Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Pieterburen op 20 december 2008  


datum 20 december 2008 plaats Pieterburen
provincie Groningen gemeente De Marne
afstanden 25 en 35 km naam wandeltocht Hunze Boezem wandeltocht
starttijd 9.00 uur postcode start: 9968 AB
startadres: Restaurant “Waddengenot”, Hoofdstraat 93, 9968 AB Pieterburen
openbaar vervoer:  
info over de omgeving verslag foto-reportage

naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina































naar de top van deze pagina
Hunze Boezem wandeltocht op 20 december 2008, info over de omgeving:

Ontstaan van de Hunzeboezem.

De Hunzeboezem liep vanaf Groningen in noordwestelijke richting en had omstreeks 600 v.Chr zijn monding tussen Vierhuizen en Warffum. Deze Hunzeboezem is gelegen in de z.g. Hunzedepressie. Dit is een verlaging in het noordelijk kustgebied en is ontstaan na de voorlaatste ijstijd door noordwaarts afvloeiende smeltwaterstromen. Na de laatste ijstijd , toen de zee weer ging stijgen, werden voor de kust schoorwallen gevormd, waarvan de huidige waddeneilanden het restant zijn. Door deze schoorwallen ontstond stagnatie in de waterafvoer in de lagere delen en werden moerassen en veenpakketten gevormd. Als gevolg van een verdere zeespiegelstijging en door zee-inbraken werden plaatselijk deze veenpakketten weer weggeslagen. Omstreeks 4000 v.C ontstond daardoor de Hunzeboezem, toenmaals globaal gelegen tussen Groningen, Munnikezijl en de noordelijke waddeneilanden.
Het Lauwerszeebekken en Humsterland behielden voorlopig hun dikke veenpakket. De Lauwerszee bestond toen nog niet. Door afzettingen van zand, zavel en klei aan de zeeoevers van dit Hunzebekken werden kwelderwallen gevormd en dit bekken werd geleidelijk weer kleiner.
Dankzij de bereikbaarheid over water was er omstreeks 600 v.Chr. op de beide oevers c.q. kwelderwallen van deze rivierboezem permanente bewoning ontstaan. De wierden werden gevormd door toevallige ophoging met bewoningsafval, waardoor een natuurlijke bescherming ontstond tegen regelmatige overstromingen door de zee. In latere stadia vond ook opzettelijke verhoging plaats.
Op de oostelijk kwelderwal ontstonden de wierdedorpen; Adorp,Sauwerd,Wetsinge,Bellingweer,Winsum,Obergum,Ranum, Baflo,Rasquert en Warffum.
Op de westelijke kwelderwal ontstonden de wierdedorpen: Dorkwerd ,Oostum, Krassum, Garnwerd, Feerwerd, Ezinge, Saaksum, Englum, Aalsum, Houwerzijl en Panser.
Later omstreeks 200 v.Chr. werd door verdere aanslibbing de kwelderwal verbreed door de dorpen: Mensingeweer, Eenrum, Groot Maarslag en Lutke Saaksum.
In de opvolgende jaren ging de geleidelijke opslibbing van de Hunzeboezem verder en vormden getijdenstromingen de prielen die de basis vormden voor de natuurlijke waterlopen of maren. De verdere kolonisatie van het noordelijke kustgebied heeft vooral door de aanwezigheid van deze prielen/maren kunnen plaatsvinden. De plaats van de dorpen geeft aan waar vroeger deze prielen en maren gelopen hebben.
In de transgressieperiode 700-1000 n.Chr. is vanuit de Lauwersmonding, door inbraken van de zee tot diep landinwaarts, het veenpakket uit het huidige Lauwersmeergebied weggeslagen, waarbij de Lauwerszee ontstond en tot ver landinwaarts erosiegeulen zijn gevormd. Hierbij ontstond ook een doorbraak van de Lauwersmonding naar de Hunze, waarbij de huidige westelijke tak van het Reitdiep ontstond.
Door deze bredere bedding van het Reitdiep werd de hoofdwaterstroom meer op Zoutkamp gericht en vond aanslibbing in de noordelijke richting stromende tak van de Hunze versneld plaats, zodat daardoor het ten noorden van Schouwerzijl gelegen Marnegebied verder werd opgebouwd. De oude monding bij Pieterburen verloor hierbij haar functie en slibde steeds meer dicht.
Rond 1000 n.Chr. was de westelijke kwelderwal gevorderd tot Hornhuizen, Kloosterburen en Molenrij.Teneinde de regelmatige overspoeling door de zee te beperken, werden vanaf ca.1000 n.Chr.de eerste plaatselijke dijken opgeworpen op de kwelderwallen tussen de verschillende wierden, aanvankelijk als particulier initiatief van belanghebbende boeren. Niet lang daarna werden de eerste ringdijken aangelegd, waardoor stukken land in hun geheel omsloten werden. Na de stichting van verscheidene kloosters werd de coördinatie van de werkzaamheden door de kloosters ter hand genomen. Voor het Marnegebied is hierbij vooral het Oldenclooster van Kloosterburen van belang.

Geschiedenis van de dorpen: Pieterburen, Broek, Eenrum, Warfhuizen, Wierhuizen en Wehe-den Hoorn

Pieterburen: het streekdorp Pieterburen is ontstaan op een kwelderwal ten zuiden van de Oude Dijk. Het dorp werd voor het eerst genoemd in een document uit 1371. In deze in het latijn geschreven oorkonde , die gaat over een nieuw ingedijkt land, is sprake van “Parrochaiani Sancti Petri in nova terra” oftewel parochianen van Sint Petrus in het nieuwe land. In latere documenten zal Pieterburen achteréénvolgens worden aangeduid als “Sunte Petersburen” (1406), ” Petersburen” en “ Pieterburen”. “Buren” is de derde naamvalsvorm van het oudfriesche woord “bur” dat bebouwing of huizen – of meer algemeen “kom van een dorp” betekent. Pieterburen wil zeggen : dorp van Sint Pieter. Het is niet bekent wanneer Pieterburen precies ontstaan is. In 1846 brandde de molen in Pieterburen af. Nog in datzelfde jaar werd op de plaats van de afgebrande molen een nieuwe korenmolen gebouwd” de Vier Winden”. In de jaren zeventig tot nu is Pieterburen vooral bekend geworden door de wadloperij waarin Hylke Dijkstra een belangrijke rol gespeeld heeft en natuurlijk de opvang van de zeehonden sinds de jaren zeventig in de zeehondencréche.
Het dorp is genoemd naar de kerkpatroon Sint Pieter oftewel de apostel Petrus en het woord "bur" betekent buurt, nederzetting, huizen en komt voor het eerst in 1439 voor. Sinds de jaren 60 geniet het dorp grote bekendheid vanwege de Zeehondencrèche van Lenie 't Hart en het Wadlopen. In de laat-gotische kerk uit de 15e eeuw hangen rouwborden van bewoners van de in 1903/1904 afgebroken borg Huis ten Dijke (Dijksterhuis). Eén van de bewoners daarvan was de bekende watergeus Diederik Sonoy. Op de plaats waar tot 1962 de weem (=pastorie en boerderij) stond, ligt nu de botanische tuin (Domies Toen).

Wierhuizen: Een “wier” is een heuvel waarop huizen staan. Er resteert van deze nederzetting eigenlijk alléén nog een oud kerkhof. Als gevolg van de Kerstvloed van 1717 werd de kerk afgebroken en de restanten werden gebruikt op plaatsen waar de zeedijk was doorgebroken.

Broek: De betekenis is van het woord “broek’ is moers of drassig land. Het dorp ligt aan het Broekstermaar ongeveer op de grens van het vroegere Marne-eiland en het Halve Ambt. Helaas is er niet meer bekend over Broek.

Wehe-Den Hoorn: Wehe-den Hoorn bestaat uit 2 in 1966 samengevoegde dorpen. Het eerste dorp.Tevens het oudste dorp is Wehe. Het tweede dorp Den Hoorn is een veel jongere nederzetting dan Wehe. Het dorp Wehe had een borg genaamd huis te Wehe, ook wel Starkenborgh of Borgweer genoemd. De borg was eigendom van de familie Starkenborgh. De borg werd omstreeks 1650 gebouwd en in 1832 werd hij afgebroken. Na de reformatie (hervorming) bleven de meeste mensen katholiek, en in het jaar 1730 bouwde Pater Ignatius Martens een kerkje dat in 1803 werd vervangen door een nieuwe kerk.
Wehe is afgeleid van het Germaanse woord "wiha" en dit betekent "heiligdom". De naam "Uuia" kwam voor het eerst in de 11e eeuw voor. In het uit rond 1200 daterende kerkje met toren uit 1655, in Wehe is thans 't Marnehoes ondergebracht. De familie Van Starkenborgh woonde op de in 1823 afgebroken borg Borgweer. Aan het begin van de oprijlaan werd de in 1840 gesloopte woning Weerborg gebouwd. Den Hoorn ligt in een hoek van de oude Marnedijk. Naast Kloosterburen wonen ook in Den Hoorn veel katholieken en staat daar de in 1926/1927 gebouwde Sint Bonifatiuskerk. Tussen 1917 en 1960 stond aan het Hoornsediep (Mernaweg 46-48) een melkfabriek.

Warfhuizen: Warfhuizen is een wierdedorp, liggend op het uiterste zuidpunt van een kwelderwal. Vroeger telde het dorp 2 borgen genaamd Huis ten Berge en Lulema, deze borgen zijn alle 2 verdwenen. De oude vervallen kerk werd in 1858 vervangen door een nieuwe kerk. Aan de zuidzijde van het dorp kwamen enkele bedrijven, zoals een vellenbloterij en de molen De Nijverheid die in het jaar 1955 werd onttakeld en later helemaal werd afgebroken.
De betekenis van het dorp is huizengroep gelegen op een "werf" ofwel een kunstmatig aangelegde heuvel op de zeeklei. De plaatsnaam komt voor het eerst in 1398 voor. Het dorp is gebouwd op twee wierden. Op de noordelijke staat de kerk en op de zuidelijke ligt de buurtschap Burum. Bij Warfhuizen stond sinds 1280 Huis ter Borgh (Gaykingaborg). Deze borg raakte omstreeks 1580 betrokken in de 80-jarige oorlog en in de buurt werd een schans aangelegd. Na 1717 verloor deze borg aan betekenis en op de restanten ervan werd in 1789 een boerderij gebouwd die in 1886 werd vernieuwd. De borg Lulema werd in 1654 voor het eerst vermeld en werd in 1823 op afbraak verkocht. Bij Roodehaan, ten zuiden van Warfhuizen, werd in 1906 de pontveer vervangen door een vaste brugverbinding.

Eenrum: Eenrum is oorspronkelijk een wierdedorp. In 1799 was Eenrum een dorp met ruim 750 inwoners. Jacobus Albertus Uilkens was een bekende Eenrummer, hij was sinds 1799 predikant. Verder was hij ook nog volksopvoeder,schrijver en lanbouwer op de pastoriegronden. In het jaar 1815 werd Uilkens benoemd tot hoogleraar in de landhuiskunde aan de Groningen academie
In de 11e eeuw werd het dorp Arneron genoemd. "Arnu" duidt op een plaats waar arenden leefden. De wierde waarop Eenrum ligt is ongeveer 2200 jaar oud. Eerst verrees op de wierde een kerk van tufsteen. Daarvoor in de plaats kwam de romano-gotische kerk van baksteen welke stamt uit de dertiende eeuw. In de kerk staat een doopvont uit de 10e of 11e eeuw. De markante toren werd tussen 1646 en 1652 gebouwd. Op de wierde liggen ook een drietal dorpspompen. Ook zijn in het dorp een aantal bedrijfjes gevestigd waar op ambachtelijke wijze bepaalde producten/artikelen worden gevaardigd. Het betreft hier onder andere de Kaarsenmakerij Wilhelmus, het Mosterdmuseum (mosterd- en azijnmakerij) en klompenmakerij Van der Meulen. De gehele oude dorpskern is geplaatst op de monumentenlijst. In de "Meulenhorn" (Molenstraat) stonden ooit drie molens. Alleen de uit 1862 daterende pelmolen "De Lelie" staat er nog. Verder stond in het begin van de 20ste eeuw aan de Mensingeweersterweg een vlasfabriek.

Geschiedenis van andere dorpen in de gemeente De Marne en omgeving:

Hornhuizen
In 1247 werd dit dorp "Howerahusum" genoemd. Een "Horn" is een nederzetting die op een hoek land aan het water ligt. In 1850 werd de uit 1247 stammende Hervormde kerk vervangen door de huidige. In Hornhuizen stond ook de in 1803 gesloopte Tammingaborg, die achtereenvolgens werd bewoond door de geslachten Tamminga (tot 1620) en Van Meckema (tot 1776).

Houwerzijl
Het dorp is genoemd naar de Houw, een buurt onder Ulrum en de oudste sluis van Hunsingo (1350). Daarmee werd het water tot 1728 van het Vlakkeriet op het Reitdiep geloosd. Niet ver er vandaan lag de oude nederzetting Vliedorp. Op de kerkwierde (Ol Weem) ligt alleen nog een kerkhof. Er heeft ook een middeleeuwse kerk op gestaan die tot 1695 in gebruik is geweest.

Kleine Huisjes
Het dorp ontstond in de 19e eeuw. De naamgeving werd ontleend aan de vele kleine huisjes waarin de arbeiders woonden die werkten op de omliggende boerderijen en bij inpolderingen. De omgrachtte boerderij Feddemaheerdt stamt uit 1765.

Kloosterburen
Kloosterburen is een katholieke enclave in het overwegend protestantse Noord-Groningen. Tussen 1163 en 1595 stond hier het klooster Sint-Johannes Evangelista, ook wel Oldenclooster genoemd. In 1204 werd het nonnenklooster Nijenklooster gesticht. De toren van de hervormde kerk staat op restanten van het vroegere Premonstratenzer klooster dat hier tot het eind van de 16e eeuw stond. De grote katholieke kerk is in 1868/1869 gebouwd naar een ontwerp van de architect P.J.H. Cuypers. Met 56 meter heeft het de hoogste kerktoren van het Groninger Ommeland. In 1926/1927 werd aan de Damsterweg een zusterhuis, het Theresiagesticht, gebouwd door de R.K. Kerk. Dit klooster verloor in de 60-er jaren zijn functie en er is nu een hotel in ondergebracht.

Kruisweg
Pas in de 19e eeuw vestigden zich hier de eerste bewoners. Dit waren arbeiders die werk vonden bij inpolderingen. De nederzetting kreeg pas in de 20ste eeuw haar huidige naam. Tot 1964 stond net buiten het dorp de cichoreifabriek Musschenga.

Lauwersoog
De naam wordt ontleent aan de grensrivier van Groningen en Friesland, de Lauwer. De betekenis van het achtervoegsel "oog" is "eiland". Nadat het Lauwersmeer in 1969 was drooggelegd ontstond aan de noordkant van het "nieuwe land" een nieuwe dorpskern met haven. Het Lauwersmeergebied ontwikkelt zich langzamerhand tot centrum van toerisme en recreatie. De veerboot naar Schiermonnikoog vertrekt hier vandaan en er is een vissershaven. Op het haventerrein staat een visafslag en er zijn visverwerkende bedrijven gevestigd.

Leens
Lydenze wordt voor het eerst in 1381 als zodanig genoemd. Het is afgeleid van "lede" en daarvan is de betekenis "dorp gelegen aan waterloop". De romaanse Petruskerk (kruiskerk) stamt uit de elfde/twaalfde eeuw. Tot 1559 was het dorp Leens één van de zes proosdijen van de Groninger Ommelanden. Na de Hervorming vielen de goederen daarvan deels aan de provincie en deels aan de bewoners van de nabijgelegen borgen. Het interieur en het in 1733-1734 door Albertus Anthoni Hinsz gebouwde orgel in de Petruskerk dankt zij aan de adellijke familie Tjarda van Starkenborgh. De Joodse gemeenschap van Leens-Ulrum splitste zich in 1877 af van die in Winsum. Er kwam in 1885 aan de Julianastraat 15 een synagoge die in 1909 afbrandde en werd herbouwd. Sinds 1878 is op de algemene begraafplaats een gedeelte gereserveerd als Joodse begraafplaats. Van de vele borgen in het Marnegebied resteert alleen nog de Borg Verhildersum. Het uit de 17e en 18e eeuw daterende gebouw heeft nog resten van de 14e eeuwse aanleg. Dit "verdedigbaar huis" is ingericht in 19e eeuwse stijl. Bij de borg staan het Koetshuis (expositieruimte) en het Schathoes (restaurant). De Museumboerderij Welgelegen staat ook op het borgterrein. Daar zijn veel bezienswaardigheden en gebruiksvoorwerpen te zien van de 19e en begin 20ste eeuwse landbouw en ambachten. Verder kan op het borgterrein een volledig ingericht landarbeidershuisje (Huisje Noosten) worden bezichtigd.

Mensingeweer
Het achtervoegsel "weer" betekent "wierde". Deze wierde werd bewoond door lieden van een persoon die "Menze" heette. De koren- en pelmolen Hollands Welvaart (1855) kan naast de kerk gezien worden als een belangrijk bouwwerk in Mensingeweer. Het in de kerk (gebouwd in 13e eeuw) aanwezige orgel werd in 1696 gebouwd door Arp Schnitger in de kerk van Pieterburen. Dit orgel werd in 1906 overgomen. De in 1818/1819 gebouwde Vermaning werd in 1959 verplaatst naar Eenrum.

Molenrij
Het dorp dankt zijn naam aan het feit dat hier ooit drie molens stonden en wordt voor het eerst in 1846 genoemd. In 1543 kwam hier de eerste molen en de laatste brandde in 1955 af. Verder stonden hier nog een mosterdfabriek waar de bekende Marne-mosterd werd geproduceerd en in het begin van 20ste eeuw een cichoreifabriek (cichorei is een surrogaat voor koffie).

Niekerk
Niekerk wordt voor het eerst in 1445 genoemd. De betekenis van de naam kan wordt verklaard als dorp gelegen bij nieuwe kerk. Het tufstenen romaanse kerkje werd in 1629 verbouwd met geld dat de provincie Groningen had ontvangen nadat Piet Hein in 1628 de Zilvervloot op de Spanjaarden had veroverd.

Schouwerzijl
Het dorp ligt aan de Kromme Raken en is ontstaan bij de sluis (zijl) eeuwen geleden in een zijtak van het Reitdiep. De betekenis van het woord "schuwen" is "met een boom voortbewegen van een vaartuig". Het ligt dus op de plek waar ooit mensen met een veerboot werden overgezet. De bewoners van het sluismeestershuis hadden vroeger het recht van vrije vangst en verkoop van de aal die door hen werd gevangen.
Ten noorden ervan ligt Maarslag. De betekenis van het woord "slagt" betekent waterkering. In 1811 werd aldaar de kerk afgebroken. Er rest alleen nog een kleine particuliere begraafplaats.

Ulrum
Uluringhem kwam voor in 11e eeuw. Het was de woonplaats van de lieden van Ulurin of Ulrin. Het dorp ligt op twee wierden. Op de ene wierde staat de romano-gotische kerk (eind 12e eeuw nadien enige malen vergroot) en op de andere stond de Asingaborg (in 1809 op afbraak verkocht door J.C.F. baron van In- en Kniphausen). Op het oorspronkelijke borgterrein werd in 1988 een park geopend (het Asingapark). Het dorp kan gezien worden als de bakermat van de Gereformeerde Kerk. In 1834 vond hier onder dominee Hendrik de Cock de Afscheiding plaats. In 1901 werd door architect-aammemer L. Reitsma de Gereformeerde Kerk aan de Leensterweg 1 gebouwd. Het dorp was eeuwenlang het eindpunt van de snik (trekschuit) uit de stad Groningen. Tussen 1873 en 1916 stond aan het Hunsingokanaal (Trekweg) de stroo-papierfabriek "Ceres".

Vierhuizen
Deze plaatsnaam kwam in 1525 voor het eerst voor. Het was een gehucht waar eerst vier (stenen) huizen stonden. Het dorp ligt vlak achter de dijk rond de vroegere Lauwerszee, nu het Lauwersmeergebied. Op het kerkhof staat nog een gedenkteken voor de slachtoffers van een dijkdoorbraak in de Westpolder in de nacht van 30 op 31 januari 1877. Op de boerderij Torum bracht de bekende landbouwminister en EG-commissaris Sicco Mansholt zijn jeugdjaren door. In het dorp staat verder nog de korenmolen "De Onderneming".

Westernieland
Na de laatste bedijking van de Hunze-boezem, rond 1350 werd dit dorp gesticht en heette toen Mariaburen. De huidige naam kan worden herleid tot "westelijk gelegen nieuw land" en komt voor het eerst in 1447 voor. Het kerkje stamt uit de 13e eeuw. Nadat in 1717 het dorp was weggespoeld bij de Kerstvloed werd het meer oostwaarts herbouwd. De bewoners hielden zich vroeger bezig met de robbenvangst. Een stille getuige hiervan is het grafschrift van de in 1871 gestorvan robbenjager Tjark Visser. Tot 1795 stond ten noordwesten van het dorp een kaak. De naam van het gehucht Kaakhorn (kaak = schandpaal en horn = hoek) is hiervan afgeleid.

Zoutkamp
De naam is te herleiden tot "Solte Campe", een plaats waar vroeger zout is gewonnen uit laagveen en werd voor het eerst in 1418 genoemd. Zoutkamp is ontstaan uit een schans die in 1575 was aangelegd door de Spanjaarden. In 1759 stonden er 25 huizen en in 1882 werd de vesting opgeheven. Op 6 maart 1883 verdronken bij een zware storm 9 vissers uit Zoutkamp. Het dorp kenmerkte zich daarna als vissershaven en vestigingsplaats van vis- en garnalenverwerkende bedrijven (Heiploeg). Aan de rol van vissershaven kwam met de indijking van de Lauwerszee in zekere zin een eind.

Zuurdijk
Het dorp bestond al in 1287 en heette Sutherdieke. De naamgeving is te verklaren doordat het lag bij de zuidelijke dijk van het vroegere Marne-eiland. Op de wierde staan een klein kerkje (uit de 13e eeuw met een klok uit 1482) en de imposante windmolen "De Zwaluw" (uit 1858).
Een bekende inwoner van het dorp was de streekhistoricus en schoolhoofd J.S. van Weerden (1888-1971). Bij het gehucht Ewer staan, op de wierde, nog een vijftal erg karakteristieke landarbeiderswoningen die in de tweede helft van de 19e eeuw zijn gebouwd.

naar de top van deze pagina