Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Marum op 4 november 2006


datum 4 november 2006 plaats Marum
provincie Groningen gemeente Marum
afstanden 25, 40 en 50 km naam wandeltocht Vredewold wandeltocht
starttijd 9.00 uur postcode start: 9363 AD
startadres Ons Centrum, Kruisweg 32, Marum.
openbaar vervoer Met Arriva-bus 100 vanaf NS Groningen richting Heerenveen. Uitstappen halte RIJKSWEG A7, MARUM; daarna nog ongeveer 10 minuten lopen. Vertrek 8.17 uur, aankomst 8.43 uur.
route info over de omgeving nabeschouwing verslag foto-reportage

naar de top van deze pagina















naar de top van deze pagina
Vredewold wandeltocht op 4 november 2006, route-informatie:



naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina

Vredewold wandeltocht op 4 november 2006, info over de omgeving:

De onderstaande informatie is afkomstig van www.marum.nl

MARUM

Algemeen
Marum is de grootste kern van de gemeente met ruim 5500 inwoners. De gemeente Marum ligt zo’n 25
kilometer van de stad Groningen en ruim 10 kilometer van Drachten. Het dorp ligt aan de A7 Groningen-Drachten.
Marum kent geen algemene vereniging dorpsbelangen. De Molukse gemeenschap in Marum heeft een eigen wijkraad.

Historie
De naam Marum komt van Mar (=water) en heim (=plaats), plaats aan het maar/water (het Oude Diep). Van oudsher kent Marum een aantal buurtschappen, Linde, de Haar en Malijk, de streek tussen Kruisweg tot Nuis.Langs de boerderijen in het buurtschap Malijk liep de oude weg tot de Kruisweg. Deze sloot aan op de weg door het oude centrum ( Marum-west) en ging via de Haar naar Friesland. De gemeente werd gekenmerkt door
lintbebouwing langs de doorgaande wegen.

Bijzonderheden
In Marum-west aan de Noorderringweg staat een NH-kerk uit de twaalfde eeuw. De kerk is een van de oudste bakstenen bouwwerken in Groningen. In de twaalfde eeuw is het grootste stuk gebouwd. In de dertiende eeuw werd de toren en het westelijk deel gebouwd. De toren is in de achttiende eeuw verlaagd. De huidige toren dateert van 1886. De eerste gereformeerde kerk dateert van 1858 en staat aan de Kruisweg. Deze kerk is later afgebroken. De nieuwe kerk werd vlak achter de oude kerk gebouwd.
Marum heeft een lagere landbouwschool gehad. Deze is in 1939 gebouwd. De school is in 1963 gesloten.
In 1918 werd de coöperatieve zuivelfabriek Zuidelijk Westerkwartier aan de Noorderringweg in gebruik genomen. De zuivelfabriek is nog steeds in bedrijf en inmiddels de grootste producent van Edammer kaas in West-Europa.
Van 1913 tot 1985 liep door Marum de tramlijn Groningen-Drachten. Tot 1948 personen en goederenvervoer. Na 1948 werd de spoorbaan alleen gebruikt voor goederen.

Asielzoekerscentrum (AZC)
Van mei 2000 tot en met april 2004 was een asielzoekerscentrum (AZC) gevestigd aan de Haarsterweg te Marum. Het AZC bood aan 400 asielzoekers plaats.



BOERAKKER

Algemeen
Boerakker ligt ten noordoosten van Marum op de grens met de gemeente Leek. Het dorp telt ongeveer 650 inwoners.

Historie
Het dorp heeft tot de herindeling in 1990 voor een deel in de gemeente Leek gelegen. De Hoofdweg vormde de scheiding tussen de gemeenten Marum en Leek. Na de herindeling kwam het dorp in zijn geheel bij Marum. Tot 1900 was Boerakker een klein gehuchtje. De decennia daarna groeide het uit tot het huidige dorp.

Bijzonderheden
De eerste gereformeerde kerk aan de Hoofdweg in Boerakker dateert van 1911. In 1929 werd naast de bestaande
kerk een grotere kerk gebouwd. Tegenover de kerk staat de gereformeerde pastorie uit 1923. Deze is niet meer in gebruik als pastorie.



JONKERSVAART

Algemeen
Jonkersvaart is een langgerekt dorp ten zuidoosten van Marum. Het dorp ligt aan de weg en het gelijknamige
Kanaal. Jonkersvaart heeft ongeveer 260 inwoners.

Historie
Jonkersvaart is een oude veenkolonie. Het dorp dankt zijn naam aan de heer van Nienoord (landgoed in de
gemeente Leek). Nog voor 1800 is begonnen met de aanleg van de Jonkersvaart. De vaart werd gegraven voor
de afvoer van turf.

Bijzonderheden
In Jonkersvaart is een prachtige watertuin te bezichtigen.



LUCASWOLDE

Algemeen
Lucaswolde is de kleinste kern van de gemeente Marum. Het dorp ligt tussen Marum en Boerakker ten noorden
van de snelweg A7. Lucaswolde heeft 220 inwoners.

Historie
Lucaswolde is een langgerekt dorp dat van oudsher bestond uit wildland van veen en struikgewas. De
bebouwing was zeer verspreid en bestond maar uit enkele woningen.. Het land behoorde toe aan boeren
uit Marum, Niebert en Nuis. Begin 1500 is er een conventshuis met kapel gebouwd.

Bijzonderheden
Het dorp is bekend geworden door IJe Wijkstra. Wijkstra schoot in januari 1929 hier vier politieagenten dood.
Deze gebeurtenis is verfilmd.



NIEBERT

Algemeen
Niebert ligt zo’n 4 kilometer ten oosten van de hoofdkern Marum. Het dorp heeft ongeveer 680 inwoners.

Historie
Niebert betekent nieuwe buurt. Het dorp grenst aan de gemeente Leek waar het dorp Tolbert toe behoort. Dit
betekent oude buurt. Van 1913 tot 1985 liep door Niebert de tramlijn Groningen-Drachten. Tot 1948 personen en
goederenvervoer. Na 1948 werd de spoorbaan alleen gebruikt voor goederen.

Bijzonderheden
In Niebert staat het enige steenhuis in de provincie Groningen: het Iwema-Steenhuis. Het is genoemd naar de
vroegere bewoners. Het steenhuis dateert van rond 1400. In de schuur van het steenhuis is een museum ingericht,
het museum van de vereniging ‘Vrienden van de Nieberter molen’. Er is een authentieke bakkerij en huiskamer
van omstreeks 1920 te zien. Ook treft u er een schildersmuseum aan. Het steenhuis stat aan een van de oudste
voetpaden van Nederland.
In Niebert staat de enige overgebleven molen in de gemeente Marum. Alle andere molens in de gemeente zijn in
de loop der jaren verdwenen. De korenmolen is een zeskante bovenkruier met stelling en dateert uit 1899. De
enige in het noorden van het land. De gemeente is eigenaar van de molen sinds 1973.
Vlakbij de molen staat de witgesausde NH-kerk. Deze is eind 1300 gebouwd.




NOORDWIJK

Algemeen
Noordwijk ligt zo’n vier kilometer ten noorden van Marum. Het grenst aan de gemeente Grootegast. Het dorp telt ongeveer 440 inwoners.

Historie
Noordwijk betekent buurt ten noorden van Marum.

Bijzonderheden
De kerk in Noordwijk dateert van de veertiende eeuw. Eén van de grootste bedrijven in Noordwijk is de boterverwerkingsfabriek. Hier verwerken ze boter tot industrievet.



NUIS

Algemeen
Het dorp Nuis ligt ten oosten van Marum. Het dorp heeft ongeveer 750 inwoners.

Historie
Nuis betekent nieuwe huizen (in den Nuis).
Van 1913 tot 1985 liep door Nuis de tramlijn Groningen-Drachten. Tot 1948 personen en
goederenvervoer. Na 1948 werd de spoorbaan alleen gebruikt voor goederen.

Bijzonderheden
Nuis is onder meer bekend van de Coendersborg. Deze borg is in 1813 gebouwd en ligt net als het steenhuis in Niebert aan het oudste voetpad van Nederland.
De borg is van de stichting Groninger Landschap. In de schuur achter de borg is een landbouwmuseum ’t Rieuw ingericht. Het museum is van de vereniging ‘Even Omkieken’.De aanwezige gereedschappen, gebruiksvoorwerpen en andere documentatie geeft een beeld weer van de ontwikkeling van het agrarisch bedrijf in de regio voor de opkomst van de mechanisatie. Achter de Coendersborg is in 1988 een muziekkoepel gebouwd. Daarvoor heeft veertig jaar een muziekkoepel in het dorp zelf gestaan.
De hervormde kerk in Nuis is in de eerste helft van de dertiende eeuw gebouwd.




DE WILP

Algemeen
De Wilp ligt ten westen van Marum en grenst aan de gemeente Opsterland (Friesland). De Wilp is de tweede grote kern in de gemeente en telt 1624 inwoners.

Historie
De naam De Wilp komt van de wulp (een weidevogel). Op een uithangbord van een herberg stond een regenwulp. Friese arbeiders hebben het dorp De Wilp ontgonnen. Nog steeds bestaat een groot percentage van de inwoners uit Friezen. Ook wordt er nog veel Fries gesproken.
In De Wilp heeft een zuivelfabriek gestaan, ‘De Goede Hulp’. De fabriek is omstreeks 1900 in gebruik genomen. De melkproducten werden veelal over het water vervoerd. De vaart door de Wilp werd in de twintiger jaren van de vorige eeuw gedempt.

Bijzonderheden
Op het kerkhof in De Wilp staat een klokkestoel. De klokkestoel bestaat uit een houten stellage waarin een klok is opgehangen.
De hervormde kerk dateert van 1868. De gereformeerde kerk aan de Oosterweg werd in 1897 gebouwd.






Marum historisch-geografisch
De landelijke gemeente Marum, gelegen in het Zuidelijk-Westerkwartier op de grens van Friesland en Drenthe, heeft een boeiende geschiedenis. Uit de ruimtelijke struktuur valt een lange bewoningsgeschiedenis af te lezen. De eerste bewoners vestigden zich op een zandrug, waarop de latere dorpen oudste dorpen Niebert, Nuis en Marum ontstonden. Nabij deze bewoningsas treft u een van Nederlands oudste kerkpaden, het Malijkerpad en het hieraan gelegen 14e-eeuwse Iwema Steenhuis, de laatste versterkte boerderij van Groningen. Verderop aan het voetpad ligt op de plaats waar ooit de Fossemaheerd stond, de Coendersborg.
Gelegen aan de rand van een uitgestrekt hoogveengebied bleef het gebied lang onaangetast. In dit niemandsland vestigden zich omstreeks 1210 de nonnen van het klooster Trimunt, nu nog herkenbaar aan het oneffen terrein aan weerszijden van de A7, herkenbaar aan de resten van de Duitse militaire stelling Löwe.
De grootschalige vervening van de Marumer en Lindster venen begon in de 16e eeuw op last van de jonkers van Ewsum, de bewoners van Nienoord te Midwolde. Ook had de stad Groningen een gedeelte van het veen in bezit. Ondanks de lange verveningsgeschiedenis bevond zich binnen de gemeente Marum tot ver in de 19e eeuw nog een groot areaal woeste gronden. De dorpen Jonkersvaart en De Wilp danken hun ontstaan aan deze vervening. Momenteel omvat de gemeente de dorpen Marum, Nuis, Niebert, Boerakker, Lucaswolde, Noordwijk, Jonkersvaart en De Wilp.

Bestuursgeschiedenis en oud-archief
Vredewold (1531-1795)
Voor het ontstaan van de gemeente in 1811 was er sprake van de grietenij Vredewold (rechtsgebied, samen met Leek). Omstreeks 1513 kocht Wigbold van Ewsum 'een arve in Vreewolt, in carspel Marum'. Het was niet zijn laatste aankoop. Aan deze boerderijen kleefden namelijk aantrekkelijke politieke rechten. Vrijwel onafgebroken bekleedden de heren van Nienoord hier van 1531 tot 1795 het erfgrietmanschap. Behalve de rechtspraak omvatten de heerlijke rechten het bestuur van waterschappen (zijlvesten), de benoeming van predikanten (collatierecht), jacht- en visrechten, het veerrecht op Groningen etc.
In de archieven van het huis Nienoord, de kerk- en waterschapsarchieven en die van de gerechtelijke instellingen zult u dan ook veel aankopingspunten vinden voor de bestudering van Marum van de middeleeuwen tot de Franse tijd. Deze archieven berusten bij de 'Groninger Archieven'.

Ontstaan en ontwikkeling van de gemeente (1811-)
Voor de geschiedenis van Marum en omstreken na 1800 kunt u terecht op het gemeentearchief van Marum. In 1808 werden op gezag van koning Lodewijk Napoleon de huidige gemeenten ingesteld. Marum maakte toen deel uit van de gemeente De Leek. De Vrederechter van het kanton Leek installeerde in 1811 de eerste gemeenteraad van een zelfstandige gemeente Marum. De gemeente ontstond door samenvoeging van de oude kerspelen Marum, Noordwijk, Lucaswolde (later verenigd met Noordwijk), Nuis en Niebert. De eigenlijke grensbepaling van de gemeente geschiedde pas in de periode 1819-1828 toen de ambtenaren van het Kadaster hun metingen verrichtten. Lange tijd bleef het gemeentebestuur kleinschalig. Aan het hoofd stond de maire (later schout, burgemeester), bijgestaan door twee adjuncten (wethouders) en een municipale raad (gemeenteraad) en ambtelijk ondersteund door een gemeentesecretaris en -ontvanger. De veldwachter moest in zijn eentje toezien op de openbare orde, in noodgevallen bijgestaan door de rijksveldwachters van de marechaussee. Daarnaast was hij belast met bodediensten, het verzamelen van statistieken en de begeleiding van dienstplichtigen.
Met de uitbreiding van de gemeentelijke taken van 'nachtwaker'-gemeente richting welzijnsgemeente groeide het (semi)ambtenarencorps: een vroedvrouw, doodgravers, een armengeneesheer, een gemeentearchitect een bode en klerken ter secretarie dienden zich aan. In een later stadium volgde de verdere professionalisering en daarmee bureaucratisering van het lokaal bestuur.
De huisvesting van de gemeente weerspiegelt deze schaalvergroting sinds het begin van de 20ste eeuw. In de eerste jaren hield het gemeentebestuur wekelijks zitting in de plaatselijke herberg 'Swanenburg'. Later werd dit 'In de Klaver' te Nuis en Hotel Walvius te Marum (1868-1909). Het eerste echte gemeentehuis dateert van 1909 en lag aan de Kruisweg te Marum. Toen in 1957 het huidige gemeentehuis in gebruik werd genomen, deed het oude dienst als arbeidsbureau. In 1985 werd het pand gesloopt.

Gemeentearchief (1811-1989)
Het oud-archief van de gemeente vloeit voort uit de historische taakontwikkeling. Dit betekent dat u op het gemeentehuis dan ook een gevarieerd aanbod van archiefbescheiden kunt raadplegen. Zo kunt u niet alleen de bouwtekeningen van uw oude huis of school bekijken, maar ook een blik werpen in de notulen van de maire sinds 1811, een 'boosdoenersregister', de administratie van de armenzorg, de kadastrale leggers, militieregisters of de uitgebreide 19e-eeuwse correspondentie.
Globaal valt het oud-archief op grond van de wijze van archiveren uiteen in drie gedeelten: een chronologisch geordende serie (1811-1910) - de ruggegraat van het 19e-eeuwse archief - een op onderwerp gerangschikt deel (1910-1929) en tenslotte de dossiers (1929-1929), die per 'zaak' zijn opgeborgen. De eerste twee bestanden kunt u hierboven bekijken.



De omgeving van Marum
De omgeving van Marum leent zich goed voor vele vormen van recrea­tie, zoals fietsen, wandelen en paardrijden. Rondom Marum vindt u diverse gebouwen met monumentale waarde. Het enige Steenhuis in de provincie Groningen staat in Niebert: het Iwema Steenhuis, genoemd naar de vroegere bewoners. Het Steenhuis is vermoedelijk gebouwd tussen 1375 en 1400. In de schuur van het Steenhuis is een museum ingericht. U ziet hier een authentiek ingerichte bakkerij en huiskamer van omstreeks 1920 en een schildersmuseum. Het Steenhuis staat aan één van de oudste voetpaden van Nederland. Ook de borg Coendersborg, gebouwd in 1813, grenst aan dit pad. In het schuurgedeelte van deze borg is het museum 't Rieuw gehuisvest. Hier wordt aan de hand van gereedschappen, gebruiksvoorwerpen en andere documentatie een beeld gegeven van de ontwikkeling van het agrarisch bedrijf in de regio voordat de mechanisatie haar intrede deed.
In Niebert vindt u de enige overgebleven korenmolen in de gemeente. Deze zeskante bovenkruier met stelling gebouwd in 1899 is op zaterdagmiddag in bedrijf en te bezichti­gen.
De molen en de musea liggen aan de Marheem-route. Deze route is uitgezet door de ANWB.

Onderstaand is afkomstig van http://nl.wikipedia.org

Vredewold is een gebied in Groningen. Het behoort tot het Westerkwartier, maar was voor een lange tijd een onafhankelijk Ommeland. De grens van het laatste Vredewold komen ongeveer overeen met de grenzen van de huidige gemeentes Leek en Marum. De hoofdplaats van Vredewold is Leek.
Het oude Vredewold was veel groter. Het strekte zich uit van Nienoord als noordelijkste punt, naar de Wilp als westelijkste punt, naar de lijn Nieuw Roden - Steenbergen - Een - Veenhuizen als oostgrens die verder liep tot ver in de onbewoonde Drents-Friese venen.
De belangrijkste adel van Vredewold waren de families die in de borg Nienoord woonden. Dit waren onder andere de families Van Ewsum en Van Panhuys.
Vredewold was van oorsprong een gebied aan de rand van een veengebied. Toen deze veengebieden werden ontgonnen, gingen de veengebieden bij Drenthe horen, in plaats van bij Stad en Lande (waar Vredewold bij hoorde).

Het Westerkwartier (Gronings: Westerkwartaar) is een landstreek in de provincie Groningen (Nederland). Het gebied wordt begrensd door de Lauwers (tevens de grens met Friesland), Drenthe, het Reitdiep en de stad Groningen.
Het dankt zijn naam aan zijn ligging als westelijkste van de drie Ommelanden. Zelf bestond het uit vier onderkwartieren:
Vredewold
Langewold
Humsterland en
Middag.

Tegenwoordig omvat het Westerkwartier het grondgebied van de gemeenten Leek, Marum, Zuidhorn, Grootegast en een deel van Winsum (Ezinge).
Tot laat in de middeleeuwen waren de bovenstaande kwartieren onafhankelijke ommelanden en waren ze elk op zich lid van de Ommelander unie. Humsterland en Middag waren toen samengevoegd tot Middaghumsterland.
Landschappelijk is het Westerkwartier te verdelen in een noordelijk deel, een oud kwelderlandschap met wierdedorpen (Ezinge, Oldehove, Niehove) en een zuidelijk coulissenlandschap, dat zich kenmerkt door houtwallen. Dit, op zandgrond en ontgonnen hoogveen gelegen, deel lijkt op de aangrenzende Friese Wouden. Hier liggen de lintdorpen (Marum en Grootegast) die de oude zandruggen volgen.
Met name het noordelijke deel is één van de oudste cultuurlandschappen van West-Europa. Tot omstreeks 1100 n. Chr. had het zeewater vrij spel tot aan Marum. De oude eilanden Middag en Humsterland zijn voorgedragen voor de lijst van wereld erfgoed van de UNESCO. Rond 800 na Chr. was het zelfs één van de dichtstbevolkte gebieden van Nederland. Het land is over een lange periode van de zee gewonnen door o.a. wierdenbewoners, monniken van het klooster Aduard, de familie Teenstra (Ruigezand) en tegenwoordig de waterschappen.
De grootste plaatsen in het Westerkwartier zijn Leek, Zuidhorn en Grijpskerk.

Taal
Het Westerkwartier heeft binnen het Gronings een typisch dialect, dat veel invloeden heeft vanaf de andere kant van de Fries-Groningse grens. Dit dialect wordt het Westerkwartiers genoemd en wordt ook gesproken in het aangrenzende Friesland. In de Westerkwartierse dorpen Marum, Opende en De Wilp wordt, als enige plaats in Nederland buiten de provincie Friesland, Fries gesproken.

Waterschap
Westerkwartier is ook de naam van het voormalige waterschap, dat grotendeels overeenkomt met de streek. Dit is in 1995 opgegaan in het waterschap Noorderzijlvest.


De Ommelanden is de oude naam voor de gebieden van de provincie Groningen die buiten de stad Groningen liggen, die zoals de vlag en het wapen al doen denken, Fries waren. Historisch gezien waren er drie Ommelanden: Hunsingo, Fivelingo en het Westerkwartier. Het Reiderland en Westerwolde werden als aparte gewesten gezien, waarbij Westerwolde ook nimmer een Fries karakter heeft gehad. Ook het Gorecht (Stad Groningen en omstreken) werd niet als Ommeland gezien. Het Oldambt wordt soms wel, soms niet als apart, vierde, Ommeland gezien. De vlag van de Ommelanden verwijst echter slechts naar de drie historische Ommelanden en de in totaal elf onderkwartieren. Op het moment dat die vlag in zwang kwam had het Oldambt ook al zijn vrijheid verloren.

Vroege Middeleeuwen
Rond de Middeleeuwen waren de Ommelanden Friestalig, terwijl het Gorecht Nedersaksisch was. De Ommelanden noemden zichzelf later ook Klein Friesland (Lytsje Fryslân), met name om zich af te zetten tegen de stad Groningen. Ze werden bestuurd door de lokale 'adel' en de kloosters. Zo was het klooster van Aduard in de middeleeuwen een van de grootste grondbezitters in de Ommelanden.

Net zoals tegenwoordig bestonden de Ommelanden vooral uit agrarische dorpen. Er waren twee steden die beide invloed hadden op de ‘bestuurloze’ Ommelanden. Dit waren de Stad Groningen en Appingedam. Appingedam lag zelf in de Ommelanden, in Fivelingo, maar was niet opgewassen tegen de Stad. Ook het naburige Delfzijl met zijn haven was een grote concurrent voor Appingedam.

Middel-Middeleeuwen
De Ommelanden hebben zich in het verleden fel verzet tegen de Stad. Ze noemden zichzelf dan ook: Lala frya fresena (De vrije Friezen, in het Oudfries). Als de adel op de borgen en de grote boerderijen te veel macht kregen, ging de borg of boerderij plat. Omgekeerd werd ook de Stad regelmatig aangevallen vanuit de Ommelanden, bijvoorbeeld in (1227).

De Ommelanden zagen in de Opstand een mogelijkheid om zich onder het juk van de stad uit te vechten. Zij sloten zich daarom los van de stad aan bij de Unie van Utrecht. De aansluiting leverde uiteindelijk niets op. Bij de (Reductie van Groningen, werden de Ommelanden alsnog gedwongen zich samen te voegen met de Stad tot de provincie Stad en Lande.

Stad en Lande
Sindsdien zijn de Stad en de Ommelanden één gebied. Na een aantal kleine conflicten met enkele dorpjes, waren de opstanden tegen de Stad voorbij. Stad en Ommelanden pasten zich aan elkaar aan en vormen nu een eenheid. Het Fries van de Ommelanden werd verdrongen door het Nedersaksisch van de Stad. Toch zijn er nog wel enkele Friese woorden vindbaar in het nieuwe Groningse dialect. Anders dan in Oost-Friesland, waar ook het Fries werd vervangen door een Nedersaksich-dialect, is er verder geen enkele verwijzing meer naar het oorspronkelijk Friese karakter van de Ommelanden.

In 1619 kocht de Stad Groningen de Heerlijkheid Westerwolde. Bij de drooglegging van een deel van de Dollard, werd het Reiderland weer vergroot, maar hoorde toen bij Oost-Friesland. Toen Oost-Friesland bij de Nederlanden (Koninkrijk Holland) werd gevoegd, zag Groningen zijn kans om het Reiderland over te nemen en de Eems als oostgrens vast te stellen. Een groot gedeelte heeft Groningen weer in moeten leveren aan Oost-Friesland. Het overige gedeelte wordt tegenwoordig bij het Oldambt gerekend. Westerwolde en het Reiderland hebben nooit officieel de titel van Ommeland gekregen. Toch worden ze soms wel aangeduid als Ommeland.

Tegenwoordig
De naam Ommelanden wordt tegenwoordig nog maar weinig gebruikt, terwijl in de 19e eeuw (200 jaar na de afschaffing van de Ommelanden) alle Groningers de grenzen en namen van de Ommelanden kenden. De namen van de Ommelanden zijn alleen nog terug te vinden in namen van voetbalclubs, riviertjes of radiostations (bijvoorbeeld: Oldambster Boys en Radio Westerwolde). Ook de Ommelanderzeedijk, de zeedijk van Groningen, herinnert aan de middeleeuwse gouwen.


Nienoord is een borg in Leek.
De borg is gebouwd in 1525 door de familie Van Ewsum die afkomstig was uit het Oord bij Middelstum. De naam oord duidt op eiland, namelijk het land dat tussen het Startenhuistermaar en het Hogepandstermaar is gelegen. De streek heet nu Oldenoord.
De borg Nienoord werd vanaf 1693 bewoond door de graven Von Inn- und Knyphausen.
Na de brand van 1850 is de borg in 1886 in opdracht van de familie Van Panhuys herbouwd in art nouveau en neoclassicistische stijl. Alleen de toegangspoort uit 1708 herinnert nog aan de vroegere glorie.
Op 6 november 1907 raakte de koets waarin de familie Van Panhuys, jonkheer Johan met echtgenote, zoon en schoondochter, onderweg was naar Groningen in het Hoendiep. Alle inzittenden kwamen hierbij om het leven.
De borg herbergt tegenwoordig het Nationaal Rijtuigmuseum. Een andere bezienswaardigheid is de schelpengrot die zich bevindt in een gebouw in de rozentuin.
Bij de borg hoort een omvangrijk landgoed dat grotendeels met bos is beplant. In het bos is een familiepark (grote speeltuin) met de grootste modeltreinbaan van Europa gebouwd. Daarnaast is er een subtropisch zwemkasteel.


In de tijd van de Republiek was de gangbare aanduiding voor Groningen Stad en Lande.




Bed & Breakfast
't Veurhuus, appartement en/of logies en ontbijt, Jonkersvaart 31, 9366 TA Jonkersvaart, tel. 0594-641585, www.utveurhuus.nl

V.V.V. Marum: De Wending 71, 9363 AZ Marum, tel. 0594-642391
Hotel Restaurant De Kruisweg, Kruisweg 1, 9363 AA Marum, tel. 0594 641202

naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
Vredewold wandeltocht op 4 november 2006, nabeschouwing:

Met goed wandelweer startte deze keer vanuit de Marum 447 wandelaars waarvan er 35 op de 50km, 106 op 40 km en 306 op de 25 km Van de 447 wandelaars liepen er 372 tegen adm. kosten, 35 voor een medaille, 9 voor de beker, 18 voor het bord en 13 voor het schildje. Het aantal leden, dat mee liep was 322. Aantallen waar je als vereniging verguld mee kan zijn.
naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina
Vredewold wandeltocht op 4 november 2006, verslag:
naar de top van deze pagina