Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Assen op 8 januari 2005


datum 8 januari 2005 plaats Assen
provincie Drenthe gemeente Assen
afstanden 25 en 35 km naam wandeltocht Valkenstijn-wandeltocht
starttijd 9.00 uur postcode start: 9404 CC
startadres Sporthal De Spreng, Vredeveldsweg 57
openbaar vervoer  
route historie omgeving nabeschouwing verslag
naar de top van deze pagina















Iets over de naam van de tocht.
Aan de rand van Assen Oost, in een bosrijk gebied, staat een graftombe. Hierop staat vermeld:
"Rustplaats van Augustinus van Valkenstijn. Geb. 21.05.1806. Overleden 27-01-1882. en Louise van Valkenstijn `d Arencij" (geboortedatum niet vermeld) overleden op 17.01.1871
Vlakbij de plek waar de graftombe staat heeft vroeger een voornaam buitenverblijf gestaan bewoond door verschillende generaties adellijke families. De Asser wijk Vredeveld is genoemd naar dat voormalig buitenverblijf. Toen het echtpaar Van Valkenstijn het landgoed kocht werd de naam veranderd in Valkenstijn en kreeg daarmee een mysterieuze wending. De zonderlinge leefwijze van dit k1uizenaarsechtpaar leverde stof op voor allerlei geheimzinnige geruchten en spookverha1en. Augustinus Valkenstijn werd geboren in de tijd dat Napoleon eigenmachtig zijn broer Lodewijk als koning van ons land had aangesteld. Zijn, in de Franse taal opgesteld doopceel, vermeld niet de naam van de ouders. Bij geruchten wordt gezegd dat hij de zoon van een pastoor en een biechteling zou zijn.
Even illuster kan het verleden van Louise worden genoemd. Zij zou een kind zijn van Koning Lodewijk Napoleon en een hofdame.
Valkenstijn studeerde medicijnen en werd later militair arts. In 1842 nam hij afscheid van de dienst en trouwde in datzelfde jaar met Louise. Zij kochten het landgoed in Assen en leefden een teruggetrokken bestaan. Bevreesd voor de nieuwsgierigheid van de Assenaars legde hij brede sloten om het verblijf en plantte struikgewas waardoor het huis grotendeels aan nieuwsgierige blikken werd onttrokken. Waagde zich toch iemand in de buurt dan werden ze wel op een afstand gehouden door woedend blaffende honden. Het buitenverblijf had iets sinisters en volgens omwonenden spookte het daar. In de stad zelf werden de Valkenstijns nauwelijks gezien. Hij zou bij nacht wel eens door de straten gedoold hebben om te zien wat er zoal in Assen werd gebouwd. Niemand heeft hem ooit bij klaarlichte dag in Assen gezien. Zijn vrouw sterft in 1871. Hij laat (de thans gerestaureerde) graftombe aanleggen waarin zij wordt bijgezet. Elke morgen bracht hij een tijdlang door bij het graf van zijn vrouw. In 1882 overlijdt hij in het bijzijn van één getuige, de oude tuinknecht. Zijn stoffelijk overschot wordt ook in de tombe bijgezet. Bij testamentaire beschikking vermaakt hij het buiten aan de diaconie van de Rooms Katholieke gemeente te Assen. Het onderhoud is bij testament geregeld. Behalve van de tombe en de statige oprijlaan is er niets meer te vinden van het buitenverblijf. Een buitenverblijf, nog altijd door vele mysteries omgeven.

Naast Valkenstijn zijn er nog meer opmerkelijke zaken die de wandelaar op zijn weg zal aantreffen. Naast het vele natuurschoon in het stroomdal van de Drentse Aa, de zandverstuivingen bij Gasteren, het Balloerveld, het hunebed nabij Loon en het oude tracé van de Noord-Ooster Locaal Spoorwegmaatschappij, is er nog een opmerkelijk iets, namelijk een kleine veldversterking in de volksmond het" Poepenhemeltie" genoemd. Deze veldversterking diende als onderkomen voor de bisschop van Munster die op zijn veldtocht naar Groningen aldaar zou hebben overnacht.
naar de top van deze pagina





























naar de top van deze pagina
Assen toen
De geschiedenis van Assen begint in de dertiende eeuw. De Drenten raken in 1227 slaags met de bisschop van Utrecht. Hoewel de eerste zege voor de Drentse troepen is, moeten ze uiteindelijk het onderspit delven. Als boete voor het halsstarrig verzet bouwen de Drenten in de buurt van Coevorden een klooster voor Cisterciënzer zusters. De wateroverlast in het drassige gebied zorgt voor erbarmelijke toestanden. Na veel vijven en zessen mag de Cisterciënzer orde het klooster op droger grondgebied herbouwen. Maria in Campis - of Mariënkamp - verrijst op het stuk land tussen Witten en Rolde, dat de boeren daar Hassen of Assen noemen. Het kloosterbolwerk komt rond 1600 definitief in handen van de Drentse Staten. Assen wordt centrum van bestuur wanneer het college van Drost en Gedeputeerden zich er vestigt.
Herkomst van de naam Assen
De betekenis van de naam Assen is niet zonder meer duidelijk. Het meest waarschijnlijke is nog dat hij slaat op 'essen', niet in de betekenis van de zogeheten landbouwcomplexen bij de dorpen, maar in die van de boomsoort es. Er is echter ook wel verband gelegd met de Friese mansnaam Hasse. Minder waarschijnlijk is dat de naam afkomstig is van het Oudsaksische 'asna' dat pacht of loon zou betekenen of 'adna' dat bijl betekent.
(bron: F.J. Bakker, Vijf buurschappen en een klooster, Assen in de Middeleeuwen, in: Geschiedenis van Assen, p.29-30, 2000).

Assen nu
Leefbaar, bereikbaar en vitaal.
Dat zijn de belangrijkste kenmerken van Assen. Dankzij de centrale ligging is Assen in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening aangewezen als een van de twee hoekstenen in het stedelijk netwerk Groningen-Assen. Daarmee heeft de stad een motorfunctie voor de ontwikkeling van de economie, de infrastructuur en het woon- en leefklimaat in het gebied. Assen bedient nu zo'n 200.000 mensen uit de regio. Zij werken, winkelen of recreëren in de Drentse hoofdstad. Vooral het winkelcentrum is in trek. Geen wonder, de binnenstad is compact, goed voorzien en behoort tot de best bereikbare binnensteden van Nederland.
Groei
De groei zit er flink in. Assen is de snelst groeiende stad van Noord- Nederland. Jaarlijks neemt de bevolking toe met zo'n 1.000 inwoners. De teller staat nu rond de 62.000. Het aantal banen is de dertigduizend gepasseerd en groeit naar verwachting de komende tien jaar naar veertigduizend. De onstuimige groei betekent dat er ruimte moet worden gevonden. Voor nieuwe bedrijven, voor een gevarieerd woningaanbod en voor een uitbreiding van stedelijke voorzieningen. Daarbij moet de stad goed bereikbaar blijven.

Landgoed Overcingel
In het centrum van de stad vindt u een van Assens oudste nog bestaande particulieren landgoederen. Rondom het statige woonhuis ‘Overcingel’ ligt een wandelpark van 5 hectare. Het park werd rond 1820 aangeleg met een zogeheten ‘grand canal’. Het oorspronkelijke ontwerp van de tuin is bewaard gebleven evenals de bijzonder bomen en wilde planten. Het wandelterrein is dagelijks geopend. Kaarten zijn verkrijgbaar aan de Overcingellaan 2 en de Oostersingel 27. Fietsen en honden zijn niet toegestaan.

Amelter bos
Het Amelterbos in Assen is 63 hectare groot en ligt aan beide zijden van de Rolderhoofdweg. In het Amelterbos ligt tussen de Steendijk en de Vredeveldseweg het landgoed Valkenstijn. Vroeger stond hier een prachtig buitenhuis, dat tot ruïne is vervallen en in de zestiger jaren is afgebroken. Een ruim honderd jaar oud grafmonument herinnert aan de laatste bewoners, het echtpaar Augustinus en Louise van Valkenstijn. Aan de rand van Valkenstijn vindt u de kinderboerderij van Assen-Oost.

Valkenstijn
Aan de rand van de woonwijk Assen-Oost ligt het landgoed Valkenstijn. Valkenstijn was vóór het in de negentiende eeuw deze naam kreeg bekend als Vredeveld. Vredeveld was de naam van de havezate die aan het eind van de zestiende eeuw werd gebouwd. Het landgoed kreeg de naam Valkenstijn toen het in 1842 in bezit kwam van Augustinus van Valkenstijn en zijn vrouw Louise. Toen Louise overleed in 1871 werd ze in de tuin van het landgoed begraven. Augustinus overleed in 1882 en werd in het graf bijgezet. De nu nog aanwezige graftombe is de enige particuliere begraafplaats van Assen. Het monument wordt gesierd door een opvallende, door de Asser IJzergieterij vervaardige gietijzeren grafteken. Het monumentale huis, dat het middelpunt vormde van het landgoed, is afgebroken in 1966. Nu laten houten palen in het gras alleen nog de contouren zien van waar ooit een statig landhuis stond. Delen van het oude landgoed, de statige oprijlaan en de waterpartijen zijn nog wel bewaard gebleven.

Asser bos
Aan de rand van het centrum van Assen ligt het Asserbos.
Het is een van de oudste bossen van ons land en beslaat een oppervlak van ongeveer 109 hectare. Ongeveer 10 hectare is nog oerbos. Lopend onder de eeuwenoude eiken waant u zich voor even in de middeleeuwen. Het klooster Maria in Campis was de eerst bekende eigenaar van het bos. De rest van het bos is op initiatief van Wolter Hendrik Hofstede aangeplant in 1760. Het Asserbos is een gemengd loof- en naaldbossen en is een zogeheten sterrebos met lange rechte paden die elkaar stervormig kruizen. In het Asserbos vormen de ‘Oude vijver’ uit 1836 en de ‘Nieuwe vijver’ uit 1895 de belangrijkste waterpartijen. Naast deze waterpartijen bevinden zich in het Asserbos een kinderboerderij, een speelweide en een Hertenkamp die dateert uit 1842. Veel voorkomende vegetatie en flora zijn de bosanemoon, salomonszegel, zevenster, dalkruid, bosklaverzuring en de blauwe en rode bosbes.

Twijfelveld
Het Twijfelveld is een 22 hectare groot natuurterrein waaraan in het kader van het ROM/WCL-beleid in de tweede helft van de jaren negentig vorm is gegeven en dat sindsdien in ontwikkeling is. De graslanden zijn vrij gemaakt van pacht, waarna samen met Provincie en Waterschap de gemeente Assen een waterconserveringsplan heeft opgesteld. Hierdoor werden een aantal ter plaatse aanwezige oude en drooggevallen beeklopen watervoerend gemaakt. Poelen, wandelpaden met een totale lengte van 2300 meter, banken, enkele vlonders en afvalbakken maken extensieve recreatie mogelijk. Het grasland wordt tegenwoordig als bloemrijk hooiland beheerd en begraasd door Schotse hooglanders. Het Anreperdiep en het Twijfelveldsloopje kronkelen door het natuurterrein. In het gebied heeft het waterschap ‘Hunze en Aa’s’ een watermeter geplaatst die het mogelijk maakt om de grondwaterstand af te lezen. Ander opmerkelijk gegeven is dat een oude joodse begraafplaats onderdeel uit maakt van het Twijfelveld.

Gouveneurstuin
Het stadspark 'De Gouverneurstuin dankt zijn naam aan een vroegere eigenaar van de tuin, de ‘gouverneur des Konings’. In de 19e eeuw had de gouverneur de tuin in gebruik als appelhof en groentetuin. Uit deze periode dateert ook de graankelder waarin in de winter fruit en groente vorstvrij werden opgeslagen. De graankelder vindt u verscholen onder de bomen, rechts van de ingang vanaf het Drostenlaantje. Het koepeltje, even verderop in het park, is een replica van de theekoepel die lang geleden tegenover het station was gebouwd. Een welgestelde Assenaar liet het bouwen in zijn tuin, om van daaruit te kunnen uitkijken wie met de trein een bezoek aan Assen bracht. De vijver, bij de andere ingang van het park is een restant van de vroegere Weiersloop; een stroompje dat destijds zorgde voor de waterafvoer naar de Drentse Aa.

Pelinckbos
Ten westen van de stad, aan de Witterhoofdweg, bevindt zich het Pelinckbos. Het bos is 50 hectare groot en op de paden vrij toegankelijk.

Het Lariksbos
Het Lariksbos is een bos met een oppervlak van 9 hectare dat wordt gekenmerkt door een afwisseling van beboste - en open terreinen. Het bos heeft zowel een recreatieve waarde als een intern landschappelijke waarde. De open terreinen doen dienst als speelweiden. Onderdeel van het Lariksbos is het landhuis ‘De Lariks’. Dit landhuis is in 1914 gebouwd voor de Jonkheer, Meester H.E.E. Roëll. Vanaf deze periode stamt ook de meeste boomaanleg in het Lariksbos. Op de laagste plaatsen in het bos heeft men in het Lariksbos rabatten aangelegd. Dit zijn verhogingen die zijn gemaakt van het zand dat vrij is gekomen bij het uitgraven van sloten en singels. Het bos bestaat in hoofdzaak uit loofbos en hakhoutsingels. Met name vinden we in het bos inlandse eik met hier en daar beuken, populier, fijnspar, berk en esdoon. Het bos wordt aan de west- en de noordkant door een vijver begrensd. Een padenstelsel zorgt ervoor dat het bos door zowel fietsers als wandelaars gebruikt kan worden.

Witterveld
Het Witterveld, in 1991 aangewezen tot Natuurmonument, is een 500 hectare groot heide- en hoogveengebied, gelegen op de overgang van het voormalige ‘Smilligerveen’ naar de zandgronden. Door de bijzondere opbouw van de bodem zijn in enkele slenken zeer fraaie vegetaties van levend hoogveen bewaard gebleven. Overgangen van het veen naar hoge en droge terreindelen zijn nog ongestoord aanwezig, net als bijzondere planten zoals klokjesgentiaan, witte snavelbies, moerasklauw en lavendelheide. De fauna kent ook zeldzame soorten, zoals adder, heikikker, alpenwatersalamander, gentiaanblauwtje, paapje en roodborsttapuit.
naar de top van deze pagina





























Na beschouwing
Om 09.00 uur precies starten 300 wandelaars, het weer was slecht. Er stond deze dag een harde tot stormachtige wind met af en toe een stevige bui afgewisseld met periode met zon, ondanks dit toch nog 157 wandelaars die zijn gestart op de 25 km afstand, 143 wandelaars deden de schoenen aan voor de 35 km.
De route, uitgezet en verzorgd door Harry Meijer Jaap Krikke , was voor alle afstanden zeer afwisselend. Op de rusten was het gezellig druk. 242 wandelaars liepen voor adm. 9 voor de beker, 8 voor het schildje, 25 voor het wandbord en 15 wandelaarsvoor een medaille.
Al met al toch weer een geslaagde wandeltocht.
naar de top van deze pagina






























naar de top van deze pagina