
Vredewold wandeltocht op 4 december 2010, info over de route en de omgeving:
De tocht start vanuit de gemeente Marum, gelegen in het Groningse Zuidelijk Westerkwartier, vanuit het dorp Marum.
Het dorp Marum ligt aan de A7, op zo'n 25 kilometer van de stad Groningen en 12 kilometer van Drachten. Het dorp is gelegen op de zandrug Vredewold. Deze zandrug loopt ruwweg van het zuidwesten naar het noordwesten, richting Groningen.
De naam Marum komt van ‘mare’, water, en 'heim', plaats, en betekent dus 'plaats aan het water', waarin het water het Oud Diep is. Oorspronkelijk is het een lintdorp. De oude kerk is in de twaalfde eeuw gebouwd, de huidige toren dateert uit 1886.
Het oudste gedeelte is Marum-West, Marum-Oost of Kruisweg is van veel latere datum. Hier en oostelijker in Nuis-Niebert vinden we het systeem van de strekkende heerden, een ontginningsvorm met strekkende percelen aan weerszijden van de zandrug. Oorspronkelijk doodlopend tegen het hoogveen en soms beschermd door een leidijk tegen het veenwater en aan de noordzijde doodlopend in het laagveengebied. Het hoogveen is in de loop van de eeuwen afgegraven, van het laagveen resteren nog gedeelten. Her en der zijn de zogenaamde petgaten
Tot het begin van de vorige eeuw was de turfwinning de belangrijkste bron van inkomsten in deze regio.
Marum lag aan de Tramlijn Drachten-Groningen die in 1913 is aangelegd. Vanaf 1948 werden over dit traject echter alleen nog goederen vervoerd. In 1985 is de lijn gesloten.
De route van de wandeltocht gaat eerst door en langs Marum en dan de vroegere trambaan op tot aan Trimunt.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een Duitse radarpost aanwezig op Trimunt. Bunkers van de radarpost zijn nog zichtbaar aan beide kanten van de snelweg A7 tussen Marum en Frieschepalen.
Na verzetsacties tijdens de Tweede Wereldoorlog op onder meer de trambaan tussen Marum en Drachten zijn hier 16 mensen uit buurtschap De Haar gefusilleerd op 3 mei 1943. Meerdere herdenkingsmonumenten herinneren aan deze gebeurtenissen. Ze staan onder meer op de plek van de aanslag langs de voormalige trambaan en de locatie van de Duitse radarpost.
Van Trimunt gaat het naar de Haar (= hoogte), 5 m +NAP.
De Haar is een buurtschap en heeft een lintbebouwing van boerderijen langs de Haarsterweg. Het gebied is enigszins geaccidenteerd, feitelijk hoort het landschappelijk bij de Friese wouden.
Tussen de boerenbedrijven in De Haar bevindt zich de grootste champignonkwekerij van Europa.
Vervolgens gaat de route via De Wilp naar Siegerswoude.
De Wilp is gesticht door Friese arbeiders die hier kwamen werken in de vervening. De naam van het dorp komt van de weidevogel de wulp.
Zoals de meeste veenkolonies lag De Wilp aan een vaart. Deze vaart is in de twintiger jaren verlegd: het stuk door het dorp is gedempt.
Niet alleen het veen werd over het water vervoerd, ook de producten van de zuivelfabriek ‘De goede hulp’ werden zo getransporteerd. Deze zuivelfabriek is gebouwd rond 1900 en is gesloten in de jaren zestig.
De Wilp ligt op de grens met Friesland. De bebouwing loopt over de provinciegrens heen, De Wilp gaat daar over in het gedeelte van het dorp Siegerswoude dat ook wel ‘de Friese Wilp’ wordt genoemd.
De begraafplaats van het dorp heeft een bijzondere klokkenstoel, waarin een klok in een houten stellage is gehangen.
Ook is er in De Wilp een Accordeonspecialist gevestigd die klanten uit geheel het land heeft.
In Siegerswoude heeft een voorwerk van het Benedictinesseklooster te Smalle Ee gestaan. Het wordt in 1518 genoemd, maar er was in de 13e eeuw al bedrijvigheid.
Hierna gaat de route door een vroeger woest gebied van zand- en heidevelden naar de Jonkersvaart.
Het lintdorp Jonkersvaart ligt langs het gelijknamige kanaal. In het begin van de 16e eeuw kwam het veengebied in bezit van Wigbold van Ewsum uit Middelstum, die in 1525 in Midwolde het kasteel ‘Nienoord’ bouwde.
De Jonker waaraan de Jonkersvaart zijn naam te danken heeft is Ferdinand Folef, baron van Inn- en Kniphuizen, de Jonker van Nienoord. Hij liet het kanaal Jonkersvaart, eind 18e, begin 19e eeuw aanleggen ter ontsluiting van het veen.
Daarna gaat de route door het Coendersbos, een naald- en loofbos, dat ligt in de nabijheid van de Coendersborg.
De combinatie van het bos, de heide, de verspreid liggende hakhoutperceeltjes en de fraaie houtsingels, vormt vandaag de dag een gevarieerd landschapstype, dat aan tal van planten- en dierensoorten bestaansmogelijkheden biedt.
De Coendersborg is in 1813 gebouwd op de plaats waar eerder de Fossemaborg stond. In 1758 kwam die borg in handen van Oene van Teyens. Zijn erfgenamen, twee broers en een zuster, bouwden de Coendersborg.
De Coendersborg is nu eigendom van de stichting Het Groninger Landschap. In de schuur achter de borg is landbouwmuseum 't Rieuw (Gronings voor: gereedschap) gevestigd.
De borg ligt aan één van de oudste voetpaden van Nederland, het Malijkse Pad. Volgens de overlevering zou aan dit pad een grote eik hebben gestaan waar de buurrechters van de streek hun eed aflegden. Vroeger vond men hieraan dan ook de oudste boerderijen.
De route loopt via de Oude Weg / Malijkse Pad terug naar Marum.
De 35 km route gaat verder het noorden in en voert langs enkele petgaten en langs en over het Oude Diep.
In zowel wapen als vlag van de gemeente Marum is dit kleine riviertje terug te vinden. Het gehele gebied waterde/watert af in noordoostelijke richting. Het Oude Diep was een van de belangrijkste afwaterende watergangen die centraal door het gebied stroomden richting Lauwerszee. Het Oude Diep, soms ook Wolddiep genoemd en oorspronkelijk de bovenloop/middenloop van de getijdenrivier de Oude Riet, is nu voor een gedeelte gekanaliseerd.
Via de Beldam gaat de route vervolgens terug naar Marum.
Bij de Beldam is de overgang van het laaggelegen veengebied (0,7 m –NAP) naar de wat hoger gelegen zandgronden te zien aan het verschijnen van de boomwallen.