Terug naar wandellinks Terug naar de alternatieve homepage van de FLAL FLAL wandeltocht vanuit Midwoud op 3 januari 2009  


datum 3 januari 2009 plaats Midwoud
provincie Noord-Holland gemeente Medemblik
afstanden 25 en 35 km naam wandeltocht Egboetswater wandeltocht
starttijd 9.00 uur postcode start: 1679 GJ
startadres: Café “De Post”, Tripkouw 28, 1679 GJ Midwoud
openbaar vervoer: stadsbus 17 van NS Hoorn, vertrektijd 8:17 uur.
info over de omgeving verslag foto-reportage

naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina naar de top van deze pagina































naar de top van deze pagina
Egboetswater wandeltocht op 3 januari 2009, info over de omgeving:

Het ontstaan van Noorder-Koggenland

De naam
De gemeente Noorder-Koggenland is een relatief jonge gemeente. Zij is op 1 januari 1979 ontstaan door samenvoeging van de gemeenten Abbekerk, Midwoud, Opperdoes, Sijbekarspel, Twisk en een gedeelte van de kern Hauwert.

De naamgeving is ontleend aan de historie. Kogge of cogge was in de vroege middeleeuwen een rechtsgebied, bestaande uit 4 dorpen of bannen. De cogge was verplicht om in tijd van oorlog manschappen te leveren aan de heer (heervaart). Het vervoer in dit waterrijke gebied vond plaats in platbodemschepen. Het waren flinke schuiten met zo’n 10 manschappen per riem (riemtal). Een coggeschip had 2x5 riemen, dus 100 bewapende mannen aan boord. Deze eenheid is terug te vinden in de gemeentevlag die in 10 stukjes is verdeeld.

Vier coggen vormden weer een ambacht en vier ambachten een gouw of baljuwschap. Het bestuur van de bannen, cogge en ambachten was hiërarchisch van structuur en voornamelijk gericht op de waterstaatszorg. Onze dorpen behoorden heel vroeger tot het Hoog-Holtwouder ambacht, dat later het ambacht van de vier Noorder Koggen werd genoemd. De Gouw of het baljuwschap had grote bestuurlijke macht en voerde o.a. overleg met de graven van Holland, die van 1000-1300 in West-Friesland hun gezag hadden gevestigd. De lage jurisdictie behoorde onder de Stede Abbekerk waar een “regthuys” stond. Deze bestuursstructuur bleef bestaan tot de Franse overheersing.

Typering van de gemeente
De gemeente Noorder-Koggenland bestaat uit negen dorpen, te weten: Abbekerk, Lambertschaag, Twisk, Opperdoes, Midwoud, Oostwoud, Hauwert, Sijbekarspel en Benningbroek.

Abbekerk/Lambertschaag
Abbekerk grenst aan het zuidelijk randgebied van de Wieringermeer. Tegen Abbekerk ligt Lambertschaag. De naam Abbekerk zou verwijzen naar een kerk van de familie van Abben. Abbekerk verkreeg in 1414 stedelijke rechten. In 1735 telde Abbekerk 92 woningen. In 2007 heeft het dorp 2041 inwoners. Naast historische lintbebouwing, heeft Abbekerk een nieuwbouwkern met goede voorzieningen en sportvelden. Het dorp heeft daarnaast een prachtig dorpshuis met bibliotheek, medisch centrum, jongerencentrum en gymzaal. Verder is er een openluchtzwembad, tenniscomplex, peuterspeelzaal en een openbare basisschool. Tot 1 januari 1979 was Abbekerk een zelfstandige gemeente, waar ook het dorp Lambertschaag toe behoorde. In 1979 fuseerde de gemeente met Midwoud, Opperdoes, Sijbekarspel, Twisk en Hauwert tot de gemeente Noorder-Koggenland. Met Lambertschaag deelt Abbekerk een oud stationsgebouwtje van de lijn Hoorn-Medemblik. Dit gebouw werd in gebruik genomen op 3 november 1887, maar op 5 januari 1941 weer gesloten.

Twisk Het dorp komt in 1245 voor als Twisca en 1639 Twiscke. De plaatsnaam zou mogelijk een terugvallen op het oud-engelse woord Twicen: wat kruispunt van twee wegen betekent. Twisk was dus van oorsprong ontstaan zijn bij een tweesprong of wegafsplitsing. Later zou de plaats verder ontwikkelen naar een lintdorp. Een ander goede mogelijkheid is dat plaatsnaam is afgeleid van een riviertje dat ooit door het dorp stroomde, de Twise. Maar de meest waarschijnlijke is dat de plaatsnaam is afgeleid van het Oudfriese twisca, wat "tussen" betekent. Twisk moet eertijds een buurtschap aan een weg tussen twee dorpen zijn geweest.
Twisk werd op 2 februari 1414 door Willem VI, samen met Abbekerk, Midwoud en Lambertschaag verheven tot de Stede Abbekerk. Later zou Abbekerk gehele stadsrechten hebben met Lambertschaag. Twisk bleef wel verbonden met de stad Abbekerk. Zo was het een onderdeel van de ambtsheerlijkheid Abbekerk-Twisk-Midwoud-Lambertschagen. Dit ambtsheerlijkheid werd in 1742 voor fl. 5000,-. verkocht aan de regenten door de Staten van Holland en West-Friesland.
Twisk kent een vrij rustig verlopen geschiedenis. Het dorp kende niet extreme armoedigheid maar ook geen enorme rijkheid en geen grote rampen. Wel is er goede bloei geweest in de 18e, einde 19e en begin 20e eeuw. Die bloei kan men nog steeds zien aan de vele sterk versierde boerderijen en woningen uit die periode. Het dorp stond ook door de eeuwen heen bekend als een vrij welvarend dorp, die welvaart kwam vooral door goede weidegronden die het dorp omringde.
Het bekende oude treinstation van Twisk aan de lijn Hoorn-Medemblik (tegenwoordig een museumlijn) ligt eigenlijk buiten de dorpskern in de buurtschap 't Westeinde. Het stationsgebouw is een Laag langwerpig gebouw werd geopend op 3 november 1887. Het station werd officieel uitgebruik genomen op 5 januari 1941.
Het huidige Twisk is een combinatie van stolpboerderijen en huizen, een deel van de huizen dateren uit 18e, 19e en begin 20e eeuw. Hierdoor kan men er vrij goed het dorpsbeeld van toen nog zien. Een deel van de stolpboerderijen zijn rijksmonumenten.
Eén van de bekendste is wat men de Muntenboerderij noemt. Deze stolpboerderij dateert uit de 16e eeuw. De naam ontleent zich aan het feit dat bij een restauratie in 1974 een witte Siegburger pot vol Spaanse Matten werd gevonden door één van de werklieden. De pot en de gouden dukaten uit dezelfde eeuw als dat de stolp komt. Bij de veiling leverde ze een kapitaal op. IIn 1995 werd de stolp nogmaals gerestaureerd, ditmaal aan de hand van oude kaarten uit 1850. De stolpboerderij is enkele jaren na de restauratie een bed & breakfast geworden.

Opperdoes
Het dorp Opperdoes komt al voor op kaarten uit de dertiende eeuw en heeft dus een oude geschiedenis. n de oude hervormde kerk zijn nog sporen gevonden die terug gaan tot voor de reformatie.

Opperdoes is een zuivere tuindersgemeenshap met een geheel eigen karakter. Wat de grondvorm betreft wijkt het dorp af van de veel voorkomende oorspronkelijke lintbebouwing; een langgerekte bebouwing aan weerszijden van de hoofdweg zonder komvorming. Het dorp behoort van oudsher tot het type komdorp; een dorp dat is ontstaan uit meerdere wegen die bij en op elkaar aansluiten. De naam ‘does’ in de plaatsnaam betekent lichte turf en mosveen. De toevoeging ‘opper’ kwam pas later, deze naam verwijst naar een hogere ligging. Dit in tegenstelling tot Lage Does, dat net als het gehucht Almerdorp werd buitengedijkt en aan de zee werd prijsgegeven. Vanaf 1979 tot en met 2006 maakte Opperdoes deel uit van de gemeente Noorder-Koggenland. Het dorp is onder meer bekend van de Opperdoezer Ronde. Deze lokale aardappelsoort wordt geteeld op de zavelgronden rond het dorp en op gronden in de Wieringermeer.

Midwoud/Oostwoud
Midwoud en Oostwoud vormen samen een woonkern met een plattelandskarakter. Het is de bedoeling dat Midwoud en Oostwoud aan de westzijde van de Tripkouw met elkaar worden verbonden. Dit dient te gebeuren met behoud van het landelijk karakter. Midwoud is in het streekplan voor West-Friesland-Oost (1969) en in het regionaal Kernenplan aangewezen tot hoofddorp.

Hauwert
Het dorp Hauwert behoorde voor de gemeentelijke herindeling tot de gemeente Nibbixwoud. Het ontstaan is onbekend, maar men schat dat dit tussen de jaren 500 en 1000 is gebeurd. Hauwert heette toen Oud Boxwoude en Nibbixwoud Nieuw Boxwoude. In 1415 werd Hauwert met Nibbixwoud en Wognum verenigd tot de Stede Wognum en kwam daarmee onder het poortrecht van Hoorn. Het dorp heeft een duidelijk plattelandskarakter.

Sijbekarspel/Benningboek
Sijbekarspel heeft met de woonkern Benningbroek een plattelandskarakter. In een lange lintbebouwing gaan de dorpen in elkaar over. De wijde openheid van het landschap met zijn stolpboerderijen, pittoreske dorpskern en karakteristieke gebouwen zal als kostelijk erfgoed gehandhaafd blijven. Sijbekarspel is in het streekplan uitgeroepen tot zogenaamde kleine kern. Dit houdt in dat in Sijbekarspel alleen nog maar mag worden gebouwd voor eigen ingezetenen en economisch of sociaal gebonden mensen. In het Regionaal Kernenplan heeft Sijbekarspel/Benningbroek geen speciale status gekregen.
De twee dorpen hebben een openluchtzwembad, dorpshuis, peuterspeelzaal en een openbare basisschool. De dorpen zijn omstreeks 1150 ontstaan. In Benningbroek was rond 1200 een kapel aanwezig, gewijd aan Sint Petrus in Banden. In dezelfde periode treffen we in Sijbekarspel de eerste kapel aan, die gewijd was aan Sint Laurentius. In deze periode waren al kerkelijke relaties aanwezig met de abdijen in Stavoren en Hemeleum. In 1414 verkregen de dorpen stedelijke rechten. In 1811 ontstond de gemeente Sijbekarspel. Vanaf 1979 gingen de dorpen op in de nieuwe gemeente Noorder-Koggenland. Benningbroek komt in de 13e eeuw voor als ‘Bonnynggbroeck’, een plaatsnaam die zou verwijzen naar het drassige laagland van de familie Benning. Sijbekarspel komt in 1310 voor als ‘Siboutskerspel’, in 1343 als ‘Syboutskerspel’ en in 1494 als ‘Zypekerspel’. De oorspronkelijke naam zou verwijzen naar een dorp/banne, gesticht door ene Sybout.


Molen ‘De Hadel’ aan het Zeilenmakerspad van de Zaanse Schans heeft vroeger in Midwoud gestaan, ongeveer op de plek waar nu de ‘Klikjesmolen' staat aan de Broerdijk. De Hadel heeft zijn naam aan de Zaanse Schans gekregen en is daar in 1968 geplaatst.

De molen stond vroeger ten noorden van Midwoud bij het gehucht ‘Boerdijk’, even ten oosten van de spoorlijn Hoorn-Medemblik. Al in 1879 staat op deze plek een molen aangegeven. De molen werd samen met 2 andere weidemolens – blijkens een kaart uit 1907 – gebruikt voor de onderbemaling van de ‘Gecombineerde polder’ en de ‘Oosterpolder’. De molens stonden tussen de Midwouder Dorpsstraat en de Broerdijk (zie kaartje).

Molenmaker Wagemaker uit Oostwoud heeft destijds de molen ‘vol-automatisch werkend’ gemaakt. Op beide roeden is zelfzwichting aangebracht die via een doorboorde bovenas instelbaar en bedienbaar was. Hij heeft ook de staartconstructie vervangen, zodat de molen zichzelf bij storm stilzette.

Vanaf 1947 werden beide polders met behulp van electriciteit drooggemalen. De molen aan de Broerdijk raakte in verval en verhuisde in 1957 naar de tuin van de pastorie in Benningbroek. Eigenaar werd Ds. Verdonk, een afstammeling van de bekende Zaanse molenbouwer Hendrik Verdonk. Later is de molen overgedragen aan de Stichting ‘De Zaanse Schans’.


naar de top van deze pagina