De tocht start vanuit het dorp Koudum, gelegen in de provincie Friesland, gemeente Nijefurd, in Gaasterland.
Over het dorp Koudum
Hoewel de naam van de startplaats anders doet vermoeden, is deze plaats ook bekend als "Het warme Hart van de Zuidwesthoek". Deze omschrijving is echter van de laatste tijd, want Koudum was al bekend in de veertiende eeuw. De naam was toen Kolwidum, een omschrijving die verwijst naar de ligging - hoger gelegen tussen de bossen - hetgeen tijdens de loop ook zeker is te herkennen. Deze Morra-tocht (het is inmiddels de derde uitgave - de eerste twee edities werden georganiseerd door de plaatselijke IJsclub) start ter plaatse vanuit de aan de ds. Tinholtstraat gelegen sporthal 'de Sandobbe' (=zandkuil). Overigens is het aardig te weten dat nabij deze sporthal vroeger de eigen groenteveiling was gevestigd, waarbij de Koudumer Beantsjes (sperziebonen) door hun fijne smaak en kwaliteit altijd een goede prijs wisten te behalen (bovendien is de schimpnaam voor de inwoners van Koudum nog steeds "Koudumer Beantsjes"!).
Zuidwest Fryslan
Openheid en water stuiten in het zuidwesten van Fryslân ineens op reliëf en beslotenheid.
Ten zuiden van Sneek ligt het merendeel van de Friese Meren, waarvan het Fluessen en het Slotermeer tot de grootste horen. Eromheen liggen ook weer de veenweides die we van andere delen van Nederland kennen. Maar waar het Hollands-Utrechts veenweidegebied zich kenmerkt door langgerekte kavels, hebben ze hier een onregelmatige blokstructuur. Het gebied is vrijwel geheel in landbouwkundig gebruik. Temidden van het uitgestrekte kleiweidegebied duiken regelmatig boerderijen op, veelal gebouwd op een terp, want tot halverwege de middeleeuwen staken de Middelzee en de Marne – beide ‘uitlopers’ van de Waddenzee – ver Fryslân in, tot waar nu Sneek en Bolsward liggen. Overstromingen van het laaggelegen land kwamen dan ook regelmatig voor. Langs de randen van de Middelzee werden daarom zogenaamde Hemdijken opgeworpen om hoog binnenwater te keren. De dijken langs die oude zeegaten zijn nog in het landschap terug te vinden.
De dorpen en stadjes die veelal in de middeleeuwen zijn ontstaan, zijn bijna allemaal op het water gericht en door een stelsel van (trek)vaarten met elkaar verbonden. Pas veel later werd zuidwest Fryslân door wegen ontsloten. Slechts een enkele vaarweg is later gedempt en vervangen door een verharde weg. Voorbeelden van zulke nederzettingen zijn Balk, met zijn raadhuis uit 1615, IJlst, met zijn ‘overtuinen’ aan de gracht, en de Zuiderzeestad Stavoren, de oudste stad van Fryslân.
De route
In grote lijnen gaat de 25 km-tocht via het "aquaduct de Galamadammen", de doorgang tussen het meer de Morra (de naamgever aan deze tocht) en het meer de Fluessen. Dit aquaduct kwam in 2007 in de plaats voor een brug en is al eeuwenlang vanuit noordwestelijke richting de enige toegangsweg naar Gaasterland. De beide meren zijn in de laatste ijstijd ontstaan.
Verder wandelend door het greidelandschap, we passeren hierbij de plaatsen Kolderwolde en Oudega, komen we uit in de Gaasterlandse bossen nabij het dorp Harich. Via het bospad "De Davidsreed" gaan we naar de manege Gaasterland waar de eerste rust is gepland. We houden daarbij het buurtschap Kippenburg aan de linkerhand. Hier staat nog het oorspronkelijke landhuis "Kippenburg" waarvan de naam verwijst naar diens eerste bewoner, de adellijke familie Van Swinderen die aldaar een kippenhouderij wilde beginnen. In latere tijd is het o.a. in gebruik geweest als legerplaats voor Belgische militairen (1914-1918) en nog weer later als herberg/logement. De 35 km-tocht maakt eerst een grotere lus en passeert langs de voordeur van het landhuis.
Het riviertje de Luts door deze buurt is overigens een van de fraaiste trajecten van de Elfstedentocht per schaats.
Na de rust in de manege splitst zich de route voor de 25 km en de 35 km-loop.
De 25 km-loop gaat verder via het gebied De Wyldemerk (= wilde markt: hier werden vroeger markten gehouden die berucht waren door o.a. het ruime drankgebruik waardoor het er nog al eens wild aan toeging). In de jaren 1954-1969 was hier "Het Ambonezenkamp" voor oud-Knil-militairen gevestigd. De plannen om hier een groot recreatiegebied aan te leggen, hebben het niet gehaald, maar het meertje dat hiertoe werd aangelegd (en voor zandwinning) passeren we aan de linkerhand.
De tocht vervolgt via de Gaasterlandse bossen naar Rijs, waar geoefende ogen aan de linkerhand op enige afstand het IJsselmeer ontwaren.

Op het kruispunt in Rijs passeren we aan de rechterhand het oorspronkelijke Medisch kindertehuis "Mooi Gaasterland" waar in de eerste helft van de 20e-eeuw vele bleke stadsgezichtjes van kinderen uit katholieke arbeidersgezinnen door de inspanningen van de nonnetjes werden tot gezonde, rode, blakende kinderen. Nu is daar de Witakkerschool gevestigd met een professioneel jeugdhulpverleninginstituut. Hierna is het via een gevarieerd landschap rechttoe - rechtaan richting Koudum en finish.
De 35km-loop verlaat de eerder genoemde manege aan de achterzijde. Steekt de Luts over om via een grote lus door de Gaasterlandse bossen en Rijs nabij het IJsselmeer uit te komen. Hierbij wordt gelopen door de Mirnserlaan waar in '44-'45 de door Werner von Braun ontworpen V2-raketten door de Duitsers op Engeland werden afgevuurd. De route bereikt via Bakhuizen, Hemelum en de oevers van de Morra en het Jan Broers-kanaal weer Koudum. Ter plekke nog even over de Slaperdyk - een vroegere waterkering - en door het Oldefurdpark (deze naam komt van de vroegere gemeente Hemeler Oldefurd, waarvan Koudum de hoofdplaats was) en dan finishen!
Het Warme hart van de Zuidwesthoek
Op het hoogste punt van Koudum staat de MartinikerkKoudum bestaat al meer dan 1100 jaar. De oudst bekende vermelding, onder de welluidende naam Colwidum, is die uit het jaar 903. Gevonden in de lijst van bezittingen van het klooster Werden in Duitsland. De betekenis van de naam is niet helemaal duidelijk. Zeker is dat er bos was toen deze naam bedacht werd want daarop duidt 'Widum', het tweede deel van de naam. 'Col' wordt wel in verband gebracht met hoogte, maar niet alle geleerden zijn het daarover eens.
Het dorp ligt op een een stuwal uit de ijstijd en is omringd door water, vroeger nog veel meer dan tegenwoordig. Diverse meertjes rondom Koudum werden in de 19e eeuw ingepolderd.
MInstens 500 jaar lang was Koudum de hoofdplaats van de grietenij, later gemeente, met de lange naam Hemelumer Oldeferd en Noordwolde. Het laatste deel van de naam is in 1952 losgelaten. Bij de gemeentelijke herindeling van 1984 is de gemeente, die meestal kortweg H.O. genoemd werd, opgegaan in een nieuwe gemeente genaamd Nijefurd.
Land- en tuinbouw is altijd een belangrijk middel van bestaan geweest. In de 17e en 18e eeuw was een groot deel van de Koudumer bevolking, betrokken bij de internationale koopvaardij. De welvaart die dit met zich mee bracht is af te lezen aan het fraaie interieur van de Kerk die op het hoogste punt van het dorp staat.
Aan de beschutte zuid- en oostkant van het dorp is de grondsoort zand, waarop zich in de loop der eeuwen een vruchtbare humuslaag heeft gevormd. Door de beschutte ligging en het "zwarte zand" leent dit deel van de Koudumer bult zich uitermate goed voor de tuinbouw, vanaf de tweede helft van de 19e eeuw kwam de tuinbouw goed tot ontwikkeling. In de gloriejaren had Koudum een eigen veilinggebouw en werden de sperziebonen, bloemkool en andere groenten tot ver in Nederland aan de man gebracht. Hieraan dankt de Koudumer bevolking ook haar schimpnaam: Koudumer Beantsjes.
Het dorp heeft ± 2750 inwoners en is tegenwoordig bekend vanwege de vele recreatiemogelijkheden op en rond het water. Koudum ligt centraal in de Friese Zuidwesthoek tussen de Fluessen en de Morra en nabij de IJsselmeerkust en de Gaasterlandse bossen.
Koudum vervult een centrale functie in de regio door voorzieningen op gebied van onderwijs, dienstverlening, detailhandel, sport en recreatie.