Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Zwaagwesteinde op 2 december 2006


datum 2 december 2006 plaats Zwaagwesteinde
provincie Friesland gemeente Dantumadeel
afstanden 25 en 35 km naam wandeltocht De Keapmantsje wandeltocht
starttijd 9.00 uur postcode start: 9271 CL
startadres Zalencentrum Old Dutch, Noorder Stationstr 52, Zwaagwesteinde.
openbaar vervoer 2 minuten lopen vanaf NS Zwaagwesteinde
route info over de omgeving nabeschouwing verslag foto-reportage

naar de top van deze pagina















naar de top van deze pagina
De Keapmantsje wandeltocht op 2 december 2006, route-informatie:



naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina

De Keapmantsje wandeltocht op 2 december 2006, info over de omgeving:

Historie
De gemeente Dantumadeel, gelegen in Noordoost Friesland, heeft een oppervlakte van ruim 8.700 hectare. Het ligt direct ten noorden van de rijksweg Leeuwarden - Groningen en ten zuiden van de stad Dokkum. Grensgemeenten zijn Dongeradeel, Ferwerderadiel, Tytsjerksteradiel en Kollumerland c.a.
Het grondgebied van de gemeente is door de jaren heen enkele malen aan veranderd. Zo bestond het gebied dat bekend staat als de grietenij Dantumadeel aanvankelijk ook nog uit Oosterbroeksterland, rond werd dit de zelfstandige gemeente Kollumerland c.a. Daarnaast hebben er in 1925 en 1965 twee annexaties plaatsgevonden door de toenmalige gemeente Dokkum. Met het verkrijgen van dit grondgebied kon Dokkum haar vleugels tot buiten de stadswallen uitslaan. In 1984 heeft er nog een gemeentelijke herindeling plaatsgevonden waarbij Dantumadeel de dorpen Burdaard en Jannum kwijtraakte aan buurgemeente Ferwerderadiel.

Grondgebruik
De gemeente ligt op het overgangsgebied tussen de zandgronden van de Friese Wouden en het kleigebied van Oostergo met daar tussen een zône natte veengronden. Wat bodemtypen en landschapsbeeld betreft is het gebied in te delen in drie soorten: het zandgebied van de 'noordelijke wouden', het veengebied op een ondergrond van zand met een open half waterrijk landschap en het zeekleigebied in het noorden, dat gekenmerkt wordt door een grote openheid.
Momenteel is grasland de dominante vorm van bodemgebruik. Dat was vroeger ook in de lager gelegen delen, de veen- en kleigronden het geval. Op de hoger gelegen zandgronden overheerste de akkerbouw. Het veengebied werd zeer extensief gebruikt. Tot diep in het voorjaar bleef het nat, zodat die percelen uitsluitend als hooiland konden worden gebruikt. Pas begin vorige eeuw is de waterhuishouding door talrijke kleine waterschappen verbeterd. Het moerasachtige Buitenveld werd als werkverschaffingsproject omgevormd tot landbouwgrond. De rond die tijd gebouwde boerderijen hebben het gebied verder in cultuur gebracht. Momenteel worden gedeelten van dit gebied weer tot moeras gemaakt waar de natuur haar gang kan gaan..

Bewoningsgeschiedenis
De oudste sporen van menselijke aanwezigheid dateren uit de laatste ijstijd, het laat Paleolithicum dat wordt gedateerd als ouder dan 8000 jaar voor Chr. Men leidt dit af uit vuursteenvondsten op de hogere delen van dit gebied. Het is onduidelijk of de mensen die hiermee annex waren rondtrekkende jagers waren of dat hier mensen echt hebben gewoond. Na de Midden Steentijd werd het gebied natter en daardoor minder geschikt voor bewoning. Deze situatie veranderde toen de zee haar invloed uitbreidde tot het noorden van dit gebied. De zee drong door middel van kreken het veengebied binnen en had een drainerende invloed. Sporen van bewoning tonen dat kolonisten zich vestigden op de vruchtbare afzettingenen op de hogere delen van waddenlandschap.

Dorpen in Dantumadeel
Dantumadeel heeft een oppervlakte van ruim 8700 hectare en ligt iets ten noorden van de rijksweg Leeuwarden-Groningen en ten zuiden van de stad Dokkum. De gemeente telt 19.762 inwoners (1 januari 2004).
Dantumadeel is een plattelandsgemeente met drie grotere dorpen: Damwoude (5.800 inw.), Veenwouden (3.800 inw.), en Zwaagwesteinde (5.100 inw.)
Er zijn zeven kleinere dorpen en buurtschappen: Broeksterwoude (1276 inw.), De Valom (268 inw.), Driesum 938 inw.), Rinsumageest (1188 inw.), Roodkerk (209 inw.), Sijbrandahuis (56 inw.) en Wouterswoude (1102 inw.). Veenwoudsterwal hoort voor een deel bij Dantumadeel en voor een deel bij Tytsjerksteradiel.

Recreatie
De gemeente Dantumadeel is rijk aan natuurschoon en biedt meerdere mogelijkheden voor recreatie. De gemeente kent een grote verscheidenheid in het landschap en een rijke cultuurhistorie.
De gemeente kent een aantal natuurgebieden zoals "De Houtwiel", "Sippenfennen" en het "Ottema Wiersmareservaat". Deze gebieden zijn over het algemeen toegankelijk voor natuurliefhebbers. Met de kano en fluisterboten kan men onder andere vanuit Veenwoudsterwal genieten van het naastgelegen natuurgebied. Wanneer men wandelt of fietst over de "Goddeloze Singel" komt men langs het natuurgebied "De Houtwiel".
Ook langs de kant van het water zijn er voldoende mogelijkheden om een hengel in het water te werpen. Er is uniek viswater (in "het Buitenveld" en langs "de Zwemmer"). Bij het recreatieterrein in Zwaagwesteinde is een vissteiger voor mindervaliden en nabij de "Pottenbakkersbrug" en het "Eeltjemeer" zullen openbare trailerhellingen worden gerealiseerd. Voor de toervaarders zijn in de gemeente aanlegplaatsen van "de Marrekrite" en havens.
In de hele gemeente zijn mogelijkheden om te overnachten op één van de vele (mini)campings, Bed en Brochjes of in één van de twee hotels. In Damwoude fungeert "Plantenhove" als locatie voor conferenties.
Op het gebied van dagrecreatie is er "Rinsma Pôle" bij Driesum, "het Eeltjemeer" bij Rinsumageest met mogelijkheden om te zwemmen. Een terrein bij Zwaagwesteinde is in ontwikkeling. Daarnaast zijn er mogelijkheden om kano’s te huren, te fierljeppen en is er een overdekte speeltuin bij Zwaagwesteinde voor een actievere dagbesteding. Wandelen en fietsen is mogelijk langs verschillende routes en historische bezienswaardigheden. Op het gebied van religie kent Dantumadeel een rijke historie. Het middeleeuwse kerkje Kloosterkapel bij Sijbrandahuis is waarschijnlijk gesticht als uithof van het vroeger klooster "Claercamp" bij Rinsumageest. Ditzelfde klooster had ook een relatie met de verdedigingstoren De Schierstins in Veenwouden. "De Schierstins" is de enige overgebleven stenen verdedigingstoren in Fryslân. De kloosterkapel en "De Schierstins" worden tegenwoordig regelmatig gebruikt voor culturele activiteiten.
In Damwoude staan twee Nederlands Hervormde kerken, die vlak voor of omstreeks 1200 gebouwd zijn. Het kerkgebouw aan de Doniaweg kent een bijzonder orgel uit 1777 van de bekende Duitse orgelbouwer A.A. Hinsz. In Driesum staat de enig overgebleven state (“Rinsma State”). Het fraaie gebouw staat in een park met een hertenkamp. In Rinsumageest is de Nederlands Hervormde Kerk (11e eeuw) een bezoekje waard. Eén van de bezienswaardigheden in dit gebouw is de crypt.

Stinsen
Nederland telt nog een aantal prachtige burchten, kastelen en landgoederen. Maar hun voorlopers - in Friesland de stinsen - zijn bijna allemaal verdwenen of ingekapseld door andere bouwwerken. Op enkele na dan, zoals de rond 1300 gebouwde Schierstins in Veenwouden.
Een stins is een woontoren van dikke bakstenen, waar voorname families een toevlucht zochten in tijden van gevaar. De stenen toren viel duidelijk op tussen de eenvoudige huizen van hout, leem, riet en plaggen. Het woord stins is dan ook een samentrekking van 'steenhuis'.

Klooster
Het oudst bekende document over de Schierstins is een stuk vergeeld perkament uit het jaar 1439. Daarin wordt over het 'Schira Monnika huse' geschreven. Later gebruikt men het woord Schierstins. De stins is vernoemd naar de monniken van het klooster Claercamp bij Rinsumageest, die schiere (=grijze) pijen droegen. Onder leiding van dit klooster hebben monniken en leken turf gestoken in de wijde omgeving van Veenwouden.

Uitbreiding
In de tweede helft van de 16e eeuw moet de katholieke kerk wijken voor die van de protestanten. De Schierstins komt in bezit van particulieren. Zo hebben een jonkheer, een hoge officier en een oud-burgemeester van Leeuwarden in het middeleeuws pand gewoond. In 1814 omvat het gebouw twee aanbouwen tegen de toren, een zomerhuis, paardenstalling, boomgaard en park. De Schierstins is een waar landgoed geworden.

Openbaar gebouw
Aan het eind van de negentiende eeuw is de met klimop overwoekerde toren zo bouwvallig, dat sloop de enige uitweg lijkt. Dankzij het Fries Genootschap wordt het unieke bouwwerk in 1906 gerestaureerd. Tot omstreeks 1960 doet het gebouw dienst als postkantoor. In het begin van de jaren zestig volgt een tweede restauratie; de gemeente Dantumadeel is intussen eigenaar geworden. De Schierstins krijgt dan een publieke functie: eerst als museum met raads- en trouwzaal en later als cultureel centrum voor kunst- en historische exposities, lezingen en symposia. In 1999 wordt de bovenverdieping verbouwd en toegankelijk gemaakt om onderdak te bieden aan een permanente expositie. Kort na die tijd doopt een dochter van de in Veenwouden geboren schrijver dr. Theun de Vries de bestuurskamer in een naar hem genoemde 'keamer'. In dit vertrek wordt aandacht aan zijn werk besteed.

Kloosterkapel - Sijbrandahuis
Het Kerkje dateert uit de dertiende eeuw en was waarschijnlijk een uithof van het klooster Claercamp bij Rinsumageest. Na de restauratie in 1977 is het nog een aantal jaren in gebruik geweest als kerkgebouw van de Hervormde gemeente van Rinsumageest/Sijbrandahuis. Tegenwoordig is het kerkje eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken en is wijd en zijd bekend onder de naam Kloosterkapel Sijbrandahuis. De plaatselijke commissie is al tien jaar actief met de organisatie van muziekconcerten van klassiek tot rock en heeft de afgelopen jaren vele prominente Friese artiesten op het podium gehad.





Het is toch altijd leuk om te weten hoe men aan de naam van een wandeltocht is gekomen. De naam keapmantsje kwam ik alleen tegen in een Friese tekst. Maar met het volgende verhaal zou mogen blijken dat keapmantsje wat te maken heeft met een geluksteen. Onder dit verhaal staat ook een verhaal in het Fries met de tekst keapmantsje.
bron: Wereld VolksverhalenAlmanak (www.beleven.org/verhalen/)

De geluksteen
Rens de Vette op basis van het sprookje "de soepsteen"
GELUK KUN JE SAMEN VINDEN - DE GELUKSTEEN
Lang geleden in een land hier ver vandaan, maar misschien ook gisteren in een stad hier heel dichtbij, liep er een mens over een lange brede weg.
De man was soldaat geweest in het leger van de koning, of misschien was het de sultan. De oorlog was voorbij, de vrede was getekend, en iedereen zou weer aan het dagelijkse leven kunnen beginnen.
De man was op weg naar huis. Maar het zou een lange reis zijn, en het voerde hem langs plekken waar hij nog nooit was geweest. Hij moest door onherbergzame streken, grote zandvlaktes, en door vreemde steden. Langs de plek waar de man nu liep zag hij langzaam steeds meer tekenen van bewoning. Hij zag wat huizen, stukjes grond, en hij zag ook wat mensen. Er was wel iets vreemds aan de hand, want elke keer als er een groepje huizen was, was er een stuk rots of zand. En dan weer een groepje huizen met stukken land. En dan weer, zo ging dat een heel stuk langs de weg voort. Er liepen alleen paadjes van de weg naar de groepjes huizen, en niet tussen de andere stukken land.
De man kwam steeds dichter bij een stad, dat merkte hij wel, want de groepjes huizen en land lagen steeds dichter bij elkaar, en het werden er steeds meer.
Ook waren er mensen op de weg. Maar de mensen liepen nooit alleen, altijd in met meer tegelijk. Als hij langs een groepje mensen kwam, wilde hij altijd wel een vriendelijke groet geven, maar die werd nooit beantwoord. En als de groepjes mensen elkaar passeerden, zag hij dat ze elkaar niet groetten. En ook de mensen die op het land werkten groetten niet. Hoe meer hij om zich heen keek, hoe vreemder het hem scheen. Want op het eerste oog leken het allemaal gewone mensen, maar hij zag de mensen van een groepje heel erg op elkaar leken, Ze droegen precies de zelfde kleren, ze hadden hetzelfde haar. En zo was het ook met de huizen, de huizen van een groepje hadden dezelfde vorm, dezelfde kleur daken. En zelfs op het land groeide dezelfde groente. En als hij nog beter keek, zag hij dat mensen die op het land werkten bij huizen met groene daken, groenig haar hadden en groene kleren droegen. En dat op het land bij zo"n groepje bijvoorbeeld alleen maar boerekool groeide.
De mensen zagen er moe uit en mager. De huizen waren overal vervallen. En het land, ondanks dat er wel gewassen groeiden, zag er kaal uit. Het leek de man dat er in dit bijzondere land veel armoe was.
Het werd steeds drukker langs de weg want de man kwam dicht bij een stad. Een stad, een stad, het leek niet echt één stad. Het leken wel vier, vijf, zes verschillende stadjes. Groepjes huizen bij elkaar met lege winkeltjes en werkplaatsen. Er was ooit wel iets van een plein geweest, maar dat plein was nu leeg en stoffig, bij de huizen waren veel mensen, maar op het plein liep niemand.
Ook hier in deze stad met stadjes zag hij alleen maar dingen van dezelfde kleur bij elkaar.
De man had een lange reis achter de rug, en hij moest nog ver gaan. Hij zocht een plaats om uit te kunnen rusten en hij wilde ook graag wat eten, want hij had honger, en zelf niets meer in zijn oude soldatentas. De soldaat durfde niet zo goed naar iemand toe te lopen, want hij zag ook wel dat de mensen het hier in deze stad met stadjes het niet breed hadden. En trouwens, als hij op iemand af liep, liep de persoon snel door.
De soldaat ging midden op het plein zitten, op iets wat vroeger een bankje was geweest. Hij keek eens om zich heen, hij keek naar de zon die stond te stralen aan de hemel, en dacht eens diep na.
Terwijl hij daar zo zat zag hij vanuit zijn ooghoeken dat er heel voorzichtig uit elke stadje, uit de stad met stadjes, een kind het plein op kwam gedrenteld. Heel voorzichtig kwamen ze dichterbij. Hij zag iets in de ogen van de kinderen wat hij nog niet gezien had in de ogen van de grote mensen: ze leken wel nieuwsgierig. Zonder een woord te zeggen stopten de kinderen een paar meter voor hem, en gingen op de grond zitten. Ze spraken niet met hem, en zeker niet met elkaar. Het waren kinderen met groene haren, en groene schoenen en groene kleren, en kinderen met rode haren.
De soldaat sprak een van de kinderen aan, hij zei: "ik heb honger, hebben jouw vader en moeder misschien iets te eten?" "Ach, we hebben niet veel, we eten alleen maar wortelen, want die zijn van ons. En we mogen dat nooit aan andere mensen geven." En een ander kind antwoordde precies hetzelfde. Alleen dat kind at alleen maar prei. En bij nog een ander kind, daar aten ze alleen maar tomaat of ui. Meer was er niet. De soldaat zag dat ook de kinderen honger hadden.
Uit zijn ooghoeken zag hij dat er ook volwassenen naar de kinderen kwamen. Het leek alsof ze hun kinderen kwamen ophalen. Maar ook hier zag hij dat ze toch wel heel voorzichtig nieuwsgierig waren. Ze keken zo naar hem. En de man keek naar de mensen, naar zichzelf, en toen begreep hij het: hij had een groene broek, maar een rode jas, en een witte sjaal en een oranje pet. Het leek wel alsof de mensen dachten: hoe kan dat nou, al die kleuren aan één lijf.
De man stond op, ging op het bankje staan en hij zei: "beste mensen, ik kom van ver, en ik heb honger, maar ik zie dat jullie dat ook hebben. En ik heb hier in mijn soldatentas een heel bijzondere steen, het is een wondersteen. Die steen heb ik gekregen van een oude wijze man, die mij vertelde dat waar de zon schijnt er altijd wel een plek is waar het geluk kan komen. "En gebruik daar dan de steen", had de oude wijze man gezegd. En van deze steen kan ik een pan met voedsel maken, met soep bij voorbeeld. En dan is er genoeg voor iedereen! De soldaat zag wel dat de mensen het niet echt geloofden, maar hij sprak rustig door. "Heeft iemand een pan voor me?"
Een van de kinderen rende naar huis, langs zijn vader en zijn moeder, en kwam terug met een grote pan. Een ander kind haalde water uit het beekje dat langs de stad met stadjes slingerde. En een derde kind sprokkelde hout. En een vierde kind maakte daarmee een vuurtje. Het was ondertussen heel druk geworden op het plein. De mensen stonden onwennig met hun groepjes bij elkaar.
De soldaat nam de steen en deed hem in de pan met water, die langzaam begon te dampen en te koken. Met een lepel proefde de soldaat uit de pan. "Nou, dat smaakt goed" zei hij vrolijk. "Er zou eigenlijk alleen nog een beetje zout bij moeten, en dan is hij wel goed hoor". Een van de kinderen keek zijn moeder aan, maar zonder iets te zeggen rende hij naar huis, en kwam terug met een kommetje zout. De soldaat deed het zout in de pan, en proefde na even geroerd te hebben. "Ach, wat bijzonder zeg, hij smaakt al goed!
Er zou nog iets zoetigs bij moeten". Een kind met oranje haar, rende naar huis, en kwam terug met een hand worteltjes, wel wat oud, maar nog best goed om te eten. Nu nam de soldaat een lepel van het vocht en liet dat aan iemand proeven die groen haar had. "Ja dat is al heel lekker, er zou alleen nog iets van....." "Prei!", riep zijn zoontje, "prei van ons". En meteen rende hij naar huis, en kwam terug met een bosje groene prei. Nu waren alle mensen dicht bij de pan gekomen, en iedereen proefde. En iedereen zei: "Ja, lekker, maar...." En iedereen zorgde er voor dat dat in de soep kwam wat nodig was. De pan werd voller en voller, en op het pleintje steeg een heerlijke damp van een geurige soep op.
"Zo, de soep is klaar!" riep de soldaat, "Nu moeten we hem nog eten!" De mensen, mannen vrouwen en kinderen renden weg, en kwamen terug met groene lepels, gele soepkommen, Er kwam zelfs iemand terug met een tafel. Met rode tafels, blauwe stoelen. Alles werd in een prachtige kring midden op het plein neergezet. De kommen op de tafel.
En de soldaat schonk de kommen vol. En hij deed de veelkleurige soep in een groene kom, zette er een bruine lepel in en bracht die naar een oranje tafel. De mensen waren ondertussen veel vrolijker geworden, ze liepen door elkaar en ze gingen helemaal niet meer zo voorzichtig naast elkaar zitten. Iedereen begon te eten, en overal kon je horen: "Oh, wat is dat lekker", "Ach wat smaakt dat goed, en dat allemaal door zo"n gelukssteen".
Allen smulden van de overheerlijke soep, ze hadden in geen tijden zo lekker gegeten. Ze aten met elkaar de hele pan leeg. Alleen de soepsteen lag er nog in. De soldaat stond op en wilde vertrekken. "De soepsteen ligt nog in de pan" riep een kind. "Die mogen jullie houden, daar kun je nog wel 1000 maal soep van koken, als je het maar doet zoals wij het nu hebben gedaan". "Dat is een echte gelukssteen" zei een jongen met rood haar tegen een meisje met blauwe ogen.
De soldaat lachte toen hij dat hoorde, terwijl hij het plein afliep. Buiten de stad gekomen, zocht hij een mooie ronde steen, stopte hem in zijn soldatentas en liep fluitend verder.
EINDE

Bron van deze versie:
Bewerkt en naverteld door Rens de Vette op basis van het sprookje "de soepsteen"

Toelichting:
Dit sprookje kent een wijde vespreiding in europa, en staat als type in de internationale catalogus van Aarne & Thompson geregistreerd als AT 1548, The Soup-stone. Volgens de catalogus is het verhaal in de mondelinge overlevering vooral gevonden in Scandinavië en Oost-Europa. Niettemin blijken er ook drie versies in Friesland te zijn opgetekend. Er is er slechts eentje gepubliceerd en wel in: Ype Poortinga: It gouden skaakspul. Folksferhalen fan Steven de Bruin. Baarn 1980, p.174-175.:

De sopstien
In reisber keapmantsje hie toarst berûn. Hy gong by in pleats oan en frege om wat wetter. Mar de boerinne wie sa fûlfrettende gjirrich, sels in mûlfol drinken joech se net sa mar wei. Doe fertelde dy man har, hy kaam út in fier lân en dêr hie er in sopstien mei wei nommen. De boerinne stiek de earen op. In sopstien? Noait fan heard. Wel, dêr koe men it alderlekkerste sop fan siede, en it moaiste wie fansels: sa'n stien fersea net, dy koe men hyltyd mar wer brûke. 'Mar ja', sei de man, 'jo kinne wol begripe, sa'n kostlike sopstien jou ik net wei foar in mûltsjefol drinken'. Doe waarden se it iens. De keapman krige in skoander miel iten en de frou mocht de sopstien ien kear brûke. De keapman soe har sjen litte, hoe't se der lekker sop fan siede koe.
In grutte pot mei wetter kaam oer 't fjoer en dêr waard de sopstien yn dien. It wetter rekke oan 'e soad. De man snúfde sa no en dan en sei: 'No, it giet mar bêst, it sop begjint al te rûken'. Nei in setsje ornearre er: 'Mar as wy it hielendal goed ha wolle, dan moat der in lyts tûfke piterseelje yn'. De boerinne helle in tûfke piterseelje út 'e tún. De man snúfde noch ris. 'Wat lekker, net', sei er, 'as sok sop begjint te rûken!' Hy makke in praatsje mei de boerinne en kaam al gau oan 'e weet, hoe't se sop it lekkerst fûn. 'Ja', sei er, 'it wurdt wol lekker sop mei sa'n sopstien der yn, mar it moast eigentlik noch wat mear neffens jo smaak makke wurde, boerinne. Ik soe sizze, der moatte ek mar in pear sipels by'. De boerinne soarge foar sipels. In pear farske woartels der yn fûn se ek altyd lekker. 'Ei no', sei de man, 'dat let ek neat - dan dogge wy der in woarteltsje foar jo by'. Dat de boerinne dûkte wer yn 'e tún en kaam mei in boskje farske woarteltsjes werom. Sa gong dat troch - it iene nei it oare bedarre yn 'e pot, want ja, men moast rekken hâlde mei de boerinne har smaak. En it begûn wat langer wat lekkerder te rûken.
Op 't lêst sei de frou: 'Sjoch, wy binne boereminsken en wy hâlde fan ryklik fet iten. Der sil wol net folle fet út sa'n sopstien komme, en sop moat nei myn smaak knap eagelje'. 'Ik rekkenje, jo sille wol spek yn 'e hûs ha', tocht de man. De boerinne gong nei it spekhok en feegde omraak yn it spek.
Sa rekke it spul dan klear en de boerinne hie noch noait sok lekker sop hân. De keapman ferkocht har de sopstien en barde der in moaie sint foar. De boerinne hat lang genot fan har sopstien hân. En it measte genot hie se, wannear't se it sop aardich by har eigen smaak oanpaste.
[Verteld op 9 maart 1976 te Leeuwarden]

Volgens de Portugese nationale traditie heeft dit verhaal plaats gevonden rond Almeirim. Tot op de dag van vandaag hebben vrijwel alle restaurants in Almeirim "sopa de pedra" (steensoep) op het menu.






Zwaagwesteinde is een heidedorp. Dit type dorp ontstond op het grondgebied van oudere dorpen. Het had geen kerk. In de 16de eeuw was Zwaagwesteinde een boerendorp. Dat veranderde in de 18de eeuw, toen losse arbeiders, veenarbeiders en venters zich tussen de bestaande woudboerderijtjes vestigden. Zij woonden in ongekende armoede in hun holen en plaggenhutten. Eind 18de eeuw vestigde de joodse koopman Salomon Levy zich in het vensterdorp. Hij bracht werkgelegenheid in de vorm van kleinhandel in onder andere textiel, venten en kramen en kledingnijverheid. Rond 1910 verbeterde de leefomstandigheden van de bewoners van de plaggenhutten door toedoen van de woningcorporaties en de Woningwet. Maar de laatste plaggenhut werd pas in 1939 gesloopt.

Het park van Landgoed Fogelsangh State is een van de grootste van Friesland. In de 18de eeuw had het een barokaanleg. Lucas Pieter Roodbaard heeft er in de eerste helft van de 19de eeuw in verschillende fasen een landschapspark van gemaakt. Het park zit vol verrassingen: driewegbruggetjes, een ijskelder, kluizenarij en een zeer hoge heuvel met een grote theekoepel. Vooral de vijverpartij is fascinerend.
De buitenste wacht of voetbrug werd destijds post genoemd, de naam Buitenpost verwijst hiernaar. De strategische ligging van het grensdorp Buitenpost tussen de steden Leeuwarden en Groningen komt terug in zijn geschiedenis. Sinds de 16de eeuw had Buitenpost een belangrijke vaarverbinding met het Kolonelsdiep, later opgenomen in het Prinses Margrietkanaal. In de 19de eeuw was het dorp de pleisterplaats voor postwagens. De spoorlijn (1866) van Leeuwarden naar Groningen en de rijksweg hebben sterk bijgedragen aan de ontwikkeling van Buitenpost.
In Buitenpost ligt De Kruidhof, de botanische tuin van Friesland. De Kruidhof is in 1930 aangelegd als proeftuin voor groenten en fruit. Tegenwoordig is de tuin ruim 3,5 ha groot en telt ruim 2000 plantensoorten.

Landschapskarakteristiek
Het streekdorp Zwaagwesteinde ligt op het westelijke einde van de zwaag van Kollum, een keileemrug op de grens van een redelijke hoge streek en lagere veengebieden aan de noord- en westzijde.
naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
De Keapmantsje wandeltocht op 2 december 2006, nabeschouwing:
naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
De Keapmantsje wandeltocht op 2 december 2006, verslag:
naar de top van deze pagina