke meters gekapt worden. Herplant is niet nodig omdat er
sprake is van natuurlijke verjonging. Samen met het Roekebos beslaat dit
boscomplex 175 hectare. Een aantrekkelijk gedeelte in Elfbergen is de
omgeving van de bosvijver, bij de Kooilaan. De vijver is in de jaren 30
gegraven in het kader van de werkgelegenheidsvoorziening.
Het Rijsterbos is oorspronkelijk aangelegd in barokke stijl. In het
oude gedeelte zijn de patronen uit de barokperiode nog goed herkenbaar. Later
is men overgegaan van de strakke Franse stijl op het zwierige Engelse
landschapstijl. Het jongste gedeelte van het bos bestaat dan ook uit ronde
vormen en grillige slingerpaden. De beuken die destijds geplant zijn staan
nog steeds langs de lange, brede Mirnserlaan, het pad dat naar het IJsselmeer
loopt.
*De Nijemirdummer Heide is een bosgebied, 72 hectare groot en ligt ten
n.w. van Nijemirdum. Veel heide zal men niet meer aantreffen, het gebied is
al lang bebost. Als restant van de voormalige heidevegetatie komt o.a. de
gewone dophei nog voor. In het bos staan ook hier en daar tamme kastanjes,
die door de Romeinen in deze streken zijn gebracht. In de Middeleeuwen was
het gebied, net zoals heel Gaasterland, een wat armelijk zanderig, golvend
landschap.
In Gaasterland organiseren natuurorganisaties, elk jaar de
Gaasterlandse Natuurweek. In de herfstvakantie kunnen jong en oud door middel
van allerlei activiteiten kennis maken met de natuur. Elk jaar bezoeken
duizenden mensen de natuurweek. De activiteiten vinden plaats in en om de
werkschuur van Staatsbosbeheer aan de Houtwal in Oudemirdum.
De Bûterkamp is een boerderij in Oudemirdum met 40hectare land, waar
biologische landbouw wordt bedreven. Op de akkers krijgen kruiden de ruimte,
de hooilanden staan vol bloemen en de weilanden worden als weidevogelgebeid
beheerd. Op de boerderij kunt u heerlijk biologisch ijs kopen dat is gemaakt
van natuurlijke ingrediënten. Op de Bûterkamp mag u altijd een kijkje nemen
in de stal.
Gaasterland heeft ongeveer 65km aan fietspaden en ongeveer 20km
aangewezen ruiterpaden, er zijn ook wandelroutes uitgezet van diverse
kilometers. Dus wandelaars, fietsers en paardenliefhebbers kunnen hier hun
hart ophalen.
Oudemirdum heeft een gezellig centrum "De Brink" waar het goed toeven
is. Er zijn diverse gelegenheden waar u gezellig kunt zitten. O.a. bij Hotel-
Restaurant Boschlust en Brasserie De Brink.
's-Zomers is het er heel erg druk vanwege de toeristen.
De hele zomer door worden door de Stichting Recreatie vele evenementen
georganiseerd zowel voor de plaatselijke bevolking als voor de toeristen.
Sinds enige tijd is er ook een zandstrand aan het IJsselmeer. De Hege
Gerzen, is een dagrecreatieplaats waar men diverse sporten kan beoefenen of
gewoon lekker lui liggen bruinbakken. Gaasterland telt meer dan 11.000
hectare water, dus ook de watersporters kunnen hier terecht.
Het IJsselmeer, Slotermeer, Brandermeer en Fluessen hebben alles op het
gebied van watersport. Campings en jachthavens zijn volop aanwezig.
's-Winters kan men in Gaasterland, op de vele sloten en vaarten
schaatstochten houden. Moet het natuurlijk wel vriezen.
Gaasterland heeft een rijke historie. Balk en Sloten hebben vele
monumentale panden met prachtige trap- en halsgevels.
Kamp Gaasterland
Na de Duitse inval in België op 4 augustus 1914 stroomden honderdduizenden Belgische vluchtelingen de Nederlandse grens over om daar bescherming te vinden tegen het oorlogsgeweld. Onder hen waren ook 40.000 Belgische militairen. Ongeveer 7.000 van hen wisten aan internering te ontkomen door zich voor te doen als burgers. De overblijvende groep militairen werd, in overeenstemming met de internationale afspraken vastgelegd tijdens de 2e Vredesconferentie van Den Haag in 1907, ontwapend en voor de duur van de oorlog geïnterneerd.
Aanvankelijk werden zij ondergebracht in provisorische kampen en kazernes die leegstonden als gevolg van de mobilisatie van Nederlandse militairen die de landsgrenzen bewaakten. Eén groep Belgen werd overgebracht naar de kazerne van Alkmaar waar echter ook Duitse militairen waren ondergebracht. Dit leidde uiteraard tot problemen en er werd naarstig gezocht naar een oplossing die werd gevonden door een interneringskamp (men sprak in die tijd over interneringsdepot) in te richten in Gaasterland in de zuidwest hoek van de provincie Friesland (zie kaart).
Op 26 augustus werden de in Alkmaar ondergebrachte Belgen overgebracht naar Gaasterland. Aanvankelijk werden ze gehuisvest in een inderhaast opgericht tentenkamp. Op 8 en 9 oktober werd nog een groep Belgen overgebracht naar Kamp Gaasterland die onderdak kreeg in de steenfabriek van Rijs en verder in de school en diverse schuren in het dorp Sondel. In de dorpen Nijemirdum, Oudemirdum en Bakhuizen werd plaats gevonden bij particulieren.
De vergoeding per soldaat was f 0,60 waarvoor echter 400 gram vlees moest worden verstrekt. De vergoeding voor een overnachting was f 0,10 indien de overheid moest zorgen voor het eten. Op 23 en 24 oktober arriveerden 1.600 Belgen in Rijs; zij waren voor het merendeel afkomstig van het provisorische Kamp Loosduinen. Per spoor waren zij overgebracht naar Heerenveen om vandaar naar Gaasterland te lopen. Zeshonderd van hen gingen naar het dorp Warns.
Op 27 oktober arriveerde de laatste groep van 300 man; zij werden ingekwartierd in Balk. Tegelijk met de Belgische mannen kwamen ook veel vrouwen en kinderen op zoek naar hun vaders en echtgenoten. Ook zij kregen onderdak in Gaasterland. In het dorp Bakhuizen werden 600 personen gehuisvest, het merendeel bij particulieren. Tweehonderd van hen werden ondergebracht in de oude katholieke kerk waar men de banken uit had gesloopt. De overheid zorgde voor kribben en door middel van een gaarkeuken voor het eten; de parochie ontving een vergoeding van f 0,10 per persoon per nacht.
De grootste groep militairen werd ondergebracht Rijs. Sommigen bij particulieren maar merendeel, 1.200 man, in de oude steenfabriek van Rijs. In de ovens en turfhokken werd ruimte gemaakt voor de militairen die waren verenigd met hun gezin. De vrijgezellen woonden in de voormalige droogschuren die waren dichtgetimmerd en verbouwd tot barakken. In 1915 werden daar nog twee barakken bijgebouwd bestemd voor gezinnen; in juli 1916 woonden 307 geïnterneerden bij hun gezin.
Ook werd een kleine school, een ziekenzaaltje met 24 bedden en een kantine gebouwd. Later kwamen er hier nog vier barakken bij: twee van 75 meter en twee van 55 meter lang. Ook in het dorp Sondel waren 600 soldaten gehuisvest bij particulieren. Daarnaast waren in vrijwel alle andere dorpen in Gaasterland vluchtelingen te vinden o.a. in Harich en Balk en in Oudemirdum waar 100 soldaten waren ondergebracht in een houten schuur. Voor de Belgische officieren werd een aparte barak gebouwd; iedere officier betaalde per maand f 10,- huur. Naar schatting hebben er maximaal 3.000 personen gewoond in Kamp Gaasterland; volgens een officiële telling op 1 januari 1916 verbleven er 15 officieren en 2190 minderen in Kamp Gaasterland.
De huisvesting en hygiënische omstandigheden waren in het begin erg slecht. Tochtige barakken waren zo lek als een zeef, nat stro lag gewoon op de grond, men had veel last van ongedierte en er was groot gebrek aan kleding en ondergoed (veel soldaten beschikten slecht over de kleding die ze aanhadden). Overbevolking en verveling leidden tot vechtpartijen en drankmisbruik. Na verloop van tijd werden verbeteringen doorgevoerd.
Om de verveling te verdrijven werden kaats-, voetbal-, zwemwedstrijden en sportfeesten georganiseerd. Ook op cultureel gebied werden activiteiten opgestart: er werden muziekkorpsen, een mandolineclub en een toneelgezelschap opgericht. Vele Belgen verdreven de tijd met de vervaardiging van huisvlijt (o.a. houtsnijwerk en sieraden) dat verkocht werd aan de plaatselijke bevolking. Als vorm van bijverdienste wordt genoemd het verzamelen van eikels die voor 2 tot 3 centen per kilogram werden verkocht aan opkopers die ze weer doorverkochten aan Duitsland. Ook werden scholingsprogramma's opgezet.
Voor de kinderen van de Belgen werden scholen gesticht te Rijs en in het vrouwendorp Boschkant. In de andere dorpen volgden de kinderen het onderwijs aan de Nederlandse scholen. Voor volwassenen kwam er een werkschool te Rijs waar naast gewoon onderwijs ook vakopleidingen werden aangeboden op het gebied van loodgieten, smidswerk en meubelmaken. Na het behalen van een diploma kreeg men alle steun bij het vinden van werk.
Dit zoeken naar werk geschiedde in overleg met de Nederlandse overheid omdat het niet de bedoeling was dat Belgische geïnterneerden de Nederlanders van de arbeidsmarkt zouden verdringen. Omdat zeer veel jonge mensen waren gemobiliseerd was er een groot gebrek aan arbeidskrachten en zodoende zeer veel Belgische militairen werk vinden bijv als bosarbeider of boerenarbeider. Ook werden zij vaak groepsgewijs onder militair toezicht ingezet als z.g. interneringsgroep; meer dan 40% van alle geïnterneerden in Nederland was op deze manier aan het einde van de oorlog ingeschakeld in het arbeidsproces.
Vrouwenkamp Boschkant
Gelegen op het terrein nabij de straatweg Rijs - Oudemirdum werd het vrouwenkamp Boschkant gebouwd. Het werd eind februari 1916 in gebruik genomen. Het dorp werd gedeeltelijk aanbesteed, gedeeltelijk in eigen beheer gebouwd door geïnterneerde vaklieden. De totale bouwkosten waren f 47.558,81. Het dorp bestond uit 5 barakken elk voor 20 gezinnen, 4 privaatgebouwen, een elektrische centrale, een badinrichting met 6 douches en kuipbad met warmwatervoorziening, een naaischool, een directiekeet, een winkel, een woning voor de directeur van de naaischool, een vierklassige school en een tweetal driekamer-woningen.
Ook werd op het terrein door de Amerikaanse Quackerorganisatie The Society of Friends een aantal woningen geplaatst en een gebouw voor het personeel. Zieken werden verpleegd in het Belgische hospitaal bestaande uit twee gecombineerde woningen gebouwd in het Rijsterbosch. Toezicht en administratie werden belangeloos uitgevoerd door majoor Höfer, de toenmalige commandant van het Kamp Gaasterland. Mevrouw Höfer - geboren Baronesse van Heemstra had de directie van de naaischool op zich genomen.
Kamp Gaasterland werd bewaakt door manschappen van de 2e en 3e compagnie van het 1e Bataljon Landweer (in totaal 450 manschappen) onder leiding van kolonel jhr. E.A. Tedema van Berkhout. Zij werden oorspronkelijk ingekwartierd bij particulieren maar kregen later hun eigen onderkomens. Door de bruggen bij Sloten, Woudsend, Galamadammen, Warns en Lemmer (Tacozijl) open te zetten werd er een soort eiland gecreëerd waardoor vluchtpogingen werden bemoeilijkt. De bruggen werden permanent bewaakt. Kamp Gaasterland was door zijn grote oppervlakte moeilijk te bewaken waardoor vele Belgen in het begin kans zagen te ontsnappen. Het bewakingsregime werd verscherpt en in 1915 werd een reglement ingevoerd waarbij het o.a. een avondklok werd ingesteld en waarbij het de militairen was verboden vervoermiddelen te huren (hiertoe werden ook schaatsen gerekend). Desondanks werden nog vele vluchtpogingen ondernomen.
In september 1916 werd de vraag gesteld of opheffing van het Kamp niet tot bezuinigingen zou leiden. Dit bleek inderdaad het geval waardoor op 13 november werd besloten het Kamp als reserve-depot aan te houden en daar slechts een interneringsgroep te laten voortbestaan. Op 6 en 12 december 1916 vertrokken er 906 geïnterneerden naar Kamp Harderwijk en 642 naar Kamp Amersfoort-Zeist. De bewaking werd daarop verminderd tot 261 manschappen.
Geraadpleegde literatuur voor "Kamp Gaasterland" en "Vrouwenkamp Boschkant":
Interneringsdepot Gaasterland - Belgische vluchtelingen 1914-1918
Auteurs: H. Doeleman , H. Dijkstra en J. Oosterhof
(Uitgave MAR EN KLIP - De Brink 4 - 8567 ZN Oudemirdum)
J.Kooiman - De Nederlandsche strijdmacht en hare mobilisatie 1914
Verslag van de werkzaamheden der Centrale Commissie tot behartiging der naar Nederland
uitgeweken vluchtelingen
Na beschouwing
Om 09.00 uur precies starten 534 wandelaars, het weer was goed Op een buitje na bleef het de hele dag verder droog blijven.
333 wandelaars zijn gestart op de 25 km afstand,
201 wandelaars deden de schoenen aan voor de 35 km.
De route, uitgezet door Theo Agricola, was voor alle afstanden zeer afwisselend. Op de rusten was het gezellig druk.
405 wandelaars liepen voor administratiekosten
14 voor de beker,
10 voor het schildje,
22 voor het wandbord en
83 wandelaars voor een medaille.
Al met al toch weer een geslaagde wandeltocht.