Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Wolvega op 20 oktober 2007  


datum 20 oktober 2007 plaats Wolvega
provincie Friesland gemeente Weststellingwerf
afstanden 25, 40 en 50 km naam wandeltocht De Linde Wandeltocht
starttijd 9.00 uur postcode start: 8472 AA
startadres: Sporthal De Steense, Dekenvaasstr. 15, 8472 AA Wolvega
openbaar vervoer:  
kaart startlocatie
route info over de omgeving nabeschouwing verslag foto-reportage

naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina
















naar de top van deze pagina
wandeltocht op 20 oktober 2007, route-informatie:

De Lindevallei
De Lindevallei, ook wel Lendevallei genoemd, is een natuurgebied van ongeveer 690 ha. Naast de grote variatie in landschappen, zoals het beekdallandschap, de moerasgebieden en de vele kleine bosjes, heeft met name het riviertje de Linde (in het Stellingwerfs de Lende) hier een grote rol.
Het riviertje de Linde is volgens de overlevering ontstaan bij Tronde, een klein dorpje tussen Nijeberkoop en Elsloo. Echter, de oorsprong ligt iets verderop tussen Oosterwolde en Fochteloo. Na de ruilverkavelingen in de jaren zestig is de oorspronkelijke loop van de Linde verdwenen en werd er een sloot bij Tronde gegraven. Deze werd vervolgens als oorsprong van de Linde beschouwd
Zo’n 120.000 jaar geleden is de Linde ontstaan als een gletsjerrivier. Het was een vrij brede rivier die op sommige plaatsen wel twee kilometer breed kon worden. Door de Linde liep het smeltwater van de gletsjer naar de Zuiderzee, waarmee de Linde tot in de negentiende eeuw een open verbinding had. Ondanks de dijken langs de rivier, kon het water niet altijd tegengehouden worden. Hierdoor is het gebied regelmatig slachtoffer geweest van overstromingen; de wielen in het gebied zijn hier duidelijke sporen van. Het gebied werd echter ook wel met opzet onder water gezet als verdediging. In de Spaanse tijd (16e eeuw) waren de Linde en de Tjonger onderdeel van de Friese Waterlinie.
Lange tijd heeft De Linde kronkelend zijn weg gevonden door de Stellingwerven naar de Zuiderzee. Hier kwam vanaf 1922 een eind aan. Er waren veel klachten binnen gekomen dat de schepen, door de verslechterde afwatering en bevaarbaarheid, Noordwolde niet of nauwelijks konden bereiken. Voor Noordwolde was dit van belang, omdat de schepen zorgden voor aanvoer van tenen en stokken voor de stoelenindustrie. In 1922 werd daarom begonnen met de kanalisering van de Linde. Honderden arbeiders hebben toen met de spade in totaal 660.000 kubieke meter grond verzet. In 1926 was de klus geklaard en waren er nieuwe bruggen en sluizen gebouwd. Gelukkig zijn er een aantal meanders bewaard gebleven.
Op dit moment vormt de Linde de centrale as waaromheen een prachtig natuurgebied is ontstaan. Tijdens de vervening, waarmee in 1650 is begonnen, zijn er dijken en sluizen gebouwd en zijn de petgaten ontstaan. Deze vormen nog steeds een onderdeel van het landschap. Tegenwoordig is de Lindevallei voor de natuur een waardevol gebied. Het is de broedplaats voor verschillende moerasvogels, zoals roerdomp, blauwborst en porseleinhoen. Daarnaast komen er diverse bijzondere vlinders en libellen voor.
De Lindevallei is in beheer bij het Fryske Gea, de provinciale natuurorganisatie van Friesland. In grote delen laten zij de natuur hun gang gaan. Op enkele plaatsen wordt zomers wel gemaaid, om de grote variatie in planten en insecten te behouden. Ook wordt de waterhuishouding in de gaten gehouden, zodat het gebied niet snel zal verdrogen.

Hoe kom ik aan de start:



naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
Wolvega is de hoofdplaats van de gemeente Weststellingwerf in de provincie Friesland.
Op 1 januari 2006 had het dorp 12.107 inwoners. Er is ook een drafsportcentrum gevestigd.
De gemeente Weststellingwerf telt 26 dorpen. Bijna elk dorp heeft een soort dorpsbestuur, oftewel een Plaatselijk Belang.
Het betreffen de dorpen: Wolvega, Noordwolde, Oldeholtpade, Steggerda, Sonnega, De Blesse, Boijl, Oosterstreek, Nijeholtpade, Blesdijke, Munnekeburen, Scherpenzeel, De Hoeve, Ter Idzard, Oldetrijne, Oldelamer, Nijeholtwolde, Langelille, Vinkega, Nijelamer, Spanga, Nijetrijne, Peperga, Oldeholtwolde en Slijkenburg.
En verder de kern Zandhuizen en de buurtschappen Boekelte, De Gracht, Noordwolde-Zuid , Rijsberkampen en Schoterzijl
Historie van Weststellingwerf
Het ontstaan van Weststellingwerf
In het jaar 1204 verleende de bisschop van Utrecht aan de inwoners van Oldeholtpade het recht om een eigen kapel te hebben. Dat is één van de eerste bewijzen dat de toen rondtrekkende mensen de streek tussen de rivieren Linde en Tjonger als hun vaste woonplaats gingen beschouwen. Zij begonnen op bescheiden wijze in de landstreek die wij nu Weststellingwerf noemen, de bestaande wildernis in cultuur te brengen.
Later wordt gesproken over meerdere dorpen; er is zelfs een hele strook bewoond gebied langs de rivier de Linde. Langzaam maar zeker ontstaat een "vrije natie der Stellingwerven", die door drie (uit de kring van dorpsrechters gekozen) Stellingen wordt bestuurd. Deze manier van besturen was voor die tijd uitzonderlijk democratisch.
De naam Stellingwerf komen we voor het eerst tegen in een bantekst van de Bisschop van Utrecht van 1309. In 1517 worden de Stellingwerven gescheiden in Stellingwerf-Westeinde en Stellingwerf-Oosteinde. In dat jaar werden de Stellingwerven ingedeeld bij Friesland.
De bisschoppen van Utrecht probeerden door de jaren heen het armoedige gewest van haar weinige rijkdommen te beroven. Tot ongeveer het jaar 1500, als de bisschop de Stellingwerven in een gulle bui aan de Hertog van Saksen cadeau doet. Deze zag er eigenlijk ook geen brood in, en voegde het gebied bij Friesland. Er werd een grietman aangesteld en grondbelasting ingevoerd. Verder mochten de bewoners zich zelf redden. Dat ging steeds beter: "We meugen niet klaegen".
Intussen zijn de Stellingwerven bestuurlijk gescheiden in Oost en West. De rivier de Tjonger vormt de grens met het oude Friesland, wat welvaart bracht door de beroepsvaart. Iedere winter trad hij buiten zijn oevers, waardoor de dorpen onder water kwamen te staan. Nu is de rivier onmisbaar geworden voor de pleziervaart.
Weststellingwerf in de 20ste eeuw
Toen het veen uitgeput raakte, kregen de Weststellingwervers het aan het einde van de 19e eeuw moeilijk. Werkloosheid en armoede waren het gevolg. In Noordwolde is toen de rietvlechtindustrie ontstaan. Een bezoek aan het Nationaal Vlechtmuseum Noordwolde geeft een goed beeld van die tijd.
De opkomst van het socialisme ging gepaard met beter onderwijs. De mulo in Wolvega was vaak de eerste stap naar hoge bestuurlijke posten van politici of vakbondsleiders. Ambachtelijke bedrijven groeiden uit tot grote ondernemingen. Vooral de zuivelindustrie nam een grote vlucht, dankzij de inzet van vele honderden boeren.
Monumenten
De streek Weststellingwerf bezit betrekkelijk weinig rijksmonumenten. Dit heeft mede te maken met de armoede die vroeger in deze streek heerste. De betrekkelijk eenvoudige en sobere vormgeving van veel oude gebouwen is hier het gevolg van. De Stellingwervers vonden vrijheid tenslotte belangrijker dan pracht en praal. Neemt niet weg dat Weststellingwerf voldoende heeft te bieden aan voor de streek zeer waardevolle fraaie historische objecten. Er zijn kerken, boerderijen, molens en klokkestoelen die perfect in het landschap passen. Zij vormen samen met het natuurgebied een groot monument.

Pieter Stuyvesant
Natuurlijk is er wel het standbeeld van Pieter Stuyvesant, te vinden in Wolvega. In 1610 werd Pieter in Weststellingwerf (Peperga) geboren. Hij ging in dienst bij de Westindische Compagnie (WIC) en werd in 1643 gouverneur van Curaçao. In een gevecht met de Spanjaarden werd zijn been afgeschoten. Hij kreeg een houten been, dat hij met zilveren sieraden liet bespijkeren. Zo kwam hij aan zijn bijnaam: Silver-leg. Na zijn herstel werd hij in 1647 directeur-generaal van Nieuw Nederland met als hoofdplaats Nieuw Amsterdam, de plaats die later uitgroeide tot de miljoenenstad New York. In 1664 moest Stuyvesant de kolonie overdragen aan de Engelsen. Nieuw Amsterdam werd New York. Stuyvesant keerde terug naar Nederland, maar heimwee dreef hem opnieuw naar New York, waar hij tot zijn dood in 1672 als kolonist verbleef. In Amerika en in Weststellingwerf wordt nog steeds met respect over deze wilskrachtige persoonlijkheid gesproken.

Op het terrein van de voormalige rooms katholieke Lagere Technische School is op 16 mei 2002 aan de Aloysiusstraat te Wolvega door burgemeester Heite een beeld van de beeldhouwer Guus Hellegers uit Steggerda onthuld. Hellegers is in zijn werk al jaren bezig met liggende vrouwenfiguren, waarbij compositie, vlakken en huidstructuur centraal staan. Uit deze liggende figuren is een serie ´droompoorten' ontstaan, poorten bestaande uit twee zuilen met daarop een liggende, slapende figuur. Deze 'droompoorten' heeft Hellegers gemaakt zowel in leisteen als in brons, in hoogte variërend tot ongeveer 70 centimeter. Deze kleine 'droompoorten' zijn het ontwerp geworden voor de grote 'droompoorten' . Het beeld aan de Aloysiusstraat stelt een 'droompoort' voor met de vormen van een gestileerd vrouwenlichaam. Het kunstwerk is gegoten in brons en is 1.70 meter hoog. De opening tussen de twee zuilen is zo smal, dat je er niet lijfelijk doorheen kunt; slechts je gedachten, je dromen, kunnen een doorgang vinden. Vandaar een 'droompoort'. Het werd gegoten bij de firma Eijsbouts in Asten uit Noord Brabant. Dit is een van de grootste klokkengieters van ons land en een van de grootsten in de wereld

WELKOM IN HET VLECHTDORP VAN NEDERLAND
Het Nationaal Vlechtmuseum Noordwolde is gevestigd in het monumentale pand van de oude Rijksrietvlechtschool. Het museum geeft een duidelijk beeld over vlechten in het algemeen en over de vlechtgeschiedenis van Noordwolde in het bijzonder. U wordt als bezoeker meegenomen naar de tijd dat er nog les gegeven werd in de kunst van het rietvlechten. Daarnaast wordt in een steeds wisselende opstelling een collectie nationaal en internationaal vlechtwerk gepresenteerd. Gevlochten riet van oud tot hypermodern, van kunstzinnig tot wegwerp.
Noordwolde is misschien niet het mooiste dorp van Nederland, maar ongetwijfeld wel het meest karakteristieke. Noordwolde staat namelijk bekend als het 'Vlechtdorp van Nederland'. Generaties lang zijn hier door de bevolking manden, stoelen, wiegen en andere producten gevlochten van wilgenteen uit de omgeving en rotan uit de tropen. Een groot aantal straatnamen, zoals de Rietvlechtstraat en de Pitrietstraat komen voort uit het vlechtambacht. Zelfs de hekjes voor de huizen in het centrum hebben een vlechtmotief.
Noordwolde ligt zo ongeveer op het 'drielandenpunt'van de provincies Friesland,Drenthe en Overijssel, in een aantrekkelijk, besloten landschap met in het zuiden de bossen en heidevelden van Drenthe en in het noorden het waterrijke Friesland. Maar liefst drie Nationale Parken, het Drent-Friese Wold, het Dwingelerveld en de Wieden, met Giethoorn als centrum liggen op fietsafstand. Voor toeristen en recreanten heeft Noordwolde tal van faciliteiten.
Noordwolde manifesteert zich op tal van manieren als centrum van het vlechtambacht. Het meest in het oogspringend is wel het Nationaal Vlechtmuseum in het monumentale pand van de voormalige Rijksrietvlechtschool. Ook zijn er nog steeds een aantal vlechtbedrijven en winkels in het dorp gevestigd. Elk jaar worden in het laatste weekend van augustus de Nationale Vlechtdagen georganiseerd, met vlechters uit heel Europa. Ook het Nationaal Kenniscentrum Vlechten is gevestigd in Noordwolde. Noordwolde onderhoudt ook tal van contacten met vlechtorganisaties in binnen-en buitenland.

Oudheidkamer Weststellingwerf
Sinds 1954 is de Oudheidkamer in molen Windlust ondergebracht, waar de collectie op drie verdiepingen te zien is. Op de begane grond zijn allerlei apparaten voor zuivelbereiding uitgestald, zoals een karnmolen uit 1846, roomkommen en kaasvormen. De ruimte wordt daarnaast gebruikt voor wisselexposities en dia- en videopresentaties.
De eerste verdieping is gewijd aan de geschiedenis van Weststellingwerf. Zo is er een collectie over de veenderij. In een apart gedeelte worden rotanproducten en gereedschappen uit de rotanindustrie van Noordwolde getoond.
Op de tweede verdieping kunt u onder andere een schoollokaaltje uit 1920, een huiskamer uit 1900 en authentiek kinderspeelgoed bekijken. Daarnaast toont de Oudheidkamer een aantal wetenswaardigheden over Pieter Stuyvesant, waarvan er ook een standbeeld is.

Grondvondstenmuseum.
Wie eens met een metaaldetector de bodem gaat onderzoeken, kan de meest uiteenlopende voorwerpen tegenkomen. Reden voor amateur-archeoloog Lankman om daar in Noordwolde een klein museum aan te wijden. Het Grondvondstenmuseum toont de metaaldetectoren en de grondvondsten. Er wordt eveneens uitgelegd hoe een metaaldetector werkt. Bijzonder is het verhaal achter elk voorwerp, dat iets vertelt over de mens van toen. Er worden enkele honderden munten tentoongesteld, evenals enkele (pre)historische bijlen.

't Kiekhuus
Dit museum is gevestigd in een voormalige bakkerij. Het herbergt diverse verzamelingen, zoals blikverpakkingen in de uitvoering van een molen of boot, en emaille reclameborden van fabrikanten. Heel bijzonder is de verzameling oude teddyberen, waarvan er zo'n 80 exemplaren gevuld met stro zijn te bewonderen. Sommige zijn slechts enkele centimeters; de grootsten zijn anderhalve meter.
Men waant zich terug in het verleden bij het zien van de volledig ingerichte kruidenierswinkel en de schoolklas uit grootmoeders tijd. Ook aan grootvader is gedacht: uit zijn tijd stamt de authentieke sigarenwinkel, met een unieke verzameling Ster-tabaksproducten.

De gemeente Weststellingwerf is bij uitstek geschikt voor recreatie. Het landschap is afwisselend met bos, heide en waterrijke gebieden. De gemeente heeft een uitgebreid netwerk van fiets- en wandelpaden, routes voor paardrijden en waterwegen voor de kleine watersport. Deze routes zijn verkrijgbaar bij het VVV-kantoor . Het gebied is zeer geschikt voor een actief en sportief verblijf.

De gemeente Weststellingwerf is één van de toegangspoorten voor de watersporters die, vanuit noordwest-Overijssel, Fryslân binnenvaren. Via het prachtige Weerribbengebied presenteert Weststellingwerf zich vanaf het water met diverse goed te bevaren riviertjes en waterpartijen. De Tjonger en de Linde sluiten goed aan op het Friese merengebied.

De gemeente Weststellingwerf ligt in de Stellingwerven, tegen de grenzen met de provincies Drenthe en Overijssel. Het gemeentebestuur zetelt te Wolvega. De landbouw omvat akkerbouw en veehouderij, de industrie (vnl. gevestigd in Wolvega en Noordwolde) produceert o.m. meubelen, zuivelproducten, bouwmaterialen en elektrotechnische artikelen.
Het natuurreservaat Lindevallei is een complex bestaande uit: Helomapolder, Driessenpolder, Gorterspolder, Botkereservaat, Onland en Oude Stroomdal (petgaten ten zuiden van de Linde).
Andere natuurgebieden binnen de gemeente zijn de staatsnatuurreservaten Brandemeer (niet toegankelijk) en Rottige Meenthe.
De Stellingwerven zijn een gebied in het zuidoosten van Friesland, globaal ten zuiden van het riviertje de Tjonger gelegen, dat zich van de rest van de provincie onderscheidt doordat er voor het grootste deel geen Fries, maar een Nedersaksisch dialect (het Stellingwerfs) wordt gesproken.
Bestuurlijk omvat het de beide gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf. Landschappelijk vormt het met een aantal omliggende gebieden de Friese Wouden. In het grensgebied van Drenthe en Friesland ligt hier het Nationaal Park Drents-Friese Wold.
Politiek is het gebied iets sterker naar links/PvdA geneigd dan het landelijk gemiddelde. Afkomstig uit deze streek is Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA). Al eerder kende Nederland een nationaal politicus uit deze streek namelijk Anne Vondeling, afkomstig uit Appelscha.
De belangrijkste plaatsen in de Stellingwerven zijn Wolvega, Oosterwolde, Appelscha, Noordwolde en Haulerwijk.
Waar de Stellingwervers oorspronkelijk vandaan komen is niet met zekerheid te zeggen. Er bestaat alleen een verhaal dat men voor één van de kleinzonen van Karel de Grote naar deze streek gevlucht zou zijn vanuit een streek ten zuiden van Hannover in Duitsland.
De naam Stellingwerf wordt voor het eerst vermeld in 1309. Werf betekent: plaats waar recht wordt gesproken. En stelling betekent: bestuurder. Stellingwerf werd bestuurd door drie stellingen, die jaarlijks werden gekozen. Van 1309 tot 1504 was Stellingwerf feitelijk een onafhankelijke boerenrepubliek, de ‘Vrije Natie der Stellingwerven’.
Daarvoor hoorde het bij Drenthe waarmee het nog steeds het dialect deelt. De reden voor het verlaten van Drenthe en de manier waarop dat gebeurde is grotendeels onbekend. Drenthe en Friesland verkeerden in die dagen regelmatig in oorlog met elkaar, maar of dat de reden voor het uittreden uit Drenthe is geweest blijft onduidelijk.
In 1504 werd Stellingwerf formeel ingedeeld bij Friesland.
In 1517 werd Stellingwerf gesplitst in twee grietenijen: Oost-Stellingwerf en West-Stellingwerf.
De Rottige Meente (ook Rottige Meenthe) is een natuurreservaat, op de grens van de provincies Friesland en Overijssel. Het is in de 19e eeuw en 20e eeuw ontstaan door turfwinning. De naam betekent waarschijnlijk "slechte gemeenschappelijke weide". Het gebied maakt deel uit van de ecologische hoofdstructuur en is Habitatrichtlijngebied. Het is in bezit van Staatsbosbeheer.
Met de Rottige Meente werd vroeger een veel kleiner gebied ten zuiden van Nijetrijne aangeduid. Het was grasland van slechte kwaliteit. Rond 1900 begon hier de ontginning, die tot in de jaren vijftig werd voortgezet. Door het weggraven van het veen kwam het gebied lager te liggen, waardoor de restanten laagveen dreigden te verdrogen.
Om de grote vuurvlinder en de Europese otter te beschermen werden in juni 1955 enkele percelen aangekocht. Nadien zijn nog diverse delen toegevoegd, onder andere in het kader van een ruilverkaveling. Bij het vijftigjarig bestaan in 2005 had het reservaat een totale oppervlakte van ongeveer 1000 ha. Petgaten en legakkers herinneren nog aan de turfwinning. Het gebied bestaat verder uit kleine graslandjes, trilvenen en veenmosrietlanden. De zeldzame Groenknolorchis is er te vinden.
Het gebied ligt tussen de riviertjes Tjonger en Linde en wordt doorsneden door de Scheene. Het wordt in het westen begrensd door de dorpen Munnekeburen, Scherpenzeel en Spanga. Midden in het gebied ligt Nijetrijne. In de jaren vijftig werd dwars door de Rottige Meente een weg aangelegd, van Wolvega naar Kuinre en de Noordoostpolder; de huidige N 351 (Pieter Stuyvesantweg).

wandeltocht op 20 oktober 2007, info over de omgeving:




naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
wandeltocht op 20 oktober 2007, nabeschouwing:
naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
wandeltocht op 20 oktober 2007, verslag:
naar de top van deze pagina