Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Gorredijk op 27 maart 2010  


datum 27 maart 2010 plaats Gorredijk
provincie Friesland gemeente Opsterland
afstanden 25, 40 en 60 km naam wandeltocht Bos en Veen wandeltocht
starttijd 9:00 (60 km 8:00) postcode start: 8401 DV
startadres: Cultureel Centrum De Skâns, Loayersstrjitte 2 8401 DV Gorredijk ( 0513-468600.
openbaar vervoer:  
info over de omgeving verslag foto-reportage

naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina































naar de top van deze pagina
Bos en Veen wandeltocht vanuit Gorredijk op 27 maart 2010, info over de omgeving:

Gorredijk is het grootste dorp in de gemeente Opsterland. Door het centrum van Gorredijk loopt de Opsterlandse Compagnonsvaart. Het centrum heeft een beschermd dorpsgezicht. Gorredijk is een relatief oud dorp, dat door turfwinning is ontstaan.

Gorredijk is een zogenaamde "Vlecke". Gorredijk was in het verleden met name de plaats waar spullen werden ingevoerd, opgeslagen en verhandeld. Een bijnaam van de Gordyksters is dan ook "handjeklappers". Tot 20 jaar terug stond de Gordykster Merke (jaarmarkt) nog bekend om z'n veehandel, maar dat is nu verleden tijd. In Gorredijk werd veel Turf doorgevoerd, met name uit de streek achter Tijnje. Er was in de regio bittere armoede. In het boek van Geert Mak, "lopen met van Lennep", wordt Gorredijk genoemd als no go area, een rovershol. Zij kwamen niet verder dan Heerenveen op hun tocht.

Gorredijk kent een rijk Joods verleden. Zo was er een synagoge en een Joodse school. Slechts een handjevol mensen overleefde de tweede wereldoorlog. In een weiland richting Jubbega/manege Dekema vindt men in een weiland een historische Joodse begraafplaats. In de oorlog was het relatief rustig in Gorredijk, hoewel er een behoorlijk aantal mensen in het verzet zat op één of andere wijze. Aan de vooravond van de bevrijding is er nog een schietpartij geweest rondom de brug in de hoofdstraat, nu genoemd naar de gesneuvelde Gerke Numan. In de omgeving van Gorredijk waren net als elders in Friesland veel onderduikadressen. Op de begraafplaats van Gorredijk liggen een aantal militairen begraven, de bemanning van een geallieerde Avro Lancaster. Deze werd neergeschoten tussen Gorredijk en Beetsterzwaag door een Bf 110 nachtjager van vliegbasis (wespennest) Leeuwarden.

Vroeger zag Gorredijk er anders uit. Uitgestrekte hoogveengebieden bedekten Zuidoost- Friesland. Dit veen werd later afgegraven en deze" industrie" trok heel wat mensen naar deze toen schaars bevolkte streken. De oorspronkelijke bewoners waren boeren, die leefden van de landbouw. Zij verbouwden: boekweit, haver, rogge, erwten, bonen, vlas en kruiden. Verder hielden ze schapen en bijen. Koeien werden nog maar weinig gehouden.

De Kortezwaagster boeren zullen misschien hun hooi voor een deel hebben gehaald uit de lage landen tussen Tijnje en Terwispel. Ze zullen ook wel stukjes heide hebben ontgonnen in en bij de Gorrevenen, die in de richting van het huidige Jubbega gelegen waren. Deze Gorrevenen werden in de zeventiende eeuw door de Heren Compagnons afgegraven. Vooral Jonker Dekema had hier veel bezittingen. Jonkersland had ook Dekema's land kunnen heten.

Voor het vervoer van turf was een kanaal nodig. In 1622 was dit er nog niet, maar in 1630 wordt het genoemd. Het doorgraven van de Hegedyk omstreeks 1631 wordt beschouwd als “beginpunt” van de veenkolonie Gordyk. Er kwam dus een kanaal naar de Gorrevenen. Er was een huis bij de "Hooge wech" , dat spoedig gevolgd werd door meerdere. Over het gat in de dijk kwam een hooghout (een hoge vaste voetbrug), waar de turfscheepjes met gestreken mast onderdoor kunnen varen. In 1633 is sprake van: "Seeckere huijs ,seuen roede lang en twee voet breet, staende te corteswagen bij de hoogewech en de Heerensloot".

Omliggende dorpen zijn Kortezwaag, Jonkersland en Langezwaag. Tijnje, Nij Beets, Lippenhuizen, Jubbega 3e sluis, de Hemrik en Beetsterzwaag. Reistijd per auto naar b.v. Amsterdam centrum is iets meer dan anderhalf uur, via Flevoland. Per trein en bus is de reistijd zeker twee en half uur.

Gorredijk kent een centrum, dat als een lint bebouwd is langs de Opsterlandse Compagnonsvaart. Zoals de Brouwerswal, Molenwal, en Langewal. Deze wordt gekruist door de Hoofdstraat. Buurten als het Leantsje, De Helling en De Vlecke zijn begin jaren zeventig gebouwd. In de jaren tachtig zijn straten ontwikkeld als de Spinnerij, Brouwerij, Wolkammerij, Weverij, Mouterij en Kuperij. Laatste project is plan Loevestein, dat in verschillende fases wordt opgeleverd. Deze wijk brengt Gorredijk en Lippenhuizen dichter naar elkaar.

Hoewel Gorredijk een met name "rood " (socialistisch) dorp is, Domela Nieuwenhuizen kwam uit deze streek, tellen we meerdere kerkgenootschappen. Zoals de katholieke kerk, SOW gemeente (hervormd + gereformeerd), Doopsgezinde gemeente, Eben Haëzer, en de Jehovah's Getuigen. Gorredijk heeft vanaf 1683 zijn eigen Nederlands Hervormde kerk en mag vanaf 1694 elke woensdag een weekmarkt houden. De bekende woensdagmiddagmarkt is een overblijfsel van de vroegere week­markt. Vanaf die tijd stamt ook de voorjaars-en najaars veemarkt, waarbij respectievelijk de koeien van stal of op stal moesten. De boeren brachten toen hun boter naar de Boterwaag, nu kantoor, en hun granen naar de Korenbeurs. De­ze laatste is lang een herberg geweest, maar thans opgenomen door Van Campen en Dijkstra aan de Brouwerswal hoek Hoofdstraat. Met de groei van de plaats hield de industrie gelijke tred. Er zijn hier drie scheepswerven, een touwslagerij en twee kalkovens ge­weest. In de twaalfde eeuw was er een kerkklok. Deze werd in 1896 te koop aangeboden en is nu in het Rijksmuseum te vinden. Bij deze klok zal hoogstwaarschijnlijk wel een kerk hebben gehoord! Kortezwaag is door de eeuwen heen een agrarisch dorp gebleven.

Gorredijk is gelegen aan de turfroute. Dit trekt jaarlijks veel kleine bootjes op doorreis die ook in het centrum van Gorredijk kunnen aanmeren/overnachten. In Gorredijk is ook een zeer succesvolle fabrikant van sloepen gevestigd.

Bekende Gorredijksters
Roelof Kuipers (28 augustus 1855), architect (overleden 1922)
Tjeerd Kuipers (21 december 1857), architect (overleden 1942)
Hans de Jong voormalig weerman o.a. van de NCRV
Jannick de Jong grasbaan- en speedwaycoureur





De Opsterlandse Compagnonsvaart is een kanaal tussen de Nieuwe Vaart bij Gorredijk en de Drentse Hoofdvaart bij Smilde en maakt deel uit van de Turfroute. De lengte van het kanaal is 34 kilometer.

Ten behoeve van veenontginning en het vervoer van turf begon men in 1630 bij Gorredijk het kanaal te graven en na 200 jaar was het eindpunt bereikt.

Vanuit Gorredijk (gemeente Opsterland) loopt het kanaal langs een aantal buurtschappen en dorpen: Haneburen, Vosseburen, Hemrikerverlaat, Wijnjeterpverlaat, Klein Groningen (hier maakt de vaart een rechte hoek en begint de gemeente Ooststellingwerf), Moskou, Donkerbroek, Oosterwolde, Appelscha en eindigt in Smilde.

In 1974 waren er plannen om de vaart te dempen. Pater van Ulden nam het initiatief om tegen de demping te protesteren, wat uiteindelijk gelukt is. In het centrum van Gorredijk is een draaibrug naar hem vernoemd. Naar aanleiding van deze actie werd de Stichting De Nije Kompanjons opgericht met als doel het instandhouden van de Opsterlandse Compagnonsvaart.

De Opsterlandse Compagnonsvaart heeft haar functie voor de beroepsvaart reeds lang verloren. Daarvoor in de plaats is de pleziervaart gekomen. Per jaar passeren ongeveer 1500 boten de vaart.

De vaart is geschikt voor vaartuigen met een maximale diepgang van 1.10 meter. Door vaste bruggen in het traject is de maximale hoogte 3.70 meter.




Tussen Gorredijk en Appelscha liggen negen sluizen in de vaart. Dit komt doordat Appelscha ongeveer 12 meter hoger ligt dan Gorredijk. Alle sluizen worden met de hand bediend. In Gorredijk, Oosterwolde en Appelscha worden de kleine bruggetjes ook met de hand bediend. De meeste grote bruggen zijn elektrisch, hoewel een enkele met de hand gedraaid wordt.

De volgende sluizen liggen in de Opsterslandse Compagnonsvaart (stroomafwaarts vanaf Appelscha): Damsluis, Bovenstverlaat, Stokersverlaat, Fochteloërverlaat, Nanningaverlaat, Wijnjeterpverlaat , Hemrikerverlaat, Vosseburenverlaat en Sluis Gorredijk.

In de Opsterlandse Compagnonsvaart zijn geen voorzieningen om het water op te kunnen pompen. Al het water dat door de vaart stroomt is afkomstig uit het gebied zelf. Bij zeer lage waterstanden kan er extra water ingelaten worden vanaf de Drentse Hoofdvaart.




Historie van Gorredijk

Heel lang geleden moet het er hier heel anders hebben uitgezien.
Uitgestrekte hoogveengebieden bedekten Zuidoost- Friesland. Dit veen werd later afgegraven en deze" industrie" trok heel wat mensen naar deze toen schaars bevolkte streken. De oorspronkelijke bewoners waren boeren, die leefden van de landbouw. Zij verbouwden: boekweit, haver, rogge, erwten, bonen, vlas en kruiden. Verder hielden ze schapen en bijen. Koeien werden nog maar weinig gehouden.

De Kortezwaagster boeren zullen misschien hun hooi voor een deel hebben gehaald uit de lage landen tussen Tijnje en Terwispel. Ze zullen ook wel stukjes heide hebben ontgonnen in en bij de Gorrevenen, die in de richting van het huidige Jubbega gelegen waren. Deze Gorrevenen werden in de zeventiende eeuw door de Heren Compagnons afgegraven. Vooral Jonker Dekema had hier veel bezittingen. Jonkersland had ook Dekema' s land kunnen heten.

Voor het vervoer van turf was een kanaal nodig. In 1622 was dit er nog niet, maar in 1630 wordt het genoemd. Het doorgraven van de Hegedyk omstreeks 1631 wordt beschouwd als “beginpunt” van de veenkolonie Gordyk. Er kwam dus een kanaal naar de Gorrevenen. Er was een huis bij de "Hooge wech" , dat spoedig gevolgd werd door meerdere. Over het gat in de dijk kwam een hooghout, waar de turfscheepjes met gestreken mast onderdoor kunnen varen. In 1633 is sprake van: "Seeckere huijs ,seuen roede lang en twee voet breet, staende te corteswagen bij de hoogewech en de Heerensloot" Dit was het begin van Gorredijk!

Voor Kortezwaag is een dergelijke ontwikkeling niet aan te wijzen.

In de twaalfde eeuw was er een kerkklok. Deze werd in 1896 te koop aangeboden en is nu in het Rijksmuseum te vinden. Bij deze klok zal hoogstwaarschijnlijk wel een kerk hebben gehoord! Kortezwaag is door de eeuwen heen een agrarisch dorp gebleven.

Het inwonertal van Gorredijk werd steeds groter. Het ontwikkelde zich tot een middenstandsdorp van betekenis. Niet vergeten mag worden te wijzen op de belangrijke plaats, die de Joden hebben ingenomen. Nu resten ons slechts een gedenksteen in het winkelpand op de hoek van de Hoofdstraat en de Kerkewal en de Sjoelstrjitte, welke herinnert aan de synagoge, die eens aan de Langewŕl heeft gestaan, maar die helaas na de tweede wereldoorlog moest worden afgebroken.

In 1672 kreeg Gorredijk een schans; de kosten hiervan mochten de inwoners zelf betalen! Het kulturele centrum" De SKANS" , net buiten de vroegere grachten gelegen, herinnert er nog aan.

Gorredijk heeft vanaf 1683 zijn eigen Nederlands Hervormde kerk en mag vanaf 1694 elke woensdag een weekmarkt houden. De bekende woensdagmiddagmarkt is een overblijfsel van de vroegere week­markt. Vanaf die tijd stamt ook de voorjaars-en najaars veemarkt, waarbij respectievelijk de koeien van stal of op stal moesten. De boeren brachten toen hun boter naar de Boterwaag, nu kantoor, en hun granen naar de Korenbeurs. De­ze laatste is lang een herberg geweest, maar thans opgenomen door Van Campen en Dijkstra aan de Brouwerswal hoek Hoofdstraat. Met de groei van de plaats hield de industrie gelijke tred.
Er zijn hier drie scheepswerven, een touwslagerij en twee kalkovens ge­weest.



De Joodse Historie

De eerste Joden vestigden zich in de tweede helft van de achttiende eeuw in Gorredijk toen er nog geen economische beperkingen voor Joden waren. Rond 1800 was het aantal Joden groot genoeg om een gemeente te organiseren.
In 1804 werd een begraafplaats gekocht in Kortezwaag, ter vervanging van de begraafplaats in Noordwolde.
Aanvankelijk kwam men voor de godsdienstoefeningen bijeen in een lokaal aan de Noordoost-Dubbelestraat. In 1807 werd aan de Langewal een kleine synagoge ingewijd en deze werd tien jaar later uitgebreid met een school en een onderwijzerswoning. De school werd in 1856 vervangen door een nieuw gebouw.

In 1817 werd Gorredijk een Ringsynagoge in het kader van de ressortale indeling van het Nederlands Israelitisch Kerkgenootschap. Bijkerken waren Noordwolde, Drachten (tot 1821) en Heerenveen
Naast de kerkenraad en het kerkbestuur waren de volgende organisaties actief: een genootschap voor talmoedstudie en verzorging van de doden voor mannen, een begravenisvereniging voor vrouwen en een vereniging die verantwoordelijk was voor het plaatsen van grafstenen. Vanaf het eind van de negentiende eeuw was er ook een afdeling van de Alliance Israelite Universelle. In 1853 werd door de Joodse gemeente een armenhuis opgericht. Een Joodse toneelgroep gaf in 1871 enige opvoeringen.

Al voor de Tweede Wereldoorlog was de Joodse gemeenschap in en rond Gorredijk zo klein geworden, dat er slechts nog onregelmatig godsdienstoefeningen gehouden konden worden. Vanaf september 1942 werd het overgrote deel der Joden uit Gorredijk en omgeving gedeporteerd en vervolgens in de concentratiekampen vermoord. Slechts enkelen doken onder. In de omgeving hebben tijdens de bezetting nog enkele tientallen Joden uit andere plaatsen ondergedoken gezeten.

De Joodse gemeente Gorredijk werd in 1948 opgeheven en bij die van Leeuwarden gevoegd. De synagoge, die de oorlogsjaren doorstaan had, werd in 1953 wegens de bouwvallige staat afgebroken. De gemeente Opsterland, waartoe Gorredijk behoort, zorgt voor het onderhoud van de Joodse begraafplaats aan de Dwarsfeart.

In 1956 is een gedenksteen aan een pand in de Hoofdstraat aangebracht, ter herinnering aan de verdwenen Joodse inwoners van Gorredijk.




Museum Opsterlân is gevestigd in een markant voormalig schoolgebouw, waarvan de eerste steen gelegd is in 1887. In het museum maakt u kennis met de rijke, bewogen en gavariëerde geschiedenis van Opsterland. Het museum schenkt aandacht aan de ontstaansgeschiedenis van Opsterlân, o.a. middels vele archeologische en geologische vondsten. We volgen de ontwikkeling van de menselijke beschaving, van de eerste nomadische jagersvolken naar de tijd van de boerennederzettingen. Ook de gevolgen voor landschap en mensen van de vervening worden belicht. Een belangrijke rol is weggelegd voor de periode van +1600 tot +1900, de tijd van vervening en ontginning. Een groot deel van de bevolking probeerde hun brood in het veen te verdienen. Het graven van een kanalennetwerk, voor het vervoer van turf, en de turfwinning was zwaar werk en de inkomsten waren mager. De opdrachtgevers, de compagnons, de heren van het veen, leefden in grote rijkdom, men had grote landhuizen en genoot van overvloed en luxe. Ook de adel had een aparte plaats in de geschiedenis. Nog steeds is dit te zien in de omgeving die gekenmerkt is door zijn prachtige monumentale landgoederen. Door deze contrasten van rijkdom en armoede heeft Opsterland een roerig verleden gekend. In het museum kan men deze geschiedenis terugvinden in de vaste collecties waarin u informatie vindt over Domela Nieuwenhuis, P.W.Jansen en P.J.Troelstra. Tevens is er een Socialistische Bibliotheek. De Joodse historie in Opsterland wordt belicht en ook de verschillen tussen de winning van het hoog-en laagveen. Opsterlanders waren altijd een nijver volk, u kunt in de vaste collectie werkplaatsen bewonderen, zoals een zilverwerkplaats met een rijke zilvercollectie. Er is een zeer uitgebreide archeologische en geologische verzameling afkomstig uit Noord Nederland.

Naast de vaste collecties organiseert het museum tijdelijke tentoonstellingen, een blik naar het verleden en de toekomst. De tijdelijke tentoonstellingen belichten thematisch de geschiedenis in relatie met hedendaagse kunstenaars.

Museum Opsterlân werkt samen met scholen en culturele instellingen en biedt verschillende educatieve programma's aan, geschikt voor basisscholen en het middelbaar onderwijs.




Streekmuseum Opsterlân is gevestigd in een markant voormalig schoolgebouw, waarvan de eerste steen gelegd is in 1887. In het museum maakt u kennis met de rijke, bewogen en gavariëerde geschiedenis van Opsterland.

Museum Opsterlân heeft een vaste collectie over de geschiedenis van Opsterland, waaronder het verhaal van de turfgravers en de Heren van het Veen. Laat u meenemen door de helden van Opsterland, de socialistische voormannen die ijverden voor betere werkomstandigheden van de arbeiders. De weldoeners trokken zich het lot van de arme sloebers aan en zorgden o.a. voor betere behuizing.
In het museum komt het verleden van Opsterland tot leven. Gorredijk als handelscentrum, met zijn veemarkten, zijn zilversmeden en vele ambachtslieden, een welvarend dorp met een rijke traditie en historische bebouwing. De Opsterlandse Compagnonsvaart stroomt door het hart van het dorp dat vroeger druk bezocht werd door de beurtschippers en turfschepen. Tegenwoordig een monumentaal centrum met een levendige toeristische vaarweg als verbinding tussen Drenthe en de Friese meren. Ervaar in het museum hoe het hoog-en laagveen het gebied rondom Gorredijk heeft gevormd. Nu een natuurgebied van vaarten, wijken en petgaten, omringd door bebouwing van kleine boerderijen tot monumentale boerderijen en landhuizen. Het verleden herleeft in de twee bovenzalen van het museum

Het museum schenkt aandacht aan de ontstaansgeschiedenis van Opsterlân, o.a. middels vele archeologische en geologische vondsten. We volgen de ontwikkeling van de menselijke beschaving, van de eerste nomadische jagersvolken naar de tijd van de boerennederzettingen. Ook de gevolgen voor landschap en mensen van de vervening worden belicht.
Een belangrijke rol is weggelegd voor de periode van +1600 tot +1900, de tijd van vervening en ontginning. Een groot deel van de bevolking probeerde hun brood in het veen te verdienen. Het graven van een kanalennetwerk, voor het vervoer van turf, en de turfwinning was zwaar werk en de inkomsten waren mager. De opdrachtgevers, de compagnons, de heren van het veen, leefden in grote rijkdom, men had grote landhuizen en genoot van overvloed en luxe.
Ook de adel had een aparte plaats in de geschiedenis. Nog steeds is dit te zien in de omgeving die gekenmerkt is door zijn prachtige monumentale landgoederen. Door deze contrasten van rijkdom en armoede heeft Opsterland een roerig verleden gekend. In het museum kan men deze geschiedenis terugvinden in de vaste collecties waarin u informatie vindt over Domela Nieuwenhuis, P.W.Jansen en P.J. Troelstra. Tevens is er een Socialistische Bibliotheek.
De Joodse historie in Opsterland wordt belicht en ook de verschillen tussen de winning van het hoog-en laagveen.

Opsterlanders waren altijd een nijver volk, u kunt in de vaste collectie werkplaatsen bewonderen, zoals een zilverwerkplaats met een rijke zilvercollectie. Er is een zeer uitgebreide archeologische en geologische verzameling afkomstig uit Noord Nederland.


Gorredijk is een vlekke, vanaf 1630 als kruisnederzetting aan weerszijden van weg en vaart gegroeid. Gorredijk ontstond op het grondgebied van het zuidelijker gelegen Kortezwaag. Vanuit Kortezwaag werd de vaart doorgetrokken. Daar werd turf gewonnen en de vaart was nodig om het veen te ontwateren en de turf per schip af te voeren. Bij wat toen de Trimbeets werd genoemd, werden op de plaats waar de vaart de Hereweg – nu Hegedyk en Hoofdstraat – kruiste, een brug en een sluis gelegd.

De Compagnie van Kortezwaag, die later de Opsterlandse Compagnie heette, ging voort met de winning van turf uit het hoogveen. Bij brug en sluis vestigden zich ambachtslieden, neringdoenden en kooplieden. In het midden van de 17de eeuw werd het daar al de Gorre Dijck genoemd.

In 1672/’73 waren het strategische belang op de weg van Assen naar Heerenveen en ook de economische betekenis van Gorredijk al zo groot dat er een schans werd opgeworpen. Die lag ruim om de toenmalige, kruisvormige bebouwing heen. Het was eerder een vesting dan een schans met naar alle vier zijden twee halve bastions die zo een soort hoornwerken vormden. In 1683 lieten de heren compagnons er een eerste kerk bouwen nadat de gelovigen het een jaar of twintig met een schuur hadden moeten doen.

Gedurende de 18de eeuw groeide Gorredijk uit tot een verzorgingscentrum voor de verveningen in de wijde omgeving en bovendien tot een handelscentrum in hout en granen, vooral van boekweit. Bovendien woonden er nogal wat schippers en niet alleen voor het vervoer van turf maar ook grootschippers die de zeeën bevoeren.

Aan het einde van de 18de eeuw staat in de Tegenwoordige Staat van Friesland: ‘De meeste huizen van dit Vlek zyn gebouwd in de gedaante eener dubbele Kruisbuurt, welke eene streek, ter wederzyden der vaart geplaatst, in ’t midden recht hoekig gesneeden wordt door een tweede, die aan den rydweg gebouwd is, en met eene brug over de gemelde vaart loopt.’ En er is: ‘eens ter week eene weekmarkt, te weeten des Woensdags, wanneer hier veel handel in Rogge, Boekweit enz. gedreeven wordt; hebbende deeze handel hier niet weinig toe genomen, na dat, in ’t jaar 1758, een nieuwe brug over de Kompagnons vaart, en daar over een rydweg van ’t Heerenveen herwaards was aangelegd. Waar op niet alleen de handel met die van Schooterland en Stellingwerf Oosteinde, maar ook met de Inwooners van Drenthe zeer in bloei heeft toegenomen.’ Aan de Brouwerswal, de Kerkewal en in de Hoofdstraat zijn nog verschillende panden te vinden uit de 18de en vroege 19de eeuw met onder andere ingezwenkte halsgevels.

Omstreeks 1800 draaide in Gorredijk een drietal industriemolens. In 1758 werd de brug vernieuwd en die is bekend van vroege topografische gezichten, een monumentale ophaalbrug met een homei. In 1862 is de brug nogmaals vervangen. Daarna is de brug in 1945 verwoest.

In 1821 werd de sluis voor de eerste keer vernieuwd (in 1891 en 1949 volgden veranderingen) en in 1850 is de weg naar Heerenveen verhard. Bij de brug op en nabij de hoek van de Kerkwal en de Hoofdstraat zijn in 1876 zowel het voormalige postkantoor als de voormalige boterwaag gebouwd naar ontwerp van A.J. van Beek en uitgevoerd door de Gorredijkster aannemer Egbert Roels Kuipers. Even later, in 1888 kwam een rijzig schoolgebouw naar ontwerp van gemeentearchitect H.P.N. Halbertsma tot stand, dat sinds 1961 het onderkomen is van het streekmuseum.

Gedurende de eerste helft van de 20ste eeuw breidde Gorredijk vooral uit aan en nabij het vaart- en wegenkruis, aan de wallen en onder meer de Stationsweg en de Marktstraat. Na de oorlog is de vlekke sterk gegroeid, mede doordat de woningbouwvereniging er veel activiteiten ontplooide, eerst in en bij de Schoolstraat en andere plekken. Vervolgens luidde de Compagnonsstraat een nieuwe bebouwingsas met zij- en parallelstraten het nieuwe Gorredijk in, dat vooral aan de noord- en oostzijde in enkele tientallen jaren sterk groeide. Hierbij werd veel ruimte gereserveerd voor parkachtige groenstroken.


naar de top van deze pagina