Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Winsum op 7 februari 2009  


datum 7 februari 2009 plaats Winsum
provincie Friesland gemeente Littenseradiel
afstanden 25, 40 en 50 km naam wandeltocht Tussen Skrins en Skrok wandeltocht
starttijd 9.00 uur postcode start: 8831 XS
startadres: MFC de Helling, Skans 12, 8831 XS Winsum
openbaar vervoer: NS Leeuwarden, Connexxion-bus 92 richting Bolsward, uitstappen halte Provinciale weg, Vertrek 7:30 uur, aankomst 7:47 uur. Daarna nog 13 minuten lopen. Ook om 8:00uur en 8:30 uur vertrek mogelijk.
info over de omgeving verslag foto-reportage

naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina































naar de top van deze pagina
Tussen Skrins en Skrok wandeltocht op 7 februari 2009, info over de omgeving:

Skrins ligt in een ingepolderde geul van de Middelzee, een oude middeleeuwse zeearm. Het gebied bestaat uit natte weiden en bolle akkers, de zogeheten bargerechjes. Hier komt nog altijd zoutig water aan de oppervlakte. Deze ‘kwel’ voedt in Skrins bijzondere planten als schorrezoutgras en goudknopje. Bij de plas van Skrins staan planten als zilte schijnspurrie en melkkruid. Skrins vormt een natuurlijke verbinding met Skrok en ligt vlakij de Lionserpolder, twee andere gebieden van Natuurmonumenten. Samen vormen ze de Greidhoeke.

Skrok en Skrins
Jelle de Boer is opzichter bij Natuurmonumenten. Hij beheert twee redelijk succesvolle reservaten te midden van moderne landbouwgronden. Het succes van de gebiedjes Skrok en Skrins tussen Easterein en Easterlittens verklaart hij doordat hij actief de verruiging tegen gaat. Dat betekent dat oud gras weinig kans krijgt. ,,Veel natuurgebieden krijgen een veldlaag. Die ontstaat wanneer het gras voor de winter niet kort wordt gehouden. Is het mooi kort afgevreten, dan vinden de weidevogels daar meer voedsel in’’, aldus De Boer. Natuurmonumenten zet koeien in voor de begrazing van Skrok en Skrins. Verder is De Boer lovend over het gebruik van ruige stalmest, dat leidt tot een rijk bodemleven en dus veel voedsel voor de vogels.
Winsum is gemeente Littenseradiel. Deze gemeente telt maar liefst 29 dorpen.
De andere dorpen zijn: Baaium, Baard, Bears, Boazum, Britswert, Easterein, Easterlittens, Easterwierrum, Hidaard, Hilaard, Hinnaard, Húns, Iens, Itens, Jellum, Jorwert, Kűbaard, Leons, Lytsewierrum, Mantgum, Reahűs, Rien, Spannum, Waaksens, Weidum, , Wiuwert, Wjelsryp en Wommels. Wommels heeft 2200 inwoners en is daarmee het grootste dorp. Leons is het kleinste dorp met ongeveer 20 inwoners. (peildatum inwonersaantallen is van 1 januari 2008)
Tijdens de voorbereidingen voor het bouwen van een nieuwe wijk in Winsum, heeft men restanten gevonden van een Romeinse nederzetting. Zo werden bronzen muntjes uit de eerste helft van de eerste eeuw gevonden en fragmenten van Romeinse wijnamforen. De haven beschikt over de meest primaire voorzieningen. Winsum telt 1101 inwoners
De Friese Kampioenschappen Fierljeppen worden elk jaar op de tweede zaterdag in augustus gehouden.
Historie
Algemeen
Littenseradiel ligt in het Friese ‘Terpelân’ en behoort tot het vroegst bewoonde deel van het Noord-Nederlandse zeekleigebied. Rond het jaar 500 voor Christus vestigden de eerste bewoners zich hier in de regelmatig door de zee overstroomde kuststreek. Om have en goed tegen het water te beschermen wierpen zij woonheuvels of terpen op. Deze tekenen zich nu nog af als lichte terreinverhogingen. De ondergrond van de 29 dorpen en bijna even zo talrijke buurtschappen wordt gevormd door zulke oude terpen. Sinds het jaar 1000 behoeden dijken land en bewoners tegen stormvloed en overstromingen. Vele oude dijken slingeren zich heel herkenbaar door het landschap, bijvoorbeeld de Slachte (ten westen van Kűbaard, langs Hidaard en Reahűs oostwaarts) en de dijk van de voormalige Middelzee (de Hegedyk tussen Jellum en Boazum). Het oude zeekleigebied is altijd welvarend geweest. Dat valt in dit bij uitstek weidegebeid af te lezen aan de talrijke grote boerderijen van het stelp- en kop-hals-romptype. Bijna ieder dorp telt statige herenhuizen en een beeldbepalende oude kerk. Imposante 11de en 12de eeuwse kerken in Romaanse stijl staan bijvoorbeeld in Jorwert en Boazum. Diverse fraaie dorpsgezichten, oude kerkpaden, talrijke dorpsvaarten, zeer verrassende elementen (de mummies in Wiuwert) en natuurlijk het weidse landschap nodigen uit tot rondtoeren en rondkijken.

Grietenij
Littenseradiel is per 1 januari 1984 ontstaan uit de gemeenten Baarderadeel en Hennaarderadeel. De naam is ontleend aan de namen van twee vroegere terpen uit die gemeenten: Easter'littens' in Baarderadeel en Wester'littens' in Hennaarderadeel.
Eind 14e eeuw waren Baarderadeel en Hennaarderadeel onderdeel van Vijfdelen dat in het Noordwesten van Fryslân lag. Sinds het begin van de jaartelling noemde men dit deel van Fryslân Westergo. Westergo lag tussen de Zuiderzee (nu IJsselmeer) en de Middelzee (die Fryslân eeuwen lang in tweeën deelde).
Baarderadeel en Hennaarderadeel waren respectievelijk de vierde en vijfde grietenij van Vijfdelen. De andere drie grietenijen van Vijfdelen waren Menaldumadeel, Franekeradeel en Barradeel. De grietenijen van Vijfdelen droegen samen de zorg voor een deel van de waterkering. Een grietenij is de voorloper van de huidige gemeente. Grietmannen (soort burgemeesters) en rechters zorgden voor bestuur en rechtspraak in grietenijen. Grietmannen waren eigenlijk altijd personen uit welgestelde families. Belangrijke families die grietmannen leverden voor Baarderadeel en Henaarderadeel waren Van Aylva, Burmania, Lycklema ŕ Nijholt en Eysinga.

Bedrijvigheid
Vroeger was de bron van inkomsten vooral het boerenbedrijf (grotendeels melkveehouderijen).
Verdiende men vroeger brood niet als boer, dan was men knecht of had zijn werk in de toeleveringsbedrijven.
Tegenwoordig vindt men werk vooral in de steden rondom deze gemeente. Menigeen forenst naar de omliggende steden om daar te werken. De laatste tijd neemt de bedrijvigheid een zekere vlucht, doordat er met de regelmaat van de klok bedrijven en bedrijfjes op de industrieterreinen bij de dorpen neerstrijken. In Winsum, Wommels, Easterein en Wiuwert is de groei van de bedrijven aanzienlijk geweest.
Slachtedyk
De Slachtedyk is een verzameling van dijken van ruim 40 kilometer, die loopt van Raerd tot Oosterbierum en door het Friese land slingert. Oorspronkelijk had de dijk een beschermende functie voor verschillende polders en landstreken.
Vanaf de 15e eeuw worden de dijken als één geheel gezien en onderhouden door "de vijf deelen" (de grietenijen Baarderadeel, Barradeel, Franekeradeel, Hennaarderadeel en Menaldumadeel).
De Slachtedijken beschermden de achterliggende landen tegen wateroverlast door dijkdoorbraken langs de westelijke en zuidelijke dijken (de Middelzee en het Flevomeer/de Zuiderzee).
Tot voor kort had de dijk een "slapersfunctie". Bij hoogwater-alarm, konden in de bruggen in de dijk nog balken worden geplaatst, zodat het overstromingsgevaar kleiner werd. Dit is nog te zien bij de bruggen in de Slachtedyk onder Boazum, Reahűs, Hidaard en Wommels. De balken liggen er klaar voor!
De dijkenverzameling is nu in beheer bij de Friese vereniging tot Natuurbehoud, It Fryske Gea.
Tijdens de grote serie reünies in Friesland in juli 2000, SIMMER 2000, was deze dijk het toneel voor de Slachtemarathon. Op 8 juli 2000 vond deze culturele en sportieve gebeurtenis plaats. Een groot deel van de route loopt door de gemeente Littenseradiel.
Uniastate
Uniastate in Bears is een bezoekerscentrum met informatie over het leven op Stinzen en Staten in Friesland in vroeger tijden. Op het geheel in oorspronkelijke staat teruggebrachte terrein, staat de gerestaureerde toegangspoort en een stalen replica van de in 1756 gesloopte Uniastate.
Vanuit de belvedčreachtige toren in deze constructie zijn de kerktorens van 12 terpdorpen in de omgeving te zien.
Deze replica of “luchtspiegeling” prikkelt de fantasie en vormt een uniek decor voor diverse openluchtactiviteiten die hier kunnen worden georganiseerd. Op het terrein zijn wisselende beeldententoonstellingen van Friese kunstenaars. De locatie is door de gemeenteraad aangewezen als trouwlocatie.
In het kerkgebouw is een permanente en op verrassende wijze ingerichte tentoonstelling over Stinzen en Staten te bekijken. Ook zijn er wisselende tentoonstellingen. Het kerkinterieur bevat een fraai gebeeldhouwde preekstoel en een geheel gerestaureerd Van Dam orgel. Vanuit het bezoekerscentrum lopen twee fraaie fietsroutes langs Stinzen en Staten rondom Leeuwarden.

De bodem varieert van ongeveer 1 meter onder tot 1 meter boven NAP. Gemeente Littenseradiel ligt in het Friese zeekleigebied en behoort tot de klei-weidestreek. De grondsoort bestaat grotendeels uit knippige kleigronden. Aan de rand van de gemeente ligt jonge, zware zeeklei. Dit heet het Nieuwland. Hier liep in vroegere tijden de Middelzee. In het Noordwesten van de gemeente komen oudere, lichte klei- en zavelgronden voor. Het bodemgebruik bestaat voornamelijk grasland.
Begroeiing
Er is weinig begroeiing in dit deel van Fryslân. Er is een wijds uitzicht over het vlakke weidelandschap. In dit boomarme gebied was de iep, voor de iepziekte optrad, de voornaamste boomsoort. De voornaamste bodembegroeiing bestaat uit verschillende grassoorten.

Een Fierljep sprong bestaat uit verschillende onderdelen, om een perfecte sprong te maken moet alles kloppen. Je hebt in een wedstrijd slechts twee minuten om al de hieronder genoemde onderdelen tot uitvoering te brengen.
Het zetten van de polsstok!
Het is erg belangrijk dat de polsstok goed in het water word geplaatst, de afstand van de hand tot de polsstok verschilt per ljepper omdat, de een nu eenmaal sneller aanloopt, en de een zwaarder is als de ander. Er zijn stickertjes op de pollstok geplaatst zodat je kan zien hoever de pols in het water is geplaatst en of die eventueel nog verder moet. Als de pols goed staat kan de ljepper de polsstok van de hand zetten, hij/zij pakt de polsstok dan in de hand en drukt hem naar voren, de polshouder zal hem dan op de gewenste plaats houden.

De concentratie voor de aanloop!
Voor dat je gaat beginnen aan de aanloop is een goed concentratie van belang. Zo moet je niet aan andere dingen gaan denken en over wat er fout zou kunnen gaan. Om een goede sprong te maken is het van groot belang dat je de coach vertrouwd en natuurlijk jezelf. Je moet je als het ware helemaal overgeven aan de polsstok en je ding doen dat is de eerste voorwaarde, en weten waar je mee bezig bent om ongelukken te voorkomen.

De aanloop!
De aanloop moet snel, constant en krachtig zijn, je moet in een rechte lijn op de polsstok afrennen. De afstand waar je vandaan rent hangt af van de stap grootte en hoe je snelheid opbouw dat verschilt per springer. Gemiddeld is de afstand tussen de 17 en 25 meter. Bij de aanloop is het ook van belang dat je in ieder geval het laatste stukje van de loop naar de pols kijkt en niet naar de schans want, je moet wel weten waar je heen moet springen natuurlijk. En het is van belang dat je goed uitkomt met je afzetbeen precies een stukje voor de rand zodat je goed kunt afzetten. (Carolien de Groot)

De afzet!
Na de aanloop zet je af van de schans en is het de bedoeling om de polsstok zo hoog mogelijk vast te pakken. De afzet moet zowel voorwaarts als opwaarts dus krachtig zijn. Als je namelijk een hele hoge insprong hebt maar geen voorwaartse kracht in de afzet dan haal je het zogenoemde ‘dode punt’ niet en zal je terug vallen. Maar bij een te lage insprong en een teveel aan voorwaartse kracht zal je geen tijd krijgen om te klimmen omdat, je de polsstok dan niet stilzet op het ‘dode punt’. (onbekend)

De insprong!
Bij de insprong is het heel belangrijk dat je de pols goed vast pakt, doorzwaait met beide benen langs de polsstok en jezelf optrekt. Op deze manier kan je de pols in het midden (dode punt) stil zetten en krijg je dus tijd om te klimmen. De doorzwaai van de benen moet tegelijk gaan, krachtig en snel. Als je dan meteen je voeten erna tegen de pols aanzet kan je beginnen met klimmen, en het beste is als je voor het ‘dode punt’ al een aantal klimslagen hebt gedaan.

Het klimmen!
Als de voorgaande onderdelen allemaal goed zijn gegaan heb je als het goed is tijd om te klimmen. Belangrijk bij het klimmen is dat je recht achter de polsstok klimt en niet gaat kijken, je moet omhoog kijken naar het topje want, het is de bedoeling dat je daar terecht komt. Om snel te klimmen moet je veel trainen want, in een bewegende polsstok klimt het anders dan in een steigerpaal van aluminium (trainen we mee) Het is belangrijk dat je grote slagen maakt en dat je lichaam dicht bij de pols blijft een kleine afwijking en je kan al scheef gaan.

De Uitsprong!
De uitsprong is erg moeilijk en er zijn dan ook niet veel ljeppers die deze goed beheersen. De bedoeling van de uitsprong is om verder te komen door met een gestrekt lichaam uit de pols te komen. Je vouwt jezelf als het ware in en klapt weer gestrekt uit elkaar en maakt een draai met je lichaam zodat je de pols als het ware nakijkt.
Hiermee kan je al gauw een meter winnen. De uitsprong die door de meeste ljeppers wordt gebruikt is met gebogen knieën en met de handen flink afzetten van de pols om zo verder in het zandbed terecht te komen.
De meeste ljeppers echter springen met kromme benen uit en zetten zich af van de pols en kijken tevens de pols niet na, deze manier is makkelijker maar je wint er ook meters mee. Alleen mijn verwachting is dat je met de gestrekte manier meer meters kan winnen als je deze goed beheerst.

De landing in het zandbed en het meten!
Bij het landen moet je goed rekening houden dat je van een hoge afstand komt en dus goed door moet veren. Bij het landen gebeuren het meeste ongelukken. Je komt al snel verkeerd terecht. De meters en EHBO hulp staan dan ook meestal vlakbij het zandbed. Er zijn per schans altijd twee meters, die letten op de tijd (stoplicht). Als er met rood licht is gesprongen wordt de afstand niet opgemeten. In het zandbed liggen lijnen op bepaalde afstanden. Dat is het uitgangspunt voor een meting. Bij record sprongen wordt er altijd nog een keer exact gemeten vanaf de schans, en ligt de rest van de wedstrijd even stil. De score komt op een digitaal score bord met het nummer van de ljepper, zodat de wedstrijdleiding en de fans het kunnen noteren.
Tegenwoordig (sinds 2008) gebeurt ook het afstandmeten volledig digitaal.

Het is wel duidelijk dat fierljeppen niet zo makkelijk is als het eruit ziet en het is dus zeker de moeite waard om een keer te komen kijken. Er zijn verschillende wedstrijden in Winsum tijdens de competitie maar ook het Fries Kampioenschap wordt jaarlijks in Winsum gesprongen. Dit is een wedstrijd die vol spanning zit en is zeker een bezoek waard.

Van Polsstokspringen tot Fierljeppen
Het fierljeppen is voortgekomen uit het slootjespringen. Het slootjespringen ook wel polsstokspringen genoemd was vroeger een vorm van atletiek. De Grieken, de Romeinen en ook de ridders uit de Middeleeuwen sprongen met een speer, lans of paal. De Grieken gebruikten de ‘polsstok’ zelfs om op hun paard te springen! De Germanen waren de eersten die de polsstok gebruikten om over het water te springen en dit is later uitgegroeid tot een volwaardige sport het fierljeppen. Het polsstokspringen is rond 1723 door Basedow in het Philantropium te Dessau uitgedacht als nuttigheidsoefening, de atletiekvorm verspreide zich langzaam over heel Europa.
Gutsmuths die leefde rond 1759 gebruikte de principes van Basedow en werkte ze uit tot een gymnastiekonderdeel. In die tijd werden er ook sinds kort gymnastiek lessen gegeven op scholen (Philantropijnen in Duitsland). De atletiek vorm die uit deze principes echter geheel is uitgegroeid en nog steeds bestaat is het polsstok hoogspringen. Het polsstokverspringen was vroeger echter populairder. Het springen met een polsstok over het water werd later veel gebruikt door boeren, gewoon uit gemak. Friesland staat bekend om zijn platte land en vele slootjes, dus werd het vooral hier gebruikt. Het begin van het springen in wedstrijdverband is niet precies bekend maar in de 18e eeuw werden de eerste wedstrijden gehouden. In 1956 is er in Friesland een verbond voor het fierljeppen gekomen, de F.L.K (Fryske Ljeppers Kommisje) vanaf toen werden er ook wedstrijden georganiseerd. In 1957 werd door de bond van de Friese Vogelbeschermingwachten de eerste wedstrijd georganiseerd, het Friese Kampioenschap (FK) gehouden te Winsum waar het traditiegetrouw nog steeds ieder jaar word gehouden. Het FK word ieder jaar gehouden op de tweede zaterdag van de maand augustus. Op het eerste Fk kwamen zo’n 60 springers af, en de winnaar werd Dhr. Jongema met een afstand van 10.20m
naar de top van deze pagina