Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Workum op 15 december 2007  


datum 15 december 2007 plaats Workum
provincie Friesland gemeente Nijefurd
afstanden 25 en 35 km naam wandeltocht De Griene Marren wandeltocht
starttijd 9.00 uur postcode start: 8711 CN
startadres: Cultureel Centr. De Klamaere, Skil 6a, 8711 CN Workum
openbaar vervoer:  
route info over de omgeving nabeschouwing verslag foto-reportage

naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina
















naar de top van deze pagina
Griene marren wandeltocht op 15 december 2007, route-informatie:

Vanuit het cultureel centrum “De Klameare” van Workum is voor deze zaterdag een tocht uitgezet langs en door de nu groene meren(griene marren). Workum, één van de 11 Friese steden, viert dit jaar haar 1100-jarig bestaan. De stadrechten werden haar geschonken in 1399. De grootste bloei van deze stad is geweest in de 1 8e eeuw, met veel handel en scheepvaart. Met veel scheepswerven(er zijn twintig plaatsen van een werf bekend). Ook vond men er verschillende pottenbakkerijen en houtzaagmolens. Wat weer een bloeiende economisch tot gevolgd had. Helaas door verzanding van de Zuiderzee( IJsselmeer) en de groter wordende schepen kwam hierin verandering. De oude stadspanden geven ook nu nog die rijke historie weer. Workum moet een belangrijke plaats hebben ingenomen, daar er sprake was van een eigen maat- en munteenheid(o.a.Workumse voet). Tot het begin van de Eerste Wereldoorlog is vooral de palinghandel op Londen van betekenis geweest. Rond 1850 werd Workum beschreven als een slaperige stad. Na 1900 is de groei van de industrie weer aangetrokken. De ontsluiting naar het achterland werd een noodzaak. Belangrijke waterverbindingen werden aangelegd. De handel verdween en het bewerken van land werd steeds belangrijker. Daarmee groeide de vraag naar landbouw grond ( weidegrond). De meren werden drooggemalen en de groene meren ontstonden. Op onze route doorkruisen we deze meren, gaan we over oude en nog bestaande zeekeringen. We kunnen over het water van het IJsselmeer kijken naar een verre horizon (bij helderweer is de overkant b.v. Enkhuizen zichtbaar). Het is nog niet zo lang geleden dat er plannen werden geopperd om de polders weer vol te laten lopen. Als waterplas voor de recreatie was hieraan meer te verdienen dan met de huidige bestemming.
Naast Workum voert deze tocht ons ook door Hindeloopen. Geniet even van de haven en de smalle straatjes. Maar ook gaat de wandeling door het gebied wat de Friese auteur H.Speerstra omschreef als de ‘oer polder’. Nu liggen daar verschillende wegen, maar we kunnen ons voorstellen hoe het is geweest. In de verte een boerderij, alleen bereikbaar met paard en wagen of lopend. Door de landerijen, verscholen achter vele hekken. Vooral in de herfst en winter een moeilijk begaanbaar gebied. Maar gelukkig is dit geschiedenis.
Ook komen we langs het Patersrûntsje. In de vorige eeuw fietste de pastoor van Workum dagelijks eenzelfde tochtje door de landerijen. Dit is nu een veel gebruikt fiets- en wandelpad. Onderweg een bankje waar de pastoor even rustte. De weg leidt ons langs belangrijke historische plaatsen, o.a. waar vroeger het Ursula klooster moet hebben gestaan. De Ursulapoel is hiervan nog een bestaande herinnering.


naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina

wandeltocht op 15 december 2007, info over de omgeving:

Workum (Fries: Warkum) is een stadje en de hoofdplaats van de gemeente Nijefurd,
gelegen in het zuidwesten van de provincie Friesland.
Workum telt tegenwoordig ongeveer 4170 inwoners.
Tot het gebied van Workum behoort ook de buurtschap of dorp It Heidenskip (voorheen Heidenschap).
Workum heeft sinds 1399 stadsrechten is daarmee een van de oudste Friese elf steden.
Tot de gemeentelijke herindeling van 1984 was Workum een zelfstandige gemeente, die samen met de stadjes Hindeloopen en Stavoren en een groot deel van de toenmalige gemeente Hemelumer Oldeferd opging in de nieuwe gemeente Nijefurd.
Zoals op meer plaatsen langs de voormalige Zuiderzee is ook in Workum kenmerkend aardewerk te vinden. Het Workumer aardewerk is eenvoudig bruin met decoraties in ringeloor-techniek.
Ook zeer geliefd zijn de schilderijen en tekeningen van Jopie Huisman, die tentoongesteld zijn in het Jopie Huisman Museum.
Daarnaast zijn er twee kerken: De Grote- of sint Gertrudiskerk en de R.K.Kerk.
In de herfstvakantie wordt jaarlijks de Visserijdagen, het Beurtveer en de Strontrace georganiseerd.

Het Heidenschap (officieel, Fries: It Heidenskip) is een van de kernen in de Friese gemeente Nijefurd (Nederland) en telt ongeveer 375 inwoners. Ook wordt het Brandeburen genoemd.
Men is het er niet over eens of Het Heidenschap als dorp kan worden gezien; volgens sommige opvattingen is het slechts een buurtschap van Workum.
Het Heidenschap ligt als verspreide boerderijen aaneengesloten in het gebied tussen het meer de Fluessen en de plaatsen Workum en Koudum. De kern van het dorp (of buurtschap) ligt ongeveer aan de oostkant, niet ver van het Groote Gaastmeer vandaan.
Het is vooral bekend vanwege het fierljeppen en het heeft een meer dan honderd jaar oude muziekvereniging. Een van de bekendste inwoners was groot-industrieel Frits Fentener van Vlissingen.
Van oorsprong heette de woonkern Brandeburen, terwijl het Heidenschap de naam van de streek was. Op 18 augustus 1979 werd het Workumse deel van Het Heidenschap een nieuw dorp.
In die tijd, tot de gemeentelijke herindeling van 1984 lag de woonkern nog in de voormalige gemeente van de stad Workum, maar aan de kant van de Fluessen was Het Heidenschap deel van Hemelumer Oldeferd.


Workum, één van de Friese 11 steden

Ontdekkingstocht door één van de Friese 11 steden
Uit oude verhalen is bekend, dat in 1763 de Elfstedentocht al werd geschaatst. Wie de traditie om alle elf steden in één dag aan te doen op gang heeft gebracht is onbekend. Wel weten we dat de tocht der tochten zeer tot de verbeelding spreekt. In Fryslân, in Nederland maar ook ver daarbuiten.
Ook buiten het schaatsseizoen is de Elfstedentocht populair, want de tocht hoeft niet noodzakelijkerwijs per schaats afgelegd te worden. Gelukkig kan de route ook op andere manieren afgelegd worden bijvoorbeeld wandelend, op de fiets, op skeelers, schaatsend, kanoënd, per paard, in een boot met mast (over het water met beweegbare bruggen), op de motor of in de auto afleggen.

Stad van aardewerk en oude lompen
Workum kenmerkt zich door een lange straat die aan beide zijden is bebouwd. Ooit was dit het water 'Wymerts'. Hoewel Workum niet aan zee ligt, deed de stad toch volop mee aan de zeehandel. Dat was mogelijk doordat de brede waterweg It Soal in verbinding stond met de vroegere Zuiderzee,het huidige IJsselmeer. Wie vanaf het IJsselmeer It Soal opvaart, komt na precies twee kilometer een schutsluis tegen. Daar begint Workum. Schilderachtig weerspiegelen de huisjes op de dijk in het water. Vlakbij de sluis staat scheepswerf De Hoop. Al meer dan drie eeuwen worden hier schepen gebouwd en gerestaureerd. Ook nu nog is de werf volop in bedrijf. Als u geluk hebt, kunt u een afspraak maken om eens een kijkje te nemen.

Het centrum De Merk
Merk is het Friese woord voor markt. Het mag dan ook duidelijk zijn dat dit het handelscentrum voor de Workumers was. Over de bebouwing van De Merk is goed nagedacht. Het stadhuis, de waag, de kerk en de gebouwen van het vroegere wereldlijke en kerkelijke gezag staan overzichtelijk bij elkaar. Verder staan er herbergenen woningen van kooplieden en belangrijke ambachtslieden.

Ambachtelijk aardewerk
Langs de kuststrook van de voormalige Zuiderzee is veel ambachtelijk aardewerk te vinden. Zo ook in Workum. Kenmerkend is het eenvoudige bruine aardewerk met decoraties in ringeloor-techniek. In het begin van de 20e eeuw deed de kerfsnee-techniek zijn intrede. Als u geïnteresseerd bent in aardewerknijverheid, moet u zeker eens een kijkje nemen in een de aardewerkateliers die deze technieken nog steeds toepassen. U vindt er vast en zeker prachtige souvenirs.

Van lompenboer naar kunstschilder
Zeer geliefd zijn de schilderijen en tekeningen van Jopie Huisman. Deze voormalige 'lompenboer' en handelaar in oud ijzer leerde zichzelf schilderen en koos als onderwerp veelal zijn eigen lompen. Zijn vermogen het alledaagse en de armoe op intens gedetailleerde wijze weer te geven, wekt alom veel bewondering.De Workumers vonden dan ook dat zijn werk een eigen museum verdiende. Dat bleek een goede keus, want het eerste museum was al snel veel te klein en kon de grote stroom bezoekers niet verwerken. Nu heeft het Jopie Huisman museum een ruimer onderkomen waar duizenden mensen zijn versleten onderbroeken en schoenen, maar ook portretten komen bezichtigen


Geschiedenis van Workum
Historische ontwikkeling.
Workum, gelegen aan de IJsselmeerkust ca 12 kilometer ten zuiden van Bolsward, is één van de kleinere Friese steden. Van een agrarische vestiging in de zuidwestelijke kwelder werd de plaats in de late Middeleeuwen tot een belangrijk Scheepvaart centrum. Bepalend daarvoor was de ligging aan het watertje de Wymerts, het tegenwoordige Noard en Sud dat de verbinding vormde tussen de Zuiderzee en de Friese binnenmeren. Langs de oevers van dit water en de vaarwegen en afwateringen aan weerszijden heeft de stad zich geleidelijk verdicht en uitgebreid, waarbij de oorspronkelijke agrarische kernen werden opgenomen binnen de stedelijke structuur. Hoewel van het genoemde vaarten- en grachten stelsel belangrijke onderdelen verloren zijn gegaan, is het patroon ervan in het huidig ruimtelijk beeld nog zodanig herkenbaar dat Workum kan worden aangemerkt als één der meest karakteristieke Friese water steden.
In de klei gebieden van het Friese Westergo vinden al voor het begin van de jaartelling de eerste vestigingen plaats van vissers en veehouders. Als woonplaats dienen natuurlijke, door opslibbing gevormde verhogingen in het landschap (kwelder ruggen) waarop in perioden van zeer ijzing (transgressie-fasen) woon heuvels of terpen worden opgeworpen. Workum ligt in het uiterste zuiden van dit kwelder gebied op- een lange, noord zuid verlopende rug die de scheiding vormt tussen het water van de Vlietstroom, na 1200 een onderdeel van de Zuiderzee en een merenkomplex ten oosten, gevormd door het Makkumer-, Parrega'ster- en Workumermeer. Uit de aanwezigheid van een aantal lage terpen in dit gebied, zoals Yskeburen en het Westend, mag worden afgeleid dat er al voor 1000 na Chr. sprake is van bewoning. Daarna, als een begin wordt gemaakt met de bedijking van de kwelder, breidt het aantal vestigingen zich uit. Rardieburen, Eninghaburen en Brandeburen behoren vrijwel zeker tot de later gestichte woonplaatsen.
Ook binnen het tegenwoordige stadje liggen nog enkele van dergelijke pré-stedelijke elementen. De terp "Algeraburen" aan de noordoostelijke zijde en centraal in de stad, de dirkte omgeving van de Gertrudiskerk,die naar wordt aangenomen eveneens als terp-nederzetting (Kerkeburen) is ontstaan.
Ten noorden daarvan, aan de Merk, wordt in dezelfde tijd een stadhuis gesticht. Wanneer Workum tot stad komt is niet precies bekend; zeker is slechts dat de plaats algemeen wordt beschouwd als één der Friese steden. Hoewel in de 15e eeuw het verval van de Hanze en de opkomst der Hollandse en Zeeuwse steden een teruggang veroorzaken in de
Friese scheepvaart, heeft Workum, o.a. door het ontstaan van een eigen scheepsbouw-nijverheid zijn economische positie weten te behouden. In het eerste kwart van de 16e eeuw wordt deze echter bedreigd als, na een korte periode van centraal bestuur door Albert van Saksen, opnieuw vreemde troepen de stad binnenvallen en plunderen. Verwoestingen van de kerk, o.a. in 1515 en 1523 zijn het gevolg, waarna de toren en de sacristie geheel herbouwd moeten worden. Pas in 1524 herstelt de Habsburger stadhouder Schenck van Toutenburg een centraal gezag in Zuidwest-Friesland, waarbij een door de Geldersen aangelegde schans te Algeraburen en een blokhuis, dat zich vermoedelijk op het tegenwoordige Seburch heeft bevonden, worden geslecht. Een ander gevolg van het nieuwe bestuur is het groot arbitrament van 1533, waarin de stad een onderhoudsplicht van de zeedijken krijgt
opgelegd. In de verdere 16e eeuw treedt een geleidelijk economisch herstel op als gevolg van een toenemende deelname als leverancier van schepen en zeelieden, aan de Hollandse handel en zeevaart. Uit deze tijd dateert de eerste betrouwbare plattegrond van de stad, vervaardigd door Jacob van Deventer (ca 1560). Deze laat een ruimtelijke structuur zien die wordt bepaald door de vaarten-bajonet Wymerts, Dwarsnoard en Holle meer, omgeven
door de buitengrachten Droge en Diepe Dolte en, aan de Noordkant, de Yskeburenvaart. Daarbinnen liggen een aantalopvaarten die de stads bebouwing langs de Wymerts verbinden met de buurten en het klooster buiten de Dolte. Van Deventer beeldt verder af de Gertrudiskerk met vrijstaande toren en sacristie, een gasthuis en een kapel aan weerszijden van de Wymerts en, aan het zuidelijk eind de zeehaven "Het Zool", met sluis. Zichtbaar is dat in de Haven een vaargeul is aangebracht hetgeen al wijst op een toenemende verzanding vanuit de Zuiderzee. Deze vormt later, in 1605, aanleiding tot de inpoldering van de zuidelijke kuststrook, het Workumer Nieuwland, die in 1624 wordt voltooid. Andere waterstaatkundige werken in het begin van de 17e eeuw zijn de droogmaking van enkele kleine meertjes in de omgeving (1620 - 1670), de aanleg van een trekvaart naar Bolsward met trekweg (1620 - 1648) en een vernieuwing van de zeesluis (1658), daarna aangeduid als "Nije Sijl". Gebouwen uit deze tijd zijn o.a. het Friese huisje aan de Merk (1620), gebouwd als uitbreiding van het Stadhuis, de Boterwaag, eveneens op de Merk (1650), het huis Inthiema ten zuiden van de kerk aan de Wymerts (ca 1650), het woonhuis Noard 5 (1663), de herberg "De Zwaan" bij het begin van de trekweg (1649) en de Doopsgezinde Vermaning (1694).

Het door het klooster "Marienacker" beheerde gasthuis of provenhuis wordt, na de opheffing van de kloostervestiging (1580) verbouwd en (vermoedelijk in 1641) in gebruik genomen als stads- of burgerweeshuis. De eveneens aan de Wymerts liggende kapel moet rond 1690 wegens bouwvalligheid verdwijnen en plaats maken voor een schoolgebouw.

De plattegronden van Blaeu (1649) en Schotanus (1664) geven enkele belangrijke aanvullingen op de kaart van Van Deventer. Goed zichtbaar is het verschil tussen de aanleg ten westen van de Wymerts, met een diepe opstrekkende verkaveling tot de Droge Dolte en die aan de oostzijde, waar binnen de ruime omgrachting van de Diepe Dolte ook graslanden en moestuinen liggen. De overwegend agrarische buurtschappen daarbuiten zijn nu benoemd: Aan de noordelijke grens van de stad de terp Algeraburen, die naar de in 1524 geslechte versterking nog 'Het Bolwerck" wordt genoemd, verder naar het zuiden Eninghaburen en de Bijdt, dan bij de monding van de Dolten in de Wymerts de scheepspleisterplaats Snakkeburen, tenslotte, bij de oude zeedijk, de terp Westerendt. Opvallende elementen zijn verder de langs de stadsrand gelegen molens en de schelpkalkovens, waarvan Schotanus er 17 aangeeft. Niet afgebeelde, maar wel elders genoemde nieuwe vormen van nijverheid in de 17eeuwse stad zijn o.a. de potten-
en pannenbakkerij en de visvangst.

Niettemin blijft de scheepvaart de voornaamste bron van inkomsten. Een quotisatie-cohier (belasting-register) uit 1749 geeft aan dat van de 650 ingeschreven beroepspersonen 30% zijn bestaan vindt in de zeevaart en binnen-schipperij. Daarnaast werkt men in de scheepsbouw (6%), aardewerkindustrie (5%), groot.. en detailhandel (9%), landbouw (6%) en diverse ambachten en diensten (39%). De kalkbranderijen en enige zoutindustrie blijken al weer vrijwel te zijn verdwenen. In het vervolg van de 18e eeuw treedt een geleidelijke, maar ingrijpende economische achteruitgang in. Naast de opkomst van Lemmer als exportcentrum en de sterke positie van de Harlinger haven is vooral de afnemende bereikbaarheid van Workum voor grotere schepen door de voortdurende verzanding van het Zool, van beslissende betekenis daarvoor. De Engelse oorlog (1780 - 1784) waarin veel vrachtschepen in beslag worden genomen en de Franse tijd die de zeevaart geheel tot stilstand brengt, luiden het einde in van Workum's positie als havenstad. De plaats heeft daarna slechts een functie als scheepsleverancier, vissersplaats
en regionaal centrum van agrarische en ambachtelijke bedrijvigheid.

Het ruimtelijk beeld ondergaat in de 18e en vroege 1ge eeuw vrijwel geen verandering. Gebouwen die verloren gaan zijn o.a.het kloosterkomplex "Marienacker" (vermoedelijk 1790), de toren van het voormalig gasthuis aan de Wymerts (1757) en de Inthiemastate (1726), terwijl het stadhuis (1725/1727) en de herberg "De Zwaan" ingrijpend worden verbouwd. Het kadastraal minuutplan (ca 1830) laat zien dat langs de Nonnestrjitte, het pad dat evenwijdig aan de Begine de kerketerp verbindt met het achterliggend weideland een stedelijke bebouwing is ontstaan, terwijl deze langs het Sylspaed, het wegje van de oude kern naar de zeehaven, aanzienlijk is verdicht en uitgebreid. De voormalige kloosterkade aan de Dolte heeft nu een woonbebouwing gekregen.Aan dit "Turflan" vestigen zich de arbeiders in de veenderijen van het zuidoostelijk gelegen Workumerveld en het Heidenschap.
In het vervolg van de 1ge eeuw zet de economische teruggang zich voort: De aardewerk-industrie, gevormd door o.a. 5 potten- en 2 pannenbakkerijen (1845) verdwijnt grotendeels door de opkomst van de email-fabricage, terwijl de scheepsbouw, die niet kan voldoen aan de vraag naar grotere schepen belangrijk moet inkrimpen. Slechts de paling vangst van de Workumer "iel-aken" handhaaft zich tot ca 1900, waarna de Workumer afzet-markten overgaan in Deense handen.Hoewel de stad in structuur en omvang vrijwel niet veranderen, ondergaat het stadsbeeld een ingrijpende wijziging door de demping van de Wymerts (1875), die vrijwel gelijktijdig met de inpoldering van het Workumermeer plaatsvindt. De scheepvaartroute komt dan definitief buiten de stad te liggen langs Diepe Dolte en Hollemeer. Negentiende eeuwse gebouwen zijn o.a. de gasfabriek aan de Nonnestrjitte (1867, deels afgebroken in 1976), het nieuwe stads-weeshuis op de plaats van het voormalig gasthuis (eveneens 1867), de Gereformeerde Kerk (1887) en de R.K. Werenfriduskerk bij de "Prystershoek" aan het noordelijk einde van de Wymerts (1877), die een dan in 1770 gesticht kerkje vervangt. Verder toont de kadastrale plattegrond uit 1920 een complex arbeiderswoningen op het voormalig weideland achter het weeshuis en een toename van de bebouwing rond de zeesluis en langs het verlengde van de Begine. Sedert 1885 eindigt deze straat bij het station van de spoorlijn Leeuwarden - Staveren, waarnaast in 1900 de Coöperatieve zuivelfabriek "De Goede Verwachting wordt gebouwd.

Het proces van demping van vaarten en opvulling van de agrarische ruimten in de stad zet zich in de 20e eeuw versneld voort. Zo wordt het Dwarsnoard gedempt in 1920, waarna in 1933 de Doltemond komt te liggen in het verlengde van de Hollemeer.
Het gedempte deel van de Diepe Dolte heet sedertdien naar de daar aanwezige molen het Houtmolestreekje. Verder worden de opvaarten vanaf de beide Dolten naar de centrale stads bebouwing vrijwel alle gedicht waardoor nieuwe dwarsstraten en -stegen ontstaan, zoals aan de westzijde de Brouwersdyk (de voormalige Brouwersvaart) en de Roggemolensteeg (de opvaart naar de Roggemolen) , ten oosten respectievelijk de Balkfinne, de Pothûswyk en de Schoolstraat.


"Wie Workum zegt denkt aan het Jopie Huisman Museum. Maar er is meer! Workum heeft een rijke historie. De prachtige oude binnenstad herbergt niet alleen eeuwenoude gebouwen en kerken, maar ook een tiental musea, ateliers en galeries met moderne kunst en keramiek evenals ambachtelijke pottenbakkerijen.


Het stadje Workum ligt in de Zuidwesthoek van Friesland en is één van de oudste stadjes van deze provincie. Workum heeft voor iedereen genoeg te bieden: van Jopie Huisman tot gezellige terrasjes en van gildebaren tot natuurwaarden. U kunt genieten van de prachtige schilderijen van de oudijzer- en lompenkoopman Jopie Huisman, maar er is ook museum waar u kennis maakt met de rijke historie van Workum. Een wandeling door het oude centrum is een attractie op zichzelf; de vele schitterende monumenten en geveltjes staan in rijen naast elkaar. Maar ook de natuur rondom het stadje is zeker de moeite waard. U kunt prachtige natuurwandelingen en fietstochten maken langs de Friese IJsselmeerkust of door de kleine dorpjes en gehuchtjes in de omgeving.

De Gertrudiskerk is o.a. bekend om de unieke serie van 8 gildebaren uit de 17e, 18e en het begin van de 19e eeuw. Leden van de gilden werden op hun eigen gildebaar ten grave gedragen. De acht beschilderde doodsbaren die bewaard zijn gebleven, hebben schilderingen en toepasselijke opschriften. Ze zijn een bron van informatie over leven, cultuur en geloof in de tijd van de gilden. Naast de doodsbaren zijn er ook een aantal mooie houtsnijwerken van kunstenaar Tjipke Visser te bezichtigen zoals de koorbanken, de lessenaar en de rugleuning van de preekstoel van de avondmaalstafel.

Aan het Noard in Workum, in de pastorie naar de Sint Werenfriduskerk, is het Museum voor Kerkelijke kunst gevestigd.
In het museum vindt de bezoeker een bijzondere collectie gebruiksvoorwerpen uit het 'rijke roomse leven', zoals liturgische kleding, kerkelijk zilver, beelden en andere kunstschatten.
Ook is er een aantal schilderijen van wijlen pastoor Janning te bezichtigen.
Verder zien we in het museum de Workumer Kamer uit 1797. Deze authentieke tegelkamer is afkomstig uit een Workumer woning. De kamer bevat o.a. fraaie beschilderingen, beeldhouwwerk en vier grote tegeltableaus, waarop de vier jaargetijden zijn verbeeld.

In de zijkapel van de kerk naast het museum is een houten lambrisering opgesteld, afkomstig uit een gotische kerk in Walingen, in het voormalige Oost Duitsland. Opvallend zijn, naast de rijke decoratie, de in het hout gesneden weergave van schilderijen van Rafaël en de gebroeders Van Eyk. De manshoge lambrisering is een opzienbarend kunstwerk, uniek voor Nederland. Naast het museum kan ook de pas gerestaureerde kerk, met zijn gebrandschilderde ramen, beeldhouwwerken en kruiswegstatiën bezichtigd worden.

In de "Bulthuis" kamer vindt u een prachtige collectie houtsnijwerk van wijlen de Friese scheepsbouwer Nanning Hendrik Bulthuis.

In het mooie waaggebouw, midden in de stad, vindt u het museum Warkums Erfskip . In dit museum kunt u aardewerk, scheepsmodellen en kunstnijverheid bezichtigen. De voorwerpen hebben allemaal een eigen verhaal uit het verleden van Workum.

In het Tweewielermuseum Tankstop vindt u een collectie van nostalgische fietsen, bromfietsen en motoren van verschillende merken in hun originele staat. Ook is er een grote collectie aanverwante zaken zoals geëmailleerde reclameborden, gereedschappen, benzinepompen, motorkleding, een fietsenmakerswerkplaats en vele andere zaken die hiermee te maken hebben.

In het museum van de kunstschilder en oud-ijzer- en lompenkoopman Jopie Huisman kunt u tekeningen, schilderijen en de bijbehorende attributen bezichtigen. Jopie Huisman voelde een grote liefde voor de mens en heeft dit op een mooie manier op het doek weten te zetten. Met zijn karakteristieke stijlen en precisie roept hij een gevoel van vertedering op.

naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
wandeltocht op 15 december 2007, nabeschouwing:
naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
wandeltocht op 15 december 2007, verslag:
naar de top van deze pagina