Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Westerbork op 23 februari 2008  


datum 23 februari 2008 plaats Westerbork
provincie Drenthe gemeente Midden-Drenthe
afstanden 25-40-50 km naam wandeltocht Rondje Westerbork
starttijd 9.00 uur postcode start: 9431 AB
startadres: HCR De Westerburcht, Hoofdstraat 7, 9431 AB Westerbork.
openbaar vervoer:  
route info over de omgeving nabeschouwing verslag foto-reportage

naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina
















naar de top van deze pagina
Rondje Westerbork wandeltocht op 23 februari 2008, route-informatie:

FLAL wandeltocht te Westerbork op 23 februari 2008

De wandeltocht in Westerbork gaat langs en door de volgende landschappen en dorpjes. Westerbork, Zwiggelte, Elp, Orvelte, Witteveen, Garminge, Balinge, Mantinge en Eursinge
De start is in het centrum van het dorp in hotel, café, restaurant De Westerburcht, voorheen café Slomp annex bakkerij. In de Tweede Wereldoorlog was hier het hoofdkwartier van de commandant van dit district gevestigd.
Daarna komen we langs de Stefanskerk, nu PKN (Protestantse Kerk in Nederland) daarvoor NH (Nederlands Hervormd). Deze kerk is van omstreeks 1200.
We komen nu in het zgn Padenbos, een bos dat ook al bestond in de zeventiende eeuw als eikenhakhoutbos. Achter in dit bos ligt het hertenkamp. Hier achter kampeerden in de jaren 50 van de vorige eeuw jaarlijks rechtenstudentes uit Leiden.
Na enkele kilometers komen we aan bij het zgn Beilerstroompje. Tot de jaren 60 van de vorige eeuw werd al het land hier aan grenzend voornamelijk gebruikt als wei- en hooiland.
Dan komen we op de es van Zwiggelte, vroeger ook wel Swigteler genoemd, toen nog behorend tot de gemeente Beilen, daarna Westerbork en nu gemeente Midden Drenthe.
We nemen de oude Amerweg en passeren het Oranjekanaal. Door een ontginningsgebied van na 1917. Hier hebben voornamelijk Friese boeren hun boerderijen en landerijen zoals van de families Turkstra, Meindertsma en Spriensma.
Dan komen we aan in de bossen die rond kamp Westerbork ook in die tijd zijn aangepland. We komen vandaag niet op het terrein van het voormalige Durchgangslager, maar op de landerijen die we zojuist doorkruisten, hebben de gevangenen wel moeten werken.
We komen langs de Smalbroekerplas, een fraai natuurgebied en gaan nu richting Elp. In deze omgeving zijn diverse voorwerpen van voor onze jaartelling gevonden. Ook hier gaan we weer door een oud heideveld.
Onze rust is in de Koekoekshof. De naam koekoek is met Elp verbonden. Er bestaat nl een oude legende over een koekoek, die altijd door de oudste inwoner van dit dorp tijdens de winter werd verzorgd om dan in het voorjaar weer te worden losgelaten, zo omstreeks 1 mei.
Na de rust komt er een splitsing, de 40 en 50 km gaan nog een extra tochtje maken door de mooie omgeving ten Oosten van Elp, terwijl de 25 km al richting het volgende dorp gaan nl Orvelte. De anderen volgen na hun ommetje. 19e Drentse Wandel vierdaagse 2007
We komen weer door een gebied met een legende nl die van Ellert en Brammert, twee grote reuzen, die in een hol op het Orvelterveld leefden. In het dorp Orvelte, een groot openlucht museum, kunt u diverse oude boerderijen bekijken en oude ambachten zien uitoefenen. Ook is hier nog een schaapskudde. We komen er doorheen.
Dan volgt weer een splitsing. De 25 km komt langs een prehistorische boerderij, om dan weer naar de finish in het dorp te lopen over de oost es van Westerbork. De 40 km en de 50 km, gaan het nieuwe land van Westerbork nog verkennen.
We komen na Orvelte in Witteveen aan. Dit is een ontginningsgebied van de jaren 20 van de vorige eeuw. Hier geen oude met riet gedekte boerderijen, maar modernere huizen. Hier vestigden zich na de ontginningsjaren voornamelijk Groninger boeren.
Na een welverdiende rust in Het Witteveen, gaan we richting de Broekstreek. Dit al zeer oude gebied met de dorpjes Eursinge, Garminge, Balinge, Mantinge en Bruntinge zijn ook zeer oude boerennederzettingen van voornamelijk authentieke Drenthen. Vroeger voornamelijk keuterijen met slechts enkele koeien en verder schapen.
De 50 km maakt nog een leuk uitstapje door het Mantingerzand met zijn jeneverbesbegroeiing en grote grazers. Wees voorzichtig.
Via de Oude Beilerweg en nog een stukje bos met een camping bereiken ook deze lange afstandslopers het mooie dorp Westerbork om nog even te genieten van een kop of glas met warm of koud vocht.
Ik heb met veel genoegen deze tocht uitgezet, omdat dit mijn geboortestreek is.
Helaas alle oude zandwegen zijn verdwenen ten gevolge van ruilverkavelingsprojecten. Maar de verharde wegen waren begin jaren 60 nog nagenoeg allemaal zandwegen en paden, met in de winter veel modder.

Frits Pronk


naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina

Rondje Westerbork wandeltocht op 23 februari 2008, info over de omgeving:

Westerbork is een (brink)dorp in de provincie Drenthe en maakt deel uit van de gemeente Midden-Drenthe.

In de volksmond wordt ook wel over Westerbork gesproken als men het voormalige Kamp Westerbork bedoelt dat in de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt om Joden, zigeuners en verzetsmensen te deporteren. Dit kamp ligt echter dichterbij Hooghalen, dan bij Westerbork.

Na de oorlog werden in het kamp ex KNIL-militairen (Zuid Molukkers - 'Ambonezen') ondergebracht. Het kamp werd toen hernoemd tot 'Woonoord Schattenberg'. Het kamp is eind jaren 1970 gesloopt en nabij de locatie is een monument ingericht.

Op het terrein van het kamp zelf bevindt zich een gebied met 14 radiotelescopen, de Westerbork Synthese Radio Telescoop, tezamen met de Dwingeloo Radio Telescoop bij Dwingeloo de radiosterrenwacht Westenbork vormend. Deze worden beheerd door ASTRON.

Het Börker Trio is afkomstig uit dit dorp.


Kamp Westerbork gelegen bij Hooghalen is bekend geworden als doorgangskamp. Van hier werden 107.000 joden en zigeuners naar Duitse concentratiekampen gedeporteerd. Slechts 5.000 hiervan overleefden de oorlog, de meesten in Theresienstadt en Bergen-Belsen of door bevrijding in Westerbork zelf.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vluchtten steeds meer Duitse joden voor de naziterreur de grens met Nederland over. De toenmalige Nederlandse regering wilde op goede voet blijven met Duitsland, sloot op 15 december 1938 de grens (enkele weken na de Kristallnacht), en bestempelde de vluchtelingen tot ongewenste vreemdelingen. Zij moesten in één groot vluchtelingenkamp worden ondergebracht. Tot de bouw hiervan werd in februari 1939 door de Nederlandse regering besloten.

Aanvankelijk zou dat kamp bij Elspeet worden gebouwd. Maar Koningin Wilhelmina vond de afstand van twaalf kilometer tot haar zomerverblijf paleis Het Loo veel te weinig. Ook de ANWB was tegen, want de gehele Veluwe moest beschikbaar blijven voor vakantiegangers. Daarom werd tenslotte gekozen voor het Amerveld op de Drentse heide bij Hooghalen, tien kilometer ten noorden van het dorp Westerbork. In augustus 1939 werden hier door arbeiders in de werkverschaffing de eerste barakken gebouwd van Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork.

Op 9 oktober arriveerden de eerste 22 bewoners. Zij waren afkomstig uit een groep van ruim negenhonderd Duitse joden die tevergeefs hadden geprobeerd met het Duitse schip St Louis van Hamburg naar Cuba te vluchten.

Tijdens de bezetting maakten de Nazi's dankbaar gebruik van de al bestaande kampstructuur. Westerbork kwam op 1 juli 1942 onder rechtstreeks Duits bestuur. Vanaf oktober 1942 tot april 1945 was Albert Konrad Gemmeker commandant van het kamp. Als Polizeiliches Durchgangslager Westerbork werd het een doorgangskamp voor joden, zigeuners en verzetsmensen, die per trein werden afgevoerd. Aanvankelijk via station Hooghalen, maar na enige tijd werd een spoorlijntje aangelegd dat het kamp verbond met de spoorlijn tussen Beilen en Assen.

Elke dinsdag vertrok vanuit Westerbork een goederentrein die een grote groep kampbewoners via Assen, Groningen en Nieuweschans naar kampen in Polen bracht, voornamelijk de vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau en Sobibor. Een dag of drie later kwamen ze daar dan aan. De trein werd tot Nieuweschans door Nederlands spoorwegpersoneel bemand, en vanaf Nieuweschans door Duits personeel.
In totaal werden van 1942 tot 1944 ruim 107.000 gevangenen vanuit Westerbork per trein gedeporteerd. Slechts 5000 van hen keerden terug.

Onder de slachtoffers zijn bekende namen. Etty Hillesum heeft in Westerbork vast gezeten alvorens ze werd gedeporteerd, en Anne Frank en haar familie werden op een van de laatste transporttreinen van Kamp Westerbork naar Auschwitz gezet. Ook het Sinti-meisje Settela Steinbach is via Westerbork gedeporteerd. De journalist, voor het Algemeen Handelsblad, Phillip Mechanicus werd op 7 november 1942 naar Westerbork gevoerd en op 8 maart 1944 op transport gesteld naar Bergen-Belsen; op 9 oktober 1944 werd hij met een straftransport van 120 man naar Auschwitz-Birkenau gebracht, waar hij 3 dagen later werd doodgeschoten. Lees het boek "In Depot", dagboek uit Westerbork van Philip Mechanicus.

De laatste trein vertrok op 3 september 1944. Op 12 april 1945 werd het kamp door Canadese soldaten bevrijd. Er waren nog zo'n 900 gevangenen in het kamp overgebleven. Het kamp kwam nu onder Nederlands commando en de bewoners moesten nog weken in het kamp blijven alvorens zij naar huis mochten, althans wat daarvan was overgebleven.

Na de oorlog is het kamp enkele jaren door de Nederlandse overheid gebruikt voor het zonder proces gevangen houden van NSB'ers en collaborateurs. Het regime was zo mogelijk nog wreder dan onder de Duitse bezetter. Over deze zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis wordt nog steeds liever niet gesproken.

Daarna werd het korte tijd een militair kampement, en in 1951 werd Kamp Westerbork ingericht als woonoord voor gedemobiliseerde KNIL militairen van Zuid-Molukse afkomst. Het kreeg toen de naam Schattenberg, naar een heuvel in de buurt. De eerste Molukkers arriveerden hier op 22 maart 1951; ze waren een dag eerder in Rotterdam aangekomen met de Kota Inten. In 1970 vertrokken de laatste gezinnen. Het kamp werd vervolgens afgebroken.

Op de plaats waar de spoorrails in het kamp eindigden onthulde Koningin Juliana in 1970 het Nationaal monument Westerbork, ontworpen door oud-gevangene Ralph Prins.

Sinds 1983 is er een herinneringscentrum, waar de geschiedenis van Durchgangslager Westerbork wordt verteld. Er is een museum waar er diverse voorwerpen tentoongesteld worden en er filmjes te zien zijn. Het voormalig kampterrein is weer een groene vlakte. De belangrijkste gebouwen zijn nu gemarkeerd door heuveltjes. Driehoekige stenen markeren de plaatsen waar eens barakken en spoorrails waren.

Op 7 augustus 2006 brachten de selecties van FC Emmen en BV Veendam een bezoek aan het voormalige concentratie kamp. Het initatief kwam van toenmalige FC Emmen trainer Jan van Dijk. Hij wilde de voetballers laten zien dat er meer is dan alleen voetbal. Na de rondleiding door Frits Barend speelden de beide selecties een benefiet wedstrijd ter behoeve van voormalig kamp Westerbork.


De gemeente Westerbork ligt in het noordoosten van Nederland, in de provincie Drenthe, zo’n 130 km van Amsterdam. Op voorstel van de Minister van Binnenlandse Zaken wees de Nederlandse regering het op 13 februari 1939 aan als locatie voor een te bouwen opvangkamp "voor de hier te lande vertoevende vluchtelingen uit Duitsland". Het "Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork" werd geopend op 9 oktober 1939. De kosten, circa 1,25 miljoen gulden, kwamen voor rekening van een Joods comité dat voor de verzorging van deze vluchtelingen was opgericht. In mei 1940, bij de Duitse inval, verbleven er 750 vluchtelingen in het kamp. Men bracht hen aanvankelijk over naar Leeuwarden, maar na de Nederlandse capitulatie moesten ze terug. Het kamp kwam op 16 juli 1940 onder toezicht van het Ministerie van Justitie. De vluchtelingen die in kampen elders in het land waren opgevangen, werden in de periode daarna overgebracht naar Westerbork. Daardoor groeide de kampbevolking tot 1.100 in 1941. De mensen waren ondergebracht in 200 houten huisjes. Een ooggetuige beschrijft het kampterrein als: "een van de meest deprimerende stukken, die in ons land te vinden zijn, gelegen op de Drentse heide ver van de beschaafde wereld, zonder verharde wegen die bij regen direct in een diepe modderpoel veranderd werden". ´s Zomers waren er vliegenplagen.

Eind 1941 besloten de Duitsers van Westerbork een doorgangskamp te maken voor Joden, in afwachting van hun deportatie naar Polen. Het kamp had een omvang van 500 bij 500 m en daar werd nu een afzetting met prikkeldraad omheen geplaatst. Er werden 24 grote houten barakken gebouwd. Later breidde men dat aantal uit tot 107, elk bedoeld voor 300 personen. De bouwkosten en het onderhoud van het kamp werden betaald uit de opbrengst van geconfisqueerde Joodse bezittingen. Deze opbrengst bedroeg meer dan 10 miljoen gulden in 1942/43. Het eerste halfjaar van 1942 werden 400 Duitse Joden overgebracht naar Westerbork, afkomstig uit dezelfde steden als van waaruit de Nederlandse Joden bevel hadden gekregen naar Amsterdam te verhuizen.

Op 1 juli 1942 kwam het kamp onder bevel van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD. SS troepen kwamen de bewaking door de Nederlandse militaire politie versterken. Erich Deppner, topfunctionaris bij de Duitse bezetters, werd aangesteld als kampcommandant. Op 1 september 1942 werd hij opgevolgd door een officier bij de SS, Josef Hugo Dischner. Omdat beide mannen al snel niet voor hun taak berekend bleken, nam Albert Konrad Gemmeker op 12 oktober 1942 het bevel over. Gemmeker liet de dagelijkse gang van zaken in het kamp over aan Duitse Joden, een toestand zoals die vanaf het begin van het kamp had bestaan en die ook later niet werd veranderd, toen het merendeel van de bewoners van Nederlandse afkomst was. De gevangenen van Westerbork zagen van de SS-ers in hun kamp zelden iemand anders dan Gemmeker.

Op 13 juli 1942 werden de meeste bewoners van het kamp, van wie velen daar al twee jaar hadden doorgebracht, door de kampleiding weggestuurd. Dit betrof vrijwel iedereen die, volgens de door de nazi’s gehanteerde criteria, niet gold als zuiver Joods. De dag daarop werden alle gevangenen die tussen 1902 en 1925 geboren waren, onderzocht op geschiktheid voor de Arbeitseinsatz. Deppner verklaarde: "Wij hebben ook uw arbeid nodig voor de overwinning." De deportatie van Joden uit Amsterdam naar Westerbork begon in de nacht van 14 op 15 juli 1942 en het eerste transport naar Auschwitz vertrok daags daarna. Als vervolg daarop kregen de Nederlandse Spoorwegen opdracht om een baanvak aan te leggen van 5 km tot in Kamp Westerbork. De dienstregeling voor de treinen, het aantal wagons en de bestemmingen, werden vastgesteld door Adolf Eichmann’s afdeling IV B 4 van het Reichssicherheitshauptamt. Gemmeker liet de samenstelling van de transporten over aan de Joodse Kampleiding. Sommige groepen gevangenen, zoals mensen met een afwijkende nationaliteit en oudgedienden in ondersteunende functies, waren van transport vrijgesteld. Op 2 februari 1943 verliet de eerste van de wekelijkse deportatietreinen op dinsdag Westerbork, hoewel er ook perioden voorkwamen dat het transport stillag. In het begin gebruikte men veewagens voor de transporten, later werden ook wel passagiersrijtuigen ingezet.

Anders dan andere doorgangskampen kende Westerbork een min of meer permanente bevolking die gedurende langere tijd in het kamp woonde. Zij richtten hun eigen leven in en leidden bijna een normaal bestaan, zeker in de tijden dat de deportaties stil lagen. De arts Elie Cohen verbleef acht maanden in Westerbork, tot hij op transport werd gesteld naar Auschwitz. Ofschoon zeker niet aangenaam, waren de leefomstandigheden in het kamp veel draaglijker dan die in de doorgangskampen in Oost-Europa. Wel was de watertoevoer slecht en waren er onvoldoende hygiënische en sanitaire voorzieningen. Verreweg de meesten die in Westerbork arriveerden bleven echter maar één of twee weken in het kamp, en werden dan doorgestuurd met de treinen naar het oosten. Dit ondanks pogingen van de Kampleiding om mensen te behoeden voor deportatie door hun allerlei baantjes in het kamp te geven. Zo werden bijvoorbeeld gevangenen opgenomen in de Ordedienst, of in de Fliegende Kolonne, een groep die verantwoordelijk was voor de aflevering van gedeporteerden op het spoorwegstation van het naburige dorp Hooghalen, dat werd gebruikt voordat de spoorlijn tot in het kamp klaar was.

Joden die van onderduikadressen waren afgehaald werden aangemerkt als Joodse dwangarbeiders. Zij werden ondergebracht in het strafblok, barak 67. In tegenstelling tot de andere kampbewoners mochten zij niet hun eigen kleren aanhouden maar zij moesten in blauwe overalls dragen en houten klompen. Zowel van de mannen als de vrouwen in het strafblok werd het haar afgeschoren, zij kregen geen zeep, hun voedselrantsoen was beperkt en ze moesten onder de zwaarste omstandigheden dwangarbeid verrichten

De kampadministratie bestond uit twaalf onderafdelingen. Op 12 augustus 1943 werd het hoofd van één van deze onderafdelingen, Kurt Schlesinger, aangesteld als hoofd van de afdeling waar de persoonskaarten werden bijgehouden, waaruit de lijsten voor deportatie werden vastgesteld. Er werd ook een Joodsche Ordedienst (Joodse politie) geformeerd, met aan het hoofd de Oostenrijker Arthur Pisk. Deze had een sterkte van 200 jongemannen en was verantwoordelijk voor de ordehandhaving binnen het kamp en bij de transporten. Westerbork leek in veel opzichten op een kleine stad. Er was een ziekenhuis, met aan het hoofd Dr F M Spanier, met 1.800 bedden, een kraamafdeling, laboratoria, apotheken, 120 doktoren en nog zo’n 1.000 andere werknemers. Verder waren er een bejaardenhuis, een enorme moderne gaarkeuken, een lagere school voor kinderen van 6 tot 14, een weeshuis en er werden kerkdiensten gehouden. Er waren werkplaatsen waar schoenmakers, kleermakers, meubelmakers en boekbinders werkten. Slotenmakers, huisschilders, metselaars, timmerlieden, veeartsen, opticiens en hoveniers vonden er eveneens werk. Het kamp kende een elektrotechnische dienst, een garage, een water-en-vuurhuis, een naaiatelier en een telefooncentrale. In 1943, toen de "permanente" bewoning van het kamp zijn maximale omvang bereikte, hadden 6.035 mensen, onder wie ook niet-Joden, een baan in het kamp.

’s Nachts waren mannen en vrouwen gescheiden, maar overdag golden binnen het kamp geen bewegingsbeperkingen. De dienstverlening omvatte ook tandartspraktijken, kappers, fotografen en een postdienst. Er waren verschillende mogelijkheden om te sporten, waaronder boksen, touwtrekken en gymnastiek. Gemmeker bevorderde vermakelijkheden – er was een cabaret, een koor en een balletgezelschap. Toiletartikelen, speelgoed en planten waren te koop in de kampwinkel. Men kende geen tekorten in het kamp, doordat de Nederlandse autoriteiten zorgden voor regelmatige bevoorrading en doordat Gemmeker kon beschikken over de opbrengsten van in beslag genomen Joodse bezittingen.

Wie mocht denken dat het bestaan in het kamp een soort idylle was, moet niet vergeten dat iedere bewoner voortdurend acuut met de dood werd bedreigd. De spoorlijn tot in het kamp was gereed gekomen in november 1942, waardoor de treinen tot in het hart van het kamp konden doorrijden. 101.525 van de 107.000 Nederlandse Joden die naar het oosten zijn weggevoerd, werden eerst in Westerbork geïnterneerd – 41.156 mannen, 45.867 vrouwen en 14.502 kinderen. Meer dan 95% van degenen die uit het kamp zijn gedeporteerd, zijn omgekomen.

Angst voor de dood overheerste Westerbork en bepaalde het gedrag van veel gevangenen. Hoewel men niet precies de bestemming van de transporten kende, was men zich maar al te zeer bewust dat de Duitsers met de gedeporteerden weinig goeds van plan waren. De mensen deden alles om hun naam maar niet op de transportlijsten te krijgen. Ze "gaven er hun laatste rooie cent voor, hun juwelen, kleding, hun voedselrantsoen of, in het geval van jonge meisjes, hun lichaam."
Telkens als het weer dinsdag werd, overviel elke gevangene het trauma van een mogelijke deportatie. Uit een voorbeeld moge blijken hoe verschrikkelijk het lijden was tijdens een dergelijk transport. Op 8 februari 1944 vertrok een transport van meer dan 1.000 Joden van Westerbork naar Auschwitz-Birkenau. Onder hen waren 268 patiënten uit het kamphospitaal, kinderen met roodvonk en difterie. Een ooggetuige, de gerenommeerde journalist en schrijver van een kamp-dagboek Philip Mechanicus, noteerde op 10 juni 1943:
"In de ziekenbarakken verspreid, liggen ongeveer vijftig kinderen, die uit Vught met de transporten zijn meegekomen met roodvonk, mazelen, longontsteking en bof."
Op 8 februari 1944 (...). Mechanicus schreef:
"Misschien wel het beestachtigste transport van alle transporten, die er zijn gegaan."

Veel zieken werden op brancards naar de trein gebracht. Bij aankomst in Auschwitz-Birkenau werden 142 mannen en 73 vrouwen geselecteerd voor dwangarbeid. De overige 800 gedeporteerden, onder wie alle kinderen, werden vergast. Het laatste transport uit Nederland naar Auschwitz vertrok op 3 september 1944. Twee dagen later werd het kamp overspoeld door NSB-ers die op de geruchten over de opmars van de geallieerden, - geruchten die later vals bleken, - hals over kop probeerden naar Duitsland te ontkomen (Dolle Dinsdag). Het laatste transport naar Bergen-Belsen vertrok op 15 september 1944. Na dit transport was de kamppopulatie gezakt tot minder dan 1.000.

Gemmeker blijft een raadselachtige persoon. Hij sprak zelden met stemverheffing, deelde haast nooit straffen uit, en hij heette onomkoopbaar te zijn. Hij stelde belang in de voorstellingen in het kamp en maakte na afloop grapjes met de artiesten. Joodse tuinlieden kweekten bloemen speciaal voor hem en hij liet zich door Joodse artsen en tandartsen behandelen. Gemmeker liet een film maken over Westerbork, die alles moest laten zien, de goede en het slechte kanten, van het dagelijks leven in het kamp. Scènes uit deze film zien we vaak terug in documentaires over de Jodenvervolging. Zeer tot de verbeelding spreekt de scène waarin een 9-jarig meisje dat vanuit een veewagen naar buiten kijkt. Dit beeld is zo ongeveer symbolisch voor de Holocaust. Het meisje, dat later bleek niet Joods te zijn maar een Roma, heette Settela Steinbach. Zij stierf in Auschwitz-Birkenau.

Op 12 april 1945, toen de geallieerden Westerbork naderden, droeg Gemmeker het kamp over aan Schlesinger. Er waren toen 876 gevangenen in het kamp van wie 569 met de Nederlandse nationaliteit. De overigen behoorden tot verschillende nationaliteiten of waren statenloos. Gemmeker werd na de oorlog door een Nederlandse rechtbank veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf. Als verzachtende omstandigheid nam men in aanmerking dat hij "de Joden tijdens hun verblijf in het kamp over het algemeen fatsoenlijk had behandeld".

Net als enkele andere doorgangskampen kende Westerbork zijn eigen geldeenheid.

Er waren nog andere kampen waar Joden werden vastgehouden, doorgaans in afwachting van hun transport naar Westerbork of Vught. Deze waren gevestigd in Schoorl (prov. Noord-Holland), in Amersfoort (prov. Utrecht) en in Ommen (prov. Overijssel). Het ging hier meer om concentratie- dan om doorgangskampen, en ze waren ook niet speciaal opgezet voor het gevangen houden van Joden, hoewel er wel een aantal tijdelijk hebben vastgezeten. Het regime in deze kampen was veel harder dan dat in Vught en zeker dat van Westerbork. Elie Cohen, die een tijdlang gevangen zat in Amersfoort, vergeleek zijn overgang van dat kamp naar Westerbork met een, van de hel naar de hemel.



De Westerbork Synthese Radio Telescoop, kortweg WSRT is een uit 14 losse parabolische antennes bestaande radiotelescoop in de bossen nabij Hooghalen in Drenthe. Het terrein waar de antennes opgesteld staan ligt naast het voormalige Kamp Westerbork.

De WSRT is in 1970 in gebruik genomen en wordt nog steeds voor sterrenkundige waarnemingen gebruikt. Van het hele systeem stammen eigenlijk alleen nog maar de parabolische antennes uit 1970. Alle andere componenten zijn in 1999 geheel vervangen, waardoor de WSRT kan concurreren met andere radiotelescopen in de wereld.

De 14 antennes staan in oost-west richting opgesteld over een lengte van bijna 3 kilometer. Door middel van de radio-synthese techniek kan op deze manier een telescoop met een diameter van bijna 3 kilometer nagebootst worden. Tien antennes hebben een vaste positie en vier kunnen over een rails verplaatst worden. De antennes hebben verschillende ontvangers die gevoelig zijn voor radiostraling tussen 120 MHz en 8,3 GHz.

De WSRT wordt regelmatig gebruikt in combinatie met andere radiotelescopen in de wereld om zogenaamde VLBI-metingen (Very Long Baseline Interferometry) te doen en vormt zo onderdeel van het Europese VLBI-netwerk.

De WSRT wordt beheerd door de stichting ASTRON.

naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
Rondje Westerbork wandeltocht op 23 februari 2008, nabeschouwing:
naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
Rondje Westerbork wandeltocht op 23 februari 2008, verslag:
naar de top van deze pagina