Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL Tochten informatie van de 31e winterserie 2003-2004 van de FLAL
LEKKUM
De route en historie:
embleem van de FLAL Leeuwarden heeft een stadshart met grachten en terpen, daterend uit de middeleeuwen. Oude gevels en prachtig gerestaureerde monumenten sieren de stad. De binnenstad van Leeuwarden is nog steeds in redelijk goede historische staat. Tijdens onze wandeling `pikken' we een klein stukje van de oude binnenstad mee in de route, het is maar een fractie van wat de stad meer te bieden heeft, maar het is wel het oudste gedeelte van Leeuwarden.
Vanaf punt 10 lopen we door het stadshart van Leeuwarden en passeren achtereenvolgens een aantal oude panden, o.a. de oude kosterij van de Gro- te of Jacobijner Kerk. De kerk heeft een eenvoudige, weinig spectaculaire uitstraling. Toch zijn er mooie en bijzondere details die deze kerk het bekijken waard maken. Zoals het Oranjepoortje aan de achterkant van de kerk. Hierdoor konden de voorvaderen van onze koninklijke familie de kerk in- of uitgaan zonder zich tussen het gewone volk te hoeven mengen. Het Oranjeboompje in de top van het poortje staat symbool voor de familie Van Oranje Nassau. In de kerk bevind zich het vijfzijdig afgesloten koor, wat sinds 1588 mausoleum is van de Friese Nassau's. De oude waterpomp op het Jacobijner Kerkhof geeft het geheel een nostalgisch tintje. Op het plein bij de kerk staat ook het Joods Monument, hier concentreerde zich in vroegere jaren de Joodse gemeenschap van Leeuwarden. De stad werd in de middeleeuwen gevormd rondom drie terpen, hoge kleiachtige heuvels die niet gegrepen konden worden door het water van de Middelzee.
We gaan nu zo'n overblijfsel van een vroegere terp `beklimmen'. De Grote Kerkstraat is een omhoog lopende straat, die dwars over de terp Nijenhove loopt, als je er doorheen loopt zie je een aaneenschakeling van door de eeuwen heen scheef gezakte gevels, oude poortjes en fraaie gevelstenen. Aan de linkerhand passeren we op een gegeven moment de Beijerstraat, op dit hoogste punt van de stad staat op de hoek van deze straat een voornaam herenhuis waar in haar meisjesjaren de latere danseres en spionne Mata Hari (ware naam Margaretha Geertruida Zelle) heeft gewoond. Aan de rechterkant passeren we de Doelenstraat, in deze Straat bevond zich in vroegere jaren de levertraanfabriek van Draaisma. Veel oudere wandelaars zullen met afschuw aan levertraan terugdenken, de bekende spreuk was vroe- ger: "Neem s'avonds voor het slapen gaan een lepel Draaisma's levertraan".
Na het passeren van dit straatje komen we langs een pand met twee mooie gevelstenen met in één het opschrift "Frisia", dit pand was vroeger een grote en bekende wijnkoperij en pakhuis. Thans maakt het pand deel uit van het Princessehof, met het vermaarde keramiek museum. Het gebouw is een rijk geornamenteerd woonhuis uit het midden van de 17e eeuw. Van 1730 tot 1765 diende het als paleisje van Prinses Maria Louise van Hessel-Kassel, weduwe van Johan Willen Friso, die aan de Moerdijk verdronk. Marijke Meu, zoals zij in de volksmond werd genoemd, is de stammoeder van ons konink- lijk huis. Het museum bevat o.a. wereldberoemde collecties Chinees en Ja- pans exportporselein en een uitzonderlijke verzameling tegels.
Na ± 75 m. komen we aan op het Oldehoofster Kerkhof, met de Oldehove. Op deze plaats, één van de drie terpen waarop Leeuwarden werd gebouwd, werd in 1529 begonnen met de bouw van een toren bij de St.-Vituskerk, die minstens zo hoog moest worden als de Dom van Utrecht. Helaas had bouwmeester Jacob van Aken niet voor een goede fundering gezorgd. Men zegt dat voor de fundering koeiehuiden zijn gebruikt en weer een ander zegt dat de pet van één van de bouvakkers onder de toren ligt, wie het weet mag het zeggen. De toren verzakte al tijdens de bouw en moest twee maal worden gecorrigeerd, zodat in 1532 het werk werd gestaakt. De toren Oldehove, scheef en krom, werd slechts 40 m. hoog. De St.-Vituskerk werd in 1595 gesloopt en nimmer vervangen.
Als we richting de Vrouwenpoortsbrug lopen staat aan de linkerkant van de weg een markante winkel van Auke Rauwerda, een historische "Winkel in Verf- Borstel- en IJzerwaren". Al vele decennia gaat het gezegde door Leeuwarden: `As Auke ut niet het, vergeet ut dan maar!'. Een hele serie aaneengeschakelde panden bevat voor de leek een ontelbare en niet te bevatten inventaris waarin de medewerkers (allemaal familie) toch altijd dat weten te vinden waarnaar je al zo lang op zoek bent.
Nu verlaten we de binnenstad en vervolgen onze wandeltocht. Bij het FEC (Frieslandhal) lopen we nog langs het standbeeld van de elfstedenrijder op de schaats. De hal is wekelijks de grootste overdekte veemarkt van Europa.

Nabeschouwing.
De tocht vanuit Lekkum de 6e tocht uit de 31e winterserie starte met prachtig wandelweer. De opkomst was heel goed te noemen 299 wandelaars hadden zich 's morgen ingeschreven waarvan 178 voor de 25 km en 121 voor de 35 km.
Er wandelen 223 voor de adm. 16 voor de beker, 11 voor het schildje, 21 voor het wandbord en 28 voor een medaille.
Van de 299 wandelaars waren er 221 lid van de FLAL
naar de top van deze pagina