Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Gees op 20 november 2004


datum 20 november 2004 plaats Gees
provincie Drenthe gemeente Coevorden
afstanden 25 en 40km naam wandeltocht Boermarke- wandeltoch
starttijd 9.00 uur postcode start: 7863 PB
startadres Restaurant De Zwerfkei, Dorpsstraat 59
openbaar vervoer busstation NS Hoogeveen Arriva bus 27 (V 8.00)
route historie omgeving nabeschouwing verslag
naar de top van deze pagina















Er is nog geen informatie beschikbaar over het parkoers.
naar de top van deze pagina





























naar de top van deze pagina
het ontstaan van boermarken
We kunnen ver in de geschiedenis terug gaan, want het ontstaan van boermarken (vaak ook marke genoemd) kan in feite worden gezocht in de tijd toen de Germanen zich op vaste plaatsen vestigden. De overgang van het nomadenvolk naar een volk dat akkerbouw bedreef.
Het door een stam in bezit genomen gebied door alle leden van de stam gemeenschappelijk te laten gebruiken, is eigenlijk de oervorm van een marke. Marke betekende oorspronkelijk "grens". De markegronden vormden een begrensd gebied dat bij een nederzetting/dorp behoorde. Zo'n gebied werd eveneens met de naam Marke aangeduid. Duidelijk vorm en organisatie kregen de marken in de 13de eeuw.
De bevolkingstoename bracht het gevaar mee, dat de uitgestrekte velden, bossen en venen rond de dorpen niet meer in voldoende mate beschikbaar zouden blijven voor iedereen. Daarom zijn toen door samenwerking van de boeren in de dorpen eigenlijk spontaan markenorganisaties ontstaan. In onderling overleg tussen boeren uit verschillende dorpen werden markegrenzen vastgesteld en er werden regels opgesteld voor het gebruik van het gemeenschappelijk gebied.
De erven bij de boerderijen en de bouwlanden bij de dorpen (de essen) bleven particulier bezit. Marken kwamen niet alleen voor in Drenthe, maar ook bijvoorbeeld in Groningen, Friesland, Overijssel en Gelderland en zelfs in Utrecht en Brabant. En wat het buitenland betreft in West-Duitsland, Denemarken en Zwitserland.
In de verschillende gebieden kende men verschillende typen van marken. In Drenthe kennen we vanouds de zogenaamde vrije marken. Dat wil zeggen, dat hier geen sprake was van één grootgrondbezitter zoals in Brabant bijvoorbeeld een edelman (Heer) of een Klooster - maar van eigenaren die ongeveer of helemaal gelijke rechten hadden, de markegenoten. Dat waren oorspronkelijk de vrije, eigenerfde boeren; boeren die een eigen erf hadden (een boerderij met omliggend terrein) en een stuk grond op de es. De meiers (pachtboeren) en de keuters (kleine boeren, vaak tevens landarbeider) behoorden niet tot de markegenoten.
Iedere eigenerfde boer had een aandeel in de marke. Zo'n aandeel wordt/werd waardeel genoemd. Aan de hand van de hoeveelheid waardelen die men had werd onder meer bepaald hoeveel plaggen men mocht steken, hout men mocht kappen, vee men mocht laten weiden op de gemeenschappelijke weiden en schapen op de heide en hoeveel telgen (jonge bomen, meestal eiken) men moest planten. Vertrok een eigenerfde boer van zijn boerderij, dan liet hij zijn rechten als markegenoot achter, die rechten deed men dus mee over. In de loop van de eeuwen is dit stelsel van aan de grond gebonden waardelen verwaterd. Ze zijn nu zelfs verhandelbaar.
In het Landrecht van 1412 bleven de Drenten het recht behouden om markezaken te behandelen en om bepalingen, verordeningen, te maken over de omheining van de essen en over andere zaken de landbouw, de veeteelt en de bosbouw betreffende. Die verordeningen werden "willekeuren" genoemd. Een recht dat de eigenerfde boeren ook hadden was het jachtrecht. Dit had dus ook het waardeelbezit als grondslag.
De door de markegenoten gekozen volmachten vormden in feite het dagelijks bestuur van een marke. Zij traden namens de gemeenschap op, zorgden voor uitvoering van besluiten en hadden het recht van executie. Op de begroting van een marke kwamen als inkomstenposten onder meer voor de opbrengsten van de jaarlijkse houtverkoop en de verhuur van het jachtveld. De uitgaven bestonden in hoofdzaak uit de kosten van onderhoud van zandwegen en afwateringen. De markerorganisatie voorzag in alle behoeften van een Drents dorp. Verdere bestuursorganen waren niet nodig.
Door vervening, verhuizing en verkoop kwamen waardelen op een gegeven moment in handen van niet-ingezetenen. Dit werd als zeer ongewenst ervaren. Maatregelen om dit euvel te bestrijden hadden niet altijd succes, omdat bepaalde vooraanstaande families zich er niet aan stoorden. Door ingewijden worden de begrippen "marke" en "boerschap" nog wel eens door elkaar gehaald, maar ze zijn duidelijk verschillend. Tot de marke behoorden alleen de eigenerfde boeren, maar tot de boerschap alle ingezetenen van een nederzetting. De markervergadering behandelde alleen de zaken die de gemeenschappelijke marke betroffen, de boervergadering vertegenwoordigde het dorpsbelang in de ruimste zin van het woord.
Na de inlijving bij Frankrijk bleek er van de publiekrechtelijke taak van de marken, het maken van verordeningen (willekeuren) niet veel meer over. Dit soort zaken ging over naar de gemeenten. Zo rond de jaren 1830/1840 kwamen de markescheidingen op gang.
Markescheiding hield in, dat gedeelten van de gemeenschappelijke gebieden op basis van het waardelenbezit in particulier bezit kwamen. Dat werd uit economisch oogpunt kennelijk beter gevonden.
Uit die tijd stamt ook het gezegde "Maandegoed, schaandegoed". Voor de gevallen waarin niet tot markescheiding kon worden gekomen kwam een speciale regeling tot stand in de Markenwet van 1896. Voor Drenthe was deze wet van weinig praktisch belang, omdat een groot deel van de Drentse marken toen al was verdeeld.
Naarmate de bestuursorganen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen meer taken tot zich trokken verloren regelingen en werkzaamheden in markeverband meer en meer hun betekenis.

De geschiedenis van Oosterhesselen
Het grondgebied van Oosterhesselen bestaat uit een zand- en een veengedeelte. Het zandgebied omvat de dorpen Oosterhesselen, Gees en Zwinderen en het veengebied Geesbrug en Nieuwlande.
Ruim honderd jaar geleden was alleen het zandgebied van de gemeente bewoond. Het veengebied was 'woest en ledig'. Naast het veen waren er onafzienbare heidevelden. De drie dorpen in het zandgebied hebben een zeer lange geschiedenis, die aansluit bij die van de omliggende zeer oude dorpen Wachtum, Dalen, Sleen en Zweeloo.
Voorhistorische vondsten in Gees en in Oosterhesselen getuigen ervan, dat reeds voor onze jaartelling gedeelten van het zandgebied - zij het op primitieve wijze - in cultuur zijn gebracht. Het eerste geschreven document, dat Oosterhesselen en Gees vermeldt, dateert van 1208.
Zwinderen wordt in 1217 voor het eerst in een document genoemd. Ook de havezathe 'De Klencke' is van zeer oude datum, hoewel het tegenwoordige gebouw pas uit de achttiende eeuw dateert.
Reeds in 1219 wordt de havezathe echter bewoond door Hermanus Clincke. De kerk van Oosterhesselen dateert in oorsprong van de veertiende eeuw. De kerk en de rechtstreeks uit de Middeleeuwen overgebleven monumentale toren zijn thans gescheiden. Oorspronkelijk moeten zij verbonden zijn geweest.
De dorpen in het veengebied zijn - zoals boven vermeld - van veel jongere datum. Tussen 1850 en 1860 werd de Hoogeveensche Vaart in de richting van Emmen doorgetrokken. Hiermee was de vervening begonnen. Tal van zijkanalen en wegen zijn gegraven. Aan deze wijken en kanalen vestigden zich veenarbeiders en kleine landbouwers. Uit deze vestigingen onstond van west naar oost een aantal verwante nederzettingen.

Gees..... het dorp.
Halverwege Hoogeveen en Emmen, aan de weg Zwinderen-Oosterhesselen, ligt Gees, Het is een typisch Drents zanddorp te midden van fraai natuurgebied, al is een groot deel van het oorspronkelijke areaal aan woeste grond in de loop van deze eeuw ontgonnen. Vanaf de jaren twintig to na de Tweede Wereldoorlog werden in het kader van de werkverschaffing honderden ha heide in bos en bouwland omgezet.

In de oude kern van Gees, tussen Dorpsstraat en Oude Steeg, is het oorspronkelijke karakter in de bebouwing nog goed bewaard gebleven. Vrijwel alle boerderijen die hier staan stonden er begin vorige eeuw ook al, zij het dan in een andere vorm.
De daken waren van riet en heideplaggen, er was meer hout in verwerkt en de muren waren van 'waand': vakwerk, opgevuld met gevlochten takken en afgedekt met riet en leem. Alle bouwmaterialen haalde men uit de directe omgeving: leem uit de 'liemkoelen', riet van de waterkant en hout uit het 'holt' - het bij het dorp behorende bos - of de erfbeplanting. Nog in 1795 was het huis 'De Klencke' , in Oosterhesselen, het enige stenen huis in de verre omtrek.

Door de uitgestrekte heidevelden in de buurt was de schapenhouderij een belangrijke bron van inkomsten: omstreeks 1865 telde Gees drie schaapskudden, met in totaal zo'n 3000 schapen. 's Morgens zwaaiden de deuren van de schaapskooien open en trokken de herders met hun kudden naar de heide. Tegen donker kwam het wolvee weer terug, om 's nachts in de schaapskooi te zorgen voor de onontbeerlijke mest voor de akkers op de es. De heide leverde nog een belangrijk produkt, namelijk honing. De hele gemeente Oosterhesselen, telde in 1866 zo'n 1200 bijenkorven.

De oorspronkelijke structuur van Gees is nog duidelijk te herkennen. Het dorp heeft zich gevormd op een zandrug, tussen de in het beekdal van de Geeserstroom aanwezige groenlanden en de hogere esgronden. Kenmerkend is de enigszins ordeloos aandoende ligging van de boerderijen, die door wegen met elkaar en de esgronden zijn verbonden. De boerderijen staan meestal met de achterbaanders (grote bedrijfsdeuren) naar de weg gekeerd en hier en daar bestaat de erfverharding nog uit veldkeien. Aan de veldkant van de Dorpsstraat zijn de houtwallen zo veel mogelijk weer in ere hersteld, wat voor de natuur een aanzienlijke verrijking betekent.

Niet alleen het dorp is de moeite van een wandeling waard, maar zeker ook de omgeving. Hier liggen het natuurreservaat De Hooge Stoep en het Mekelermeer. Op de heidevelden, in de bossen en op de glooiende essen heerst een weldadige rust. Er zijn wandelroutes uitgezet en er zijn ook recreatie-mogelijkheden voor kinderen geschapen.
den voor kinderen geschapen.

Welkom in de boswachterij Gees.

Het gebied waarin de boswachterij ligt, maakte tot het jaar 1920 deel uit van een uitgestrekte heidevlakte. In dat jaar kocht de overheid een groot gedeelte van het Geeser- en Mepperveld aan, liet het diepspitten en met bosplantsoen beplanten. Een gedeelte van de heide is in de oorspronkelijke staat gebleven. Het is de Hoge Stoep, gelegen aan de zuidelijke rand van de boswachterij.
In de bodem van nagenoeg de hele boswachterij bevindt zich op een diepte 0,5 - 2 mtr. onder het maaiveld een keileemlaag. Hierop blijft vooral in de natte winterperiode het regenwater staan.
De vennetjes beslaan dan een groter oppervlak dan in de zomertijd. Dit is vooral goed te zien langs de rode route bij het Mekelermeer en ook bij het ven aan de witte route bij bosvak 39.
Naast loofboomsoorten als berk, eik, beuk acacia en tamme kastanje groeien hier ook veel naaldbomen.
Vooral lariks, fijn spar en douglas vormen hiervan het hoofdbestand.
De dierenwereld is rijk aan soorten. Vogels als: vlaamse gaai, buizerd en reptielen als hagedis en adder; zoogdieren als: egel, eekhoorn, konijn, haas, ree en vos kan men hier aantreffen.

OOSTERHESSELEN "NATUURLIJK"
Noot: Lees voor Oosterhesselen, de vml. gemeente Oosterhesselen, nu praten wij meer over het 'klenckeland' gebied, rondom De Klencke

Een "natuurlijke" gemeente in Zuid-Oost Drenthe, waartoe naast het dorp Oosterhesselen (hoofdplaats) ook Gees, Geesbrug, Zwinderen en Nieuwlande behoren. Op vakantie gaan in Oosterhesselen betekent het doen van een bewuste keus. Pretparken, grote objekten voor dagrekreatie en drukte zijn er niet. Natuur- en dorpsschoon, rust en ruimte zijn de artikelen die Oosterhesselen biedt. Het landschap is aantrekkkelijk en gevarieerd.

In het Zuidwesten van de gemeente heeft het bijvoorbeeld een open karakter ten gevolge van de verveningen die in het begin van deze eeuw plaatsvonden. Lange rechte kanalen en kleine vervenershuizen herinneren aan deze tijd. Het andere deel van de gemeente wordt aangeduid als zandgebied.
Zware eiken en beuken beheersen het landschap. Zij vormen samen met de glooiende es en de nog talrijke zandwegen een harmonisch geheel met de saksische boerderijen, die in merendeel met rieten daken zijn uitgerust. Hier vinden we tevens de staatsbossen en het natuurreservaat de Hooge Stoep te Gees, tezamen een grote oppervlakte heide, bos en vennen vormend, waar uitgebreid kan worden gewandeld en gefietst. Oostelijk van het dorp Oosterhesselen vinden we het Klenkerbos met aan de rand de Klencke, een havezathe daterend uit de 15e eeuw.
Al met al een landschap, dat nog natuurlijk is en in alle jaargetijden een bezoek rechtvaardigt.

BEZIG ZIJN MET .....
U hoeft zich niet te vervelen bij een bezoek aan de gemeente Oosterhesselen.
U kunt:
* zwemmen in het openluchtbad te Zwinderen
* wandelen langs de vele bos- en heidepaden, of door het fraaie landbouwgebied
* fietsen over de mooi gelegen en goed onderhouden fietspaden
* vissen in de vaarten en sloten
* varen in de Verlengde Hoogeveense Vaart
* tennissen op de banen te Oosterhesselen en Nieuwlande en in de tennishal te Oosterhesselen
* autorijden zomaar kriskras door het landschap of langs de "Middenveldroute".

Maar bovenal kunt u genieten van de rust en de ruimte want de gemeente Oosterhesselen kent geen massarekreatie.

DORPEN
Vijf dorpen maken in de gemeente Oosterhesselen het geheel kompleet. Oosterhesselen, Gees en Zwinderen vallen op door een schat aan goed onderhouden boerderijen met rieten daken.Gees is een mooi authentiek oud-Drents dorp, waarvan een gedeelte als beschermd dorpsgezicht is aangewezen.
Gelegen tegen de staatsbossen is Gees tevens het kerndorp voor de rekreatie met diverse verblijfsmogelijkheden.
Geesbrug en Nieuwlande zijn veendorpen met hun eigen aantrekkelijke kanten. In de dorpen vindt u de nodige voorzieningen die een verblijf ter plaatse zowel voor de inwoners als voor de bezoekers aantrekkelijk maken. De dorpen zullen u graag en gastvrij ontvangen.


naar de top van deze pagina





























Om 09.00 uur precies starten 300 wandelaars, het weer was redelijk. Op een paar stevige winterse buien na bleef het de hele dag verder droog blijven. 182 wandelaars zijn gestart op de 25 km afstand, 117 wandelaars deden de schoenen aan voor de 40 km. Een wandelaar zag zich genoodzaakt om na 10 km op te geven
De route, uitgezet door Inneke Cleveringa, was voor alle afstanden zeer afwisselend. Op de rusten was het gezellig druk
235 wandelaars liepen voor administratiekosten.
13 voor de beker,
9 voor het schildje,
24 voor het wandbord en
19 wandelaars voor een medaille.
Al met al toch weer een geslaagde wandeltocht.
naar de top van deze pagina